ECLI:NL:TADRSGR:2025:58 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-655/DH/DH
ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2025:58 |
---|---|
Datum uitspraak: | 24-03-2025 |
Datum publicatie: | 02-04-2025 |
Zaaknummer(s): | 24-655/DH/DH |
Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
Beslissingen: | Regulier |
Inhoudsindicatie: | Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening. Volgens klaagster heeft verweerster te weinig gedaan. De raad acht de klacht in alle onderdelen ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 24 maart 2025 in
de zaak 24-655/DH/DH
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over
verweerster
gemachtigde: mr. H. Sytema
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 2 februari 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 4 september 2024 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K032 2024
ia/nm van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 februari 2025. Daarbij
waren klaagster en verweerster, bijgestaan door haar gemachtigde, aanwezig.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventarislijst genoemde bijlagen 3 tot en met 9 (inhoudelijk) en 1 tot en
met 14 (procedureel).
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klaagster is werkzaam (geweest) bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur
en Wetenschap (OCW). Op 13 september 2022 heeft klaagster zich ziekgemeld.
2.3 Begin oktober 2022 heeft klaagster verweerster verzocht om bijstand te verlenen.
Op 14 oktober 2022 heeft verweerster klaagster gevraagd om documenten en informatie
te verstrekken. Op 20 oktober 2022 heeft verweerster de opdracht aan klaagster bevestigd.
Uit de brief blijkt dat verweerster klaagster op toevoegingsbasis zal bijstaan. De
kwestie tussen klaagster en de werkgever is in de opdrachtbevestiging als volgt omschreven:
“(…) U heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en u werkt 24 uur per
week. U heeft zich ziekgemeld, omdat de situatie op het werk onhoudbaar is geworden.
U wordt door meerdere collega’s van u gepest en lastiggevallen. Daarnaast heeft een
collega van u uw dossier met gevoelige informatie bij de IND, zonder uw akkoord, getracht
in te zien. Uw vertrouwen in uw werkgever is weg. U wenst mijn bijstand in deze kwestie.
Ik zal het dossier onderzoeken en u adviseren. Aan de hand van het advies zal de proceshouding
worden bepaald. (…)”
2.4 Op 24 oktober 2022 heeft klaagster verweerster gevraagd om het dossier te
sluiten. Uit het bericht van klaagster blijkt dat zij enerzijds bang is voor de kosten
en anderzijds voor de macht van haar werkgever. Verweerster heeft op 25 oktober 2022
per e-mail gereageerd en geprobeerd klaagster gerust te stellen. Op 1 november 2022
heeft verweerster klaagster bericht dat zij het dossier heeft gesloten.
2.5 Op 27 maart 2023 heeft klaagster een klacht ingediend bij de OCW-klachtencommissie
over ongewenste omgangsvormen.
2.6 Op 29 juni 2023 heeft klaagster het volgende aan verweerster geschreven:
“Zoals wij op 14 oktober 2022 over probleem met mijn werk namens Ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besproken. Wil ik contacteer u aangaande een geschil
met mijn vorige probleem. Er is sprake ook van probleem met IND. De site van IND is
open en wij hebben samen ook gekeken op uw kantoor. Twee weken geleden ging ik naar
IND om te bewijzen dat de site open is en al mijn informatie wordt gepubliceerd. En
dat heb ik gedaan de medewerker van IND-accept eigen fouten. Daarna ging ik naar juridische
loket om te vragen wat ik kan doen ze adviseerde mij dat ik een advocaat moet nemen
voor deze probleem. En zij gaf mij de naam van een advocaat, maar ik dacht dat ik
eerst met u praten over, omdat mijn probleem bekend is voor u. IND wil met mij telefonisch
contact opnemen over deze probleem, maar juridische loket zei nee, eerst praat met
een advocaat. Ik verzoek u graag dat u met mij contact op te nemen om te weten dat
ik doorgaan met deze zaak of niet! Alvast bedankt”
2.7 Op 4 juli 2023 heeft verweerster klaagster telefonisch gesproken naar aanleiding
van de e-mail.
2.8 Op 14 juli 2023 heeft klaagster verweerster laten weten dat zij nog altijd
niets had vernomen naar aanleiding van haar klacht.
2.9 Op 26 juli 2023 heeft verweerster het volgende aan klaagster geschreven:
“U heeft mij laten weten dat u het dossier wenst te heropenen en dat u bijstand
wilt. Ik zal beoordelen of het over hetzelfde geval gaat. Als dat zo is, dan kan het
dossier heropend worden. Ik heb in ieder geval de volgende stukken van u nodig: (…)”
2.10 Op 27 en 31 juli 2023 heeft klaagster verweerster stukken gestuurd. Zij
heeft verder geschreven dat er een klacht aanhangig is bij de klachtencommissie ongewenste
omgangsvormen, maar dat zij niets hoort over die zaak.
