ECLI:NL:TAHVD:2025:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 240195

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2025:54
Datum uitspraak: 31-03-2025
Datum publicatie: 02-04-2025
Zaaknummer(s): 240195
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Financiën
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Verweerster (en haar voorgangster) hebben klager bijgestaan in een familierechtelijke kwestie (erkenning van en omgang met zijn zoon), terwijl klager meent dat zij de moeder van zijn zoon en haar partner hadden moeten aanspreken vanwege ontvoering en seksueel misbruik. Ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.


Beslissing van 31 maart 2025
in de zaak 240195

naar aanleiding van het hoger beroep van:

klager

tegen:

verweerster

gemachtigde: [naam]

1 INLEIDING

1.1 De raad heeft de klacht van klager over de dienstverlening door verweerster (en haar voorgangster) ongegrond verklaard. Klager komt van die beslissing in hoger beroep. In de kern komt de zaak erop neer dat verweerster (en haar voorgangster) klager hebben bijgestaan in een familierechtelijke kwestie (erkenning van en omgang met zijn zoon), terwijl klager meent dat zij de moeder van zijn zoon en haar partner hadden moeten aanspreken vanwege ontvoering en seksueel misbruik. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

1.2 Het hof zet eerst het verloop van de procedure bij de raad en het hof uiteen. Vervolgens zet het hof het volgende op een rij: de feiten, de klacht en de beoordeling van de raad. Daarna volgen de redenen waarom klager in beroep is gekomen en hoe het hof tot zijn oordeel komt.


2 DE PROCEDURE

Bij de raad van discipline

2.1 De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft in de zaak tussen klager en verweerster (zaaknummer: 24-060/A/A) een beslissing gewezen op 24 juni 2024. In deze beslissing is de klacht van klager in alle onderdelen ongegrond verklaard.

2.2 Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRAMS:2024:110 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.

Bij het hof van discipline
2.3 Het beroepschrift van klager tegen de beslissing is op 30 juni 2024 ontvangen door de griffie van het hof.

2.4 Verder bevat het dossier van het hof:
- de stukken van de raad;
- het verweerschrift.

2.5 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van 3 februari 2025. Daar zijn klager en verweerster met haar gemachtigde verschenen. Partijen hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, die onderdeel uitmaken van het dossier van het hof.


3 FEITEN

3.1 Het hof stelt de volgende feiten vast.

3.2 Klager heeft een relatie gehad met een vrouw (hierna: de vrouw). Zij is zwanger geraakt van klager en was eind juli/begin augustus 2022 uitgerekend. De vrouw bleek ondertussen echter getrouwd te zijn met een andere man (hierna: de man). Tegen het einde van de zwangerschap liet de vrouw niets meer van zich horen. Op enig moment is de vrouw bevallen van een zoon.

3.3 In juli 2022 heeft klager het kantoor van verweerster (hierna: het kantoor) verzocht om hem rechtsbijstand te verlenen. Zijn zaak is in eerste instantie behandeld door mr. H, destijds nog werkzaam bij het kantoor. Op 27 juli 2022 heeft mr. H klager een opdrachtbevestiging gestuurd. In de opdrachtbevestiging is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

“Description of the case
You were in a relationship with a woman. When she became pregnant, it turned out that she was married to another man. She is now about to give birth and you want to recognize your son and play a part in his life. We agreed that we will send her a letter with the request to cooperate with this. If she does not do this or does not respond to this letter, we will start a procedure.
Please send me all the information you have, like her fully name, date of birth, e-mailadress, phonenumber, etc. So I can try to reach her.
Hourly fee
I have informed you about the remuneration of the work: Hourly rate of € 165.00 to be increased by 21% VAT and 5 % office costs. Invoicing of the fee will be monthly. We spoke about the fee we ask in advance, in your case we will send a nota for 2 hours. (…)
Furthermore, the work will be noted in time units of 6 minutes.”

3.4 Op 29 juli 2022 heeft mr. H telefonisch contact gehad met de man. Hij deelde mee dat het zijn kind was, omdat het binnen zijn huwelijk is geboren. De man betwistte niet dat het niet zijn biologische kind was. Op het verzoek om mee te werken aan een DNA-onderzoek heeft hij afwijzend gereageerd. De man zou ook een advocaat in de arm nemen, maar van de man of zijn advocaat is daarna niet meer vernomen.

