ECLI:NL:TGDKG:2025:127 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771797 / DW RK 25/228

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:127
Datum uitspraak: 19-12-2025
Datum publicatie: 08-01-2026
Zaaknummer(s): C/13/771797 / DW RK 25/228
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Het wegslepen van het voertuig van klager, nadat dit voertuig was opgespoord door een scanauto van een ander gerechtsdeurwaarderskantoor is niet tuchtrechtelijk laakbaar.

Beslissing van 19 december 2025 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 24 juni 2025 met zaaknummer C/13/766524 / DW RK 25/95 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/771797 / DW RK 25/228 HE/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..],

klager,

tegen:

[..],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde,

gemachtigde: [..].

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 20 maart 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (een medewerker van het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 23 mei 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 24 juni 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Aan klager is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van diezelfde datum. Bij e-mail, ingekomen op 27 juni 2025, aangevuld op 2 november 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 7 november 2025 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 19 december 2025.

1. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

- de gerechtsdeurwaarder is belast met een vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 14 november 2018, waarbij klager is veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag;

- bij exploot van 28 december 2018 is het vonnis van 14 november 2018 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen;

- op 5 juli 2022 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal beslag gelegd op meerdere motorvoertuigen van klager;

- bij e-mail van 10 februari 2025 heeft klager verzocht om een overzicht en toelichting van alle in rekening gebrachte de kosten en rente en tevens een overzicht van de door klager verrichte betalingen;

- hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 19 februari 2025 een specificatie van de kosten en betalingen, een berekening van de rente en de opbouw van de hoofdsom aan klager verstrekt. Tevens is gemotiveerd dat er geen aanleiding is om de kosten te herzien;

- op 19 maart 2025 heeft een collega-gerechtsdeurwaarder een in beslag genomen auto van klager in bewaring genomen;

- bij e-mail van 20 maart 2025 heeft klager nadere vragen gesteld;

- hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 21 maart 2025 een overzicht verstrekt hoe de vordering is opgebouwd;

- op 22 maart 2025 heeft klager de openstaande vordering voldaan en is de auto van klager vrijgegeven en opgehaald door klager.

3. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich samengevat over het volgende:

a: Er is op 19 maart 2025 beslag gelegd op zijn voertuig, zonder dat is gereageerd op het formele bezwaar van klager van 10 februari 2025.

b: De beslaglegging is uitgevoerd door een persoon die zich identificeerde als een medewerker van [..], terwijl de officiële documenten van [..] afkomstig waren.

c: De gerechtsdeurwaarder weigert bewijs te leveren van een vonnis of andere geldige executoriale titel.

d: De gerechtsdeurwaarder maakt misbruik van haar bevoegdheid door haar dreiging om het voertuig van klager te verkopen, terwijl het bezwaar van klager nog loopt.

4. De beslissing van de voorzitter

4.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen medewerkers van een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdelen a, c en d stelt de voorzitter voorop dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust indien hem wordt verzocht een titel ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis van 14 november 2018 te executeren. Uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder steeds op berichten van klager heeft gereageerd en stukken heeft toegezonden. Dat klager niet de gewenste antwoorden heeft gekregen maakt niet dat er geen nadere executiemaatregelen mochten worden getroffen. Indien klager het met de tenuitvoerlegging van de titels niet eens is dient hij een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het tuchtrecht is daarvoor niet de geëigende weg. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is op deze klachtonderdelen niet gebleken.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de voorzitter dat het kantoor van de gerechtsdeurwaarde ([..]) het dossier van klager in behandeling heeft. De gerechtsdeurwaarder heeft [..]., om logistieke redenen, opdracht gegeven om de voertuigen van klager op te sporen en waar nodig in bewaring te geven voor de verkoop ervan. Dit is de reden dat er een gerechtsdeurwaarder van het kantoor van [..] met documenten van [..] zich bij klager heeft gemeld. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen op dit klachtonderdeel.

