ECLI:NL:TGDKG:2025:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749596 / DW RK 24/166 EV/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:67
Datum uitspraak: 27-06-2025
Datum publicatie: 29-07-2025
Zaaknummer(s): C/13/749596 / DW RK 24/166 EV/RH
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klager heeft vele malen verzocht om een overzicht van openstaande vorderingen. Hierop is niet adequaat gereageerd. De gerechtsdeurwaarder is niet op de hoogte van de betaling van een vordering, die door het kantoor werd geincasseerd. Terwijl klager in afwachting was van het overzicht van de openstaande schulden heeft de gerechtsdeurwaarder contact gelegd met de werkgever van klager teneinde loonbeslag te leggen. Maatregel van berisping opgelegd.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 27 juni 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/749596 / DW RK 24/166 EV/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..]t,

klager,

tegen:

[..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde,

gemachtigde: [..].

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 19 april 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 21 juni 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 2 mei 2025 waar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 27 juni 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

- bij e-mail van 1 december 2022 heeft klager de gerechtsdeurwaarder gevraagd om een overzicht van eventuele openstaande bedragen en verzocht om eventueel een regeling te treffen;

- bij e-mail van 8 december 2022 heeft klager desgevraagd nadere gegevens verstrekt en een voorstel tegen finale kwijting gedaan;

- bij e-mail van 30 december 2022 heeft klager zijn eerdere e-mail gerappelleerd;

- bij e-mail van 3 januari 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht om zijn voorstel te onderbouwen met bewijsstukken;

- hierop heeft klager bij e-mail van 3 januari 2023 nogmaals verzocht om een overzicht van de openstaande schuld;

- bij e-mail van 10 januari 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat hij een schuld bij de Rabobank heeft en hem verzocht om gegevens teneinde zijn voorstel tegen finale kwijting te kunnen beoordelen;

- hierop heeft klager op 10 januari 2023 telefonisch contact met de gerechtsdeurwaarder opgenomen en een beëindigingsovereenkomst van de Rabobank van 25 juli 2022 en twee betaaltransacties verzonden;

- bij e-mail van 2 februari 2023 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht om een bevestiging dat er geen schulden meer open staan;

- bij e-mail van 13 februari 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder nogmaals verzocht om gegevens inzake het verzoek om finale kwijting;

- klager heeft bij e-mail van 13 februari 2023 gereageerd;

- bij e-mail van 22 februari 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht om betaalbewijzen waaruit blijkt dat de vordering bij de Rabobank is voldaan;

- op 22 februari 2023 heeft klager een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend;

- op 3 maart 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder de werkgever van klager benaderd;

- op 7 maart 2023 is de klacht van klager gegrond verklaard en zijn er excuses aangeboden dat klager niet tijdig de bevestiging heeft ontvangen dat de schuld volledig was afbetaald;

- bij e-mail van 7 maart 2023 heeft klager verzocht om een overzicht van alle openstaande dossier en de status daarvan;

- bij e-mail van 7 maart 2023 is klager geïnformeerd dat er nog dossiers inzake Achmea Zorgverzekeringen N.V. en Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. openstaan;

- bij e-mail van 8 maart 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder excuses gemaakt voor het niet tijdig reageren op verzoeken van klager om een overzicht van de openstaande bedragen. Daarnaast is het voorstel van klager tegen finale kwijting afgewezen en is een tegenvoorstel gedaan van betaling van € 1.400.-;

- bij e-mail van 9 maart 2023 heeft klager bezwaar gemaakt tegen het voorgenomen loonbeslag en het aanschrijven van klagers werkgever;

- bij e-mail van 9 maart 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat de teammanager telefonisch contact met klager zal opnemen;

- op 20 maart 2023 heeft klager een bedrag van € 1.400,- overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder;

- bij e-mail van 21 maart 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder de betaling van klager bevestigd en klager geïnformeerd dat de dossiers zullen worden gesloten.

2. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder geen dossierkennis heeft, valse dan wel foutieve informatie geeft, druk zet door beslag te leggen in plaats van duidelijkheid te geven over wat er nog precies open staat, en onrechtmatig handelt.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 Gdw.

4.2 Uit de overgelegde producties volgt dat de gerechtsdeurwaarder een vordering van de Rabobank, een vordering van Achmea Zorgverzekeringen en een vordering van Zilveren Kruis op klager in behandeling heeft gehad.