3.5 Bij e-mail van 7 augustus 2022 heeft klager mr. H het volgende bericht gestuurd:

“I have one unanswered question in this case too - why my son still is in that family? I don't want to see any symptoms of that two people psychological sickness in my son. I gave you info: [De vrouw] left two her children to go suck for money; [De vrouw] in pregnancy got a venerische sickness (Sifiliss or Gonorea, her dokter knows better) [De man] use heroine daily, attack my son before he is born (check reports for police). He lived with women who worked for him as prostitute and was second mother for Rita's two sons. I don't give ... I donow and myself!!! I will inform police, that you are my lawyer.”

3.6 Op 9 augustus 2022 heeft mr. H klager als volgt geantwoord, voor zover relevant:

I received several e-mails from your side. I will try to reply on all of them.
At first: Unfortunately, I am not aware of the birth of your son. Since the last call of her husband, I did not hear from them. I don't even know if they hired a lawyer by now (as they said they will do). So I cannot give you any information for your lawyer in Latvia. I hope we get more information soon. The most important thing at this moment is to know where [de vrouw] lives. I've sent a letter to Obdam and Heerhugowaard, but I did not get a reaction yet. As soon as we get her address, we will ask the judge for the DNA test. Without her address, I cannot start any procedures. (…)
Furthermore you ask me to help you with the application at the Police office. I think I am not the right person, now I am a family law lawyer, not criminal law. Did you have contact with the police already? I think the police also need to know her address details.
In addition, I note that I cannot send them to prison. All I can do is ensure that your son also legally becomes your son and that you get contact and care about your son. If there is a dangerous situation for your son, we can also see if the child protection council can be involved to protect your son. (…)”

3.7 Op 3 november 2022 heeft mr. H namens klager een verzoekschrift bij de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) ingediend. Dit verzoekschrift strekt tot gegrondverklaring van ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap en tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor erkenning van het kind door klager en vastlegging van een omgangsregeling.

3.8 Op 4 november 2022 heeft mr. H klager wederom laten weten dat zij geen strafrechtadvocaat is en heeft zij klager geadviseerd om ook een strafrechtadvocaat in te schakelen.

3.9 Op 9 december 2022 is mr. H gebeld door de politie. Naar aanleiding hiervan heeft zij klager opnieuw geadviseerd een strafrechtadvocaat in te schakelen. Zij schrijft hem in dat verband:

“I just got a call from (…) Police Alkmaar. (…). She told me that there is an investigation by the police for threats and stalking and that you are now reported as wanted (because there is no registered place of residence).
She would like to get in touch with you and has asked me to facilitate this. As I told you, I am not a criminal lawyer and therefore I cannot advise you in this process.
But the police told me that they want to question you (in that case I think it would be good to bring a criminal lawyer). She told me that you can go to any police station at a time that suits you. Otherwise you run the risk of being stopped on the street and then having to come along at a time when it is not convenient for you.
My advice is to inform a criminal lawyer about what to do with this. I can refer you to a lawyer if you wish.”

3.10 Op 19 december 2022 heeft klager mr. H geantwoord en haar de naam van zijn strafrechtadvocaat doorgegeven. Hij schrijft in dat verband:

Hi, Charlotte. I don’t know something about the procedure in police station Alkmaar, but they had no questions any more. Here is a phone number of my lawyer in that case. If you have some questions, you can contact opnemen MR. R(…) P(…)”

3.11 Op 10 februari 2023 heeft mr. H klager bericht dat er in de procedure een bijzonder curator over de zoon van klager zou worden benoemd en dat het dossier zou worden overgedragen aan mr. Van der K, omdat zij per 15 februari 2023 het kantoor zou verlaten.

3.12 Bij e-mail van 16 februari 2023 heeft klager mr. Van der K als volgt bericht:

“Hallo. Op dit moment weet je dat er een strafzaak tegen mij is geopend wegens vervolging. Er is een strafzaak geopend omdat [de vrouw] beweerde dat ik een vreemde voor haar was. De strafzaak is tot nu toe opgeschort, omdat bleek dat [de vrouw] tegen de politie had gelogen. Als u een kans ziet, vraag ik u om naar de rechtbank te stappen en het belang van DNA-testen voor de strafrechtspleging te bepleiten.”

