ECLI:NL:TGDKG:2025:128 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757569 / DW RK 24/350 EV/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:128
Datum uitspraak: 17-12-2025
Datum publicatie: 08-01-2026
Zaaknummer(s): C/13/757569 / DW RK 24/350 EV/RH
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Bij een ongeclausuleerde opdracht tot executie hoeft de gerechtsdeurwaarder niet te overleggen en heeft hij geen afzonderlijke opdracht nodig voor het leggen van beslag.De gerechtsdeurwaarder is door klager belast geweest met meerdere executiedossiers waarin kosten zijn gemaakt en een executieopbrengst is gerealiseerd. De opbrengst die aan klager toekwam, is door de gerechtsdeurwaarder verrekend met kosten in andere dossiers van dezelfde executant. Omdat alle dossiers betrekking hebben op dezelfde opdrachtgever/schuldeiser, is deze wijze van verrekening in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 17 december 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/757569 / DW RK 24/350 EV/RH ingesteld door:

[..],

gevestigd te [..],

gemachtigde: [..]

klager,

tegen:

[..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde,

gemachtigde: mr. [..].

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 24 september 2024, aangevuld op 3 en 4 oktober 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 28 november 2024, heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2025 alwaar de gemachtigde van klager, de gerechtsdeurwaarder en zijn gemachtigde zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 17 december 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

- de gerechtsdeurwaarder is door klager belast met de executie van meerdere ten gunste van klager gewezen vonnissen;

- bij e-mail van 1 augustus 2024 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht dossiernummer 23.17400 één jaar door te agenderen en voorlopig geen acties uit te voeren tot nadere berichtgeving;

- bij brief van 8 augustus 2024 is aan klager meegedeeld dat de schuldenaar failliet is verklaard en het dossier is gesloten. Klager is verzocht de gemaakte kosten te voldoen;

- bij e-mail van 16 augustus 2024 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de declaratie van 8 augustus 2024;

- op 4 oktober 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat twee openstaande facturen worden verrekend met de af te dragen opbrengst van de executie.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat – het volgende.

a. De gerechtsdeurwaarder heeft geen toestemming gevraagd voor de verrichte werkzaamheden.

b. De gerechtsdeurwaarder heeft onnodig kostenverhogende werkzaamheden verricht.

c. De gerechtsdeurwaarder heeft het dossier gesloten en bij de curatoren ingediend, zonder hiervoor toestemming aan klager te hebben gevraagd.

d. De gerechtsdeurwaarder heeft slecht, dan wel niet, met klager gecorrespondeerd.

e. De gerechtsdeurwaarder heeft de openstaande factuur verrekend met executieopbrengst van andere dossiers die bij het kantoor lopen.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer dat klager de gerechtsdeurwaarder niet de opdracht heeft gegeven om één of meer specifiek omschreven ambtshandelingen uit te voeren, maar om tot executie van diverse vonnissen over te gaan. Bij een ongeclausuleerde opdracht tot executie hoeft de gerechtsdeurwaarder niet te overleggen en heeft hij geen afzonderlijke opdracht nodig voor het leggen van beslag. Als klager dit wel had gewild, dan had zij dit van tevoren kenbaar moeten maken. Tijdens de executie heeft klager geen contact opgenomen met de gerechtsdeurwaarder om de opdracht te wijzigen of bij te sturen. De genomen maatregelen werden vermeld in het portaal van de gerechtsdeurwaarder, zodat klager daarvan op de hoogte kon zijn. Dat het portaal niet toegankelijk voor klager was, lag aan het kantoor van klager en kan de gerechtsdeurwaarder niet worden tegengeworpen. Voor het standpunt van klager dat de gerechtsdeurwaarder ‘klakkeloos’ zou hebben gehandeld of ambtshandelingen ‘lukraak’ zou hebben uitgevoerd, ziet de kamer geen aanknopingspunten. Dit klachtonderdeel dient daarom als ongegrond te worden afgewezen.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer dat het tuchtrecht niet bedoeld is om geschillen met betrekking tot kosten te beslechten. Dat kan anders zijn bij excessen, maar daar is niet van gebleken. Dit klachtonderdeel dient daarom als ongegrond te worden afgewezen.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de kamer dat uit het verweerschrift blijkt dat de betreffende schuldenaar op 16 juli 2024 failliet is verklaard. De gerechtsdeurwaarder heeft in het verweerschrift erkend dat de vordering zonder toestemming van [..] bij de curatoren is ingediend. Dit is als een extra service gedaan. De kamer overweegt dat klager hierdoor niet in zijn belangen is geschaad, nu [..] de vordering anders zelf bij de curator had moeten indienen. Dat klager daarbij een toelichting had willen geven, maakt dit niet anders nu hij dit alsnog had kunnen doen. De gerechtsdeurwaarder heeft vervolgens het dossier gesloten omdat de executie door het faillissement gestaakt is. Een tuchtrechtelijk verwijt kan de gerechtsdeurwaarder op dit klachtonderdeel niet worden gemaakt.

4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel d overweegt de kamer dat deze niet nader door klager onderbouwde stelling onvoldoende is om tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder vast te stellen.

4.6 Ten aanzien van klachtonderdeel e wordt het volgende overwogen. De gerechtsdeurwaarder is door klager belast geweest met meerdere executiedossiers waarin kosten zijn gemaakt en een executieopbrengst is gerealiseerd. De opbrengst die aan klager toekwam, is door de gerechtsdeurwaarder verrekend met kosten in andere dossiers van dezelfde executant. Omdat alle dossiers betrekking hebben op dezelfde opdrachtgever/schuldeiser, is deze wijze van verrekening in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Naar het oordeel van de kamer heeft de gerechtsdeurwaarder dus niet klachtwaardig gehandeld.

4.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. S.J.W. van der Putten, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.