ECLI:NL:TGDKG:2025:110 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759841 / DW RK 24/400 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:110 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2025 |
| Datum publicatie: | 24-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/759841 / DW RK 24/400 BB/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder de vordering niet heeft geverifieerd en niet heeft gereageerd op zijn brieven. De klacht is gedeeltelijke gegrond vanwege de manier van corresponderen met klager. De klacht is voor het overige ongegrond. De gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 17 november 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/759841 / DW RK 24/400 BB/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij e-mail, ingekomen op 19 november 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 2 januari 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 17 november 2025.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij brief van 6 augustus 2024 is klager verzocht de openstaande vordering te voldoen.
- Bij e-mail van 19 november 2024 is klager geïnformeerd dat het dossier in opdracht van [ ] is gesloten.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:
a: de vordering niet heeft geverifieerd;
b: niet heeft gereageerd op brieven van klager.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer dat een gerechtsdeurwaarder in beginsel gehouden is een opdracht marginaal te toetsen. De gerechtsdeurwaarder mag bij het innen van een vordering uitgaan van de juistheid van de informatie die hij van de opdrachtgever ontvangt. De gerechtsdeurwaarder heeft het bezwaar van klager tegen de vordering voorgelegd aan zijn opdrachtgever, die vervolgens opdracht heeft gegeven het dossier te sluiten. Een tuchtrechtelijk verwijt kan de gerechtsdeurwaarder op dit klachtonderdeel niet gemaakt worden.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b blijkt uit de overgelegde producties dat klager bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering. Niet blijkt dat de gerechtsdeurwaarder klager heeft geïnformeerd dat het bezwaar van klager is doorgestuurd naar de opdrachtgever. Vervolgens is klager - zonder toelichting - bij e-mail van
19 november 2024 medegedeeld dat zijn dossier is gesloten. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting erkend dat de e-mail van 19 november 2024 te summier is en een nadere toelichting gegeven had moeten worden. Pas nadat klager een klacht bij de kamer heeft ingediend, heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 2 januari 2025 toegelicht waarom het dossier van klager is gesloten en zijn excuses aan klager aangeboden. Dit onderdeel van de klacht is terecht voorgesteld. Klager heeft voor het overige niet onderbouwd op welke berichten van klager de gerechtsdeurwaarder niet heeft gereageerd.
5.4 De kamer verklaart de klacht gelet op voorgaande gedeeltelijk gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De kamer betrekt hierbij dat de gerechtsdeurwaarder pas nadat klager een klacht bij de kamer heeft ingediend, heeft toegelicht waarom het dossier van klager is gesloten. Bij deze stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten van de kamer voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht (gedeeltelijk) gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klager gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart klachtonderdeel b gegrond;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, begroot op
€ 50,--, te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden; - bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht
ad € 50,-- vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M.L.S. Kalff en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.