ECLI:NL:TGDKG:2025:116 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755589 DW RK 24/298 HE/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:116
Datum uitspraak: 14-11-2025
Datum publicatie: 24-11-2025
Zaaknummer(s): C/13/755589 DW RK 24/298 HE/SM
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht ongegrond. De gerechtsdeurwaarder wordt verweten klager en zijn echtgenote te tergen met het bewust laten oplopen van de kosten door het leggen van bankbeslagen op zowel de rekening van klager als die van zijn echtgenote. Ingevolge het huwelijksgoederenregister heeft de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door beslag te leggen op het inkomen van klager en de bankrekening van de echtgenote. Gesteld noch gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder buiten de beperkingen van de Wet Incassokosten en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarder is getreden. Van het feit dat de kosten zijn opgelopen, kan de gerechtsdeurwaarder geen verwijt worden gemaakt.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 14 november 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/755589 DW RK 24/298 HE/SM ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde,

gemachtigde: [ ]

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 19 augustus 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde: hierna de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 10 september 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2025, alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 14 november 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • Bij vonnis van de rechtbank Den Haag, locatie Leiden, van 10 november 2021 is klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan [ ]B.V..
  • Bij e-mail van 8 juni 2024 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de gelegde bankbeslagen op de rekeningen van klager en die van zijn echtgenote.
  • Klager heeft zijn e-mail van 8 juni 2024 bij e-mails van 17 en 27 juni 2024 gerappelleerd.
  • Bij e-mail van 28 juni 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de ontvangst van de klacht van klager bevestigd.
  • Bij e-mail van 2 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder informatie opgevraagd bij ISD Bollenstreek.
  • Bij e-mail van 5 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht van klager ongegrond verklaard en de dossierbehandeling gedurende één maand opgeschort, in afwachting van een aanvullende reactie van ISD Bollenstreek.
  • Bij e-mail van 10 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de reactie van ISD Bollenstreek aan klager verstrekt. Hierop heeft klager bij e-mails van 10 juli 2024 gereageerd.
  • Bij e-mail van 30 juli 2024 heeft klager opnieuw een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend.
  • Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 1 augustus 2024 gereageerd.

2. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat:

  1. er vonnis bij de rechter is gehaald met het verlenen van onjuiste informatie;
  2. hij en zijn echtgenote worden getergd met het bewust laten oplopen van de kosten door het leggen van bankbeslagen op zowel de rekening van klager als die van zijn echtgenote;
  3. er misbruik wordt gemaakt van recht. De gerechtsdeurwaarder weet dat klager in het traject van schuldhulpverlening zit, dat er al loonbeslag is gelegd en dat klager belastinggeld terug moet betalen wat voortkomt uit de inkomstenbelasting. Dit alles wordt door de gerechtsdeurwaarder genegeerd.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

4.2 Klager heeft zijn klacht gericht tegen de gerechtsdeurwaarder genoemd in de aanhef van deze beslissing. In het verweerschrift heeft [ ] verzocht om de klacht uitsluitend op zijn naam te zetten. Het gerechtshof Amsterdam heeft beslist dat de kamer zijn onderzoeksbevoegdheid overschrijdt als zij zelfstandig een andere gerechtsdeurwaarder als beklaagde aanmerkt terwijl klager zijn klacht tegen een met naam genoemde gerechtsdeurwaarder heeft gericht.[1] Gelet op deze uitspraak van het gerechtshof Amsterdam wordt de door klager met naam genoemde gerechtsdeurwaarder als beklaagde aangemerkt. Ter beoordeling staat of handelswijze van deze gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt klager zich op het standpunt dat de gerechtsdeurwaarder de vordering ten onrechte op klager in persoon heeft gesteld, terwijl de vordering volgens klager een schuld van zijn onderneming is. De kamer overweegt dat de rechtbank in het vonnis van 10 november 2021 heeft geoordeeld dat klager als persoon gehouden is de vordering te voldoen en niet zijn B.V.. Indien klager het met het vonnis niet eens was, had het op zijn weg gelegen om hiertegen een rechtsmiddel in te stellen. Klager stelt dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld, omdat hij hier de gelden niet toe had. Dit kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is op dit klachtonderdeel dan ook niet gebleken.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel b stelt de kamer voorop dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust indien hem wordt verzocht een titel ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis van 10 november 2021, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, te executeren. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder het huwelijksgoederenregister heeft geraadpleegd, waaruit bleek dat er geen huwelijkse voorwaarden geregistreerd stonden. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door ook beslag op het inkomen en de bankrekening van de echtgenote van klager te leggen.

4.5 Voorts overweegt de kamer dat de enkele niet nader door klager onderbouwde stelling dat de gerechtsdeurwaarder ‘bewust kosten laat oplopen’ onvoldoende is om tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder vast te stellen. Klager volstaat met algemeenheden zonder nadere toelichting of onderbouwing. Gerechtsdeurwaarders zijn in het algemeen gehouden de in rekening gebrachte kosten conform de daarvoor geldende regelingen te berekenen (waaronder de Wet Incassokosten en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders). Gesteld noch gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder buiten de beperkingen van deze regelingen is getreden. Van het feit dat de kosten zijn opgelopen, kan de gerechtsdeurwaarder geen verwijt worden gemaakt

4.6 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de kamer dat uit de overgelegde producties niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder vóór de gelegde beslagen ervan op de hoogte was dat klager is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject. De gerechtsdeurwaarder stelt dat hij de brief van ISD Bollenstreek van 28 maart 2024, waarin dit is aangegeven, pas als bijlage bij de klacht van klager in juni 2024 heeft ontvangen. Nadat de gerechtsdeurwaarder hiermee bekend raakte, heeft hij gelijk contact gezocht met ISD Bollenstreek. Bij e-mail van 10 juli 2024 heeft ISD Bollenstreek laten weten dat de schuldhulp nog niet daadwerkelijk was gestart of kon starten, omdat klager in de periode van 24 maart 2024 tot en met 10 juli 2024 nog niet alle stukken had aangeleverd om een begin te kunnen maken met de schuldhulp. De gerechtsdeurwaarder heeft vervolgens meermalen aan ISD Bollenstreek verzocht of de schuldhulpverlening al was gestart, wat niet het geval bleek. Inmiddels is de gerechtsdeurwaarder ter kennis gegeven dat de schuldhulpverlening niet verder is gekomen en dat ISD Bollenstreek het dossier heeft gesloten. Naar het oordeel van de kamer heeft de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de executiemaatregelen niet op te schorten, totdat de schuldhulpverlening daadwerkelijk is opgestart. De gerechtsdeurwaarder heeft wat dat aangaat terecht mogen vertrouwen op de informatie van ISD Bollenstreek. Dit klachtonderdeel slaagt daarom niet.

4.7 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en mr. A.W. Veth, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

14 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

[1] ECLI:NL:GHAMS:2014:3696