We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TDIVTC:2025:42 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/56

ECLI: ECLI:NL:TDIVTC:2025:42
Datum uitspraak: 27-11-2025
Datum publicatie: 04-06-2026
Zaaknummer(s): 2024/56
Onderwerp: Katten
Beslissingen: Ongegrond
Inhoudsindicatie: Kat. Dierenarts zou met betrekking tot een kat in zijn onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten met name door het middel Solensia voor te schrijven in afwijking van de bijsluiter, wat zou hebben geleid tot problemen aan het linkeroog. [Klacht ongegrond].

HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uitspraak in de zaak van   

mw. [naam klaagster],                                 klaagster,

tegen

dierenarts dhr. drs. [naam beklaagde],     beklaagde.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1. DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweer, de repliek en de dupliek. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 juli 2025. Klaagster is zonder voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Beklaagde was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. E. J. Brouwer-Van Vliet. Na de zitting is uitspraak bepaald.

2. DE KLACHT

Beklaagde wordt verweten met betrekking tot de kat van klaagster in zijn onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten met name door het middel Solensia voor te schrijven in afwijking van de voorschriften, wat volgens klaagster heeft geleid tot problemen aan het linkeroog.

3. DE VOORGESCHIEDENIS

3.1. Het gaat in deze zaak om de kat van klaagster, een Europese korthaar met de naam [naam kat] (hierna de kat), 15 jaar oud ten tijde van de gebeurtenissen die tot de klacht hebben geleid.

3.2. Op vrijdag 19 januari 2024 is klaagster met de kat op het spreekuur bij een collega van beklaagde geweest, omdat de kat zich niet meer goed verzorgde, waardoor de vacht was vervilt. Sinds een week dronk de kat veel meer, maar plaste weinig. De collega van beklaagde heeft de kat onderzocht en besloten eerst een urineonderzoek te doen.

3.3. Op vrijdag 26 januari 2024 liet klaagster weten dat het niet lukte om urine van de kat op te vangen. Afgesproken werd om het te blijven proberen en als het niet zou lukken, dan zou onder sedatie bloed en urine afgenomen worden en tevens een röntgenonderzoek worden gedaan.

3.4. Op maandag 29 januari 2024 heeft beklaagde onder sedatie bloed en urine bij de kat afgenomen en een röntgenfoto en een echo gemaakt. Ook heeft beklaagde met klaagster gesproken over de behandelmogelijkheden. Na de onderzoeken heeft beklaagde ervoor gekozen Solensia 7 mg/ml voor te schrijven, toe te dienen eens per maand.

3.5. Op donderdag 8 februari 2024 heeft beklaagde een antibioticumkuur Kesium voorgeschreven in verband met een bacteriële infectie die uit de urinekweek was gebleken. Eind februari 2024 heeft klaagster naar eigen zeggen de tweede injectie Solensia slechts deels kunnen toedienen en eind maart 2024 de derde injectie Solensia in zijn geheel.

3.6. Op woensdag 10 april 2024 heeft klaagster met de kat het spreekuur van een collega van beklaagde bezocht vanwege klachten aan het linkeroog. De betreffende collega heeft de kat onderzocht. Zij heeft Novacam voorgeschreven en Dorzolamide/Timolol oogdruppels. Bij het ophalen van de oogdruppels de volgende dag heeft klaagster aan een assistent gevraagd of het probleem met het oog een bijwerking van Solensia kon zijn, omdat in de bijsluiter van deze medicatie staat vermeld dat het middel niet geregistreerd is voor katten onder de 2,5 kg.

3.7. Op dinsdag 16 april 2024 heeft de collega van beklaagde de kat doorverwezen naar een oogarts. De volgende dag heeft beklaagde klaagster toegelicht waarom het in zijn visie zeer onwaarschijnlijk was dat het probleem aan het linkeroog veroorzaakt werd door het gebruik van Solensia.

3.8. Enige tijd later heeft klaagster de onderhavige klacht ingediend.

4. HET VERWEER

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.

5. DE BEOORDELING

Vooraf

5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de kat van klaagster, met betrekking tot welk dier zijn hulp was ingeroepen, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren.

