ECLI:NL:TGDKG:2025:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757372 / DW RK 24/346 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:108 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2025 |
| Datum publicatie: | 24-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/757372 / DW RK 24/346 BB/WdJ |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren en heeft voldoende en inhoudelijk met klager gecommuniceerd. Klacht ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 17 november 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/757372 / DW RK 24/346 BB/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 1 oktober 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 12 december 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 17 november 2025.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij vonnis van 17 april 2024 van de rechtbank Noord-Nederland is klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag.
- Bij exploot van 12 juli 2024 is het vonnis van 17 april 2024 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Bij e-mail van 13 juli 2024 heeft klager de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat hij getrouwd is onder huwelijkse voorwaarden en dat zijn echtgenote middels diverse akten aanspraak heeft gemaakt op alle inkomsten en opbrengsten van klager.
- Op 30 juli 2024 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank ten laste van klager.
- Bij e-mail van 2 augustus 2024 heeft klager naar zijn eerdere e-mail van
13 juli 2024 gerefereerd en aangegeven dat indien er zal worden overgegaan tot een beslaglegging, klager een klacht bij de kamer zal indienen.
- De gerechtsdeurwaarder heeft de bezwaren van klager tegen de beslaglegging alsmede de door klager overgelegde pandakte doorgezonden naar de opdrachtgever voor een reactie.
- Bij e-mail van 13 augustus 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de standpunten van de opdrachtgever aan klager teruggekoppeld.
- Vervolgens is over een weer tussen klager en de gerechtsdeurwaarder gecorrespondeerd.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat:
a: de gerechtsdeurwaarder geen rekening wil houden met de bij de belastingdienst geregistreerde leenovereenkomsten en pandakten;
b: hij nooit antwoord heeft gekregen op de vraag wanneer de verpanding van de AOW zou zijn toegepast, hetgeen klager niet heeft gedaan.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt de kamer voorop dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust indien hem wordt verzocht een titel te executeren. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis van 17 april 2024 op uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft de bezwaren van klager tegen het derdenbeslag alsmede de door klager overgelegde pandakte voorgelegd aan de opdrachtgever. Bij e-mail van 13 augustus 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de reactie van de opdrachtgever aan klager teruggekoppeld en uitvoerig uitgelegd waarom het gelegde derdenbeslag gehandhaafd blijft. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij de voortzetting van een gelegd beslag toelicht indien hiertegen bezwaar wordt gemaakt. Dat heeft de gerechtsdeurwaarder gedaan. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder klager gewezen op de mogelijkheid een (executie) kort geding te starten en te overleggen met een advocaat. Dit advies is juist: een geschil tussen een pandhouder, een schuldeiser die beslag heeft gelegd en de schuldenaar is aan de civiele rechter ter beoordeling en niet aan de tuchtrechter. Dat andere gerechtsdeurwaarders eerder wel tot opheffing van het beslag zijn overgegaan, maakt het vorenstaande niet anders: dat is een besluit van een andere gerechtsdeurwaarder, mogelijk na instructie van (een andere) opdrachtgever.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b geldt het volgende. Uit het dossier volgt niet dat specifiek geantwoord is op de vraag van klager inzake de vermeende verpanding van zijn AOW aanspraken. Maar dit betekent niet dat de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Uit het dossier volgt namelijk ook dat op de herhaalde vragen van klager steeds tijdig en inhoudelijk is geantwoord. Daarbij is de kern van het geschil (samengevat: klager vindt dat de gerechtsdeurwaarder het beslag moet opheffen, althans dat zijn vrouw als pandhouder moet meedelen in de opbrengst; gerechtsdeurwaarder ziet dit anders) ruim aan de orde geweest en heeft de gerechtsdeurwaarder het standpunt van zijn opdrachtgever voldoende toegelicht. Daarbij is klager er ook meermaals op gewezen dat de executierechter beslist. Aldus heeft de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld, want gehandeld zoals je van een gerechtsdeurwaarder mag verwachten. Het zij herhaald: als klager het met de tenuitvoerlegging van de titel niet eens is dient hij een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geëigende weg.
5.4 De door klager ter zitting nieuw naar voren gebrachte klachten, waaronder de klacht over de berekening van de beslagvrije voet, worden niet meegenomen bij de beoordeling van de oorspronkelijk klacht. Klager dient hiervoor desgewenst een nieuwe klacht in te dienen.
5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M.L.S. Kalff en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.