ECLI:NL:TGDKG:2025:130 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759050 / DW RK 24/384 EV/RH
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:130 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-12-2025 |
| Datum publicatie: | 12-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/759050 / DW RK 24/384 EV/RH |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | klagers stelling dat nu gebleken is dat het dossier in 2016 en 2018 onjuist is behandeld door de gerechtsdeurwaarder, kan niet worden beoordeeld. Dit betekent dat de klacht is ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft. Klagers klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 17 december 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/759050 / DW RK 24/384 EV/RH ingesteld door:
[..],
wonende te [..],
klager,
tegen:
[..],
voormalig gerechtsdeurwaarder te [..]
beklaagde,
gemachtigde: [..].
Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 17 oktober 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 16 december 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Klager heeft op 12 oktober 2025 nog een aanvulling op zijn klacht gestuurd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2025 alwaar klager, de gerechtsdeurwaarder en zijn gemachtigde zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 17 december 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
De gerechtsdeurwaarder is belast geweest met de executie van een ten laste van klager gewezen vonnis inzake huurachterstand.
2. De klacht
Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat - dat de gerechtsdeurwaarder bedragen heeft geïnd die niet juist waren. Het betreft een dossier over een huurachterstand dat vanaf 2016 heeft gespeeld. De gerechtsdeurwaarder heeft opdracht gegeven klager te laten ontruimen op 18 januari 2018 zonder toestemming van de rechter. Klager heeft achteraf in 2024 gelijk gekregen. Gebleken is dat er geen huurachterstand was. Dat betekent dat de gerechtsdeurwaarder het niet goed heeft gedaan.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 Op grond van het bepaalde in artikel 37 lid 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet wordt, indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft, de klacht door de kamer niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring blijft echter achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.
4.3 Klager klaagt over handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder in een periode van langer dan drie jaar geleden. Klager stelt dat hij in 2024 gelijk heeft gekregen. Waarschijnlijk doelt klager daarbij op een arrest van een gerechtshof. Klager heeft dit echter niet in het geding gebracht, zodat klagers stelling dat nu gebleken is dat het dossier in 2016 en 2018 onjuist is behandeld door de gerechtsdeurwaarder, wat daar ook van zij, niet kan worden beoordeeld. Dit betekent dat de klacht is ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft. Klagers klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
4.4 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kamer voor gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.