ECLI:NL:TDIVBC:2025:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/04
| ECLI: | ECLI:NL:TDIVBC:2025:9 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-11-2025 |
| Datum publicatie: | 07-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | VBC 2025/04 |
| Onderwerp: | Honden |
| Beslissingen: | Verwerpt het beroep |
| Inhoudsindicatie: | Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De zaak heeft betrekking op een operatie van de hond van appellante. Appellante maakt de dierenarts verwijten over de uitvoering van de operatie en de verleende nazorg. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht in eerste aanleg ongegrond verklaard. |
Zaaknummer: Datum uitspraak:
VBC 2025/04 7 november 2025
Uitspraak op het beroep van:
[appellante], wonende te [plaats],
appellante,
tegen de uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege van 6 februari 2025 in zaaknr. 2023/58 in het geding tussen:
appellante
(klaagster in eerste aanleg)
en
[verweerder], dierenarts te Oisterwijk (hierna: de dierenarts)
1. Verloop van de procedure
Bij uitspraak van 6 februari 2025 (ECLI:NL:TDIVTC:2025:8) heeft het Veterinair Tuchtcollege
de klacht van appellante tegen de dierenarts ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante beroep ingesteld.
De dierenarts heeft een verweerschrift ingediend.
Het Veterinair Beroepscollege heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 oktober
2025. De dierenarts is verschenen. Appellante is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen.
2. Voorgeschiedenis
2.1 Het Veterinair Beroepscollege gaat bij de beoordeling uit van de volgende
feiten en omstandigheden.
-
- Het gaat in deze zaak om de hond van appellante met de naam [naam], een Anatolische
herder die ten tijde van de gebeurtenissen die tot de onderhavige procedure hebben geleid vier jaar en zes maanden oud was (hierna: de hond).
-
- Op 4 juli 2023 heeft appellante een consult gehad met de hond, omdat deze een
gezwel op haar poot had. Een collega van de dierenarts heeft tijdens dat consult een biopt van het gezwel genomen. Uit dit biopt bleek dat het gezwel een mastocytoom, een kwaadaardige mastceltumor, was. Deze collega heeft geadviseerd om de mastceltumor operatief te laten verwijderen.
-
- De dierenarts heeft de mastceltumor op 10 juli 2023 operatief verwijderd. Vóór de operatie
heeft de dierenarts een echo gemaakt om uitzaaiingen uit te sluiten. Vervolgens heeft hij de mastceltumor weggesneden. De wond is gesloten met onderhuidse hechtingen en een knoophechting. De mastceltumor is, in overleg met appellante, opgestuurd naar het laboratorium om te controleren of de tumor volledig was verwijderd. Na de operatie is de hond in opname geplaatst. Tijdens deze opname is de wond licht gaan bloeden. De pleister op de wond is toen vervangen en daarna is het bloeden gestopt. De hond mocht in de middag van 10 juli 2023 weer naar huis met appellante.
-
- Op 15 juli 2023 heeft een collega van de dierenarts de wond gecontroleerd. De collega
heeft geconstateerd dat er bloederig vocht uit de wond druppelde. Dit gebeurde met name wanneer de hond hurkte en er druk op de wond kwam. De collega heeft appellante geadviseerd een antibioticakuur te starten. Appellante wilde dit niet en liet weten dat ze het genezingsproces wilde afwachten.
-
- Op 16 juli 2023 heeft een collega van de dierenarts geconstateerd dat de wond centraal
verder was geopend en de wondranden uiteen weken. In de diepte was er sprake van veel holtevorming. De collega heeft gezegd dat het de beste oplossing zou zijn om de wond opnieuw te hechten en een drain aan te brengen. Daarnaast heeft de collega geadviseerd een antibioticakuur te starten. Appellante heeft ingestemd met dit behandelplan.
-
- Op 17 juli 2023 heeft de dierenarts de wond opnieuw gehecht. De wond is gehecht met
PDS 2-0 hechtdraad. De dierenarts heeft gebruik gemaakt van U-hechtingen in combinatie met knoophechtingen. Daarnaast heeft de dierenarts een drain geplaatst.
-
- Op 21 juli 2023 heeft de dierenarts de hond op controle gezien. De dierenarts heeft
geconstateerd dat er een beetje wondvocht uit de wond kwam. De wond stond door de spanning een beetje open. De dierenarts heeft vervolgens een nieuwe afspraak ingepland op 24 juli 2023.
-
- Op 24 juli 2023 heeft de dierenarts opnieuw de wond gecontroleerd. De wond stond een
klein beetje open en enkele hechtingen lieten los. De dierenarts heeft onder andere tegen appellante gezegd dat de wond opnieuw zou kunnen worden gehecht. Appellante wilde het eerst nog even aankijken, waarna de dierenarts de antibioticakuur heeft verlengd.
