ECLI:NL:TGDKG:2025:105 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756132 DW RK 24/317 MK/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:105 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-11-2025 |
| Datum publicatie: | 07-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/756132 DW RK 24/317 MK/SM |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De wijze waarop de werkzaamheden thans zijn ingericht dragen bij aan de onduidelijkheid die bestaat over de openstaande vorderingen. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder te laat gereageerd op correspondentie van klaagster. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 7 november 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/756132 DW RK 24/317 MK/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klaagster,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: mr. F.J.M. van der Bruggen.
Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 2 september 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 6 december 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 19 september 2025 alwaar klaagster, met diens dochter (mw. [ ]) en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 7 november 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- de gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een huurschuld ten laste van klaagster;
- op 9 januari 2024 is tussen klaagster en de gerechtsdeurwaarder een betalingsregeling overeengekomen;
- op 13 februari 2024 heeft klaagster verzocht om inzage in het schuldenoverzicht;
- op 18 april 2024 heeft het kantoor van de gerechtsdeurwaarder gemeld dat het verzoek is ontvangen en zal worden afgehandeld;
- op 27 mei 2024 heeft klaagster een e-mail ontvangen dat de betalingsregeling is komen te vervallen;
- op 27 mei 2024 heeft klaagster wederom verzocht te reageren op haar verzoek van 13 februari 2024;
- op 27 mei 2024 heeft klaagster het verzochte overzicht ontvangen;
- op 28 mei 2024 heeft klaagster een klacht ingediend bij het kantoor van de gerechtsdeurwaarder;
- op 21 juni 2024 is op de klacht van klaagster gereageerd;
- op 16 augustus 2024 heeft [ ] Huurzaken een rekening courant (overzicht kosten) aan klaagster gestuurd.
2. De klacht
Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat - dat de gerechtsdeurwaarder:
- een steeds veranderend saldo vermeldt zonder een duidelijke uitleg over de berekening daarvan. Bij een eerder overzicht stond het totaalbedrag in de min, zonder dat klaagster dit wist. Dit leidt tot verwarring over het werkelijke verschuldigde bedrag;
- extreem lange wachttijden hanteert voor het beantwoorden van vragen van klaagster;
- dreigt met uitzetting als klaagster niet voldoet aan de betalingsregeling, naast de inhouding van de huurtoeslag van klaagster.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klaagster heeft haar klacht gericht tegen (een onderdeel van) het gerechtsdeurwaarderskantoor, hetgeen niet kan volgens voornoemd artikel.
4.2 Bij het onderzoek wie als beklaagde kan worden aangemerkt geldt als leidraad de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit dit arrest volgt dat bij klachten tegen een samenwerkingsverband de tuchtrechter zelf dient te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt.
Nu niet duidelijk is welke gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk is voor het handelen dat door klaagster ter discussie wordt gesteld, wordt de in de aanhef van deze beslissing vermelde gerechtsdeurwaarder, werkzaam en verantwoordelijke bij het kantoor waar het dossier van klaagster in behandeling is, aangemerkt als beklaagde. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet
4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer als volgt. Het gaat in dit geval om een oud vonnis in een lopende huurzaak met huurachterstand. Klaagster lost de achterstand af en betaalt de lopende huur en betaalt zeer onregelmatig. Die onregelmatige wijze van betalingen is mede debet aan de verwarring die bij haar ontstaat over openstaande bedragen. Dit verklaart voor deel waarom het voor klaagster, naar eigen zeggen, onduidelijk is waarom het openstaande bedrag steeds verandert van bedragen in de plus en dan weer in de min. De dochter van klaagster heeft ter zitting aangegeven er niet aan toe te komen om de betalingen op een vast moment te voldoen. Dit betekent dat een deel van de verwarring voor rekening van klaagster komt.
