ECLI:NL:TGDKG:2025:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749886 DW RK 24/172 MK/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:73
Datum uitspraak: 08-08-2025
Datum publicatie: 12-08-2025
Zaaknummer(s): C/13/749886 DW RK 24/172 MK/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder heeft verzuimd klager eerder op de hoogte te brengen van de vordering. De gerechtsdeurwaarder had immers al twee maanden eerder de opdracht tot incasseren gekregen. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Er bestaat voor de gerechtsdeurwaarder geen verplichting om een debiteur binnen een bepaalde termijn op de hoogte te brengen van de ontvangst van een opdracht ter incasso.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 8 augustus 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/749886 DW RK 24/172 MK/SM ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde,

gemachtigde: [ ]

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 25 april 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen (een medewerker van het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 27 mei 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Klager heeft schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 20 juni 2025 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. De uitspraak is nader bepaald op 8 augustus 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • Bij brief van 23 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht de openstaande vordering te voldoen.
  • Bij e-mail van 24 april 2024 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de vordering. Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 25 april 2024 gereageerd.
  • Bij e-mail van 25 april 2024 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht om een inhoudelijke reactie op de e-mail van klager van 24 april 2024.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat - dat de gerechtsdeurwaarder:

  1. het Digitaal Beslagregister (DBR) heeft geraadpleegd zonder klager in te lichten over de schuld die de gerechtsdeurwaarder al twee maanden in behandeling heeft;
  2. een taalgebruik en de werkwijze aanwendt die uiterst onvriendelijk, dreigend en manipulatief is;
  3. de vordering foutief heeft opgesteld.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen medewerkers van een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a. overweegt de kamer dat uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder de betreffende vordering op klager op 23 februari 2024 heeft ontvangen. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt dat klager hiervan twee maanden later op de hoogte raakte.

Er bestaat voor de gerechtsdeurwaarder geen verplichting om een debiteur binnen een bepaalde termijn op de hoogte te brengen van de ontvangst van een opdracht ter incasso. De gerechtsdeurwaarder handelt conform afspraken die hij heeft gemaakt met de opdrachtgever. Dit klachtonderdeel stuit hierop af.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b. stelt klager dat de gerechtsdeurwaarder heeft gedreigd om de schuldhulpverlening van klager te frustreren door opzettelijk niet akkoord te gaan met een voorstel, in het geval er niet voor 5 mei 2024 een betalingsvoorstel zou komen. Daarnaast zou het taalgebruik en de werkwijze van de gerechtsdeurwaarder uiterst onvriendelijk en manipulerend zijn geweest.

4.4 Klager heeft het dreigement en de onheuse bejegening door de gerechtsdeurwaarder niet nader onderbouwd, hoewel klager in zijn e-mail aan de gerechtsdeurwaarder van 24 april 2024 gesteld heeft bewijzen hiervan te kunnen overleggen. Nu de gerechtsdeurwaarder ter zitting hetgeen klager heeft aangevoerd nadrukkelijk heeft betwist kan niet worden vastgesteld wie het gelijk aan zijn zijde heeft. Dit klachtonderdeel stuit hierop af.

4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel c. overweegt de kamer als volgt. Nadat klager op 22 april 2023 kennis heeft genomen van een openstaande vordering op hem is er tussen klager en de gerechtsdeurwaarder telefonisch contact geweest. Naar aanleiding hiervan heeft de gerechtsdeurwaarder klager (al dan niet op verzoek) bij brief van 23 april 2024 een overzicht van de vordering gestuurd. Op 24 april 2024 heeft klager aangevoerd dat de vordering niet overeenkomt met een opgave die de eisende partij (zijnde [ ]) eerder zou hebben opgemaakt. Per dezelfde datum heeft klager aangevoerd een klacht bij deze kamer in te dienen.

4.6 Voor zover de klacht van klager ziet op het niet reageren op het verzoek van klager om een specificatie van de vordering kan dit onderdeel niet slagen. Het is vaste rechtspraak dat van een gerechtsdeurwaarder verwacht mag worden dat hij correspondentie met betrekking tot bij hem in behandeling zijnde zaken binnen een redelijke termijn (van 14 dagen) beantwoord. Een klacht dat de gerechtsdeurwaarder niet (inhoudelijk) heeft gereageerd op de e-mail van klager van 24 april 2025 is door deze kamer op 25 april 2024 ontvangen. Klager heeft de gerechtsdeurwaarder hiermee te weinig tijd gegund om met een reactie op zijn bevinding te komen. Op bevraging van de kamer heeft de gerechtsdeurwaarder desalniettemin verklaard dat er geen aanleiding zou zijn geweest om in dit specifieke geval navraag te doen bij de opdrachtgever over het verschil in bedragen. Gelet op de opbouw van de vordering, waarvan de rente en gemaakte kosten deel uitmaakte, was de gerechtsdeurwaarder goed in staat geweest het ogenschijnlijk verschil met klager door te bespreken.

4.7 Voor zover klager van oordeel is dat de gerechtsdeurwaarder op de hoogte had kunnen of moeten zijn dat de vordering niet klopt heeft klager daartoe onvoldoende gesteld. Ten aanzien hiervan heeft de gerechtsdeurwaarder aangevoerd de vordering niet zelf te hebben opgesteld of berekend. De vordering is aan de gerechtsdeurwaarder aangeleverd met het verzoek om een dagvaarding op te stellen en te betekenen. Dat is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

4.8 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. J.H.J. Evers en M.J.C. van Leeuwen, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.