ECLI:NL:TGDKG:2025:104 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767262 / DW RK 25/116 MK/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:104 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-11-2025 |
| Datum publicatie: | 07-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/767262 / DW RK 25/116 MK/SM |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Ongegrond. Klager beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder loonbeslag heeft gelegd, terwijl er al betaald is. De voorzitter heeft overwogen dat aan de thans geformuleerde klacht hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt, als aan de klacht die in de eerdere procedure aan de orde is gesteld en heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 7 november 2025 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 25 maart 2025 met zaaknummer C/13/763275 DW RK 25/22 BB/WdJ en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/767262 / DW RK 25/116 MK/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlage, ingekomen op 24 januari 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 24 februari 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 25 maart 2025 heeft de voorzitter de klacht niet ontvankelijk verklaard. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van 27 maart 2025 aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 3 april 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 19 september 2025 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 7 november 2025.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- de gerechtsdeurwaarder is belast geweest met de executie ten laste van klager,
- bij beslissing van 29 december 2023, geregistreerd onder nummer C/13/738613 DW RK 23/301, is een eerder klacht van klager gericht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaard.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder loonbeslag heeft gelegd, terwijl er al betaald is.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.1 De voorzitter overweegt dat aan de thans geformuleerde klacht hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt, als aan de klacht die in de eerdere procedure (zoals in deze beschikking vermeld onder de feiten) aan de orde is gesteld. Nu klager geen (nieuwe) feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat deze klacht inhoudelijk een andere beoordeling behoeft, zal de klacht niet-ontvankelijk worden verklaard. De door klager overgelegde e-mail van de gerechtsdeurwaarder van
2 maart 2023 maakt het niet anders. In de eerder genoemde beslissing is opgenomen dat aanvankelijk per abuis aan klager is medegedeeld dat de vordering was voldaan en dat dit is rechtgezet bij e-mail van 24 juli 2023. Klager heeft geen bewijs overgelegd waaruit blijkt dat hij de vordering nadien volledig heeft voldaan.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager niet-ontvankelijk verklaard.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager opnieuw aangevoerd dat de vordering destijds al was voldaan en dat hij, nota bene op zijn eigen verzoek, een schrijven heeft ontvangen waarin werd gemeld dat het dossier was ingelost. Klager heeft de papieren met betrekking tot deze kwestie lange tijd geleden al in de papierbak gedeponeerd. Klager is ervan uit gegaan dat de kamer dit allemaal zorgvuldig zou bekijken.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.
7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.