ECLI:NL:TGDKG:2025:93 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765658 / DW RK 25/68 EdV/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:93 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-09-2025 |
| Datum publicatie: | 24-09-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/765658 / DW RK 25/68 EdV/WdJ |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet ongegrond. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevel te executeren. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 24 september 2025 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 18 februari 2025 met zaaknummer C/13/760423 DW RK 24/413 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/765658 / DW RK 25/68 EdV/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 1 december 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 24 december 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 18 februari 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van 20 februari 2025 aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 5 maart 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij e-mail, ingekomen op 8 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder nadere stukken gestuurd. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 september 2025 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 24 september 2025.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- De gerechtsdeurwaarder is belast met een ten laste van klager uitgevaardigd dwangbevel van [ ] van 21 november 2023.
- Bij exploot van 24 november 2023 is het dwangbevel van 21 november 2023 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Op 31 mei 2024 is executoriaal beslag gelegd op de auto van klager, te weten een Peugeot 3008.
- Bij beslissing van 13 augustus 2024, geregistreerd onder nummer C/13/751938 DW RK 24/224, heeft de voorzitter de klacht van klager gericht tegen het beslag op zijn auto als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager heeft hiertegen verzet ingediend, geregistreerd onder nummer C/13C755964 DW RK 24/313. Dit verzet zal op een later moment op een zitting worden behandeld.
- Op 25 november 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Rabobank ten laste van klager.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat er (weer) beslag op zijn bankrekening is gelegd, zonder dat hij hierover is geïnformeerd.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.2 De gerechtsdeurwaarder is belast met een ten laste van klager uitgevaardigd dwangbevel van 21 november 2023. Op een gerechtsdeurwaarder rust een ministerieplicht indien hem wordt verzocht een titel ten uitvoer te leggen. Nu de vordering nog niet in het geheel was voldaan, heeft de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door (nogmaals) beslag op de bankrekening van klager te leggen. Indien klager het met de tenuitvoerlegging van de titel niet eens is dient hij een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder.
4.3 Een proces-verbaal van het leggen van beslag dient op grond van artikel 475i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering binnen acht dagen aan de geëxecuteerde betekend te worden. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat het proces-verbaal van het op 25 november 2024 gelegde bankbeslag bij exploot van 2 december 2024 aan klager is betekend. Dit is tijdig. Er is dan ook geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
6.1 In verzet heeft klager aangevoerd dat er beslag is gelegd op zowel zijn auto als zijn bankrekening voor dezelfde vermeende schuld, waarvan klager met absolute zekerheid stelt dat deze niet bestaat. Niet is aangetoond waar de schuld op gebaseerd zou zijn, noch is er een gerechtelijke uitspraak die de beslaglegging rechtvaardigt.
6.2 Verder heeft klager aangevoerd dat hij op 9 december 2024 een aangetekende brief aan de gerechtsdeurwaarder heeft verzonden waarop geen enkele reactie is gekomen.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 Voor zover klager nieuwe klachten in verzet heeft aangevoerd kan hij daarin niet worden ontvangen. Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam dient de kamer bij de behandeling van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter de oorspronkelijke klacht te toetsen. Dit betekent dat in verzet de oorspronkelijke klacht niet met nieuwe klachten kan worden aangevuld. Klager kan niet worden ontvangen in zijn klacht met betrekking tot het gelegde beslag op zijn auto en zijn klacht als vermeld onder 6.2.
7.2 De kamer overweegt dat uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat het ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevel van
21 november 2023 bij exploot van 24 november 2023 aan klager is betekend, op de in artikel 47 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalde wijze door achterlating van het exploot in een gesloten envelop op het adres van klager. Een exploot van een gerechtsdeurwaarder is een authentieke akte in de zin van artikel 156 lid 2 Rv. Op grond van het bepaalde in artikel 157 lid 1 Rv levert een zodanige akte dwingend bewijs op van de daarin gerelateerde verrichtingen van de gerechtsdeurwaarder. Dat betekent dat de inhoud daarvan vast staat behoudens tegenbewijs. Dat heeft klager niet geleverd. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de executoriale titel, in dit geval het dwangbevel van
21 november 2023, aan klager is betekend. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het dwangbevel te executeren.
7.3 De voorzitter heeft bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.
7.4 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.5 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. O.J. Boeder, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.