2.11 Op 11 september 2023 heeft klaagster van de klachtencommissie vernomen dat
de klachtbehandeling vertraging heeft opgelopen wegens onvoorziene omstandigheden.
Klaagster heeft verweerster dezelfde dag op de hoogte gesteld.
2.12 Op 26 september 2023 om 15.14 uur heeft verweerster het volgende aan klaagster
geschreven:
“U heeft mij verzocht het dossier te heropenen. Dit is inmiddels gedaan. Omdat uw
verzoek in mijn verlofperiode viel, heb ik u toen medegedeeld dat het dossier na mijn
vakantieperiode wordt opgepakt. Begin september 2023 ben ik weer aan het werk. Afhankelijk
van de reeds geplande planning in de agenda is uw dossier opgepakt en bestudeerd.
Naar aanleiding van het onderzoek van uw dossier kan ik u het volgende berichten.
U bent werkzaam als medewerker verwerken en behandelen, afdeling juridische zaken
van het Ministerie OCW. De cao Rijk is op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard.
De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 20 uren per week voor onbepaalde tijd.
U heeft zich op 13 september 2022 ziekgemeld. Op 13 september 2023 heeft u de eerste
ziekteperiode bereikt. Op 25 augustus 2023 heeft de bedrijfsarts een advies uitgebracht
na het spreekuur. U bent de mening toegedaan dat de re-integratie stroef verloopt.
Naast de ziekte heeft u een klacht ingediend bij OCW. Er loopt thans een klachtenprocedure
vanwege onheus bejegening door uw collega’s en aanspreekpunt. U bent van mening dat
u door de situatie op het werk ziek bent geworden. U neemt OCW kwalijk, omdat er niet
tijdig is ingegrepen.
U heeft mij gevraagd u te adviseren in deze kwestie.
Allereerst wil ik u meegeven dat het voor mij lastig is te bepalen waar u precies
bijstand bij nodig heeft. Ook is het mij niet helder wat u precies wenst. Hieronder
zal ik uiteenzetten wat ik denk dat u wenst. Mocht dat niet kloppen, dan dient u dat
aan te geven.
Re-integratie Op dit moment bent u langdurig ziek. Ook wenst u te willen re-integreren.
De bedrijfsarts heeft inmiddels de werkgever hierover geadviseerd. Er zou een afspraak
komen, maar dat heeft nog niet plaatsgevonden. Ik vermoed dat dit te maken heeft met
het feit dat u een nieuwe casemanager toegewezen krijgt. Uiteraard mag dit niet ten
koste van uw re-integratie komen, maar in de praktijk gaat het helaas anders. Daar
u de mening bent toegedaan dat het gesprek spoedig moet plaatsvinden, maar niet plaatsvindt
en dat u duidelijke afspraken wenst te maken om te kunnen re-integreren, kan ik namens
u uw werkgever aanschrijven met het verzoek spoedig in overleg te treden met u voor
het opstellen plan van aanpak. In een plan van aanpak kunt u samen met uw werkgever
afspraken maken over hoe de re-integratie vorm moet krijgen, zoals taken, dagen, tijden,
locatie, aanspreekpunt enz. (…)
Vertrek van OCW Mocht u niet willen re-integreren en van mening zijn dat u niet
meer terug kunt naar de werkgever, dan verzoek ik u vriendelijk mij hier duidelijk
over te informeren, zodat de strategie hierop kan worden aangepast. Vooralsnog ga
ik ervan uit dat u wenst te re-integreren zolang het een veilige omgeving is.
Klachtenprocedure OCW Er loopt thans een klachtenprocedure tegen uw collega’s. Hiervoor
krijgt u steun van de vertrouwenspersoon. Mijns inziens kunt u deze procedure zelf
zonder mij doorlopen. De uitkomst van de klachtenprocedure kan relevant zijn als u
bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst wenst te ontbinden. Ook kan de uitkomst relevant
zijn hoe u het beste kunt re-integreren. Voor nu zie ik niet in wat mijn rol hierin
kan zijn.
Reactie Vriendelijk verzoek ik u mij te informeren of ik namens u een brief moet
opstellen aan uw werkgever met het verzoek het re-integratietraject te starten rekening
houdende met het advies van de bedrijfsarts. Ik zal morgen telefonisch contact met
u overleggen om deze e-mail met u te bespreken.”
