ECLI:NL:TGDKG:2025:107 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771852 / DW RK 25/229 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:107 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2025 |
| Datum publicatie: | 24-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/771852 / DW RK 25/229 BB/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 17 november 2025 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 25 juni 2025 met zaaknummer C/13765422 / DW RK 25/62 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/771852 / DW RK 25/229 BB/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigden: [ ] en [ ].
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlage, ingekomen op 2 maart 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mails, ingekomen op 12 en 26 maart 2025, 1 en 8 april 2025 en 7 mei 2025. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 15 mei 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 25 juni 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij e-mail, ingekomen op 26 juni 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Klager heeft zijn verzet aangevuld bij e-mails, ingekomen op 26, 29 en 30 juni 2025, 4, 9, 15 en 17 september 2025. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2025 alwaar klager en de gemachtigden van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 17 november 2025.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 4 oktober 2022 is klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan FBTO Zorgverzekering N.V.
- Op 15 juni 2023 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank ten laste van klager.
- Bij brief van 11 juli 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat de beslagvrije voet vastgesteld op € 826 per maand.
- Hierop heeft klager bij e-mail van 11 juli 2023 gereageerd.
- Bij e-mail van 15 januari 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder stukken bij klager opgevraagd om de beslagvrije voet (op verzoek van klager) opnieuw te kunnen berekenen.
- Hierop heeft klager bij e-mail van 24 januari 2024 gereageerd en onder meer aangegeven dat de gerechtsdeurwaarder via alle ingangen inzicht heeft in alle gegevens van klager en hij deze dus niet hoeft te bezorgen.
- Bij brief van 15 februari 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat de beslagvrije voet is vastgesteld op € 871 per maand.
- Bij e-mail van 13 maart 2024 is klager geadviseerd om informatie in te winnen bij het juridisch loket en geïnformeerd dat niet meer op nieuwe
e-mailberichten over hetzelfde onderwerp zal worden gereageerd.
- Bij brief van 15 maart 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager uitgelegd hoe de beslagvrije voet wordt berekend, nadat klager (wederom) bezwaar had gemaakt tegen de hoogte van de beslagvrije voet. Hierbij is (nogmaals) aangeven dat niet meer zal worden gereageerd op nieuwe e-mails van klager met eenzelfde of vergelijkbare inhoud als voorgaande e-mails van klager.
- Bij e-mail van 3 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd op een door klager ingediende klacht.
- Bij e-mail van 19 augustus 2024 heeft klager verzocht om herberekening van de beslagvrije voet.
- Bij e-mail van 30 augustus 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht om een uitkeringsspecificatie van de afgelopen drie maanden teneinde de juiste beslagvrije voet te kunnen berekenen.
- Hierop heeft klager bij e-mail van 30 augustus 2024 aangegeven dat de gerechtsdeurwaarder exact weet wat de inkomsten van klager zijn.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat hij vanaf december 2023 bezig is met
[ ] en hun opdrachtgever over de wijze waarop de afwikkeling en inning gaat van de beslagvrije voet van AOW’ers. Niet alleen bij klager maar bij tienduizenden mensen met een AOW-uitkering wordt voor miljoenen verkeerd geïncasseerd.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.2 Deze (tuchtrecht) procedure leent zich niet voor het vaststellen van de hoogte van klagers beslagvrije voet. Een oordeel daarover is voorbehouden aan de civiele rechter. Wel kan in deze tuchtprocedure de gerechtsdeurwaarder een verwijt worden gemaakt als blijkt dat in de communicatie rondom de (aanpassing van) de beslagvrije voet onvoldoende zorgvuldig is gehandeld. Dat is niet gebleken. Uit het dossier volgt dat de gerechtsdeurwaarder steeds heeft gereageerd op de verschillende verzoeken van klager en ook heeft aangeven als hij, omdat het een herhaalde vraag betreft, daar in het vervolg niet meer op zal reageren. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder voldoende toegelicht waarom bij het incasseren gehandeld is rondom de beslagvrije voet zoals hij heeft gedaan.
4.3 Klager heeft meerdere malen verzocht de beslagvrije voet aan te passen. De gerechtsdeurwaarder heeft daarbij gegevens opgevraagd, die klager weigerde te verstrekken omdat de gerechtsdeurwaarder zelf zou beschikken over die gegevens. Dat geldt weliswaar ten aanzien van klagers uitkering, maar niet ten aanzien van andere (eventuele) inkomsten en de hoogte van de huur etc. Het uitgangspunt is immers dat gewijzigde omstandigheden effect kunnen hebben op de hoogte van de beslagvrije voet. Uit de overgelegde correspondentie komt naar voren dat er veel is gecorrespondeerd over en weer. In de brief van 15 maart 2024 is een uitleg gegeven over het inhouden van het vakantiegeld. Ten aanzien van het vakantiegeld is door de gerechtsdeurwaarder gevraagd naar een onderbouwing van de visie van klager, maar die is niet ontvangen. Naar het oordeel van de voorzitter is voldoende gereageerd op de verzoeken van klager om de beslagvrije voet te herzien en heeft klager voldoende uitleg gekregen ten aanzien van de inhouding van het vakantiegeld. Bovendien heeft klager geweigerd stukken te overleggen op verzoek van de gerechtsdeurwaarder. Dat is zijn keuze en betekent dat van de gerechtsdeurwaarder niet verwacht kan worden dat hij toch een herberekening overgaat.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager aangevoerd dat hij het niet eens is met de door de gerechtsdeurwaarder berekende beslagvrije voet en het dubbel innen van het vakantiegeld. Verder beschuldigt klager [ ] van diefstal, oplichting, valsheid in geschrifte en het vormen van een criminele organisatie.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maakt dit niet anders.
7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. L. Voetelink en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.