5.2. Bij de beoordeling van de klacht geldt als uitgangspunt dat de in het veterinair tuchtrecht te toetsen zorgvuldigheidsnorm niet zo streng is dat alleen de meest optimale diergeneeskundige zorg voldoet. De maatstaf is dus niet of het diergeneeskundig handelen van de dierenarts beter had gekund, maar of hij in de specifieke omstandigheden van het geval als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot is opgetreden.

5.3. Vooraf wordt tevens opgemerkt dat het vaste tuchtrechtspraak is dat, wanneer partijen elkaar tegenspreken over bepaalde feiten en op grond van de beschikbare gegevens door het college niet kan worden vastgesteld van welke lezing moet worden uitgegaan, de klacht met betrekking tot het desbetreffende onderdeel niet gegrond kan worden bevonden. Dit berust niet op de opvatting dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar op het uitgangspunt dat het oordeel omtrent de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van het veterinair handelen of nalaten waarover is geklaagd, zijn grondslag behoort te vinden in feiten en omstandigheden die door het college als vaststaand kunnen worden aangenomen. Een tuchtmaatregel kan slechts op zodanige feiten en omstandigheden worden gebaseerd.

5.4. Het college stelt vast dat de kat ten tijde van het toedienen van Solensia ongeveer 15 jaar oud was. In het verweerschrift en ter zitting heeft de beklaagde aangevoerd dat uit de onderzoeken was gebleken dat de kat artrose had, maar ook dat zij slechts één nier had die bovendien slecht functioneerde. Beklaagde heeft aan klaagster toegelicht dat vanwege de artrose de kat idealiter op een nier-dieet zou moeten en dat hij het liefst Meloxicam (een NSAID) zou hebben voorgeschreven. Maar het feit dat de kat maar één nier had die niet goed functioneerde – met een zwaar gecomprimeerde nierfunctie -  en omdat het een uitgemergeld katje betrof met tekenen van uitdroging, vormde dit voor hem reden om geen NSAID’s voor te schrijven en vond hij Solensia een beter alternatief, omdat het een vrij veilig middel met weinig bijwerkingen is. Dat deze medicatie volgens de bijsluiter is geregistreerd voor katten vanaf 2,5 kg, wil in de visie van beklaagde nog niet zeggen dat het niet geschikt is voor katten die daar qua gewicht net onder zitten. Beklaagde heeft aangevoerd dat er studies bekend zijn waaruit is gebleken dat ook bij (grote) overdoseringen geen bijwerkingen zijn waargenomen.

5.5. Het college overweegt dat beklaagde afdoende heeft gemotiveerd waarom hij heeft gekozen voor het gebruik van Solensia. Daarbij geldt tevens dat het gewicht van de kat slechts twee ons onder de 2,5 kg grens lag en het verschil dus minimaal was, waarbij het college tevens rekening houdt met de veiligheidsmarge die met betrekking tot Solensia bekend is. Het college oordeelt de keuze van beklaagde voor deze medicatie in de gegeven situatie niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.   

5.6. Voor zover het gaat om het door klaagster veronderstelde verband tussen het gebruik van Solensia en het later geconstateerde probleem aan het linkeroog geldt het volgende. In de verslaglegging van de oogarts worden daar geen uitlatingen over gedaan. Het college overweegt dat Solensia niet immunosuppressief is waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat het oogprobleem is ontstaan door Solensia, waarbij het college ook meeweegt dat er slechts aan één oog een probleem was en niet aan beide ogen. Het is volgens de bijsluiter ook geen bekende bijwerking bij de fabrikant. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

5.7. Met betrekking tot het niet voorschrijven van een nier-dieet heeft beklaagde aangevoerd dat de kat in zijn visie gewoon (lekker) moest eten, in plaats van een minder smakelijk nier-dieet. Het betrof immers een erg mager en kwetsbaar katje. Naar het oordeel van het college is verdedigbaar geweest dat beklaagde gelet op de body condition score van de kat (van 1 uit 9) geen nier-dieet heeft voorgeschreven en acht dit klachtonderdeel eveneens ongegrond.

6. DE BESLISSING

Het college:

verklaart de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst Mak, drs. A.C.M. van Heuven-van Kats en dr. Y. Elte en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.