ECLI:NL:TGDKG:2025:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748711 DW RK 24/141 MK/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:72 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-08-2025 |
| Datum publicatie: | 12-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/748711 DW RK 24/141 MK/SM |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft ruim buiten de redelijk termijn gereageerd op de klacht van klager. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 8 augustus 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/748711 DW RK 24/141 MK/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
1. [ ],
gerechtsdeurwaarder te Utrecht,
en
2. [ ],
voormalig kandidaat-gerechtsdeurwaarder te Utrecht,
beklaagden, gezamenlijk te noemen gerechtsdeurwaarders.
Ontstaan en verloop van de procedure
Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 3 april 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, ingekomen op 3 juli 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder sub 1 gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 20 juni 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder sub 1 zijn verschenen. De uitspraak is nader bepaald op 8 augustus 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Op 10 februari 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland een proces-verbaal van een mondelinge behandeling tussen klager en zijn buurman opgesteld waarbij partij afspraken zijn vastgelegd.
- Op 1 mei 2023 heeft gerechtsdeurwaarder sub 2, toegevoegd aan gerechtsdeurwaarder sub 1, ingevolge het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 februari 2023 bij de rechtbank Midden-Nederland, een proces verbaal van constatering opgemaakt;
- Bij e-mail van 28 juli 2023 heeft het kantoor van de gerechtsdeurwaarders het proces-verbaal van constatering aan beiden partijen gestuurd.
- Bij e-mail van 1 augustus 2023 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de inhoud van het proces-verbaal van constatering.
- Bij e-mail van 17 augustus 2023 heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 gereageerd op de e-mail van klager waarbij hij nadrukkelijk verwijst naar de opdracht uit het proces-verbaal van de rechtbank van 10 februari 2023.
- Bij e-mail van 17 augustus 2023 geeft klager te kennen dat zijn bezwaren een formele klacht betreft en verzoekt gerechtsdeurwaarder sub 2 te bevestigen dat zijn klacht hiermee is afgewezen.
- Bij e-mail van 18 augustus 2023 geeft gerechtsdeurwaarder sub 2 te kennen dat de klacht voor een formele afhandeling zal worden overgedragen aan de klachtbehandelaar.
- Op 29 augustus 2023 heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 de ontvangst van de klacht van klager van 1 augustus 2023 bevestigd;
- Bij e-mail van 11 september 2023 heeft klager gerappelleerd dat nog niet op de klacht is gereageerd en zijn klacht nader geadstrueerd;
- Bij brief van 2 oktober 2023 heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 gereageerd op de klacht van klager.
2. De klacht
Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders - samengevat - dat zij “broddelwerk” hebben afgeleverd bij het opmaken van het proces-verbaal van constatering. Klager beoogt het rapport van tafel te krijgen zodat de opdracht naar een gerechtsdeurwaarder kan gaan met meer expertise. Daarnaast is klager het niet eens met de wijze waarop en het tijdsbestek waarbinnen zijn klacht is afgehandeld door de gerechtsdeurwaarders.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders
De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Klager heeft zijn klacht ingediend tegen gerechtsdeurwaarderskantoor [ ] hetgeen op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) niet kan. Op grond van artikel 34 lid 1 Gdw zijn gerechtsdeurwaarders, en niet kantoren, onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Nu de in de aanhef van de beslissing genoemde gerechtsdeurwaarder sub1 het verweer op zich heeft genomen en tevens de verantwoordelijkheid draagt voor het kantoor, voor allen die onder zijn verantwoordelijkheid werken en voor de uitvoering van de klachtenregeling, zal hij dan ook als zodanig worden aangemerkt. Omdat het proces-verbaal is opgemaakt door gerechtsdeurwaarder sub 2 en deze als kandidaat-gerechtsdeurwaarder aan het tuchtrecht is onderworpen, wordt hij voor dit klachtonderdeel als beklaagde aangemerkt. Hij is niet ter zitting verschenen. De gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft ter zitting aangevoerd niets inhoudelijks over het proces-verbaal van constatering te kunnen zeggen, aangezien hij deze niet heeft opgemaakt. De kamer heeft aan de aanwezige partijen meegegeven verder in raadkamer te zullen beslissen of de noodzaak bestaat gerechtsdeurwaarder sub 2 op een later moment te horen over dit klachtonderdeel. Nu gerechtsdeurwaarder sub 1 als verantwoordelijke voor het kantoor het verweer in deze procedure op zich heeft genomen en gerechtsdeurwaarder sub 2 in de e-mail van 17 augustus 2023
zijn visie op de zaak heeft gegeven (zie hiervoor onder 1, als onderdeel van de klachtprocedure bij het kantoor), acht de kamer een nadere oproeping van gerechtsdeurwaarder sub 2 in deze procedure niet nodig.
