ECLI:NL:TDIVTC:2025:35 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/52

ECLI: ECLI:NL:TDIVTC:2025:35
Datum uitspraak: 25-09-2025
Datum publicatie: 05-03-2026
Zaaknummer(s): 2024/52
Onderwerp: Honden
Beslissingen: Gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: Hond. Dierenarts schiet tekort bij de sterilisatie van een hond. [Klacht gegond.] Volgt waarschuwing.

HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uitspraak in de zaak van   

[naam klaagster],                                                      klaagster,

tegen

de dierenarts [naam beklaagde],                           beklaagde.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1. DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweer, de repliek en de dupliek. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 1 mei 2025. Daarbij was klaagster aanwezig, vergezeld van dhr. [naam metgezel] (hierna: metgezel). Beklaagde is met kennisgeving aan het college niet verschenen. Na de zitting is uitspraak bepaald.

2. DE KLACHT

Beklaagde wordt, naar de kern genomen, verweten dat hij de sterilisatie van de hond van klaagster niet correct heeft uitgevoerd.

3. DE VOORGESCHIEDENIS

3.1. Het gaat in deze zaak om de hond van klaagster, een kruising (teef) tussen een Jack Russel en een Pincher met de naam [naam hond] (hierna: de hond), die ten tijde van de gebeurtenissen die tot de onderhavige procedure hebben geleid twee jaar en drie maanden oud was.

3.2. Op 3 januari 2024 is de hond – metgezel was toen nog eigenaar van de hond – gesteriliseerd. Volgens het patiëntendossier van de hond zijn daarbij de eierstokken verwijderd. Op 4 januari 2024 is de hond, die onbenaderbaar was geworden en bijtgedrag was gaan vertonen, door een praktijkgenoot van beklaagde gecontroleerd en is de romper die de hond droeg aangepast. Op 12 januari 2024 heeft een praktijkgenoot van beklaagde een wondcontrole bij de hond uitgevoerd. Eind januari 2024 is klaagster de nieuwe eigenaar van de hond geworden.

3.3. Op 3 mei 2024 is klaagster met de hond bij een praktijkgenoot van beklaagde op consult geweest, omdat er al enige dagen druppels bloed uit de vulva van de hond vloeiden en de hond vaker moest plassen en minder at, waardoor de hond was afgevallen. Deze dierenarts-praktijkgenoot was, na anamnese te hebben afgenomen en lichamelijk onderzoek te hebben uitgevoerd, van mening dat de hond loops was en heeft geadviseerd de hond zo snel mogelijk opnieuw te laten opereren – op kosten van de dierenartsenpraktijk.

3.4. Op 7 mei 2024 is klaagster met de hond op consult geweest bij een dierenarts van een andere praktijk, die anamnese heeft afgenomen en lichamelijk onderzoek, een echografie en bloed- en urineonderzoek heeft uitgevoerd. Uit het bloedonderzoek is duidelijk geworden dat er nog steeds eierstokweefsel aanwezig was. Op de echografie is een afwijkende baarmoeder – verdikt en gevuld met weefsel en vocht – geconstateerd. Deze dierenarts heeft geadviseerd de hond opnieuw te laten opereren en heeft antibiotica voorgeschreven voor een eventuele baarmoederontsteking.

3.5. Op 14 mei 2024 is de hond geopereerd door dierenartsen van de in 3.4 genoemde praktijk. Volgens het operatieverslag leek aan de linkerkant nog een klein stukje eierstokweefsel aanwezig te zijn, dat vergroeid was met vet rondom de nier; dit is losgehaald. Rechts caudaal, een à twee centimeter voor de cervix is een flinke, met de darm vergroeide zwelling op de baarmoeder aangetroffen. Deze massa bleek een eierstok te zijn van anderhalve centimeter doorsnede met een cyste. De eierstok leek craniaal wel te zijn losgemaakt, maar is blijkbaar achtergebleven in de buik tijdens de eerste operatie; hiervan is een foto gemaakt die deel uitmaakt van de stukken van deze zaak. De baarmoeder en de eierstok zijn verwijderd en bewaard in formaline.

3.6. De hond heeft bij metgezel verbleven voor herstel na de operatie en is goed benaderbaar geworden. Op 25 mei 2024 is de hond weer naar klaagster terug gegaan.

3.7. Op enig moment hierna is klaagster de onderhavige tuchtprocedure gestart.

4. HET VERWEER

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dat verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.
 

5. DE BEOORDELING

5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de hond, met betrekking tot welk dier zijn hulp was ingeroepen, of dat hij anderszins is tekortgeschoten in de uitoefening van zijn beroep, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren. Naar vaste jurisprudentie wordt bij de beoordeling van die vraag niet getoetst of de meest optimale zorg is verleend. De maatstaf is dus niet of het handelen van beklaagde beter had gekund, maar of hij in de specifieke omstandigheden van het geval als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot is opgetreden.

5.2. Klaagster stelt, mede namens metgezel, dat beklaagde op 3 januari de sterilisatie van de hond niet correct heeft uitgevoerd, door één van de eierstokken wel te hebben losgemaakt, maar niet te hebben verwijderd. Als gevolg hiervan moest de hond nader worden behandeld en onderzocht en diende de hond weer te worden geopereerd, waarbij de achtergebleven eierstok en de baarmoeder zijn verwijderd. De hond heeft hiervan maandenlang pijn en stress gehad, aldus klaagster.

5.3. Beklaagde stelt dat hij op 3 januari beide eierstokken heeft afgeklemd, afgebonden en losgeknipt en deze vervolgens, zoals te doen gebruikelijk, op de operatietafel heeft gelegd. Door beide eierstokken te verwijderen heeft hij de operatie correct uitgevoerd.

5.4. Het college kan beklaagde hierin niet volgen. Hij heeft zijn stelling op geen enkele wijze onderbouwd en heeft naar voren gebracht niet te beschikken over beeldmateriaal van het verloop van de operatie. Daar staat tegenover dat het verslag van de op 14 mei uitgevoerde operatie en de foto van de toen verwijderde massa, er duidelijk blijk van geven dat een eierstok van anderhalve centimeter doorsnede is verwijderd die wel craniaal was losgemaakt, maar in de buik van de hond is achtergebleven. Beklaagde heeft als verklaring voor hetgeen tijdens de tweede operatie is aangetroffen, uitgesproken te verwachten dat er enkele cellen van de eierstok in een bloedvat zijn achtergebleven in de baarmoederhoorn en dat deze weer zijn teruggegroeid tot een functionerende eierstok. Het college acht dit scenario, dat niet verder is toegelicht door beklaagde, niet aannemelijk. Daar komt nog bij dat er in het verslag van de operatie van 14 mei, waarbij er is rondgekeken in de rest van de buik van de hond, geen melding is gemaakt van aangetroffen ectopisch ovarieel weefsel.

5.5. Dit alles leidt het college tot het oordeel dat beklaagde bij het uitvoeren van de sterilisatie is tekortgeschoten in de zorg die hij ten opzichte van de hond had behoren te betrachten, dat 1 van de eierstokken niet (correct) is verwijderd en dat de klacht daarmee gegrond zal worden verklaard. Na te melden maatregel wordt door het college passend en geboden geacht.

6. DE BESLISSING

Het college:

verklaart de klacht gegrond;

geeft beklaagde daarvoor een waarschuwing, als bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet dieren.

Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst-Mak, drs. A.C.M. van Heuven-van Kats en drs. M.J. Wisse en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025.