ECLI:NL:TGDKG:2025:102 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760217 DW RK 24/407 MK/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:102
Datum uitspraak: 07-11-2025
Datum publicatie: 07-11-2025
Zaaknummer(s): C/13/760217 DW RK 24/407 MK/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De kamer verklaart het deel waarbij beslag is gelegd op de verkeerde onroerende zaak gegrond. De kamer neemt, ten aanzien van de opgelegde maatregel, in aanmerking dat het beslag snel, binnen een dag, is opgeheven en doorgehaald en klager en ouders excuses zijn gemaakt.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 7 november 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/760217 DW RK 24/407 MK/SM ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

gemachtigde: [ ],

tegen:

1. [ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

2. [ ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagden,

gemachtigde: mr. J.D. van Vlastuin.

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 26 november 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, ingekomen op 27 januari 2025, hebben de gerechtsdeurwaarders gereageerd. Klager heeft schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 19 september 2025 alwaar gerechtsdeurwaarder 2 en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarders zijn verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 7 november 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • op 8 november 2023 is klager veroordeeld tot betaling van een vordering (van [ ] B.V.);
  • bij proces-verbaal van 2 januari 2024 heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 in executoriaal beslag genomen de onverdeelde helft van een woning die niet aan klager toebehoort, maar aan zijn ouders;
  • bij exploot van 3 januari 2024 heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 het proces-verbaal van executoriaal beslag op onroerende zaken aan klager betekend;
  • op 3 januari 2024 is het beslag ingeschreven in het kadaster;
  • op 4 januari 2024 is het beslag opgeheven en om 09:15 uur ingeschreven in het kadaster, waarbij dezelfde dag een excuusbrief naar klager is verstuurd;
  • bij brief van 8 januari 2024 heeft een gemachtigde, [ ], namens de ouders van klager, verzocht om de registratie van het beslag bij officiële instanties, waaronder kadaster en BKR en op Google te verwijderen. Tevens wordt een schadevergoeding wegens juridische kosten verzocht;
  • bij e-mail van 8 januari 2024 hebben de gerechtsdeurwaarders op de brief van de gemachtigde gereageerd.
  • bij brief van 10 januari 2024 heeft [ ] namens de ouders van klager verzocht iedereen die de registratie van het beslag heeft ingezien over de onjuistheid van het beslag te informeren en daarnaast wordt verzocht om een schadevergoeding;
  • bij brief van 11 januari 2024 hebben de gerechtsdeurwaarders de verzoeken van de ouders van klager afgewezen;
  • bij exploot van op 13 juni 2024 is ten laste van klager executoriaal derdenbeslag gelegd onder [ ]. Het beslag is op dezelfde dag aan klager betekend;
  • bij brief van 19 juni 2024 is de verklaring van de derde-beslagene aan klager verzonden.
  • tussen 3 juli en 23 oktober 2024 is tussen klager en de gerechtsdeurwaarders gecorrespondeerd over het gelegde beslag, de ingehouden gelden, de beslagvrije voet en de derdenverklaring.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders – samengevat – dat de gerechtsdeurwaarders:

  1. beslag hebben gelegd op de woning van de ouders van klager zonder een executoriale titel. De gerechtsdeurwaarders hebben tevens verzuimd de ouders van klager te informeren over het ten onrechte gelegd beslag en de opheffing daarvan. Voorts wijzen de gerechtsdeurwaarders de verantwoordelijkheid af voor de gevolgen van het beslag, zoals zichtbaarheid op het internet, bankinstellingen, de belastingdienst en kredietinformatiebureaus;
  2. op 13 juni 2024 beslag hebben gelegd onder de opdrachtgever van klager, maar hebben verzuimd de wettelijke formaliteiten in acht te nemen, zoals afgifte of betekening van de derdenverklaring. De gerechtsdeurwaarders hebben een ingevuld formulier gestuurd met een handtekening waarvan niet duidelijk is dat deze van de derdebeslagene is;
  3. hebben verzuimd een beslagvrije voet ingevolge artikel 475c lid 1e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) vast te stellen, ondanks dat de gerechtsdeurwaarders alle gevraagde gegevens hebben ontvangen.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn (toegevoegd) gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Klager heeft zijn klacht gericht tegen de in de aanhef van deze beslissing genoemde gerechtsdeurwaarders. In het verweerschrift is verzocht de klacht uitsluitend tegen [ ] (hierna: [ x ]) te richten en niet tegen [ ] (hierna: [ y ]). De kamer kan niet aan dat verzoek voldoen omdat zij daarmee haar bevoegdheid zou overschrijden aangezien klager zijn klacht tegen met naam genoemde gerechtsdeurwaarders heeft gericht[1]. Wel is van belang dat een gerechtsdeurwaarder alleen kan worden aangesproken voor zijn eigen handelen of nalaten of voor het handelen van iemand waarvoor hij is zij verantwoordelijkheid draagt. Een klacht tegen een specifiek genoemde gerechtsdeurwaarder die niet betrokken was bij de verweten handeling of daar verantwoordelijkheid voor draagt zal wel in behandeling worden genomen maar wordt ongegrond verklaard. Nu het handelen waartegen geklaagd wordt zich richt tot het gelegde beslag (door [ x ]) en niet de betekening van het beslag (door [ y ]), zal de klacht tegen [ y ] ongegrond worden verklaard. [ x ] zal hierna worden aangehaald als ‘de gerechtsdeurwaarder’.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a. wordt het volgende overwogen. Gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder op 2 januari 2024 ten onrechte beslag heeft gelegd op een aandeel in een woning. Het beslag is vervolgens op 3 januari 2024 (om 09:00 uur) ingeschreven in het kadaster. Ten tijde van de betekening van beslag op 3 januari 2024 sprak de gerechtsdeurwaarder sub 2 met de moeder van klager en is bij hem het vermoeden ontstaan dat klager niet de eigenaar van de woning was. Bij een nadere bevraging van het kadaster op dezelfde dag is inderdaad gebleken dat niet klager, maar de ouders van klager de eigenaren zijn. Op 4 januari 2024, om 09:00 uur, heeft de gerechtsdeurwaarder het beslag opgeheven en de akte ter inschrijving aangeboden bij het kadaster waarna doorhaling om 09:15 uur heeft plaatsgevonden.