2.13 Op 26 september 2023 om 15.19 uur heeft verweerster het volgende aan klaagster
geschreven:
“Ik merk dat u te vaak contact met mijn kantoor opneemt. Dit stel ik niet op prijs.
Ik kan mij voorstellen dat u de behoefte heeft om alle vragen bij mij neer te leggen.
Ik ben echter een advocaat die enkel over geschillen gaat. Het is niet de bedoeling
dat u over iedere communicatie met uw werkgever bij mij neerlegt tenzij het betrekking
heeft op de kwestie. Ik snap dat u nog niets heeft gehoord van uw werkgever. In dat
geval kunt u contact opnemen met uw werkgever. Hierover mij meerdere keren contacteren
is niet de bedoeling. Ik word overspoeld door uw terugbelverzoeken en e-mails. Dit
is niet gebruikelijk en zorgt er niet voor dat uw zaak eerder en/of sneller kan behandelen.
U heeft midden in mijn vakantieperiode aangegeven het dossier te willen heropenen.
Dat is gedaan. Terwijl u ervan op de hoogte was dat ik met verlof ben heeft u meerdere
malen contact opgenomen met het kantoor. Midden in mijn verlofperiode heb ik contact
met u opgenomen. U kunt zich voorstellen dat mijn agenda reeds gepland staat met allerlei
taken en dat uw dossier – afhankelijk van de prioriteit – wordt ingeroosterd. Het
is niet mogelijk om de eerstvolgende dag na mijn vakantie uw zaak te behandelen. Ik
verwacht hierin wel dat u rekening houdt met mijn werkwijze en mij respecteert. De
kwestie loopt voor een langere periode. Ik kan mij voorstellen dat u vindt dat het
allemaal lang duurt. Dat hoort u echter niet op mijn bord neer te leggen. Ik ben immers
ook gebonden aan mijn agenda. Daarbij komt dat ik zorgvuldig met uw zaak moet omgaan
en dat neemt tijd in beslag.”
2.14 Op 2 oktober 2023 heeft verweerster het volgende geschreven aan klaagster:
“Naar aanleiding van het gesprek van zojuist zend ik u deze e-mail ter bevestiging
van het gesprek.
Tijdens het gesprek heb ik het advies van 26 september 2023 toegelicht. Op dit moment
heeft de behoefte om bijgestaan te worden bij de klachtenprocedure OCW omdat u van
mening bent dat de afdeling uw klacht niet serieus neemt. Ik zal namens u een brief
aan OCW opstellen met het verzoek duidelijkheid te geven over de stand van zaken.
Ten aanzien van de reintegratie heeft u aangegeven ook bijstand nodig te hebben,
omdat de reintegratie maar niet van de grond komt. U heeft het gevoel dat u aan het
lijntje wordt gehouden. Ik heb u medegedeeld dat ik terughoudend ben met directe communicatie
met werkgevers bij werknemers die terug willen keren naar het werk. Daarom is er met
u afgesproken dat u het gesprek met de nieuwe casemanager gaat afwachten. Mocht dat
gesprek ook niet lijden tot duidelijke reintegratieafspraken, dan gaat u mij hierover
berichten. Tijdens het gesprek heb ik aangegeven dat beide gevallen los staan van
elkaar. Mocht u bijstand nodig hebben bij de reintegratiekwestie, dan zal ik met de
RvR moeten overleggen over de eventuele tweede toevoeging. U heeft aangegeven dit
geen probleem te vinden.”
2.15 Klaagster heeft instemmend op dit bericht gereageerd.
2.16 Op 6 oktober 2023 heeft klaagster documenten ontvangen van de klachtencommissie.
Ze heeft deze stukken naar verweerster gestuurd.
2.17 In e-mails van 25 oktober 2023 heeft verweerster aan klaagster uitgelegd
hoe zij kan reageren op de stukken van de klachtencommissie:
“Het rapport in concept heb ik bestudeerd. Zo goed als al uw stellingen worden betwist.
Ter onderbouwing van uw stellingen kunt u nagaan of u deze kunt bewijzen of onderbouwen.
Dit kunt u per gedraging doen.
Bijvoorbeeld; u geeft aan dat u volledig bent genegeerd door de coördinator Daggenvoorde.
Zij betwist dit en geeft aan dat het enkel om mails ging waar het om autorisatie ging
waar u nog geen toegang toe had. Heeft u de emails/ Whatsapp in uw bezit waar u geen
reactie op heeft gekregen die over wat anders ging dan over autorisatie? Op deze manier
kunt u per gedraging nagaan en mij informeren of u bewijs ervoor heeft.
