ECLI:NL:TDIVTC:2025:30 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/71

ECLI: ECLI:NL:TDIVTC:2025:30
Datum uitspraak: 17-07-2025
Datum publicatie: 26-02-2026
Zaaknummer(s): 2023/71
Onderwerp: Honden
Beslissingen: Ongegrond
Inhoudsindicatie: Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij het verzoek van klagers om preventief het middel Oxytocine voor te schrijven voor hun hond ten onrechte niet heeft ingewilligd en dat zij klagers verkeerd heeft geadviseerd over de behandeling van hun hond, met als gevolg dat de hond een spoedoperatie heeft moeten ondergaan. [Klacht is ongegrond.]

HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uitspraak in de zaak van   

[naam klager],                                               klager,

[naam klaagster],                                          klaagster,

                                                                     tezamen: klagers,

tegen

dierenarts [naam beklaagde],                     beklaagde.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1. DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift en het verweerschrift. Klagers hebben geen repliek ingediend. Nadat de griffie van het college aan partijen had gemeld dat daarmee de schriftelijke fase van de procedure was afgesloten, heeft beklaagde nog een tweetal verslagen van telefonische contacten op 4 maart 2023 tussen enerzijds klaagster en anderzijds beklaagde althans haar praktijkassistente mw. [naam assistente] aan het college doen toekomen. Van deze verslagen zijn afschriften gezonden aan klagers met de mededeling dat zij tijdens de mondelinge behandeling van de zaak daarop kunnen reageren. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 27 februari 2025. Daarbij waren klagers en beklaagde, bijgestaan door haar gemachtigde mr. V.C.A.A.V. Daniels, aanwezig. 

2. DE KLACHT

Beklaagde wordt verweten dat zij het verzoek van klagers om preventief het middel Oxytocine voor te schrijven voor hun hond ten onrechte niet heeft ingewilligd en dat zij klagers verkeerd heeft geadviseerd over de behandeling van hun hond, met als gevolg dat de hond een spoedoperatie heeft moeten ondergaan. Klagers hadden in de stukken nog opgemerkt dat beklaagde op 4 en 5 maart 2023 geen contact met hen heeft opgenomen, maar ter zitting heeft klager verklaard dat dit geen onderdeel vormt van hun klacht.

DE VOORGESCHIEDENIS

3.1. De hond waar het in deze zaak om gaat, is een Australian Labradoodle (teef) met de naam [naam hond] (hierna: de hond). De hond was ten tijde van de gebeurtenissen die tot de onderhavige procedure hebben geleid ruim drie jaar oud. De hond verbleef toen met het oog op haar bevalling bij klagers, die de eigenaren en fokkers van de hond zijn; doorgaans woont de hond bij een gastgezin. Ter zitting hebben klagers verklaard dat zij als fokkers in de afgelopen jaren negen nestjes pups hebben gehad, wat neerkomt op twee nestjes per jaar.

3.2. In de nacht van vrijdag 3 op zaterdag 4 maart 2023 is de hond bevallen van elf pups, waarvan er twee dood zijn geboren. Dit was de eerste bevalling van de hond. Klaagster heeft op 4 maart omstreeks 11.00 uur telefonisch contact opgenomen met de praktijk van beklaagde en heeft verzocht om het middel Oxytocine voor te schrijven om dit te kunnen komen ophalen op de praktijk en vervolgens zelf te kunnen toedienen aan de hond, ter bevordering van het tijdig uitdrijven van ontbrekende placenta’s. Aan klaagster is aangeboden om met de hond langs te komen voor consult om de hond te onderzoeken, maar klaagster heeft dit aanbod van de hand gewezen.

3.3. Circa een half uur later heeft de assistente, na hierover overleg te hebben gehad met beklaagde, telefonisch kenbaar gemaakt aan klaagster dat haar verzoek om Oxytocine voor te schrijven zonder dat beklaagde de hond eerst heeft gezien, niet wordt ingewilligd. Klaagster is nogmaals uitgenodigd om op die dag met de hond naar de praktijk te komen voor onderzoek, maar zij heeft de uitnodiging wederom afgewezen. Daarop heeft de assistente een van beklaagde afkomstig advies doorgegeven, dat in grote lijnen neerkomt op het geven van aanwijzingen ter bevordering van het aanmaken van lichaamseigen oxytocine door de hond en om het voorlopig aan te kijken. Klaagster heeft kenbaar gemaakt met beklaagde te willen spreken en de assistente heeft het verzoek om die middag nog terug te bellen, bij beklaagde achtergelaten. Beklaagde trad op 4 maart op als dienstdoend (spoed)dierenarts.

3.4. Op 4 maart rond 17.00 uur hebben klaagster en beklaagde elkaar telefonisch gesproken. Op het herhaalde verzoek van klaagster om Oxytocine voor te schrijven om dit op de praktijk te kunnen komen ophalen, heeft beklaagde opnieuw afwijzend gereageerd. Beklaagde heeft het in de ochtend via de assistente gegeven advies, herhaald. 

3.5. Op 5 maart 2023 zijn klagers met de hond naar een dierenziekenhuis in [plaatsnaam] gegaan, omdat er nog steeds placenta’s zouden ontbreken, de hond slomer was, haar lichaamstemperatuur was gestegen en zij geen eetlust had. De dierenarts van het dierenziekenhuis heeft na onderzoek van de hond een pyometra (baarmoederontsteking) vastgesteld, waarna een ovariohysterectomie (operatie waarbij zowel de eierstokken als de baarmoeder worden verwijderd) is uitgevoerd.

