ECLI:NL:TGDKG:2025:122 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756127 / DW RK 24/316 HE/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:122
Datum uitspraak: 19-09-2025
Datum publicatie: 06-01-2026
Zaaknummer(s): C/13/756127 / DW RK 24/316 HE/RH
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld dat bij niet betaling het CJIB de politie opdracht kan geven tot gijzeling van klager en/of inbeslagname van klagers auto en rijbewijs. Deze maatregelen kunnen op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften worden genomen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager te wijzen op bovengenoemde maatregelen.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 19 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/756127 / DW RK 24/316 HE/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..],

klager,

gemachtigde: [..],

tegen:

[..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 30 augustus 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 1 oktober 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025 alwaar de gemachtigde van klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 19 september 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

- de gerechtsdeurwaarder is belast met de ten uitvoerlegging van een ten laste van klager op 11 september 2023 uitgevaardigd dwangbevel van het Centraal Justitieel Incassobureau;

- bij brieven van 14 en 20 september 2023 is klager verzocht tot betaling van het verschuldigde bedrag over te gaan;

- bij brief van 9 oktober 2023 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de brieven van 14 en 20 september 2023;

- bij exploot van 13 oktober 2023 is het dwangbevel van 11 september 2023 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen;

- bij brief van 18 oktober 2023 is klager gesommeerd het verschuldigde bedrag te voldoen teneinde beslaglegging op de inboedel van klager te voorkomen;

- bij brief van 9 november 2023 is klager verzocht contact met het gerechtsdeurwaarderskantoor op te nemen om alsnog een betalingsafspraak te kunnen maken;

- bij brief van 8 maart 2024 is klager gesommeerd het verschuldigde bedrag te voldoen waarbij is aangekondigd dat het CJIB anders opdracht tot gijzeling en/of beslaglegging op de auto van klager en inname van zijn rijbewijs kan geven;

- op 30 juli 2024 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder [..] B.V. ten laste van klager;

- bij exploot van 7 augustus 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder het proces-verbaal van het gelegde beslag aan klager betekend.

2. De klacht

Klager beklaagt zich samengevat over het volgende.

a: Klager woont in [..] en dat valt onder Midden-Nederland. De gerechtsdeurwaarder is gevestigd in [..] en valt onder district Noord -Holland. De gerechtsdeurwaarder werkt dus buiten zijn jurisdictie.

b: De gerechtsdeurwaarder heeft documenten in de brievenbus van klager achtergelaten en via de post gestuurd, maar hij heeft niet één keer documenten persoonlijk aan klager overhandigd.

c: De gerechtsdeurwaarder probeert geld van klager af te troggelen zonder in het bezit te zijn van juiste documenten.

d: Het kantoor van de gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd nu zij niet staat ingeschreven in de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening (WKI). Het kantoor is een bedrijf en dus kan de gerechtsdeurwaarder geen ambtshandelingen uitvoeren.

e: De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op een brief van klager, maar heeft al wel meerdere brieven met dwang en intimidatie aan klager verstuurd.

f: Iedere keer staat een andere handtekening onder de brieven van het gerechtsdeurwaarderskantoor en er worden geen naam en functie vermeld.

g: De gerechtsdeurwaarder heeft zonder vonnis loonbeslag gelegd.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 3, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet bevoegd is tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van heel Nederland. De gerechtsdeurwaarder was dus bevoegd de ambtshandelingen te verrichten.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b heeft de gerechtsdeurwaarder zich op het standpunt gesteld dat hij bij de betekening van het dwangbevel op 13 oktober 2023 heeft geconstateerd dat op het adres van klager een bord staat met onder andere: “Ambassade levende mens, verboden toegang.” De gerechtsdeurwaarder stelt dat hij ambtshalve door eerdere uitingen van klager ermee bekend was dat klager zou weigeren een exploot in ontvangst te nemen en de gerechtsdeurwaarder niet zou toestaan de tuin te betreden om het exploot in de brievenbus achter te laten. In extreme gevallen is het de gerechtsdeurwaarder toegestaan het exploot per post te laten bezorgen. De gerechtsdeurwaarder heeft in dit geval dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de exploten op de in artikel 47 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze aan klager te betekenen

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de voorzitter dat een gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 11 van de Gerechtsdeurwaarderswet verplicht is om ambtshandelingen, waartoe hij bevoegd is, te verrichten indien hierom wordt verzocht. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevel van 11 september 2023 ten uitvoer te leggen. Indien klager het met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel niet eens is, dient hij een executiegeschil tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder op te starten. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geëigende weg.

4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel d overweegt de voorzitter dat het gerechtsdeurwaarderskantoor en de gerechtsdeurwaarder staan ingeschreven in het register van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders. Reeds hierom is de gerechtsdeurwaarder bevoegd om ambtshandelingen te verrichten.

Inschrijving in het register Incassodienstverlening van Justis is daarvoor niet nodig.

4.6 Ten aanzien van klachtonderdeel e stelt de voorzitter voorop dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven en e-mailberichten met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten rond twee weken, beantwoordt. Uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft gereageerd op de brief van klager van 9 oktober 2023. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting gesteld dat de brief waarschijnlijk in het ongerede is geraakt doordat op 13 oktober 2023 het dwangbevel aan klager is betekend. Dit klachtonderdeel is door klager terecht voorgesteld.

4.7 Klager heeft tevens gesteld dat de gerechtsdeurwaarder brieven heeft verstuurd waaruit dwang en intimidatie blijkt. De gerechtsdeurwaarder heeft op 18 oktober 2023 meegedeeld dat bij niet betaling beslag kan worden gelegd op klagers inboedel en op 8 maart 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat bij niet betaling het CJIB de politie opdracht kan geven tot gijzeling van klager en/of inbeslagname van klagers auto en rijbewijs. Deze maatregelen kunnen op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften worden genomen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager te wijzen op bovengenoemde maatregelen.

4.8 Ten aanzien van klachtonderdeel f wordt overwogen dat de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt voor het feit dat brieven steeds door andere medewerkers worden ondertekend en geen naam en functie onder de betreffende brieven staan. Uit de brieven blijkt immers genoegzaam waar de vordering betrekking op heeft en van welk kantoor de brief afkomstig is.

4.9 Ten aanzien van klachtonderdeel g wordt overwogen dat de gerechtsdeurwaarder loonbeslag heeft gelegd op grond van het dwangbevel van het Centraal Justitieel Incassobureau. Dit dwangbevel is de executoriale titel op grond waarvan beslag kan worden gelegd.

4.10 De Kamer is van oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat de klachtonderdeel e gegrond is. Gelet op het feit dat de gerechtsdeurwaarder nadien meerdere brieven heeft verzonden aan klager waarop door klager niet is geregeerd en er door klager ook niet meer is verzocht om een reactie op de brief, zijn er geen termen aanwezig om tot het opleggen van een maatregel over te gaan.

4.11 Omdat de klacht deels gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

- verklaart het klachtonderdeel e gegrond;

- verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;

- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder tot betaling aan klager van het door hem betaalde griffierecht van € 50,00, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.