4.4 De stelling van klager dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd zonder executoriale titel wordt niet gevolgd. De gerechtsdeurwaarder beschikte immers over het vonnis van 8 november 2023. Vast staat echter dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd op een object waarvan klager niet de eigenaar was. De toedracht hiervan is gelegen in de omstandigheid dat de gerechtsdeurwaarder bij het raadplegen van het kadaster enkel is aangeslagen op de achternaam van klager zonder te kijken naar de initialen, aldus de gerechtsdeurwaarder zelf.

4.5 Dat de fout niet expres is gemaakt en niet van structurele aard is, zoals de gerechtsdeurwaarder heeft betoogd, staat er niet aan in de weg dat sprake kan zijn van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Dat speelt des te meer als klachtwaardig handelen ziet op kerntaken van de gerechtsdeurwaarder zoals in dit geval, het verrichten van een ambtshandeling. Dergelijke handelingen vloeien voort uit een verregaande wettelijke bevoegdheid die aan de gerechtsdeurwaarder is toevertrouwd. Dit vereist van de gerechtsdeurwaarder een hoge mate van zorgvuldigheid, die in deze eenvoudig was na te leven door ook de initialen in het kadaster te controleren. Dat het beslag is gelegd valt de gerechtsdeurwaarder dus te verwijten, ook al is het binnen een dag hersteld. Voor de gemaakte fout heeft de gerechtsdeurwaarder bij brief van 4 januari 2024 haar excuses gemaakt bij klager. Aan de ouders van klager – de direct betrokkenen bij de fout – is bij e-mail van 8 januari 2024 via de gemachtigde van de ouders excuses gemaakt. Verdere acties hoefde de gerechtsdeurwaarder niet te verrichten; klager heeft niet voldoende onderbouwd dat het onterechte beslag nadelige gevolgen heeft gehad én dat de gerechtsdeurwaarder iets kon doen om die gevolgen ongedaan te maken.

4.6 Ten aanzien van klachtonderdeel b. wordt het volgende overwogen. De gerechtsdeurwaarder heeft op 13 juni 2024 beslag gelegd onder [ ]. Het gelegde beslag is op 13 juni 2024 aan klager betekend door achterlating in de brievenbus op klagers woonadres. Op 18 juni 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de derdenverklaring ontvangen en op 19 juni 2024 is deze verklaring aan klager verzonden. Dit is conform het bepaalde in artikel 476b Rv. De enkele, niet onderbouwde stelling dat de handtekening onder de verklaring misschien niet van de derde-beslagene is, valt niet onder de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de gerechtsdeurwaarder of de beoordeling van de kamer.

4.7 Hoewel het geen onderdeel is van de klacht, wenst de kamer op te merken dat [ ] dagen na het leggen van het derdenbeslag de derdenverklaring heeft afgelegd en dus niet de termijn van twee weken zoals opgenomen in artikel 476a Rv in acht heeft genomen. Hoewel de gerechtsdeurwaarder op het vervroegd afleggen van de verklaring geen invloed heeft, heeft de gerechtsdeurwaarder op die verklaring direct gereageerd en het volgens de verklaring verschuldigde bedrag ook direct opgeëist. Van de gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij de wettelijke twee weken afwacht. De wetgever heeft met de termijn immers bescherming gegeven aan geëxecuteerde om verzet tegen de executie te doen dan wel informatie in te winnen over de situatie. De gerechtsdeurwaarder dient zich er bedacht op te zijn dat met het snelle acteren wettelijke waarborgen op dit onderdeel in het gedrang komen.

4.8 Ten aanzien van klachtonderdeel c. wordt het volgende overwogen. De gerechtsdeurwaarder heeft onder verwijzing naar artikel 475 c lid 1 Rv toegelicht dat er geen beslagvrije voet is verbonden aan de vorderingen die in beslag zijn genomen Tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen kan dan ook ten aanzien van dit klachtonderdeel niet worden vastgesteld.

4.9 De kamer verklaart het deel onder klachtonderdeel a, waarbij beslag is gelegd op de verkeerde onroerende zaak, gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De kamer neemt daarbij in aanmerking dat het beslag snel, binnen een dag, is opgeheven en doorgehaald en klager en ouders excuses zijn gemaakt. Bij die stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten van de procedure. Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klaagster het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klaagster gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.

4.10 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ten aanzien van gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond;
  • verklaart klachtonderdeel a. gegrond;
  • verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
  • legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, te begroten op € 50, te betalen nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder tot betaling aan klager van het door hem betaalde griffierecht van € 50, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. S.N. Schipper en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

[1] Gerechtshof Amsterdam 12 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3696