ECLI:NL:TGDKG:2025:123 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762250 / DW RK 25/4 HE/RH
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:123 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-09-2025 |
| Datum publicatie: | 06-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/762250 / DW RK 25/4 HE/RH |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klager heeft gesteld dat hij een maandelijks een specificatie van de openstaande schuld wenst te ontvangen. De gerechtsdeurwaarder is daartoe niet gehouden. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 19 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/762250 / DW RK 25/4 HE/RH ingesteld door:
[..],
wonende te [..],
klager,
tegen:
[..],
gerechtsdeurwaarder te [..],
beklaagde.
Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier, ingekomen op 6 januari 2025, aangevuld met bijlagen op 14 juli 2025 heeft klager een klacht ingediend tegen (een medewerker van het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 27 februari 2025 en aangevuld met bijlagen op 17 juli 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.
De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 19 september 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- de gerechtsdeurwaarder is belast met een vordering van [..] Hypotheken op klager;
- op 2 juli 2024 is met klager een betalingsregeling afgesproken;
- op 13 september 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder loonbeslag gelegd;
- naar aanleiding van het gelegde loonbeslag is op 3 oktober 2024 een afspraak gemaakt met de werkgever van klager over een vaste inhouding per maand van € 850,-, een lager bedrag dan het bedrag dat uit loonbeslag kon worden ontvangen;
- op 29 november 2024 is die regeling komen te vervallen vanwege een nieuw loonbeslag van een andere gerechtsdeurwaarder en is het meerdere boven de beslagvrije voet ingevorderd;
- bij brief van 28 januari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder een brief aan klager gestuurd;
- op 26 februari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd op een e-mail van klager van 23 februari 2025;
- op 7 maart 2024 heeft klager een vraag gesteld over de hoogte van de aflossing;
- op 7 en 11 maart 2025 heeft klager daarover uitleg gekregen;
- op 23 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder een nieuwe betalingsregeling vastgesteld en klager een overzicht gestuurd van de openstaande schuld;
- op 29 april 2025 heeft klager een aangepaste regeling ontvangen;
- op 1 mei 2025 heeft klager een specificatie van de openstaande schuld ontvangen;
- op 20 mei 2025 is aan klager meegedeeld dat hij een achterstand in de betalingsregeling heeft laten ontstaan;
- op 10 juni 2025 heeft klager een overzicht ontvangen van alle verwerkte bedragen in het dossier;
- op 24 juni 2025 heeft klager hierover een uitleg ontvangen;
- op 26 juni 2025 heeft klager een uitleg ontvangen over andere openstaande vorderingen;
- op 1 juli 2025 heeft klager een specificatie ontvangen van alle openstaande vorderingen en betalingen.
2. De klacht
Klager beklaagt zich samengevat over het volgende.
a: De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op zijn klacht betreffende de beslagvrije voet van 4 december 2024.
b: Klager krijgt geen tussentijds overzicht van welke bedragen nog openstaan.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen medewerkers van een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a wordt overwogen dat klager ter zitting heeft meegedeeld dat hij dit klachtonderdeel niet meer belangrijk vindt. Nu de klacht echter niet is ingetrokken zal toch een beoordeling plaatsvinden. Klager heeft gesteld dat niet is gereageerd op zijn klacht over de beslagvrije voet van 4 december 2024. Deze e-mail bevindt zich echter niet bij de stukken die door klager en de gerechtsdeurwaarder in het geding zijn gebracht, zodat niet kan worden vastgesteld wat de inhoud was, aan wie de e-mail was gericht en of daar tijdig op is geregeerd. Dit klachtonderdeel stuit daarop af.
4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b wordt het volgende overwogen. Klager heeft op 3 oktober 2024, 29 november 2024, 23 april 2025, 29 april 2025, 1 mei 2025, 20 mei 2025, 10 juni 2025, 26 juni 2025 en 1 juli 2025 specificaties ontvangen over de openstaande schuld. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder op verzoeken van klager om een overzicht van de openstaande schuld niet heeft gereageerd. Klager heeft ter zitting gesteld dat hij een maandelijks overzicht wenst te ontvangen. De gerechtsdeurwaarder is daartoe niet gehouden.
4.4 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kamer voor gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. S.N. Schippers en mr. S.J.W. van der Putten, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.