ECLI:NL:TGDKG:2025:132 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759953 / DW RK 24/403 EV/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:132
Datum uitspraak: 17-12-2025
Datum publicatie: 12-01-2026
Zaaknummer(s): C/13/759953 / DW RK 24/403 EV/RH
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Gebleken is dat er bij de registratie van de huwelijkse voorwaarden een fout is gemaakt; de registratie heeft niet plaatsgevonden op achternaam maar op voornaam. Deze fout kan de gerechtsdeurwaarder niet worden toegerekend. Naar het oordeel van de kamer kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat hij beslag heeft gelegd op goederen van de echtgenote van klager.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 17 december 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/759953 / DW RK 24/403 EV/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..],

klager,

tegen:

[..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde,

gemachtigde: [..].

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 20 november 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 12 februari 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2025 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 17 december 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           de gerechtsdeurwaarder heeft uit hoofde van een ten laste van klager gewezen vonnis, beslag gelegd op goederen van zijn echtgenote te weten onder de Rabobank, op haar aandeel in de onroerende zaak en onder haar werkgever;

-           partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, maar de huwelijksvoorwaarden zijn niet juist ingeschreven in het huwelijksgoederenregister,

-           nadat gebleken is van huwelijkse voorwaarden, zijn de beslagen opgeheven en is het ontvangen bedrag uit het bankbeslag aan de echtgenote van klager gerestitueerd.

2. De klacht

Klager beklaagt zich samengevat over het volgende.

a: Klagers handtekening is tijdens de rechtszaak vervalst, met als gevolg dat klager nu een groot bedrag moet betalen.

b: Klager heeft diverse keren een betalingsregeling voorgesteld, zonder dat daarop een reactie is gekomen.

c: De gerechtsdeurwaarder heeft gelogen dat klager in gemeenschap van goederen is getrouwd, terwijl al sinds 2016 bekend is dat klager op huwelijkse voorwaarden is getrouwd.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer allereerst dat zij dit aldus begrijpt dat klager bedoelt te klagen over de gang van zaken tijdens de rechtszaak.  De kamer is echter niet bevoegd daarover of over de inhoud van een vonnis te oordelen. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b wordt het volgende overwogen. Klager heeft gesteld dat hij meerdere malen een voorstel heeft gedaan om een betalingsregeling overeen te komen. De gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting gesteld dat hij in het dossier geen voorstellen met die strekking van klager heeft aangetroffen. Klager heeft evenmin bewijs overgelegd waaruit blijkt dat hij die voorstellen daadwerkelijk heeft gedaan. Nu klager zijn stelling niet heeft onderbouwd, kan niet worden vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft gereageerd op klagers voorstellen. Van klachtwaardig handelen is dan ook geen sprake.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de kamer als volgt. De gerechtsdeurwaarder heeft voorafgaand aan het leggen van beslag in het huwelijksgoederenregister geen registratie van huwelijkse voorwaarden aangetroffen. De gerechtsdeurwaarder mocht dus beslag leggen op goederen van de echtgenote van klager. Gebleken is dat er bij de registratie van de huwelijkse voorwaarden een fout is gemaakt; de registratie heeft niet plaatsgevonden op achternaam maar op voornaam. Deze fout kan de gerechtsdeurwaarder niet worden toegerekend. Naar het oordeel van de kamer kan de gerechtsdeurwaarder hierin niet worden verweten dat hij beslag heeft gelegd op goederen van de echtgenote van klager.

4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. S.J.W. van der Putten, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.