Daarnaast ontvang ik graag ook uw reactie op het rapport.
Verder lijkt het mij handig om te vragen tot wanneer u de tijd heeft om op het rapport
te reageren. Kan ik direct contact opnemen met de commissie? Ook wil ik het reglement
over de procedure opvragen. Graag uw akkoord hierop.”
2.18 Op 30 oktober 2023 heeft klaagster nog meer stukken ontvangen van de klachtencommissie.
Ze heeft de stukken dezelfde dag gedeeld met verweerster.
2.19 Op 25 oktober 2023 heeft de werkgever aanklaagster een eerstejaarsevaluatie
gezonden, met het verzoek om daarop te reageren. Klaagster heeft het bericht op 30
oktober 2023 doorgestuurd naar verweerster.
2.20 Op 31 oktober 2023 heeft klaagster verweerster een reactie gestuurd op een
deel van de stukken van de klachtencommissie.
2.21 Op 5 november 2023 heeft verweerster aan klaagster laten weten dat zij het
plan van aanpak heeft doorgenomen, dat zij geen bijzonderheden heeft aangetroffen
en dat klaagster het kan ondertekenen als de inhoud ook voor haar klopt.
2.22 Op 5 november 2023 heeft klaagster verweerster een reactie gestuurd op andere
stukken van de klachtencommissie.
2.23 Op 11 november 2023 heeft klaagster de beslissing van de klachtencommissie
ontvangen. Zij heeft de beslissing doorgestuurd naar verweerster en vraagt zich in
haar begeleidende e-mail af hoe het kan dat er is beslist zonder dat zij heeft kunnen
reageren op de stukken van de klachtencommissie.
2.24 Op 13 december 2023 heeft verweerster het volgende geschreven aan klaagster:
“Naar aanleiding van ons telefoongesprek van gisteren kan ik u het volgende mededelen.
U heeft mij verzocht u bij te staan in de klachtenprocedure tegen uw collega’s.
Ik heb echter geen toestemming van u gekregen om mijzelf te stellen in de klachtenprocedure,
waardoor ik enkel de adviserende rol heb ingenomen. U vraagt mij nu om juridisch advies,
aangezien de klachtencommissie van oordeel is dat het niet aannemelijk is dat de door
u beschreven en ervaren gedragingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Verder heeft
de klachtencommissie puntsgewijs aanbevelingen gedaan die uw werkgever heeft overgenomen.
De beslissing van uw werkgever heb ik telefonisch met u besproken, en ik heb de aanbevelingen
van de klachtencommissie puntsgewijs toegelicht.
Tijdens het gesprek heb ik u medegedeeld dat u zelf uw klacht bij de ombudsman kunt
neerleggen. Op de website van de Ombudsman kunt u informatie verkrijgen over de rol
van een ombudsman. De Ombudsman is laagdrempelig, daarom wordt van u verwacht dat
u dat zelf kunt doen.
Verder heb ik u medegedeeld dat ik in deze zaak tegen een bewijsprobleem aanloop.
Voor het starten van een gerechtelijke procedure dient u alle beweringen te onderbouwen
met stukken en/of getuigenverklaringen. Anders staat uw woord tegen het woord van
de wederpartij. Als u een procedure start, moet u bewijzen dat uw beweringen kloppen,
en dat is lastig. De e-mails die u mij heeft verzonden, heb ik na de beslissing van
uw werkgever opnieuw nagekeken. Naar aanleiding daarvan kan ik u berichten dat uit
de e-mails van 15 juli 2021, 22 juli 2021, 27 juli 2021, 12 augustus 2021, 15 september
2021, 4 november 2021, 1 maart 2022 en 7 juni 2022 blijkt dat mevrouw D(…) inderdaad
niet op uw e-mails heeft gereageerd. Deze e-mails zijn tevens werkinhoudelijk. Met
deze e-mails kunt u aannemelijk maken dat mevrouw D(…) u heeft genegeerd. Dit kan
een aanwijzing zijn dat er sprake is geweest van buitensluiting. Echter, mevrouw D(…)
kan makkelijk een standpunt innemen waarmee uw stelling kan worden ontkracht. Zij
kan bijvoorbeeld aangeven dat zij wegens drukte er niet aan toe is gekomen of andere
redenen aanvoeren. Enkel met dit bewijs wordt het erg lastig, vooral nu de collega’s
zich lijken te verenigen. Het zou makkelijker zijn geweest als u bijvoorbeeld e-mails
had van de situaties die u heeft moeten ervaren en die u bij de leidinggevende of
bij andere leidinggevenden had aangekaart, met het verzoek dit probleem op te lossen.