4.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

5. De gronden van het verzet

In verzet heeft klager het volgende aangevoerd.

5.1 Klager heeft de gerechtsdeurwaarder verzocht om een volledige specificatie van de kosten. Hij heeft op 10 februari 2025 bezwaar ingediend. Hierop is niet gereageerd voordat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd op klagers voertuig. Executie terwijl inhoudelijke bezwaren nog openstaan is in strijd met artikel 3:13 BW.

5.2 De beslaglegging werd uitgevoerd door een medewerker van [..]. Er werd geen enkel document overhandigd, pas enkele dagen later kreeg hij stukken van [..].

5.3 tijdens een telefoongesprek werd meegedeeld dat een scanauto van [..] klagers auto had gesignaleerd, een verklaring die klager aantoonbaar ongeloofwaardig vindt.

5.4 Na het indienen van de klacht heeft klager € 89,61 terug ontvangen, waarmee feitelijk werd erkend dat de kostenopbouw niet juist was.

5.5 Aan klager is aangeboden dat hij €50 zou ontvangen indien hij zijn klacht zou intrekken. Dit is ongepast en ondermijnt het onafhankelijke karakter van de tuchtrechtprocedure.

5.6 Er bestond onduidelijkheid over de hoogte van de hoofdsom, dit terwijl dat bedrag uitgangspunt is voor de berekening van de rente, kosten en executie.

5.7 De verhoging van de oorspronkelijke schuld tot meer dat € 2.200 is disproportioneel en wordt door niets onderbouwd.

5.8 Er is sprake van schending van artikel 443 van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Bij beslaglegging op roerende zaken dient de gerechtsdeurwaarder zich te legitimeren en een exploot te betekenen. Klager heeft geen stukken ter plaatse gekregen, hij wist niet of de beslaglegger bevoegd was, hem werd pas achteraf duidelijk dat [..] de opdrachtgever was en ontving hij achteraf pas stukken per post. De voorzitter heeft dit punt ten onrechte gebagatelliseerd als een logistieke kwestie.

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

6.1 Voor zover klager nieuwe klachten in verzet heeft aangevoerd kan hij daarin niet worden ontvangen. Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam dient de kamer bij de behandeling van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter de oorspronkelijke klacht te toetsen. Dit betekent dat in verzet de oorspronkelijke klacht niet met nieuwe klachten kan worden aangevuld. Klager kan niet worden ontvangen in zijn klachten als vermeld onder 5.4, 5.5, 5.6 en 5.7.

6.2 . Ten aanzien van verzetgrond 5.1 wordt overwogen dat uit de stukken die de gerechtsdeurwaarder bij het verweerschrift heeft gevoegd blijkt dat de gerechtsdeurwaarder op 19 februari 2025 heeft gereageerd op klagers verzoek van

10 februari 2025 om een uitgebreide specificatie.

6.3 Ten aanzien van verzetgronden 5.2, 5.3 en 5.8 heeft de gemachtigde ter zitting toegelicht dat [..] beschikt over een speciale scanauto waarmee inbeslaggenomen voertuigen kunnen worden opgespoord. [..] beschikt zelf niet over een scanauto. Verder heeft de gemachtigde ter zitting toegelicht dat [..] in een dergelijk geval wordt voorzien van relevante stukken uit het dossier, waaronder in ieder geval de executoriale titel. Ten onrechte gaat klager ervan uit dat op 19 maart 2025 zijn auto in beslag werd genomen. Dit beslag is al gelegd op 5 juli 2022, waarbij het beslag is gelegd op meerdere voertuigen van klager. Dit beslag is op 6 juli 2022 aan klager betekend. Op 19 maart 2025 heeft een gerechtsdeurwaarder een van de beslagen voertuigen in bewaring genomen. Artikel 443 Rv is niet van toepassing op de inbewaringgeving van 19 maart 2025.

6.4 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

6.5 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.K. Mireku en mr. A.W. Veth, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.