4.3 Klager heeft op 1 december 2022, 8 december 2022, op 30 december 2022, op 3 januari 2023, op 2 februari 2023, op 13 februari 2023 en op 7 maart 2023 de gerechtsdeurwaarder verzocht hem te informeren over openstaande schulden. Pas op 7 maart 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd over twee openstaande schulden van Achmea Zorgverzekeringen en van Zilveren Kruis. Op grond hiervan stelt de kamer vast dat de gerechtsdeurwaarder klager te laat en te weinig heeft geïnformeerd over de openstaande schulden.

4.4 Daarbij komt dat de gerechtsdeurwaarder klager pas op 7 maart 2023 heeft geïnformeerd over de openstaande schulden, terwijl de gerechtsdeurwaarder al op 3 maart 2023 contact had opgenomen met de werkgever van klager in verband met een eventueel te leggen loonbeslag. De gerechtsdeurwaarder heeft gesteld dat het niet tuchtrechtelijk laakbaar is dat op 3 maart 2023 informatie bij de werkgever van klager is opgevraagd, nu er vonnis is gewezen en klager niet tot betaling van de vordering is overgegaan. Normaal gesproken zou dit inderdaad het geval zijn. In deze zaak ligt dat echter anders gelet op de hiervoor omschreven omstandigheden waarbij klager telkens om informatie vraagt en daar aanvankelijk geen (adequate) reactie op krijgt. De gerechtsdeurwaarder heeft pas op 8 maart 2023 adequaat gereageerd op het kwijtingsverzoek van klager van 8 december 2022 waarbij klager een tegenvoorstel van € 1.400,- heeft ontvangen. Voordat klager hierop kon reageren, had de gerechtsdeurwaarder al contact opgenomen met de werkgever van klager. De klacht hierover is dan ook terecht voorgesteld.

4.5 Op 10 januari 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder een e-mail aan klager gestuurd met als inhoud ‘u heeft voor de schuld aan Coöperatieve Rabobank U.A. een voorstel finale kwijting gedaan’. Na een telefoongesprek met een medewerker van Flanderijn heeft klager op 10 januari 2023 betaalbewijzen en de beëindigingsovereenkomst van 25 juli 2022 aan de gerechtsdeurwaarder gestuurd. Op 13 februari 2023 verzoekt de gerechtsdeurwaarder opnieuw om gegevens om het verzoek finale kwijting (inzake de vordering van de Rabobank) te kunnen beoordelen. Klager stelt daar op 13 februari 2023 tegenover dat hij de betaalbewijzen op 10 januari 2023 heeft gestuurd en dat van een verzoek finale kwijting in die vordering geen sprake kan zijn aangezien hij die vordering heeft afbetaald. Op 22 februari 2023 vraagt de gerechtsdeurwaarder per e-mail weer om betaalbewijzen waaruit zou blijken dat de vordering daadwerkelijk is betaald. De kamer stelt op grond van de stukken vast dat ook hier zaken fout zijn gegaan. Afgezien van het feit dat de betaalbewijzen niet aan het dossier zijn gekoppeld, wekt het bevreemding dat de gerechtsdeurwaarder niet op de hoogte is dat een vordering die bij hem in behandeling is, is voldaan.

4.6 Uit de stukken blijkt dat de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 7 maart 2023 klager excuses heeft aangeboden vanwege het niet reageren op de mailberichten van klager van 3 januari 2023 en 3 februari 2023. Vervolgens is op 8 maart 2023 aan klager excuses aangeboden voor het feit dat hij lang op het gevraagde overzicht van de openstaande schulden heeft moeten wachten en op het niet reageren op het kwijtingsvoorstel. Ofschoon het de gerechtsdeurwaarder siert dat er excuses zijn gemaakt richting klager, neemt dat echter niet weg dat van de zijde van de gerechtsdeurwaarder meerdere keren niet of niet adequaat is gereageerd op de verzoeken van klager. Om die reden volstaat de kamer niet met een waarschuwing, maar zal zij de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opleggen.

4.7 De kamer zal de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a, lid 1 onder a en b, Gdw jo de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882) tevens veroordelen in de proceskosten. Voor klager worden die begroot op het forfaitaire bedrag van € 50,-. Voor de procedure worden de kosten begroot op het forfaitaire bedrag van € 1.500,-.

4.8 Op grond van artikel 37, lid 7, Gdw bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht vergoedt.

4.9 Op grond van voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, te begroten op € 50,-, te betalen na onherroepelijk worden van deze uitspraak;
  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht ad

€ 50,- vergoedt, na onherroepelijk worden van deze uitspraak;

  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer, te begroten op € 1.500,-, te betalen aan het LDCR op de wijze en binnen de termijn als door het LDCR aan de gerechtsdeurwaarder wordt meegedeeld, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. A.E.de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M.C.M. Hamer en mr. H.A. Roos, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.