ECLI:NL:TGDKG:2025:23 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/744595 / DW RK 24/11 EV/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:23
Datum uitspraak: 28-03-2025
Datum publicatie: 02-04-2025
Zaaknummer(s): C/13/744595 / DW RK 24/11 EV/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat er niet gereageerd is op brieven en dat haar niet bekend wordt gemaakt wie haar schuldeiser is. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet tegen die beslissing wordt ongegrond verklaard.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 28 maart 2025 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 19 december 2023 met zaaknummer C/13/736565 / DW RK 23/249 MK/WdJ en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/744595 / DW RK 24/11 EV/SM ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klaagster,

gemachtigde: [ ],

tegen:

1. [ ],

2. [ ],

3. [ ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarders te [ ],

4. [ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagden,

gemachtigde: [ ].

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 12 juli 2023, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, ingekomen op 18 augustus 2023, hebben de gerechtsdeurwaarders op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 19 december 2023 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klaagster is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van 21 december 2023. Bij brief, ingekomen op 2 januari 2024, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De gemachtigde van klaagster heeft schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te kunnen verschijnen, maar heeft op 6 februari 2025 daartoe een aanvulling op het verzet toegezonden. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 7 februari 2025 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder telefonisch is gehoord. De uitspraak is bepaald op 21 maart 2025, maar vervolgens aangehouden tot heden.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klaagster heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • De gerechtsdeurwaarders zijn belast met een op 5 december 2022 uitgevaardigd dwangbevel van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) ten laste van klaagster.
  • Nadat betaling ondanks meerdere verzoeken hiertoe was uitgebleven, heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 het dwangbevel van 5 december 2022 bij exploot van 13 januari 2023 aan klaagster betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
  • Op 5 juni 2023 heeft gerechtsdeurwaarder sub 3 beslag op de auto van klaagster gelegd.

4. De oorspronkelijke klacht

Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat:

  1. zij geen antwoord krijgt op vragen en er nooit inhoudelijk op haar brieven wordt gereageerd;
  2. vexatoir beslag door collega’s van gerechtsdeurwaarder sub 1 is gelegd op haar auto zonder machtiging maanden nadat gerechtsdeurwaarder sub 1 “in gebreke en daarna in verzuim is gesteld”;
  3. zij geen antwoord krijgt op de vraag wie de schuldeiser is, maar slechts wordt volstaan met het benoemen van het CJIB zonder het noemen van een naam of tonen van een natte handtekening.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.1 Gerechtsdeurwaarders (waaronder mede wordt begrepen waarnemend gerechts deur waar ders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaar ders en degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding) zijn ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechts deur waar der, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 De voorzitter overweegt dat uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarders steeds op brieven van klaagster hebben gereageerd en dat voldoende duidelijk blijkt wie de schuldeiser is en wat de gevolgen zijn als klaagster de vordering niet voldoet. De voorzitter overweegt verder dat een gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 11 van de Gerechtsdeurwaarderswet in beginsel verplicht is om ambtshandelingen, waartoe hij bevoegd is, te verrichten indien hierom wordt verzocht. De gerechtsdeurwaarders hebben dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het ten laste van klaagster uitgevaardigde dwangbevel van 5 december 2022 te betekenen en ten uitvoer te leggen. De door klaagster aangevoerde standpunten geven geen aanleiding om enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarders vast te stellen.

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

6. De gronden van het verzet

In verzet heeft klaagster – naar de kamer begrijpt – samengevat aangevoerd dat:

  1. de gerechtsdeurwaarders nergens op hebben gereageerd in hun informatieplicht;
  2. niet op de door klaagster verstuurde juridische verklaring én vordering is gereageerd en dit alsnog beoordeeld moet worden;
  3. de voorzitter geoordeeld heeft dat de gerechtsdeurwaarders de klacht gemotiveerd hebben weersproken, maar het is klaagster onduidelijk welke gerechtsdeurwaarders dat zijn;
  4. het CJIB en [deurwaarderskantoor] een fictie zijn en dus geen rechtshandelingen kunnen verrichten;
  5. sprake is van een vexatoir beslag;
  6. het dwangbevel valselijk is opgemaakt;
  7. de schuldeiser onduidelijk is en de vordering geen formele rechtskracht heeft.

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 In de op 6 februari 2025 ingediende aanvulling op het verzet van klaagster heeft klaagster zich uitsluitend gericht tot de (leden van de) kamer om middels vragen nadere uitleg te verkrijgen over de voorzittersbeslissing van 19 december 2023. Het betreft meer algemene vragen ten aanzien van het wettelijk kader van de beoordeling van een klacht door de kamer alsmede vragen met betrekking tot de wettelijke positie van de gerechtsdeurwaarder. Ten aanzien van deze algemene vragen merkt de kamer op dat deze buiten de beoordeling van een klacht staan in de tuchtprocedure. Ten aanzien van de klachten in het verzetschrift onder b. en c. geldt dat deze niet zijn aangevoerd in de oorspronkelijke klacht. Gronden waarop de klacht tegen het handelen van een gerechtsdeurwaarder is gebaseerd, kunnen niet worden uitgebreid in verzet. De kamer zal derhalve aan deze klachten voorbij gaan.

7.2 Ten aanzien van het onder a, d, e, f en g in verzet aangevoerde overweegt de kamer dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de betreffende klachtonderdelen toekomt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet tegen die beslissing dient ongegrond te worden verklaard.

7.3 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart klaagster niet-ontvankelijk ten aanzien van het in verzet aangevoerde onder b. en c.;
  • verklaart het verzet voor het overige ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.