ECLI:NL:TGDKG:2025:124 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763908 / DW RK 25/38 HE/RH
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:124 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-09-2025 |
| Datum publicatie: | 06-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/763908 / DW RK 25/38 HE/RH |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De gerechtsdeurwaarder heeft berichten van schuldhulp verkeerd gelezen en daardoor niet beantwoord. In diezelfde periode zijn er ook berichten van klaagster ontvangen. De gerechtsdeurwaarder had met deze berichten de fout kunnen ontdekken, maar dat is niet gebeurd. Vervolgens is er beslag gelegd. Hoewel de gerechtsdeurwaarder verklaart dat dit beslag ook gelegd zou zijn als de berichten zouden zijn gelezen, past dit de gerechtsdeurwaarder niet en doet dit handelen richting klaagster en de schuldhulpverlener afbreuk aan het aanzien van het ambt. Maatregel van berisping opgelegd. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 19 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/763908 / DW RK 25/38 HE/RH ingesteld door:
[..],
wonende te [..],
klaagster,
tegen:
[..],
gerechtsdeurwaarder te [..],
beklaagde,
gemachtigde: [..].
Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 5 februari 2025, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 14 april 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.
De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025 alwaar klaagster en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 19 september 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- op 3 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klaagster meegedeeld niet akkoord te gaan met haar betalingsvoorstel;
- klaagster heeft bij e-mail van dezelfde dag aan de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat zij is aangemeld voor een schuldhulpverleningstraject en dat een medewerker contact zal opnemen met de gerechtsdeurwaarder;
- op 23 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster verzocht om bewijs van de aanmelding van het schuldhulptraject;
- bij brief van 12 november 2024 heeft de schuldhulpverlener van klaagster de gerechtsdeurwaarder meegedeeld een schuldregeling van klaagster in behandeling te hebben en heeft zij de gerechtsdeurwaarder verzocht om informatie met betrekking tot de openstaande vordering. Tevens is verzocht om eventuele invorderingsmaatregelen op te schorten;
- op 15 november 2024 is executoriaal derdenbeslag gelegd op het inkomen van klaagster;
- bij brief van 2 december 2024 heeft de schuldhulpverlening haar brief van
12 november 2024 gerappelleerd;
- op 11 december 2024 heeft klaagster meegedeeld dat haar schuldhulpverlener tweemaal de gerechtsdeurwaarder heeft bericht en dat klaagster het niet eens is met de beslagvrije voet;
- op 23 december 2024 heeft klaagster de gerechtsdeurwaarder voor informatie verwezen naar de schuldhulpverlener;
- op 6 januari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster verzocht om bewijsstukken omdat klaagster het niet eens is met de hoogte van de beslagvrije voet;
- op 6 januari 2025 heeft klaagster de gerechtsdeurwaarder weer medegedeeld dat zij in een schuldhulpverleningstraject zit en dat de gerechtsdeurwaarder contact moet opnemen met de schuldhulpverlener van de gemeente;
- op 9 januari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder meegedeeld geen bericht te hebben ontvangen van de contactpersoon van de schuldhulpverlening of bewijs dat klaagster is aangemeld;
- bij e-mail van 20 januari 2025 heeft de schuldhulpverlener zich beklaagd over de werkwijze van de gerechtsdeurwaarder en verzocht om tot een oplossing te komen;
- hierop zou de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 31 januari 2025 hebben gereageerd.
2. De klacht
Klaagster beklaagt zich er samengevat over het volgende.
a. Klaagster heeft in juli 2024 aan de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat zij in een schuldhulptraject gaat. Op 12 november 2024 en 2 december 2024 heeft mevrouw [..] van de schuldhulp contact opgenomen met [de gerechtsdeurwaarder]. Hierop is geen reactie gekomen. Op e-mails van klaagster is geantwoord dat schuldhulpverlening nooit contact met hen heeft opgenomen.