3.13 Diezelfde dag heeft mr. Van der K klager geantwoord, voor zover relevant:

“Zoals u weet behandelt mijn kantoor geen strafzaak voor u. Ik neem aan dat u daar een andere (strafrecht) advocaat voor in de arm heeft. Indien dat niet het geval is ben ik bereid u door te verwijzen naar een strafrechtadvocaat, maar zonder uw tegen bericht ga ik ervan uit dat u er al eentje heeft. Wanneer de strafrecht advocaat vindt dat wij iets zouden moeten doen voor u in die strafrechtprocedure doen we dat natuurlijk graag. Zorgt u in dat geval dat de strafrecht advocaat contact met ons opneemt? (...)”

3.14 Bij beschikking van 23 februari 2023 heeft de rechtbank een bijzonder curator benoemd. Op 6 maart 2023 heeft de bijzonder curator het kantoor gevraagd wie de zaak van mr. H heeft overgenomen en verzocht om haar de contactgegevens van klager te verstrekken.

3.15 Vanaf dat moment was verweerster bij de zaak betrokken en heeft zij de zaak samen met mr. Van der K verder behandeld. Bij e-mail van 7 maart 2023 heeft de bijzonder curator verweerster als volgt bericht:
“Van mr. Van der K begreep ik dat u de zaak [klager] / [de vrouw] heeft overgenomen van mevrouw [H]. (…) Graag horen wij zo spoedig mogelijk van u.”

3.16 In vervolg hierop heeft verweerster klager op 7 maart 2023 het volgende bericht gestuurd:

“Wij ontvingen onderstaand bericht van de bijzonder curator. Voor een uitleg hierover verwijs ik u graag naar onze eerder verzonden e-mail van 27 februari 2023 met een toelichting over de benoeming van deze bijzonder curator. Er wordt gevraagd of wij uw contactgegevens kunnen delen. Ik ga ervan uit dat dit geen probleem is maar ik wil het u wel even voorleggen. Bij geen tegenbericht voor morgen 17.30 uur zal ik uw contactgegevens delen met deze bijzonder curator. Ik hoor het graag even.”

3.17 Klager heeft niet gereageerd op verweersters e-mail zodat verweerster op 9 maart 2023 de contactgegevens van klager aan de bijzonder curator heeft doorgestuurd. Aangezien verweerster op 17 maart 2023 nog steeds niet van klager vernomen had, heeft zij hem toen het volgende bericht gestuurd:

“Vorige week heb ik uw gegevens aan de bijzondere curator doorgestuurd. Heeft deze inmiddels al contact met u opgenomen?
Het is van belang dat u ook de mogelijkheid krijgt om uw verhaal te doen. Graag verneem ik van u of er inmiddels een afspraak is gepland. Zoals al eerder aangegeven kunnen wij u ook helpen met de voorbereiding van een dergelijk gesprek. Graag verneem ik van u of u hiervoor open zou staan.
Uw reactie zie ik graag tegemoet.”

3.18 Klager heeft verweerster op 17 maart 2023 geantwoord:

“Hallo! Ja, ik heb volgende week donderdag een afspraak met de advocaat van mijn zoon. Ik kan je consult niet betalen, ik ben je 1500 € schuldig, het spijt me.”

3.19 Op 17 maart 2023 heeft verweerster hierop gereageerd met:

“Bedankt voor uw bericht. Goed om te vernemen dat u een gesprek heeft ingepland. Ik begrijp uit uw e-mail dat u hier geen voorbereiding door ons in wenst. Mocht u toch nog vragen hebben voorafgaand aan het gesprek, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. Laat u na afloop even aan ons weten hoe het is verlopen?”

3.20 Omdat de rechtbank het kantoor meerdere malen had verzocht klager te vragen niet meer zelfstandig contact op te nemen met de strafgriffie, heeft verweerster klager op 7 maart 2023 het volgende bericht gestuurd, voor zover relevant:

“Van de strafgriffie van de rechtbank (…) heb ik vernomen dat u hen een aantal keer hebt gebeld over uw zaak. Ik verzoek u vriendelijk indien u vragen heeft deze bij mij neer te leggen en mocht het dan nodig zijn om de rechtbank hierover te contacten dit aan mij over te laten. Bovendien betreft uw zaak een familiezaak en heeft de strafgriffie hier niets mee van doen.
Ook verneem ik graag van u hoe het gesprek met de bijzonder curator afgelopen week is verlopen.”