-
- Op 14 augustus 2023 is geconstateerd dat de wond nagenoeg volledig was gesloten en er
geen wondvocht meer uit de wond kwam.
3. Procedure in eerste aanleg
De klacht
3.1 Appellante heeft de dierenarts in eerste aanleg, samengevat en zakelijk
weergegeven, verweten dat hij tekort is geschoten in de uitvoering van de operatie
op 10 juli 2023 en met betrekking tot de zorg die de dierenarts na deze ingreep heeft
verricht.
De beslissing van het Veterinair Tuchtcollege
3.2 Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.
4. Gronden van beroep en verweer
Beroepsgronden
4.1 Appellante is het niet eens met de beslissing van het Veterinair Tuchtcollege.
De verwijten uit eerste aanleg heeft zij in beroep herhaald. Volgens appellante heeft
het Veterinair Tuchtcollege ten onrechte geoordeeld dat er geen geschil tussen partijen
zou zijn over de complicaties na de operatie. Juist deze complicaties en het advies
tot een derde operatie vormen volgens appellante het geschil. Verder klaagt zij over
de duur van de procedure in eerste aanleg en het feit dat de dierenarts wel is gehoord
en zij niet.
Verweer
-
- Volgens de dierenarts heeft appellante in eerste aanleg ruim voldoende gelegenheid gehad
om te reageren en gehoord te worden. Verder ziet de dierenarts in het beroep geen nieuwe feiten of argumenten waarop hij anders zou moeten of kunnen reageren dan hij in eerste aanleg heeft gedaan.
5. Beoordeling van het beroep
5.1 De vraag die het Veterinair Beroepscollege moet beantwoorden, is of het Veterinair
Tuchtcollege de klacht van appellante terecht ongegrond heeft verklaard. In dat kader dient te worden beoordeeld of de dierenarts tekort is geschoten in de zorg die hij had behoren te betrachten ten opzichte van de hond van appellante. Bij die beoordeling gaat het er volgens vaste jurisprudentie niet om of de meest optimale zorg is verleend, maar of de dierenarts als redelijk bekwaam en redelijk handelende dierenarts heeft gehandeld.
5.2 De bezwaren die appellante heeft aangevoerd tegen de processuele gang van zaken bij het Veterinair Tuchtcollege kunnen, of die inhoudelijk nu gegrond zijn of niet, niet tot vernietiging van de beslissing van het Veterinair Tuchtcollege leiden. Het Veterinair Beroepscollege zal die bezwaren verder dan ook onbesproken laten.
5.3 Het Veterinair Tuchtcollege heeft naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege in de
overwegingen 5.3 (over de operatie) en 5.6 (over de nazorg) duidelijk gemotiveerd waarom de dierenarts veterinair niet onjuist heeft gehandeld en niet is tekortgeschoten in de zorg voor de hond van appellante. Daarbij heeft het Veterinair Tuchtcollege onder meer geoordeeld dat de keuze van de dierenarts om veel weefsel weg te snijden, waardoor een grote wond werd gemaakt, te rechtvaardigen was, omdat op deze wijze de mastceltumor volledig kon worden verwijderd en de kans op recidive daardoor werd verkleind. Verder is volgens het Veterinair Tuchtcollege niet gebleken dat de wond na de operatie is open gegaan doordat de dierenarts in de verkeerde richting zou hebben gesneden. Over de nazorg heeft het Veterinair Tuchtcollege geoordeeld dat de handelingen van de dierenarts gedurende de nazorg niet onbegrijpelijk zijn geweest en binnen de grenzen van de redelijk bekwame beroepsuitoefening zijn gebleven.
5.4 Het oordeel van het Veterinair Tuchtcollege en de daaraan ten grondslag liggende
overwegingen worden door het Veterinair Beroepscollege ten volle onderschreven. Hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd, betreft een herhaling van de klacht en leidt niet tot een ander oordeel. Dit betekent dat het Veterinair Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard en dat het beroep van appellante moet worden verworpen.
6. Beslissing
Het Veterinair Beroepscollege verwerpt het beroep.
Aldus gewezen op 7 november 2025 door mr. E.A. Minderhoud (voorzitter), mr. J.C.W. Rang en
mr. R.H. Broekhuijsen (jurist-leden), drs. F. Kahlmann en drs. W.A. Breukers (dierenarts-leden), in tegenwoordigheid van mr. M.D. Moeke als secretaris.
mr. E.A. Minderhoud mr. M.D. Moeke
Voorzitter Secretaris