b. De gerechtsdeurwaarder heeft het beslag doorgezet. Er is geen rekening gehouden met het vrij te laten bedrag. De gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op te heffen en het te veel ingehouden bedrag terug te storten.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft in het verweerschrift de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft kandidaat gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 Vastgesteld moet worden dat de gerechtsdeurwaarder niet adequaat heeft gereageerd op correspondentie van de zijde van klaagster. In het verweerschrift heeft de gerechtsdeurwaarder verklaard dat de correspondentie van de zijde van de schuldhulpverlening ten onrechte niet is gelezen omdat het correspondentienummer van de schuldhulpverlening is verward met het correspondentienummer van de gerechtsdeurwaarder en daardoor onjuist is bestemd. De gerechtsdeurwaarder draagt hier de verantwoordelijkheid voor. Daar komt bij dat klaagster meerdere malen (op 3 juli 2024, 11 december, 23 december en 6 januari 2025) heeft meegedeeld dat zij in een schuldhulptraject zit en dat contact moet worden opgenomen met de schuldhulpverlening van gemeente [..], te weten mevrouw [..]. Deze berichten zijn wel juist bestemd en waren voor de gerechtsdeurwaarder een gelegenheid om de fout te ontdekken, wat niet is gebeurd. De klacht is terecht voorgesteld.
4.3 Het feit dat er beslag is gelegd is op zichzelf geen tuchtrechtelijk verwijt. Dat dit beslag is gelegd zonder enige reactie op de diverse voorgaande berichten van klaagster en de schuldhulpverlening past echter niet. De schuldhulpverlener heeft immers op 12 november 2024, dus voor het leggen van het beslag verzocht om mee te delen welke vorderingen de gerechtsdeurwaarder heeft op klaagster en verzocht eventuele invorderingsmaatregelen op te schorten. Dit is onderdeel van het eerste klachtonderdeel. Dit leidt ertoe dat de klacht terecht is voorgesteld. Met de gevolgen is in het opleggen van de maatregel rekening gehouden.
4.4 Het klachtonderdeel over de beslagvrije voet is niet gegrond. Bij het leggen van beslag heeft de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet vastgesteld. Hij gebruikt daarvoor de rekenmodule met de gegevens die van klaagster beschikbaar zijn. Bij de kennisgeving van het beslag heeft de gerechtsdeurwaarder een modelmededeling betekend, waarin staat welke gegevens zijn gebruikt, hoe klaagster de beslagvrije voet kan controleren en op welke wijze een verzoek gedaan kan worden om de beslagvrije voet opnieuw vast te stellen. De gerechtsdeurwaarder heeft overigens het teveel ontvangen bedrag gerestitueerd.
4.5 De kamer verklaart de klacht onder a) op grond van het hiervoor overwogene gegrond en legt de maatregel van berisping op.
Motivering op te leggen maatregel
4.6 De kamer legt de maatregel van berisping op. Er zijn berichten van schuldhulp verkeerd bestemd en daardoor niet beantwoord. In diezelfde periode zijn er ook berichten van klaagster ontvangen. De gerechtsdeurwaarder had met deze berichten de fout kunnen ontdekken, maar dat is niet gebeurd. Vervolgens is er beslag gelegd. Hoewel de gerechtsdeurwaarder verklaart dat dit beslag ook gelegd zou zijn als de berichten zouden zijn gelezen, past dit de gerechtsdeurwaarder niet en doet dit handelen richting klaagster en de schuldhulpverlener afbreuk aan het aanzien van het ambt.
4.7 De kamer zal de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a, lid 1 onder a en b, Gerechtsdeurwaarderswet jo de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882) tevens veroordelen in de proceskosten. Voor klaagster worden die begroot op het forfaitaire bedrag van
€ 50,-. Voor de procedure worden de kosten begroot op het forfaitaire bedrag van
€ 1.500,-.
4.8 Op grond van artikel 37, lid 7, Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht vergoedt.
4.9 Op grond van voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kamer voor gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht onder a) gegrond;
- legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klaagster, te begroten op € 50,-, te betalen na onherroepelijk worden van deze uitspraak;
- bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht ad
€ 50,- vergoedt, na onherroepelijk worden van deze uitspraak;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer, te begroten op € 1.500,-, te betalen aan het LDCR op de wijze en binnen de termijn als door het LDCR aan de gerechtsdeurwaarder wordt meegedeeld, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.