4.2 Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 Gdw.
Proces-verbaal van constatering
4.3 De juistheid van de inhoud van het proces-verbaal staat niet ter beoordeling van de kamer. In het verlengde daarvan ontbreekt het de kamer aan de bevoegdheid het proces-verbaal “van tafel te krijgen”.
4.4 Ten grondslag aan het proces-verbaal van constatering ligt een duurzame onenigheid tussen klager en zijn buurman over de camera’s die zij aan of rondom hun respectievelijke woningen hebben hangen. Klager is ervan overtuigd dat de buurman met zijn camera’s vrijwel onbeperkt zicht heeft op de zijgevel en op de voor- en achtertuin van klager. Ter gelegenheid van een mondelinge behandeling bij de rechtbank Midden-Nederland hebben klager en zijn buurman afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een proces-verbaal (over het zicht veld van de camera’s en hoe deze eventueel gerealiseerd te krijgen). Ter controle van hetgeen afgesproken heeft de rechtbank de volgende afspraak van partijen geformuleerd die een opdracht voor een deurwaarder inhoudt:
Partijen hebben ieder camera’s rond hun woning en spreken af dat de camera’s geen zicht en/of opnames maken op het perceel van de ander. De camera’s zijn afgeplakt of zodanig ingesteld dat dit niet mogelijk is. Aan een deurwaarder wordt binnen twee weken na heden opdracht gegeven hiervan een proces-verbaal op te maken ter controle van deze afspraken. (…)
4.5 Hierop heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 op 1 mei 2023 zich begeven naar de desbetreffende woningen en heeft hij zijn bevindingen als volgt in het proces-verbaal van constatering opgenomen:
Ten aanzien van de camera’s, welke zijn bevestigd aan en/of geplaatst rond de woning van de familie [A]:
Deze camera’s hebben geen zicht op de woning en het perceel van de familie [B ]. De camera’s zijn gedeeltelijk afgeplakt, zodat er alleen zicht is op het eigen perceel van de familie [A].
Ten aanzien van de camera’s, welke zijn bevestigd aan en/of geplaatst rond de woning van de familie [B]:
Deze camera’s hebben geen zicht op de woning en het perceel van de familie [A]. Een uitzondering is de camera, gemonteerd aan dezelfde muur, waarin ook de toegangsdeur tot de woning van de familie [B] zich bevindt. Deze camera heeft over de afscheiding (schutting) tussen beide percelen heen zicht op een gedeelte van de woning van familie [A], zijnde de zijde waar ook de toegangsdeur van de woning van de familie [A] zich bevindt.
4.6 Naast de stelling dat gerechtsdeurwaarder sub 2 niet over de juiste expertise zou bezitten, ziet een deel van de onvrede over het proces-verbaal op de omstandigheid dat gerechtsdeurwaarder sub 2 een aantal belangrijke elementen niet heeft opgenomen in het proces-verbaal, aldus klager. Zo is bijvoorbeeld niet opgenomen hoeveel camera’s er waren en ook zijn er geen foto’s gemaakt door gerechtsdeurwaarder sub 2 om vast te stellen wat de posities waren van de camera’s.
