ECLI:NL:TADRSGR:2025:59 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-671/DH/DH

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2025:59
Datum uitspraak: 31-03-2025
Datum publicatie: 02-04-2025
Zaaknummer(s): 23-671/DH/DH
Onderwerp: Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Overige gronden
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet niet-ontvankelijk omdat dit te laat is ingesteld. Weliswaar zijn er bijzondere omstandigheden aanwezig die kunnen leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding, maar het verzet is niet zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk ingediend.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 31 maart 2025 in de zaak 23-671/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 6 december 2023 op de klacht van:

klager

over:

verweerder


1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 23 mei 2023 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 2 oktober 2023 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K105 2023 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 6 december 2023 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op diezelfde datum om 12:12 uur aan partijen verzonden per Aangetekend Mailen. Klager heeft de beslissing volgens de registratie van Aangetekend Mailen diezelfde dag om 12:54 uur en nogmaals om 13:00 uur opgehaald.
1.4 Op 25 oktober 2024 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Op 30 oktober 2024 heeft klager zijn verzet aangevuld met drie bijlagen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 17 februari 2025. Daarbij was klager digitaal aanwezig. Verweerder is, hoewel waren op de juiste wijze opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift, inclusief de aanvullende bijlagen van 30 oktober 2024 en een pleitnota van klager van 2 maart 2025.

2 BEOORDELING
2.1 Voordat de raad het verzet inhoudelijk kan beoordelen, moet de raad ambtshalve vaststellen of klager kan worden ontvangen in zijn verzet. Op grond van artikel 46h lid 1 Advocatenwet, in verbinding met artikel 46j lid 4 Advocatenwet, heeft klager verzet kunnen instellen tegen de voorzittersbeslissing binnen dertig dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing. De voorzittersbeslissing is op 6 december 2023 aan klager verzonden. Dat betekent dat de termijn om verzet in te stellen afliep op 5 januari 2024. Klager heeft zijn verzet op 25 oktober 2024 ingediend en is daarmee ruim 10 maanden te laat. Dat betekent dat hij in beginsel niet-ontvankelijk is in zijn verzet.
2.2 De raad staat vervolgens voor de vraag of de te late indiening van het verzetschrift verschoonbaar geacht dient te worden. De raad volgt daarbij, in navolging van de ontwikkelingen in de bestuursrechtspraak, een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering (zie CBb 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31). Klager heeft in dat verband toegelicht dat hij te laat was met het instellen van verzet omdat hij ernstig ziek werd door kanker en daarvan herstellende was, maar ook omdat verweerder thans een op leugens gebaseerd advies zou hebben gegeven aan de wederpartij van klager.
2.3 Klagers ziekte kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid, waardoor een termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen zijn. Het kon van klager vervolgens echter worden verlangd dat hij zijn verzetschrift zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk was zou indienen. De raad betrekt daarbij dat klager al binnen een uur na verzending bekend was met de beslissing en dat het instellen van verzet vormvrij is en ook beperkt van omvang kan zijn, zoals bij klager het geval is. Klager heeft zijn verzetschrift pas 10 maanden na afloop van de verzettermijn ingediend. Ook op de zitting heeft hij niet voldoende duidelijk gemaakt waarom het hem pas toen voor het eerst mogelijk was om verzet in te stellen. Daarom is de raad van oordeel dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
2.4 De raad zal het verzet daarom niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. A.B. Baumgarten en W. Knoester, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2025.

Griffier Voorzitter

Verzonden op: 31 maart 2025