ECLI:NL:TGDKG:2025:121 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755596 / DW RK 24/299
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:121 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-09-2025 |
| Datum publicatie: | 06-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/755596 / DW RK 24/299 |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Vanwege het gezag dat een gerechtsdeurwaarder uitstraalt is het belangrijk dat als de gerechtsdeurwaarder een sommatie exploot stuurt in een fase waarin nog geen executoriale titel voorhanden is, hij duidelijk maakt dat de vordering betwist kan worden. Dit om te voorkomen dat de schuldenaar uit het optreden van de gerechtsdeurwaarder afleidt dat het niet een enkele aanspraak van een schuldeiser is, maar dat hij verplicht is de vordering te betalen. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 19 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/755596 / DW RK 24/299 ingesteld door:
[..],
wonende te [..],
klager,
gemachtigde: [..],
tegen:
[..],
gerechtsdeurwaarder te [..],
beklaagde.
Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 16 augustus 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 23 september 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.
De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025 alwaar de gemachtigde van klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 19 september 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- bij exploot van 1 juli 2024 is klager aangemaand tot betaling van een openstaande vordering over te gaan;
- bij brief van 1 augustus 2024 heeft klager een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend;
- hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 7 augustus 2024 gereageerd;
- bij e-mail van 8 augustus 2024 heeft de gemachtigde van klager zich op het standpunt gesteld dat niet is ingegaan op de ingediende klacht. Tevens verzoekt de gemachtigde van klager een afschrift van de
e-mailwisseling waar de gerechtsdeurwaarder naar verwijst;
- hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 8 augustus 2024 gereageerd;
- bij e-mail van 9 augustus 2024 heeft de gemachtigde van klager nogmaals verzocht om de correspondentie waar de gerechtsdeurwaarder naar verwijst;
- op 26 augustus 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de e-mailcorrespondentie aan de gemachtigde van klager gestuurd;
- op 5 september 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de gemachtigde van klager verzocht om klagers standpunt;
- op 23 september 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder gemachtigde van klager gerappelleerd en nog een laatste termijn van veertien dagen gegeven;
- op 7 oktober 2024 en 14 november 2024 heeft de gemachtigde van klager inhoudelijk gereageerd;
- op 14 november 2024 en 16 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder daarop zijn standpunt gegeven.
2. De klacht
Klager beklaagt zich samengevat over het volgende.
a: De gerechtsdeurwaarder heeft hem drie opties heeft gegeven: betalen, een betalingsregeling of gemotiveerd ontkennen. Hiermee tracht de gerechtsdeurwaarder informatie van klager te verkrijgen welke informatie tegen hem gebruikt kan worden.
b: De gerechtsdeurwaarder heeft klager steeds een reactietermijn van slechts twee dagen gegeven, hetgeen onjuist en intimiderend is.
c: De opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder wordt in vele incassoprocedures steeds weer beschuldigd van bedrog en oplichterij. Dit zou voor de gerechtsdeurwaarder reden moeten zijn om op enig moment aan te geven de opdrachtgever niet meer te willen vertegenwoordigen.
d: De gerechtsdeurwaarder reageert niet op het verzoek van (de gemachtigde van) klager om een kopie van alle correspondentie te verstrekken waaruit de schuld van klager blijkt.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer als volgt. Vanwege het gezag
dat een gerechtsdeurwaarder uitstraalt is het belangrijk dat als de gerechtsdeurwaarder
zoals in dit geval een sommatie exploot stuurt in een fase waarin nog geen executoriale
titel voorhanden is, hij duidelijk maakt dat de vordering betwist kan worden. Dit
om te voorkomen dat de schuldenaar uit het optreden van de gerechtsdeurwaarder afleidt
dat het niet een enkele aanspraak van een schuldeiser is, maar dat hij verplicht is
de vordering te betalen. Nu de gerechtsdeurwaarder klager onder meer de mogelijkheid
heeft gegeven de vordering te betwisten maakt dat de inhoud van het exploot van 1
juli 2024 niet tuchtrechtelijk laakbaar is. Het sommatie exploot is duidelijk geschreven.
Als er sprake is van een betwisting dan is het logisch dat de gerechtsdeurwaarder
de motivering van die betwisting opvraagt, zodat daarmee de vervolgstappen kunnen
worden afgewogen. Dat klager door in te gaan op de vordering informatie zou vrij
geven die tegen hem gebruikt kan worden, zoals de gemachtigde van klager heeft gesteld
maakt een en ander niet anders.
4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b wordt het volgende overwogen. In het exploot van 1 juli 2024 is bij de drie gegeven opties steeds een termijn van twee dagen gegeven. Er is geen tuchtrechtelijke norm die zich hiertegen verzet. Daarbij blijkt uit het exploot dat klager al eerder aanmaningen heeft ontvangen. Klager weet dus waar de vordering betrekking op heeft. Niet gezegd kan dan ook worden dat de gegeven termijn van twee dagen onjuist of intimiderend is. De gerechtsdeurwaarder heeft aangegeven dat de meeste debiteuren wel reageren binnen die termijn, maar indien een langere termijn nodig is daar gelegenheid voor wordt gegeven. Gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder klager meerdere malen uitstel heeft gegeven.
4.4 Ten aanzien van klachtonderdelen c en d wordt overwogen dat klager ter zitting heeft meegedeeld dat deze klachtonderdelen niet gehandhaafd worden. In het algemeen heeft de gerechtsdeurwaarder niet een tuchtrechtelijke verplichting om in de incassofase correspondentie over te leggen.
4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kamer voor gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.