Helaas heeft u deze e-mails niet. Natuurlijk is het lastig om die e-mails te hebben,
aangezien uw leidinggevende juist meedeed en u niet serieus nam. Ook heeft u geen
getuigen die uw stellingen kunnen bevestigen. Dit maakt het ook lastig voor mij. Hoewel
ik begrijp dat dit niet de uitkomst is die u had verwacht, ben ik verplicht om eerlijk
en duidelijk te zijn over de kans van slagen van een gerechtelijke procedure. Een
gerechtelijke procedure brengt namelijk veel kosten met zich mee. Daarnaast mag ik
geen gerechtelijke procedure starten waarvan ik de kans klein acht dat de vorderingen
worden toegewezen.
Tijdens het gesprek heb ik u ook meegegeven dat het wellicht handig is om uzelf
de vraag te stellen in hoeverre deze kwestie uw re-integratie kan verstoren en of
het niet beter is deze kwestie af te sluiten als het uw re-integratie stagneert. Ik
ben geen arts en niet in staat om u hierover te adviseren, maar het lijkt mij wel
handig om hierbij stil te staan gezien de haalbaarheid van de kwestie. Het doet natuurlijk
geen recht aan wat u heeft meegemaakt en ervaren. Het is echter lastig om via juridische
wegen uw recht te halen.
Gelet op het bovenstaande zal ik overgaan tot het sluiten van het dossier. Ik heb
het bovenstaande gisteren, 12 december 2023, uitgebreid telefonisch met u besproken.
Mocht u toch naar aanleiding van deze mail vragen hebben, dan kunt u telefonisch contact
met mij opnemen.
Er loopt momenteel een re-integratietraject omdat u ziek bent. Mocht u hierin een
geschil ervaren of mijn bijstand nodig hebben, dan kunt u mij uiteraard mailen zodat
ik u kan bijstaan. Het betreft echter een andere kwestie met een ander rechtsbelang,
wat inhoudt dat ik daarvoor een apart dossier moet aanmaken en opnieuw een toevoeging
moet aanvragen.”
2.25 Op 15 december 2023 heeft klaagster het volgende aan verweerster geschreven:
“Ik merk dat het niet goed gaat met mijn zaak, ik voel me niet goed. Ik heb meer
aandacht nodig voor mijn zaak dat ik van u niet heb gekregen. Ik zou kijken naar een
andere arbeidsadvocaat. Ik wil dat de toevoeging ook verwijst naar een andere advocaat.
U bent heel druk om mij aandacht te geven. Mijn zaak is heel belangrijk. Ik moet altijd
heel lang wachten totdat u antwoord wilt geven.”
2.26 Verweerster heeft op 18 december 2023 als volgt gereageerd:
“Ik zal reageren op uw e-mail van 13 december 2023. Allereerst is het van belang
om te vermelden dat het een gevoelige zaak is. Dat vraagt ook om een aparte aanpak.
Eerst had u er last van dat OCW de beloofde stukken – uit mijn hoofd – ergens in juni
2023 nog niet aan u had verzonden. Ik heb u toen medegedeeld dat ik OCW kan vragen
waarom het zolang duurt. Voordat ik het verzoek kon doen had OCW inmiddels de stukken
aan u toegezonden. Daarom was het niet nodig om dat verzoek te doen.
Vervolgens heb ik u verzocht of u op die verslagen van de beklaagden kunt reageren.
Ook heb ik u verzocht mij bewijsstukken te verstrekken die uw standpunten versterken
aangezien uw standpunten worden weerlegd door de beklaagden. Ik heb dit u telefonisch
duidelijk uitgelegd en u snapte mij ook.
Terwijl u bezig was met het reageren op de verslagen van beklaagden, heeft OCW een
advies uitgebracht. Vervolgens ben ik daarop gaan borduren en heb ik medegedeeld dat
ik zal nagaan of de stukken die u mij heeft verzonden en uw reactie op de verslagen
het standpunt van OCW kan veranderen. Aan de hand daarvan heb ik u een advies gegeven
en mondeling dit advies toegelicht. Tijdens het gesprek kon u zich vinden in het advies.
Ik heb u ook een praktisch advies gegeven, gelet op het feit dat u met re-integratie
bezig bent. Wellicht ben ik niet genoeg duidelijk erin geweest maar met het bestuderen
van de stukken die later heeft verzonden bezien of er een grond is om OCW te verzoeken
het advies te heroverwegen. Daar heb ik helaas geen grond voor kunnen vinden.
