ECLI:NL:TGDKG:2025:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748917 / DW RK 24/147 EV/RH
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:66 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-06-2025 |
| Datum publicatie: | 29-07-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/748917 / DW RK 24/147 EV/RH |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De gerechtsdeurwaarder heeft zich naar het oordeel van de kamer voldoende ingespannen de vordering van klager te innen. Zo heeft de gerechtsdeurwaarder een onderzoek ingesteld naar een beslag op het inkomen, de inboedel, bankbeslag en een beslag op voertuigen. Helaas heeft een en ander niets opgeleverd. De door klager gewenste executiemaatregelen en betalingsregelingen maken dat, hoe frustrerend ook voor klager, niet anders. Klager miskent dat de debiteuren zich kennelijk onder de radar bewegen en er daarmee voor zorgen dat verhaal zeer beperkt mogelijk is. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 27 juni 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/748917 / DW RK 24/147 EV/RH ingesteld door:
[..],
wonende te [..],
klager,
tegen:
[..],
gedefungeerd gerechtsdeurwaarder te [..],
beklaagde.
Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 8 april 2024, aangevuld op 13 september 2024 en 16 april 2025 heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 15 mei 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.
De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 2 mei 2025 waar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 27 juni 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- de gerechtsdeurwaarder heeft bij e-mail van 22 november 2022 opdracht van advocaat mr. [..] gekregen om conservatoir beslag ten laste van [..] (hierna: [..]) en [..](hierna: [..]) te leggen onder de ING Bank N.V., op de roerende zaken en op naam van [..] en [..] staande motorvoertuigen;
- hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 23 november 2022 aangegeven geen beslag op de inboedel te leggen, omdat de kosten hiervan niet zullen opwegen tegen de opbrengsten. Met klager en mr. [..] is afgesproken dat beslag onder drie banken zal worden gelegd, zoals in het verlof is verzocht, omdat de gerechtsdeurwaarder niet op de hoogte is van een bankrekening van [..];
- bij e-mail van 23 november 2022 heeft mr. [..] akkoord gegeven voor het leggen van de bankbeslagen;
- op 25 november 2022 is getracht conservatoir beslag op roerende zaken te leggen. Omdat er geen bovenmatige inboedel in de betreffende woning aanwezig was en [..] heeft aangegeven bereid te zijn een betalingsregeling te treffen, is er geen conservatoir beslag gelegd;
- bij e-mail van 5 mei 2023 heeft mr. [..] de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat [..] en [..] geen gevolg hebben gegeven aan het betalingsverzoek van mr. [..], dat klager zich wenst te verhalen op alle vermogensbestanddelen van [..] en [..] en dat klager vooraf wil worden geïnformeerd over de executiemaatregelen;
- bij e-mail van 11 mei 2023 heeft [..] een betalingsregeling van € 150,- per maand voorgesteld. Dit verzoek is afgewezen;
- bij e-mail van 12 mei 2023 heeft [..] een betalingsregeling van maximaal € 250,- per maand voorgesteld. Hiermee is klager akkoord gegaan voor de duur van zes maanden;
- bij e-mail van 12 mei 2023 is klager geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de mogelijke executiemaatregelen;
- bij e-mail van 14 december 2023 heeft klager verzocht om de stand van zaken, nadat klager in november 2023 telefonisch had aangegeven niet meer akkoord te gaan met de betalingsregeling van € 250,- per maand vanaf
1 december 2023. Hierop is bij e-mail van 15 december 2023 gereageerd;
- bij e-mails van 15 december 2023 heeft klager op de e-mail van de gerechtsdeurwaarder van diezelfde dag gereageerd en voorgesteld om op kantoor langs te komen om een en ander face to face goed kort te sluiten;
- bij e-mail van 2 februari 2024 is aan klager verzocht of hij opnieuw akkoord kan gaan met een tijdelijke betalingsregeling van € 250,- per maand dan wel een bedrag tegen finale kwijting;
- bij e-mail van 7 februari 2024 heeft klager zich beklaagd over het verloop van zijn dossier en tevens een betalingsregeling van minimaal € 500,- per maand voorgesteld dan wel betaling van € 32.500,- tegen finale kwijting;
- bij e-mails van 26 februari 2024 en 1 maart 2024 heeft klager gevraagd naar de status van zijn dossier;
- bij e-mail van 5 maart 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager medegedeeld dat de verhaalmogelijkheden niet zijn veranderd en dat [..] te kennen heeft gegeven de betalingsregeling van € 250,- per maand weer op te willen pakken. De gerechtsdeurwaarder heeft voorgesteld deze regeling voor zes maanden te bevestigen en daarna opnieuw te bezien of verbetering mogelijk is;
- bij e-mail van 6 maart 2024 heeft klager een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend. Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij
e-mail van 14 maart 2024 gereageerd;
- bij e-mail van 17 maart 2024 heeft klager op de e-mail van de gerechtsdeurwaarder van 14 maart 2024 gereageerd en een betalingsregeling van € 500,- per maand voorgesteld vanaf 1 april 2024;
- bij e-mail van 18 maart 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager nogmaals medegedeeld dat er geen verhaalsmogelijkheden zijn en dat de gerechtsdeurwaarder kan proberen een betalingsregeling te treffen en vragen om voldoende bewijs om de regeling vast te stellen;
- hierop heeft klager bij e-mail van 18 maart 2024 gereageerd.
2. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:
a: klager beticht van bedreiging en beschuldiging;
b: geld achterhoudt op zijn derdenrekening, zonder opgaaf van reden of enig overleg;
c: niet reageert op vragen van klager;
d: klager volledig doodzwijgt op de e-mail;
e: klakkeloos voor waarheid aanneemt wat de schuldenaar hem vertelt, zonder enige vorm van controle daarop;
f: inhoudelijk totaal niet op de hoogte is van het dossier;
g: zijn werk niet naar tevredenheid van klager uitvoert en vervolgens zegt dat klager vrij is om een ander kantoor te zoeken terwijl klager al een bedrag van ongeveer
€ 3.400,- aan het kantoor heeft betaald zonder enig resultaat;
h: bij teveel banken beslag heeft gelegd zonder eerst te informeren of de schuldenaar bankiert bij de betreffende bank;
i: klager totaal niet op de hoogte houdt met betrekking tot de gang van zaken en klager helemaal niet weet wat de status van zijn zaak is.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Dit criterium geldt ook wanneer de gerechtsdeurwaarder is ontzet uit zijn functie en dus niet meer functioneert als gerechtsdeurwaarder. Ter beoordeling staat of sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 Klager heeft zijn klacht ook gericht tegen [..], maar zij is blijkens het register van gerechtsdeurwaarders geen (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder. De in aanhef genoemde gerechtsdeurwaarder wordt daarom als enige beklaagde aangemerkt.
4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder in zijn e-mail van 14 maart 2024 het volgende heeft vermeld: “A.: u heeft de wederpartij op 19 december 2023 aangeklampt en naar zeggen van de heer [..] bedreigd bij zijn oliebollenkraam.” Uit deze zinsnede blijkt niet dat de gerechtsdeurwaarder de stelling van [..] voor waarheid aanneemt. Het is slechts een weergave van hetgeen [..] stelt. De stelling van klager dat hij door de gerechtsdeurwaarder wordt beticht van bedreiging blijkt hier niet uit.
4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder klager bij e-mail van 2 februari 2024 heeft geïnformeerd naar ontvangen betalingen en incassokosten die in mindering zijn gebracht. Ook is aangegeven dat de gerechtsdeurwaarder nog een bedrag van € 100,- onder zich heeft. Dit bedrag moet echter worden gecorrigeerd en bedraagt € 137,50. Klager heeft (op dat moment) nog recht op uitbetaling van dit bedrag. Het is de kamer niet gebleken dat de gerechtsdeurwaarder dit bedrag heeft achtergehouden. Weliswaar had hij klager een nadere uitleg moeten geven, maar van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.
4.5 Ten aanzien van klachtonderdelen c en d overweegt de kamer het volgende. Klager heeft geen reactie gekregen op zijn e-mail van 15 december 2023 waarin hij heeft voorgesteld om op kantoor langs te komen om een en ander face to face kort te sluiten. Uit de overgelegde producties blijkt dat klager op 19 december 2023 met het kantoor heeft gebeld en uiteindelijk is doorverbonden met de gerechtsdeurwaarder. Klager stelt dat is aangegeven dat hij 21 of uiterlijk 22 december 2023 teruggebeld zou worden, wat niet zou zijn gebeurd. Ook heeft de gerechtsdeurwaarder pas op
5 maart 2024 op de e-mail van klager van 7 februari 2024 gereageerd, na rappellen van klager op 26 februari 2024 en 1 maart 2024. De kamer overweegt dat uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder in de meeste gevallen binnen een redelijke termijn op de uitvoerige e-mails van klager inhoudelijk heeft gereageerd. Klager heeft zijn standpunt steeds herhaald waardoor sprake was van een herhaling van zetten. Het valt de gerechtsdeurwaarder daarom niet te verwijten dat hij in de loop van de tijd wellicht wat minder adequaat heeft gereageerd op de repeterende verzoeken van de zijde van klager.
4.6 Ten aanzien van klachtonderdelen e, f en g wordt overwogen dat niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet op de hoogte is van het dossier van klager. De gerechtsdeurwaarder heeft zich naar het oordeel van de kamer voldoende ingespannen de vordering van klager te innen. Zo heeft de gerechtsdeurwaarder een onderzoek ingesteld naar een beslag op het inkomen, de inboedel, bankbeslag en een beslag op voertuigen. Helaas heeft een en ander niets opgeleverd. De door klager gewenste executiemaatregelen en betalingsregelingen maken dat, hoe frustrerend ook voor klager, niet anders. Klager miskent dat de debiteuren zich kennelijk onder de radar bewegen en er daarmee voor zorgen dat verhaal zeer beperkt mogelijk is. Een tuchtrechtelijk verwijt kan de gerechtsdeurwaarder op deze klachtonderdelen niet gemaakt worden. Indien klager van oordeel is dat de kosten die de gerechtsdeurwaarder heeft berekend te hoog zijn, dan dient hij zich te wenden tot de civiele rechter, nu de kamer niet bevoegd is daarover te oordelen.
4.7 Ten aanzien van klachtonderdeel h wordt overwogen dat uit de overgelegde producties blijkt dat (de advocaat van) klager bij e-mail van 23 november 2022 akkoord is gegaan met het voorstel van de gerechtsdeurwaarder om beslag te leggen onder meerdere banken. Dit klachtonderdeel stuit hierop af.
4.8 Ten aanzien van klachtonderdeel i overweegt de voorzitter dat uit de overgelegde producties blijkt dat klager meermalen op de hoogte is gebracht van de executiemogelijkheden in het dossier. Klager is voldoende op de hoogte gehouden van de voortgang in het dossier.
4.9 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kamer voor gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M.C.M. Hamer en mr. H.A. Roos, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.