3.6. Op enig moment hierna zijn klagers de onderhavige tuchtprocedure gestart.

4. HET VERWEER

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dat verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.
 

5. DE BEOORDELING

5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die zij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de hond, met betrekking tot welk dier haar hulp was ingeroepen, of dat zij anderszins is tekortgeschoten in de uitoefening van haar beroep, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren. Naar vaste jurisprudentie wordt bij de beoordeling van die vraag niet getoetst of de meest optimale zorg is verleend. De maatstaf is dus niet of het handelen van beklaagde beter had gekund, maar of zij in de specifieke omstandigheden van het geval als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot is opgetreden.

5.2. Klagers hebben op 4 maart (de praktijk van) beklaagde verzocht Oxytocine voor te schrijven, omdat na de honds bevalling enkele placenta’s nog niet waren geboren en zij dit middel uit voorzorg in huis wilden hebben om het zelf te kunnen toedienen voor het geval die placenta’s niet binnen 24 uur na de bevalling op natuurlijke wijze uitgedreven zouden worden. Het eerste onderdeel van hun klacht richt zich tegen de weigering van beklaagde om aan dit verzoek te voldoen. Beklaagde heeft naar voren gebracht dat zij eerst bereid was Oxytocine voor te schrijven, nadat zij de hond op de praktijk zou hebben gezien, maar daartoe waren klagers volgens haar niet bereid.

5.3. Het college oordeelt dat dit onderdeel van de klacht ongegrond zal worden verklaard en legt hieraan het volgende ten grondslag. Uitgangspunt is dat beklaagde voor wat betreft het voorschrijven van medicatie een eigen verantwoordelijkheid heeft. Hieraan voegt het college toe dat het ermee bekend is dat verkeerd gebruik of overdosering van Oxytocine complicaties kan veroorzaken. Het college acht het in overeenstemming met een zorgvuldige beroepsuitoefening dat beklaagde alvorens Oxytocine voor te schrijven, heeft verlangd eerst de hond te kunnen zien teneinde de hond te kunnen onderzoeken en op basis van haar bevindingen tot een juiste diagnose te komen. Vast is komen te staan dat tijdens beide telefoongesprekken die op 4 maart rond 11.00 uur en 11.30 uur hebben plaatsgevonden, klagers zijn uitgenodigd om op de bewuste dag met de hond naar de praktijk te komen, van welke uitnodiging klaagster om haar moverende redenen geen gebruik heeft willen maken. Verder is gebleken dat beklaagde noch de hond noch klagers ooit eerder had gezien, dat de hond nog niet eerder op de praktijk van beklaagde was geweest en dat er dus ook geen patiëntendossier van de hond was. De hond verbleef doorgaans bij een gastgezin en was in verband met haar zwangerschap bij klagers, die de fokkers van de hond zijn, terwijl de drachtbegeleiding gebeurde door een dierenarts van een andere praktijk. Ook was volgens beklaagde bij haar (praktijk) niet bekend dat klagers beschikken over een zekere mate aan ervaring met het fokken van honden.

5.4. Onder deze omstandigheden heeft beklaagde naar het oordeel van het college, door Oxytocine niet ongezien voor te schrijven, correct gehandeld. Volgens beklaagde heeft zij tijdens het telefoongesprek dat rond 17.00 uur heeft plaatsgevonden, wederom aan klagers aangeboden om met de hond naar de praktijk te komen, maar klagers hebben dit weersproken. Dat hiermee niet vast is komen te staan dat beklaagde ook tijdens dit telefoongesprek nogmaals dit aanbod heeft gedaan, doet voor het college niet af aan zijn oordeel. Evenmin kan daaraan afdoen dat klagers naar eigen zeggen via hun vaste dierenarts wel op eerste aanvraag preventief over Oxytocine konden beschikken en dat zij bekend waren met de werking van het middel.

5.5. Klagers hebben ook geklaagd over het door beklaagde op 4 maart gegeven advies. Dit advies is gegeven nadat beklaagde had geweigerd om Oxytocine voor te schrijven zonder eerst de hond te hebben gezien. Het advies hield in om de pups goed te laten drinken, zodat de hond lichaamseigen oxytocine zou gaan aanmaken voor het afdrijven van de placenta’s, de hond ook wat beweging te geven en dan aan te kijken hoe het verder gaat, maar wel na het weekend contact op te nemen met de eigen dierenarts van klagers. Klagers waren het niet eens met dit advies, omdat een Oxytocine-injectie uiterlijk 24 uur na de bevalling moet worden gegeven. Het college overweegt dat, wat er ook van dit advies zij, in ieder geval vast staat dat daarvan ook deel heeft uitgemaakt de uitnodiging om op dezelfde dag nog met de hond naar de praktijk te komen om de hond te onderzoeken (waarvan klagers geen gebruik hebben gemaakt). Hierdoor kan het college klagers niet volgen in hun stelling dat beklaagde een verkeerd advies heeft gegeven, zodat hun klacht ook wat betreft dit onderdeel ongegrond zal worden verklaard.

5.6. Het voorgaande leidt het college tot het volgende oordeel.

6. DE BESLISSING

Het college:

verklaart de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst-Mak, drs. J.A.M. van Gils en drs. C.J. van Woudenbergh en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2025.