4.7 De kamer stelt – samen met klager – vast dat het proces-verbaal van de rechtbank geen melding maakt van het aantal camera’s, de posities van de camera’s of andere zaken die volgens klager ontbreken in het proces-verbaal van constatering. Dat klager voorafgaand aan de constatering mogelijk een en ander met gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft besproken waar extra aandacht naar uit zou moeten gaan hebben moge zo zijn, maar dat is geen onderdeel geweest van de afspraken die partijen hebben gemaakt bij de mondelinge behandeling en aldus in het proces-verbaal van de rechtbank zijn opgenomen. De door gerechtsdeurwaarder sub 2 opgetekende constatering sluit aan bij de (summiere) opdracht die voortvloeit uit genoemd proces-verbaal van de rechtbank. Dat partijen gezamenlijk een andere of meer gedetailleerde opdracht hebben gegeven aan de gerechtsdeurwaarders is niet gebleken.
4.8 Een deel van de klacht van klager ziet er tot slot op dat het proces-verbaal van constatering ruimte laat voor de buurman om de huidige situatie (in de toekomst) te wijzigingen ten nadele van klager. De kamer merk ten aanzien van dit deel op dat een proces-verbaal van constatering dit per definitie niet kan tegengaan. Het moment van constateren is en blijft immers een momentopname.
4.9 Het is duidelijk dat de verwachtingen van klager niet zijn vervuld en dat is teleurstellend voor klager. Maar dit betekent niet dat het gerechtsdeurwaarder sub 2 aan de nodige expertise ontbrak. Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft, zoals van een goed handelend gerechtsdeurwaarder verwacht mag worden, uitvoering gegeven aan zijn opdracht zoals opgenomen in het proces-verbaal van de rechtbank. Niets wijst erop dat dit niet naar eer en geweten is gedaan. Dit klachtonderdeel stuit hier dan ook op af.
Klachtafhandeling
4.10 Ten aanzien van de wijze van afdoening van de klacht door de gerechtsdeurwaarders moet worden opgemerkt dat klager onder zijn e-mail van 1 augustus 2023 heeft vermeld dat het een formele klacht is. Op 17 augustus 2023 heeft klager weliswaar een korte reactie ontvangen, maar pas op 29 augustus 2023 is ontvangst van de formele klacht pas als zodanig bevestigd aan klager. Vervolgens heeft het tot op 2 oktober 2023 moeten duren voordat er een ‘formele’ afdoening van de klacht kwam. Daarbij werd met een enkele zin gerefereerd aan de inhoud van de reactie van 17 augustus 2023. Bij de behandeling van de klacht zijn beide gerechtsdeurwaarders betrokken geweest.
4.11 Het moge duidelijk zijn dat beantwoording van de klacht op 17 augustus 2023 buiten een redelijke termijn van 14 dagen is gebeurd. Nadat de klacht het formele traject ingegaan is op 29 augustus 2023, hebben de gerechtsdeurwaarders opnieuw de redelijk termijn overschreden door pas op 2 oktober 2023 uitsluitsel te geven op de klacht. Daarmee heeft het feitelijk twee maanden geduurd voordat de klacht van klager is afgehandeld, waarbij de wijze – vooral in combinatie met de duur en gevoeligheid van het dossier – niet in lijn is met hetgeen een goed gerechtsdeurwaarder betaamt. Dat de klacht wordt afgedaan door met een enkele zin te refereren aan de inhoud van de reactie van 17 augustus 2023 acht de kamer ondermaats.
Maatregel en kostenveroordeling
4.12 De kamer verklaart de klacht, gelet op het voorgaande, gedeeltelijk gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. Bij die stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarders te veroordelen in de kosten van de procedure. Omdat de klacht (gedeeltelijk) gegrond is, dienen de gerechtsdeurwaarders wel aan klaagster het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klaagster gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
4.13 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht (gedeeltelijk) gegrond;
- legt gerechtsdeurwaarder sub 1 en sub 2 de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarders hoofdelijk, tot betaling van de proceskosten van klager, begroot op € 50 te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden;
- bepaalt dat de gerechtsdeurwaarders hoofdelijk aan klager het betaalde griffierecht ad € 50 vergoeden, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. J.H.J. Evers en M.J.C. van Leeuwen, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.