ECLI:NL:TGDKG:2025:91 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762020 / DW RK 24/448 EdV/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:91 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-09-2025 |
| Datum publicatie: | 24-09-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/762020 / DW RK 24/448 EdV/WdJ |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Het geheime privéadres van klager is meermalen bekend gemaakt aan cliënten van klager. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd en tevens veroordeling in de proceskosten. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 24 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/762020 / DW RK 24/448 EdV/WdJ ingesteld door:
[ ], werkzaam als bewindvoerder bij [ ],
kantoorhoudende te [ ],
klager,
tegen:
1. [ ],
toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],
2. [ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagden,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 24 december 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 20 maart 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij brief met bijlagen, ingekomen op 15 augustus 2025 heeft klager zijn klacht aangevuld. De gerechtsdeurwaarders hebben het verweerschrift aangevuld bij e-mail, ingekomen op 28 augustus 2025. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 september 2025 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarders zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 24 september 2025.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft op 20 september 2024 een exploot betekend waarin het geheime privéadres van klager vermeld staat.
- Bij e-mail van 23 september 2024 heeft klager gevraagd waarom gerechtsdeurwaarder sub 1 het geheime privéadres van klager heeft gepubliceerd in stukken van een cliënte.
- Hierop is bij e-mail van 23 september 2024 aangegeven dat het adres van klager per abuis niet als zijnde “geheim adres” is opgenomen. Aan klager is excuses aangeboden en is aangegeven dat de desbetreffende afdeling is verzocht per direct de adresgegeven van klager te wijzigen naar een geheim adres.
- Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft op 17 december 2024 een exploot betekend waarin het geheime privéadres van klager vermeld staat.
- Bij e-mail van 19 december 2024 heeft klager gevraagd hoe het kan dat weer het geheime privéadres van klager is gepubliceerd.
- Hierop is bij e-mail van 19 december 2024 wederom excuses aan klager aangeboden en is aangegeven dat de betreffende afdeling is verzocht om alle gegevens te corrigeren en het adres bij het relatienummer van de collega van klager ook als geheim adres aan te merken.
- Op 7 februari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder wederom een brief aan het privéadres van klager gestuurd.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarders meerdere keren zijn geheime privéadres in dossiers en in officiële stukken van cliënten van klager hebben opgenomen. Ondanks dat de gerechtsdeurwaarders erop gewezen zijn en de fout hebben erkend, blijven ze het geheime privéadres van klager in stukken vermelden.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders
De gerechtsdeurwaarders hebben erkend dat het geheime privéadres van klager aan cliënten van klager bekend zijn gemaakt
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2 De gerechtsdeurwaarders erkennen dat het geheime privéadres van klager niet vermeld had mogen worden in de betekende exploten. Ook is later nog ten onrechte een brief naar het geheime privéadres van klager verzonden. Inmiddels zijn de adressen van klager en zijn collega bewindvoerder als geheim in het dossiersysteem opgenomen en zullen de adressen niet meer in stukken worden vermeld. Ook zijn de privégegevens van klager inmiddels uit alle stukken verwijderd, zodat deze niet meer zichtbaar zijn bij het opvragen van stukken.
5.3 De kamer zal de klacht gelet op voorgaande gegrond verklaren. De kamer acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De kamer gaat er vanuit dat het geheime privéadres van klager niet meer zichtbaar is in stukken en dat er geen stukken meer naar het geheime privéadres van klager (en zijn collega bewindvoerder(s)) worden verzonden.
5.4 De kamer zal de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a lid 1 onder a en b van de Gerechtsdeurwaarderswet in combinatie met de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882) tevens veroordelen in de proceskosten. Daarbij betrekt de kamer, zoals hiervoor is toegelicht, dat ondanks toezeggingen dat het geheime privéadres niet meer bekend zal worden gemaakt aan de cliënten van klager, het geheime privéadres van klager alsnog in stukken is vermeld en later nog een brief aan het privéadres van klager is verzonden, waarin melding wordt gemaakt van het geheime privéadres van klager. De proceskosten bestaan uit kosten van de klager en de kosten van behandeling van de klacht door de kamer. Voor klager worden die begroot op het forfaitaire bedrag van € 50. Voor de procedure worden de kosten begroot op het forfaitaire bedrag van € 1.500.
5.5 Op grond van artikel 37 lid 7 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht vergoedt.
5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, begroot op
€ 50; - veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer, begroot op € 1.500, met aanzegging dat de ex artikel 43 lid 6 van de Gerechtsdeurwaarderswet te bepalen termijn en de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder het bedrag van de kostenveroordeling moet voldoen, na het onherroepelijk worden van deze beslissing per brief aan de gerechtsdeurwaarder zal worden medegedeeld;
- bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht ad
€ 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. O.J. Boeder, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.