Ik snap dat de uitkomst niet is zoals u het heeft verwacht. Echter, niet alle geschillen
zijn juridisch op te lossen. Ik kan enkel juridisch advies geven.
Voor een akkoord om mijzelf te stellen bij OCW, nadat zij in de tussentijd de lang
gewachte stukken hadden overlegd, heeft te maken met het feit dat u nog steeds in
dienst bent van de werkgever. Daarbij komt dat u altijd erg voorzichtig bent, wat
ik erg goed snap. Voor de zekerheid heb ik daarom om een akkoord gevraagd. De situatie
was namelijk veranderd.
Voor de kwestie re-integratie heb ik geen dossier aangemaakt en ook geen toevoeging
aangevraagd. Als u daarvoor een andere arbeidsrecht advocaat wenst in te schakelen
dan kunt u dat doen. De kwestie bij de OCW is ten einde gekomen. Ik dacht ook dat
u mij tijdens het gesprek begreep en met mij eens was.
Uit uw e-mail komt naar voren dat u niet tevreden bent met mijn dienstverlening.
Is het een idee om een persoonlijk afspraak in te plannen, zodat een en ander kan
worden toegelicht. Mocht u hier behoefte aan hebben, dan verneem ik dat graag van
u voor het maken van een afspraak. In de tussentijd ga ik het dossier wel sluiten,
omdat ik geen werkzaamheden meer kan verrichten inzake OCW.
Als u in de kwestie met OCW de zaak aan een andere advocaat wenst over te dragen,
dan verneem ik dat graag binnen een week na heden van u aan wie u de zaak wenst over
te dragen. Mocht ik niets van u vernemen, dan ga ik ervan uit dat u geen bezwaar heeft
tegen het sluiten van het dossier.”
2.27 Op 13 februari 2024 heeft mr. H verweerster gevraagd om overdracht van het
dossier in de klachtzaak. Op 15 februari 2024 heeft verweerster het dossier toegestuurd.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Het verwijt dat
klaagster verweerster maakt valt uiteen in twee delen.
3.2 De klacht ziet ten eerste op de ongegrondverklaring door de klachtencommissie
van de klacht die klaagster bij haar werkgever heeft ingediend. Ten tweede ziet de
klacht op klaagsters re-integratie probleem.
3.3 Ter onderbouwing heeft klaagster het volgende gesteld:
“Toen ik wilde dat [verweerster] mijn zaak herroepen op 26-07-2023, ging zij meden
op vakantie voor een maand. Ik had echt haar nodig. Zij belde mij met boosheid en
arrogantie antwoord mij mevrouw moet je zelf beslissen namen. Ik moest heel lang wachten
totdat zij mijn antwoord wilde geven. Haar assistent belde mij en zij moest ik niet
bellen wanneer [verweerster] tijd heeft om mij te bellen. Ik bleef wachten, terwijl
ik haar nodig had op 27-09-2023 stuurde zij mij een heel andere e-mail alsof zij gratis
deed voor mij. Ik ben zelf jurist, ik weet welke vraag ik aan haar stel. Ik heb telefonisch
voor haar uitgelegd dat mijn zaak heel belangrijk is en heeft twee delen. Zij stuurde
mij een e-mail waarin we hebben besproken, maar zij heeft niets gedaan wat ze in de
e-mail van 2-10-2023 heeft gezegd. Zij heeft geen brief gestuurd naar de klachtencommissie.
Zodat ze moest weten dat ik een advocaat heb gezegd. Ik dacht dat zij was bezig wat
zij heeft gezegd. Maar tevergeefs. Dat was haar tip dat alles in de e-mail en telefoon
zeggen, maar zij heeft niets gedaan. Na dit e-mail wilde ik alles zelf doen, ook met
behulp van het juridische loket, omdat zij mij geen antwoord gaf. Op 5-11-2023 stuurde
zij aan mij een e-mail dat zij het plan van aanpak heeft doorgenomen voor UWV, maar
zij heeft dat niet gedaan. Omdat zij mij heel lang niet antwoordde, stuurde ik op
23-11-2023 een e-mail naar haar, waar staat mijn zaak? Op 13-12-2023 stuurde ik een
e-mail en belde ik ook haar, maar ik kreeg geen antwoord. Op 15-12-2023 stuurde ik
nog een keer een e-mail om te weten waar staat mijn zaak, maar ik kreeg geen antwoord.