4.4 Maar dat is niet het enige. Ook als het berekenen van de vordering complex is, zoals in een lopende huurzaak, is het de taak en de verantwoordelijkheid van de gerechtsdeurwaarder om zijn administratie zo in te richten dat hij op elk moment op eenvoudige wijze opgave kan doen van de hoogte en het beloop van de vorderingen met de executie waarvan hij is belast. In aanloop naar de behandeling ter zitting heeft de kamer twee optelfouten in de door de gerechtsdeurwaarder in het geding gebrachte specificatie van de vordering aangetroffen. Daarnaast heeft de gemachtigde van gerechtsdeurwaarder ter zitting zelf ook nog een andere optelfout opgemerkt. Los van de hiervoor aangehaalde rol van klaagster bij de onregelmatige betalingen, wordt van de gerechtsdeurwaarder verwacht dat zijn financieel overzicht een kloppend startpunt is voor enige discussie die kan ontstaan tussen partijen. Dat is hier niet het geval. Dat de overzichten in deze staat aan de kamer zijn overgelegd, roept vragen op over hoe dit in de dagelijkse praktijk uitpakt en zal blijven uitpakken. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder verklaard dat de overzichten niet uit de administratie van de gerechtsdeurwaarder volgen, maar dat er met exports en handmatige invoegingen deels op excel wordt geleund en deels op rekenvaardigheden van medewerkers. De kamer meent dat er onder die omstandigheden sprake is van een systeemfout die de aanmerkelijke kans met zich mee brengt dat dergelijke fouten vaker kunnen voorkomen. De klacht is mede daarom terecht voorgesteld.
4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel b. overweegt de kamer dat de klacht terecht is voorgesteld. Op het verzoek van kaagster van 13 februari 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder op 27 mei 2024 gereageerd en het verzochte overzicht gestuurd. De gerechtsdeurwaarder heeft daarmee ver buiten de redelijk termijn van in beginsel twee weken geantwoord op klaagster.
4.6 Ten aanzien van klachtonderdeel c. overweegt de kamer te begrijpen dat de druk om een betalingsregeling overeen te komen en de daarmee samenhangende aankondiging van rechtsmaatregelen (zoals een ontruiming) bedreigend kunnen overkomen, maar dit is op zichzelf niet tuchtrechtelijk laakbaar. Klaagster heeft een schuld die in beginsel betaald moet worden. Naar de kamer begrijpt heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster slechts willen bewegen om meer af te dragen, zodat naast de lopende huur ook de achterstand wordt ingelopen, wat nu niet het geval is. Ten aanzien van dit onderdeel is niet gebleken van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen.
4.7 Gelet op het voorgaande verklaart de kamer de klacht gedeeltelijk gegrond en acht zij de maatregel van berisping passend en geboden. Het betreft een systeemfout bij het opstellen van een overzicht en ruime termijnoverschrijding bij het reageren op een verzoek.
5. Kosten(veroordeling)
5.1 Nu de kamer de gerechtsdeurwaarder een maatregel oplegt, zal de kamer de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet en de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders daarnaast veroordelen tot betaling van:
- een forfaitair bedrag van € 50 aan kosten van klaagster;
- de kosten van behandeling van de klacht door de kamer van € 1.500.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot een
andere beslissing.
5.2 Omdat de kamer de klacht gegrond verklaart, stelt de kamer vast dat de
gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 37 lid 7 Gdw het door klaagster betaalde
griffierecht (€ 50) aan haar dient te vergoeden.
5.3 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart klachtonderdelen a en b gegrond;
- verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder voor de gegronde klachtonderdelen de maatregel van berisping op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klaagster, te begroten op € 50, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder tot betaling aan klaagster van haar kosten van de procedure in eerste aanleg, bestaande uit € 50 aan griffierecht, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder tot betaling van de kosten van behandeling van de klacht door de kamer van € 1.500 te betalen aan het LDCR op de wijze en binnen de termijn als door het LDCR aan de gerechtsdeurwaarder wordt meegedeeld, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.