ECLI:NL:TGDKG:2025:120 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762659 DW RK 25/11 MK/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:120
Datum uitspraak: 19-12-2025
Datum publicatie: 23-12-2025
Zaaknummer(s): C/13/762659 DW RK 25/11 MK/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder, zonder bewijs, stelt dat klager op 25 november 2024 verzocht heeft om een inhouding van € 500 per week. De omstandigheden van het geval maken het aannemelijk dat daarvan sprake is geweest. Er is op die dag contact geweest op initiatief van klager, klager heeft in een eerder geval ook al eens een verzoek gedaan tot beperking van een gelegd derdenbeslag, maar toen voor een hoger bedrag per. Verder neemt de kamer in overweging dat het beperken van het beslag primair in het belang van klager is niet in het belang van de executant. Het had de gerechtsdeurwaarder niet misstaan om deze afspraak richting klager schriftelijk te bevestigen, maar dat nalaten levert geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 19 december 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/762659 DW RK 25/11 MK/SM ingesteld door:

[   ],

wonende te [   ],

klager,

gemachtigde: [   ]

tegen:

[   ],

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 15 januari 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mails met bijlagen, ingekomen op 17 en 18 januari 2025. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 20 maart 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2025 alwaar klager, diens gemachtigde en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is nader bepaald op 19 december 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • Op 16 september 2024 is de gerechtsdeurwaarder belast met een ten laste van klager uitgevaardigd dwangbevel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
  • Op 24 september 2024 is de gerechtsdeurwaarder belast met twee ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevelen van het Centraal Justitieel Incassobureau.
  • Bij e-mails van 27 september 2024 en 14 oktober 2024 is aan klager medegedeeld dat niet akkoord wordt gegaan met zijn betalingsvoorstel van
    € 125 per maand, maar dat wel akkoord kan worden gegaan met een betalingsregeling van € 250 per maand.
  • Bij e-mails van 28 en 30 oktober 2024 is aan klager medegedeeld dat een aanmelding bij de gemeente voor schuldhulp de betalingsverplichting niet opschort.
  • Op 14 november 2024 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder Takeaway.com European Operations B.V. ten laste van klager.
  • Op 19 november 2024 heeft de gemachtigde van klager een klacht bij het gerechtsdeurwaarderskantoor ingediend.
  • Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 20 november 2024 gereageerd.
  • Bij e-mail van 22 november 2024 heeft de gemachtigde van klager een betalingsvoorstel € 200 per maand gedaan.
  • Op 25 november 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder Takeaway.com verzocht om de inhoudingen te beperken tot € 500 per week en de overige gelden aan klager af te dragen.
  • Bij e-mails van 10 en 23 december 2024 heeft de gemachtigde van klager onder meer aangegeven dat klager niet heeft verzocht om een bedrag van
    € 500 per week in te houden, maar dat dit hem is opgedrongen door een medewerkster van het kantoor.

2. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:

  1. derdenbeslag heeft gelegd, zonder de aanvraag voor een Bbz-lening van klager af te wachten;
  2. niet heeft gereageerd op het voorstel van de gemachtigde van klager van 22 november 2024 om een bedrag van € 200 in te houden;
  3. zonder bewijs stelt dat klager op 25 november 2024 telefonisch heeft verzocht om een inhouding van € 500 per week.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a. stelt de kamer voorop dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust indien hem wordt verzocht een titel ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevelen te executeren. Een aanvraag om een Bbz-lening maakt dat niets anders en schort executiemaatregelen dus ook niet op.

4.3 Voor zover klager stelt dat de gerechtsdeurwaarder geen derdenbeslag had mogen leggen vanwege zijn financiële situatie, zijn andere schuldeisers of omdat het ertoe geleid heeft dat klager geen inkopen heeft kunnen doen met als gevolg verlies van omzet, verwijst de kamer opnieuw naar de ministerieplicht. Als klager het niet eens is met executiemaatregelen, dan zal hij zich tot de civiele rechter moeten wenden.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdelen b. en c. overweegt de kamer als volgt. De gerechtsdeurwaarder heeft op twee separate momenten aan klager laten weten dat een minnelijke regeling van minimaal € 250 per maand acceptabel was. De laatste keer was op 14 oktober 2024, nadat klager vergeefs een tegenvoorstel had gedaan van
€ 125 per maand. Omdat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen, is op 14 november 2024 derdenbeslag gelegd. De gemachtigde van klager heeft daarop op 22 november 2024 opnieuw een tegenvoorstel gedaan van € 200 per maand. Naar aanleiding van een telefoongesprek tussen klager en het kantoor van de gerechtsdeurwaarder is het gelegde beslag vervolgens beperkt tot € 500 per week.

4.5 De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd niet te hebben gereageerd op het tegenvoorstel van 22 november 2024 van € 200 per maand, omdat klager zelf op 25 november 2024 met een beter voorstel kwam, namelijk het verzoek om het beslag te beperken tot € 500 per week. Dat van een dergelijk voorstel sprake is geweest wordt enerzijds betwist door klager en anderzijds heeft klager ter zitting aangevoerd dat het voorstel tot stand is gekomen onder druk van de gerechtsdeurwaarder. Geen van de deze stellingen worden door (de gemachtigde van) klager nader onderbouwd. De kamer overweegt ten aanzien van dit punt als volgt.

4.6 Vast staat dat er op 25 november 2025 een telefoongesprek tussen klager en het kantoor van de gerechtsdeurwaarder heeft plaatsgevonden dat geïnitieerd is door klager. Vast staat ook dat klager in een eerder geval een verzoek heeft gedaan tot beperking van een gelegd derdenbeslag. Toen ging het om een verzoek het beslag te beperken tot € 1.000 per week. Verder neemt de kamer in overweging dat het beperken van het beslag primair in het belang van klager is niet in het belang van de executant. De executant is via de gerechtsdeurwaarder immers gerechtigd om meer in te houden dan de afspraak behelsde. Deze omstandigheden maken het voor de kamer voldoende aannemelijk is dat de afspraak om het beslag te beperken tot € 500 per week tot stand is gekomen op initiatief van klager. Een andere uitleg komt niet logisch voor en dat het voorstel tot stand is gekomen onder druk van de gerechtsdeurwaarder kan op basis van een enkele, niet onderbouwde stelling niet tot uitgangspunt worden genomen. Het had de gerechtsdeurwaarder niet misstaan om deze afspraak richting klager schriftelijk te bevestigen, maar dat nalaten levert geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op.

4.7 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.