3.21 Op 27 maart 2023 heeft klager hierop als volgt gereageerd:

“Hallo. De bijeenkomst verliep in de gebruikelijke sfeer. misschien voelde ik dat de beschermer van mijn zoon. Ik begrijp niet waarom de rechter u informeert over mijn uitspraken over de strafzaak - de rechtbank heeft al wonderen verricht en laat ze nu beslissen hoe ze de rechter en de stomme officier van justitie moeten ontslaan.
Als je specifieke vragen hebt, kan ik uitleg geven. maar anders, alleen omdat de rechter bang was voor zijn beslissing om mij te arresteren, kan het niet worden verklaard als de rechtbank niet aangeeft waarom hij contact met u heeft opgenomen."

3.22 Verweerster klager op 27 maart 2023 geantwoord:

“Begrijp ik uit uw e-mail dat u - naast de familierechtelijke rechtszaak - ook een strafzaak heeft lopen? Indien dat het geval is adviseer ik u om contact met uw strafrechtadvocaat op te nemen.
Voor het geval uw vragen uw familierechtelijke zaak betreffen – welke wij behandelen - kunt u contact met ons opnemen. ( .. )"

3.23 Op 5 april 2023 heeft verweerster klager een factuur van € 244,59 met een urenspecificatie gestuurd voor haar werkzaamheden in de maand maart. Op 5 april 2023 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de factuur.

3.24 Bij e-mail van 18 april 2023 heeft verweerster op de bezwaren van klager gereageerd. Zij schrijft in dat verband:

“Ik begrijp uit uw e-mail dat u het niet eens bent met onderstaande factuur.
Alle uren die in rekening zijn gebracht zijn echter besteed aan uw dossier, zoals bijvoorbeeld e-mails richting u en de bijzonder curator. In dat kader heeft deze correspondentie wel degelijk betrekking op de behandeling van uw dossier.”

3.25 Bij e-mail van 19 april 2023 heeft klager nogmaals geklaagd over de factuur van 5 april 2023. Hij heeft daarbij ook bezwaren geuit over eerder ontvangen en nog openstaande facturen (van mr. H) en het feit dat hij met de bijzonder curator heeft geconcludeerd dat er door mr. H bepaalde stukken niet waren ingediend bij de rechtbank.

3.26 Op 26 april 2023 heeft verweerster klager gevraagd welke stukken er dan ontbraken. Zij schrijft hem voor zover relevant het volgende:

“Uit het dossier heb ik opgemaakt dat er wel degelijk een groot aantal stukken zijn ingediend bij de rechtbank. Graag verneem ik dan ook van u welke stukken er - volgens u - niet zijn ingediend en waar u wel opdracht voor heeft gegeven om deze in te dienen.
Verder heeft verweerster klager in haar e-mail van 26 april 2023 meegedeeld dat het kantoor zich zal onttrekken aan zijn zaak omdat de neuzen niet meer dezelfde kant op staan. Op 9 mei 2023 heeft het kantoor zich ook daadwerkelijk aan de zaak van klager onttrokken.

4 KLACHT

4.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:
a) verweerster beschikte niet over de benodigde kennis om de belangen van klager goed te behartigen;
b) door het optreden van verweerster is klager in zijn belangen geschaad;
c) verweerster heeft werkzaamheden gedeclareerd die klager niet kan herleiden naar zijn dossier.