Zij heeft geen brief gestuurd naar de klachtencommissie, zodat ze moest weten dat
ik een advocaat heb. Totdat de klachtencommissie ongegrond verklaarde. Terwijl ik
niet wist wat ik moest doen met mijn klachten, maar helaas moest ik zelf de meeste
dingen doen met stress en depressie. Ik heb netjes alle bewijzen naar haar doorgestuurd,
maar zij heeft niets bestudeerd. Op 19-12-2023 heb ik alles voor haar uitgelegd, toch
kreeg ik geen antwoord. Conclusie: [Verweerster] heeft niets gedaan voor mij, nu heb
ik heel veel probleem met reintegratie en klachtencommissie.”
4 VERWEER
4.1 Verweerster heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
4.2 Verweerster heeft aangevoerd dat zij zich bewust en in overleg met klaagster
niet heeft gesteld in de klachtenprocedure, om te voorkomen dat de zaak op de spits
zou worden gedreven en nadelig zou uitpakken voor de re-integratie van klaagster.
4.3 Volgens verweerster heeft zij geen bijstand toegezegd in de re-integratiezaak.
Zij heeft klaagster slecht zijdelings geadviseerd, uit coulance.
4.4 Volgens verweerster is klaagster telkens correct en voortvarend te woord
gestaan en bijgestaan. Verweerster wijst erop dat klaagster veelvuldig contact opnam
met haar kantoor en soms (te) veel verwachtte.
4.5 De raad zal hierna, waar nodig, verder op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Maatstaf
5.1 De raad neemt bij de beoordeling van de klacht als uitgangspunt dat, gezien
het bepaalde in artikel 46 Advocatenwet, de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit
van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd. Bij deze beoordeling
geldt dat de tuchtrechter rekening houdt met de vrijheid die de advocaat heeft met
betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met de keuzes waar de advocaat
bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. De vrijheid die de advocaat
heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en de keuzes waar
hij voor kan komen te staan zijn niet onbeperkt, maar worden begrensd door de eisen
die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden
gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen
de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt
een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende
advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht (zie Hof van Discipline
5 februari 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:32). Daarbij wordt opgemerkt dat binnen de beroepsgroep
wat betreft de vaktechnische kwaliteit geen sprake is van breed gedragen, schriftelijk
vastgelegde professionele standaarden. Het hof toetst daarom of verweerder heeft gehandeld
met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijke handelende advocaat
in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. (HvD 3 april 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:80).
Waarover ging de bijstand?
5.2 De raad stelt op grond van het dossier vast dat klaagster een aantal samenhangende
problemen in relatie tot haar werkgever heeft (gehad). Volgens klaagster was sprake
van een onveilige werksfeer, zij werd gepest door collega’s en genegeerd door haar
leidinggevende. Een collega had geprobeerd om informatie over klaagster te raadplegen
via de IND. Een en ander leidde tot de ziekmelding van klaagster en tot perikelen
rondom haar re-integratie. De situatie bracht klaagster ook tot het indienen van een
klacht bij de klachtencommissie van OCW. Verder was klaagster van mening dat haar
privacy werd geschonden.
5.3 Uit de hiervoor weergegeven feiten blijkt dat voor verweerster pas gaandeweg
en stukje bij beetje duidelijk werd wat er aan de hand was. De manier waarop klaagster
haar probleem aan verweerster presenteerde, was versnipperd en niet eenduidig. De
raad leidt uit het dossier af dat verweerster moeite heeft moeten doen om helder te
krijgen wat er speelde en wat klaagster van haar verwachtte.
5.4 De verwijten van klaagster dat verweerster onvoldoende voor haar heeft gedaan
en dat zij te kort schoot in de communicatie moet tegen deze achtergrond worden beoordeeld.
Periode oktober-november 2022
5.5 De raad stelt vast dat verweerster het dossier van klaagster dat zij in oktober
2022 had geopend in november 2022 op verzoek van klaagster heeft gesloten. Verweerster
heeft klaagster geïnformeerd dat zij aan het verzoek had voldaan (zie 2.4). De werkzaamheden
van verweerster besloegen toen niet meer dan het verzamelen van informatie. Voor zover
klaagster verweerster verwijt in dit stadium niets voor haar te hebben gedaan en haar
niet te hebben geïnformeerd, slaagt dit verwijt niet.
