ECLI:NL:TGDKG:2025:100 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758724 / DW RK 24/376 MK/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:100 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-09-2025 |
| Datum publicatie: | 01-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/758724 / DW RK 24/376 MK/WdJ |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster is veroordeeld tot het betalen van een hoofdsom ad € 0,47, proceskosten ad € 224,15. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt door de titel te executeren. Klacht ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 29 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/758724 / DW RK 24/376 MK/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klaagster,
tegen:
[ ],
toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 28 oktober 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (een medewerker van het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 23 december 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2025 alwaar klaagster met haar partner en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder (met twee collega’s) zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 september 2025.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 27 januari 2017 is klaagster veroordeeld tot het betalen van € 0,47 alsmede de proceskosten ad € 224,15.
- Bij brief van 2 februari 2017 is klaagster in de gelegenheid gesteld de vordering te voldoen.
- Bij exploot van 22 maart 2017 is het vonnis van 27 januari 2017 aan klaagster betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Klaagster is vervolgens veelvuldig in de gelegenheid gesteld de vordering te voldoen dan wel een betalingsregeling te treffen.
- Nadat de partner van klaagster op 16 januari 2020 telefonisch contact met de gerechtsdeurwaarder heeft opgenomen, is een bedrag van € 0,47 voldaan.
- Op 29 november 2021 is executoriaal derdenbeslag gelegd op de auto van klaagster, te weten een Citroën Xsara Picasso.
- Bij exploot van 29 november 2021 is het proces-verbaal van het gelegde beslag aan klaagster betekend.
- Bij brief van 22 februari 2023 is een huisbezoek aan klaagster aangekondigd.
- Bij brief van 9 maart 2023 is beslag roerende zaken aan klaagster aangekondigd.
- Bij e-mail van 15 januari 2024 heeft de partner van klaagster de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat er beslag op de auto van klaagster is gelegd, de auto naar de sloop is gebracht en de eerste beslaglegger alles heeft geregeld.
- Omdat met de opbrengst van de auto van klaagster niet alle kosten zijn voldaan, heeft de gerechtsdeurwaarder op 14 oktober 2024 executoriaal derdenbeslag gelegd onder het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ten laste van klaagster.
- Bij exploot van 21 oktober 2024 is het proces-verbaal van het gelegde beslag aan klaagster betekend.
3. De klacht
Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de hoofdsom van € 0,47 is opgelopen tot een te incasseren bedrag van € 815,41. Klaagster stelt zich op het standpunt dat sprake is van corruptie en maffiapraktijken.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2 Op een gerechtsdeurwaarder rust een ministerieplicht indien hem wordt verzocht een titel ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis van 27 januari 2017, waarbij klaagster is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 0,47 en proceskosten van € 224,15, te executeren. Klaagster kan daartegen slechts opkomen door een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geëigende weg.
5.3 De kamer overweegt verder dat de door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten berusten op de door de overheid vastgestelde en in het Besluit tarieven ambtshandeling gerechtsdeurwaarders (Btag) neergelegde tarieven. Niet gebleken dan wel aannemelijk gemaakt is dat de gerechtsdeurwaarder andere of hogere kosten in rekening heeft gebracht. Dat de kosten zijn opgelopen kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. Het was aan klaagster om de vordering tijdig te voldoen, dan wel een betalingsregeling met de gerechtsdeurwaarder te treffen voordat executiemaatregelen werden getroffen. Hiervoor is klaagster meermalen in de gelegenheid gesteld. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.
5.4 De kamer heeft wel enig begrip voor de situatie dat het voor klaagster in dit geval lastig is te bevatten dat een vonnis is gewezen waarin zij wordt veroordeeld tot een hoofdsom van een minimaal bedrag (€ 0,47) maar wel in proceskosten van € 224,15. Maar dat kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten. De stijging van de kosten is van daarna en het gevolg van het niet betalen door klaagster wat zij verschuldigd is.
5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. B. Brokkaar en
M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.