5 BEOORDELING RAAD

5.1 Klachtonderdelen a) en b).
Deze klachtonderdelen zien op de kwaliteit van verweersters dienstverlening en van die van haar voorganger, mr. H. Klager stelt dat mr. H en verweerster niet voldoende waren toegerust om zijn zaak te behandelen. Klager wilde primair ondersteuning in het strafrecht, omdat hij wilde dat de man en vrouw elk contactrecht met zijn kind zou worden ontzegd en dat zij zouden worden beschuldigd van - onder meer - poging tot moord. Daarnaast stelt klager dat mr. H volgens de bijzonder curator had nagelaten belangrijk bewijsmateriaal aan de rechtbank te verstrekken. Verweerster had dat bewijsmateriaal alsnog aan de rechtbank moeten verstrekken en dat heeft zij niet gedaan.
De raad heeft overwogen dat het voor klager vanaf het begin van de dienstverlening duidelijk moet zijn geweest dat mr. H en verweerster familierechtadvocaten zijn en geen strafrechtadvocaten. Uit de opdrachtbevestiging van 27 juli 2022 blijkt ook dat de dienstverlening zag op een familierechtelijke kwestie. Klager is er vervolgens bij herhaling op gewezen dat het kantoor geen strafrechtzaken behandelt, waarbij klager is geadviseerd om – indien hij bijstand op dat vlak wenste – contact op te nemen met een strafrechtadvocaat. Het verwijt van klager dat verweerster niet over de juiste deskundigheid zou beschikken, omdat zij geen kennis van het strafrecht had, is dan ook onterecht. De raad volgt klager ook niet in zijn verwijt dat hij door het handelen van verweerster in zijn belangen is geschaad. Verweerster heeft voor klager slechts werkzaamheden verricht in de korte periode van maart en april 2023. Haar werkzaamheden bestonden met name uit het doorsturen van stukken van de rechtbank of van de bijzonder curator en klager wijzen op de gang van zaken en mogelijkheden. Wanneer verweerster die stukken niet had doorgestuurd, dan was klager juist in zijn belangen geschaad en was hij niet op de hoogte geweest van de laatste stand van zaken in zijn dossier. Voor zover klager stelt dat verweerster nalatig is geweest bij het indienen van belangrijk bewijsmateriaal (dat mr. H in eerste instantie aldus klager had moeten indienen), heeft klager niet duidelijk gemaakt op welke informatie hij doelt. Op verweersters vraag bij e-mail van 26 april 2023 om welke stukken het dan ging, heeft klager niet gereageerd, zodat verweerster ook hiervan geen verwijt kan worden gemaakt.

5.2 Klachtonderdeel c). Klager is van mening dat er kosten in rekening zijn gebracht voor ontvangen en verzonden e-mails en ingaande en uitgaande telefoongesprekken die niet in zijn dossier zijn opgenomen. Verweerster heeft klager bovendien een aanbod gedaan voor rechtsbijstand die niet als een te leveren dienst in het contract was opgenomen, namelijk advisering over gedragsnormen tijdens zijn onderhoud met de bijzonder curator van zijn zoon. Klager weigerde die dienst, maar verweerster bleef aandringen en eist nu betaling voor het aanbieden van de dienst. De raad heeft overwogen dat het klachtdossier geen feitelijke grondslag biedt voor klagers verwijten in dit klachtonderdeel. In de opdrachtbevestiging is aan klager kenbaar gemaakt hoe de werkzaamheden in rekening zouden worden gebracht. Niet gebleken is dat verweerster of haar kantoorgenoten niet conform de opdrachtbevestiging hebben gedeclareerd. Verweerster heeft toereikend aangevoerd dat alle in rekening gebrachte uren op de factuur van 5 april 2023 kunnen worden onderbouwd en zijn te herleiden naar het dossier van klager. Klager heeft bij aanvang van de opdracht betaald voor het opstellen van een verzoekschrift. Daarmee had klager niet ook al betaald voor het doorsturen en voorzien van een toelichting op stukken die in die procedure naar verweerster zijn gestuurd, of voor andere werkzaamheden. De uren/facturen voor het opstarten van de procedure heeft klager betaald, maar de werkzaamheden daarna nog niet. Klager lijkt verder te klagen over de e-mail van verweerster van 17 maart 2023. Hierin vraagt verweerster klager of de bijzonder curator inmiddels contact met hem had opgenomen en biedt zij aan te helpen bij de voorbereiding van dat gesprek. Naast de aangeboden dienst, die klager heeft geweigerd, zag de e-mail ook op het informeren naar de stand van zaken en het aangeven dat het van belang is dat er een gesprek wordt ingepland met de bijzonder curator. De vraag over het helpen bij de voorbereiding sluit daarop aan. Verweerster heeft terecht aangevoerd dat het in rekening brengen van kosten voor deze e-mail conform de opdrachtbevestiging is.

