ECLI:NL:TGDKG:2025:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:117 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-12-2025 |
| Datum publicatie: | 23-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet serieus is ingegaan op de concrete bezwaren die klager heeft aangevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft aangetoond (steeds) inhoudelijk te hebben gereageerd op klager. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 19 december 2025 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 22 april 2025 met zaaknummer C/13/762191 DW RK 25/1 HE/WdJ en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier, ingekomen op 3 januari 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 21 maart 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 22 april 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 2 mei 2025 2024, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2025 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, met kennisgeving, niet verschenen. De uitspraak is nader bepaald op 19 december 2025.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
- Bij e-mail van 6 oktober 2024 heeft klager een klacht ingediend met betrekking tot de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder het dossier van klager heeft behandeld.
- Bij e-mail van 1 november 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder inhoudelijk op de klacht van klager gereageerd.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder zijn klacht niet serieus in behandeling heeft genomen. Er is niet ingegaan op de concrete bezwaren die zijn aangevoerd, aldus klager. Ook is niet de moeite genomen om de naam van klager correct te spellen, ondanks dat de gerechtsdeurwaarder hier op gewezen is. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder zijn reactie naar het e-mailadres van de echtgenote van klager gestuurd, in plaats van naar het e-mailadres van klager.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 De voorzitter overweegt dat klager in zijn klacht van 6 oktober 2024 heeft gesteld dat er onvoldoende inhoudelijk op zijn eerdere bezwaren is gereageerd en tevens dat hem ten onrechte is verzocht het volledige bedrag te voldoen, terwijl klager al een deel heeft voldaan. Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 1 november 2024 inhoudelijk gereageerd en aangegeven dat klager niet heeft aangetoond dat de gevorderde bedragen onjuist zijn of dat klager deze al heeft voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de e-mail per abuis is gericht aan de echtgenote van klager, [ ]. Een gerechtsdeurwaarder die een vergissing begaat, maakt zich in het algemeen daarmee niet zonder meer schuldig aan handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk dient te worden bestraft. Dit kan anders zijn wanneer de vergissing het gevolg is van grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Hiervan is in dit geval niet gebleken. Klager is door het vermelden van de verkeerde naam niet in zijn belangen geschaad, nu zowel klager als zijn echtgenote worden aangesproken voor de betreffende vordering. Nadat klager de gerechtsdeurwaarder op de omissie heeft gewezen, heeft de gerechtsdeurwaarder hier bij e-mail van 14 november 2024 op gereageerd.
4.3 Klager stelt in eerdere correspondentie steeds dat hij aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en dat de bijkomende kosten ten onrechte zijn. Klager heeft ondanks meerdere verzoeken van de gerechtsdeurwaarder echter niet met stukken onderbouwd dat hij de vordering daadwerkelijk (deels) heeft voldaan. Verder blijkt uit de overgelegde producties dat de gerechtsdeurwaarder de vordering meermalen aan klager heeft toegelicht. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is niet gebleken.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager aangevoerd dat de deurwaarder zich niet heeft verdiept in de rechtmatigheid van de vordering en zich volledig heeft gericht op het innen van een betwiste vordering.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.2 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.