6 BEROEPSGRONDEN EN VERWEER

Beroepsgronden klager

6.1 Klager heeft aangevoerd dat de beslissing van de raad geen weerspiegeling is van zijn klacht. Onderdeel van de klacht is dat klager verweerster heeft gevraagd om een familie van criminelen te beschuldigen van ontvoering en seksueel misbruik van kinderen. De klacht gaat niet over het handelen van verweerster op het gebied van het familierecht. De raad geeft, aldus klager, aan dat de advocaten klager herhaaldelijk hebben laten weten dat zij geen strafrechtadvocaten zijn, maar (aldus nog steeds klager) niemand heeft klager ooit uitgelegd dat aan zijn vraag om rechtsbijstand slechts gedeeltelijk zou worden voldaan en dat verweerster niet in staat was aan de rest van zijn verzoek te voldoen. Bovendien blijkt uit de correspondentie duidelijk dat klager niet begreep wat het betekent als een advocaat zegt dat hij geen strafrechtadvocaat is. De advocaten verborgen voor klager dat ze een zaak aannamen die niet binnen hun bevoegdheid lag. Klager had geen hulp van een familierechtadvocaat nodig, maar hulp van een advocaat om gerechtigheid en wettelijke straf te bewerkstelligen voor de mensen die hem seksueel hebben misbruikt, de ontvoering van een kind hebben gepland en uitgevoerd, en ook hun kinderen seksueel hebben uitgebuit. De raad is eraan voorbij gegaan dat de advocaten een zaak aannamen die zij niet konden behandelen. Een advocaat mag alleen die zaken behandelen waarvoor hij gekwalificeerd is. Dat betekent dat de advocaat, door de verdediging op zich te nemen in een zaak die specifieke kennis van het strafrecht vereist, waarover zij niet beschikt, onprofessioneel heeft gehandeld en tegen de belangen van klager. De raad heeft het feit genegeerd dat verweerster geen verzoekschrift bij de rechtbank heeft ingediend en geen van klagers verzoeken heeft ingewilligd.

6.2 Met betrekking tot de declaraties voert klager aan dat vóór de ondertekening van het contract de kosten van correspondentie niet waren aangegeven. De raad verplicht klager nu te betalen voor dergelijke diensten, zoals het overdragen van documenten aan de curator, berichten aan de rechtbank, die niet gingen over zijn verzoek om bescherming, voor diensten die klager geweigerd heeft en waarom hij niet heeft gevraagd. Niemand heeft klager ooit verteld dat e-mailcorrespondentie zo duur is.

Verweer
6.3 Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd in beroep. Waar dat relevant is, bespreekt het hof dit bij de beoordeling van het beroep.


7 BEOORDELING HOF

Maatstaf
7.1 Bij de beantwoording van de vraag of een advocaat zich betamelijk heeft gedragen als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet hanteert het hof als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen als daarover wordt geklaagd. Bij deze beoordeling geldt dat de tuchtrechter rekening houdt met de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Het hof toetst of verweerder heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijke bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Deze toets geldt omdat er binnen de beroepsgroep wat betreft de vaktechnische kwaliteit geen sprake is van breed gedragen, schriftelijk vastgelegde professionele standaarden.

Overwegingen hof
7.2 Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de raad heeft gedaan. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad en neemt die over. Het hof verwerpt de beroepsgronden van klager. Het hof voegt hier nog aan toe dat verweerster slechts één maand als advocaat voor klager heeft opgetreden. Voordien is al meerdere malen duidelijk aan klager medegedeeld dat het kantoor van verweerster geen strafzaken behandelt. Ook in de opdrachtbevestiging is duidelijk neergelegd welke werkzaamheden (de voorgangster van) verweerster voor klager zou ontplooien, waarbij helder is verwoord dat de werkzaamheden zagen op de erkenning van klagers zoon en het spelen van een rol in zijn leven. Het feit dat klager – kennelijk – een verkeerd beeld heeft gehad van wat de bijstand door verweerster en haar kantoor zou inhouden en zij aldus niet heeft gedaan wat hij – kennelijk – van haar verwachtte, maakt niet dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerster heeft daarbij in de korte tijd dat zij voor hem optrad slechts beperkte werkzaamheden voor klager verricht en daarvoor aan klager een overzichtelijke declaratie gezonden. De daarin opgenomen tijd die is besteed aan correspondentie met derden, zoals de bijzonder curator van klagers zoon, behoort tot de tijd die een advocaat aan de cliënt in rekening mag brengen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.


8 BESLISSING

Het Hof van Discipline:

bekrachtigt de beslissing van 24 juni 2024 van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam, gewezen onder nummer 24-060/A/A.

Deze beslissing is genomen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. R. van der Hoeven en H.H. Tan, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A.M. Sinjorgo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2025.


griffier voorzitter

De beslissing is verzonden op 31 maart 2025.