Privacykwestie
5.6 In juni 2023 heeft klaagster contact gezocht met verweerster in verband met
een privacykwestie met de IND (zie 2.6). Verweerster heeft onweersproken aangevoerd
dat zij klaagster op 4 juli 2023 telefonisch heeft geadviseerd om contact op te nemen
met een advocaat die gespecialiseerd is in privacyrecht. Op de zitting is gebleken
dat klaagster ook een privacy-advocaat heeft ingeschakeld. De raad ziet in het dossier
dat klaagster in haar communicatie met verweerster op dit onderwerp ook niet meer
is teruggekomen. De raad acht aannemelijk dat het klaagster voldoende duidelijk had
moeten zijn dat verweerster geen bijstand zou verlenen in de privacykwestie met de
IND. Het verwijt dat verweerster in dit dossier onvoldoende heeft gedaan en onvoldoende
heeft gecommuniceerd slaagt daarom niet.
Klachtenprocedure OCW
5.7 In het telefoongesprek op 4 juli 2023 kwam volgens verweerster verder aan
de orde dat klaagster een klacht had ingediend bij de klachtencommissie van OCW en
dat klaagster niets had vernomen van de commissie. Klaagster heeft verweerster verzocht
het eind 2022 gesloten dossier te heropenen (zie 2.9). Verweerster heeft aan dat verzoek
voldaan en heeft klaagster op 26 september 2023, na haar vakantie, geadviseerd (zie
2.12). Volgens het advies van verweerster kan klaagster de klachtenprocedure zonder
haar bijstand doorlopen, ook omdat klaagster in de procedure wordt gesteund door de
vertrouwenspersoon. Uit de e-mail van verweerster aan klaagster van 2 oktober 2023
(zie 2.14) blijkt echter dat klaagster toch de bijstand van verweerster wenst bij
de klachtenprocedure. De toezegging van verweerster om bij de klachtencommissie te
informeren naar de stand van zaken, werd vervolgens echter ingehaald door de stukken
die klaagster op 6 oktober 2023 van de klachtencommissie ontving. Verweerster heeft
klaagster gevraagd om op de stukken – de raad leidt uit het dossier af dat het (onder
meer) gaat om verklaringen van collega’s van klaagster - van de klachtencommissie
te reageren. Zij heeft klaagster ook gevraagd of zij namens haar in contact mocht
treden met de klachtencommissie (zie 2.17).
5.8 De reactie van klaagster op de stukken kwam op 31 oktober, 5 november en
7 november 2023. De raad kan niet vaststellen dat klaagster in haar reacties toestemming
heeft gegeven aan verweerster om contact op te nemen met de klachtencommissie. Bovendien
werd de beoogde bijstand van verweerster in de procedure bij de klachtencommissie
ingehaald door de beslissing van 11 november 2023. De raad kan niet vaststellen dat
verweerster vooraf op de hoogte was, of had moeten zijn, van deze beslissingsdatum.
5.9 Na ontvangst en bestudering van die beslissing heeft verweerster klaagster
geadviseerd over het vervolg. Dat blijkt uit haar e-mail aan verweerster van 13 december
2023, waarin verweerster ook heeft laten weten dat zij het dossier zal sluiten (zie
2.24).
5.10 De raad leidt uit een en ander af dat verweerster zich in de procedure bij
de klachtencommissie wel degelijk heeft ingespannen voor klaagster. Haar inspanningen
kwamen echter tot een einde door het moment van de uitspraak van de klachtencommissie.
Hiervan valt verweerster geen verwijt te maken.
5.11 De raad begrijpt dat het verloop van de klachtenprocedure voor klaagster
teleurstellend was. De raad kan echter niet vaststellen dat dit het gevolg is van
ontoereikende bijstand van verweerster. De klacht is in zoverre ongegrond.
Re-integratie
5.12 In de e-mails van 26 september 2023 en 2 oktober 2023 (zie 2.13 en 2.14)
heeft verweerster klaagster geadviseerd over haar re-integratie bij OCW. In het laatste
bericht heeft verweerster laten weten dat zij gelet op de onderlinge verhoudingen
terughoudend wil zijn met directe communicatie met OCW. Ze heeft klaagster geadviseerd
om het gesprek met de casemanager af te wachten. Verweerster heeft verder laten weten
dat een tweede toevoeging aangevraagd zal moeten worden als klaagster haar bijstand
wenst in de kwestie rondom de re-integratie.
5.13 De informatie over het ziekteverloop en de re-integratie die klaagster verweerster
op 30 oktober 2023 heeft toegestuurd heeft verweerster bekeken en zij heeft klaagster
daar ook over geadviseerd op 5 november 2023 (zie 2.19 en 2.21). Uit het bericht van
klaagster van 15 december 2023 heeft verweerster kennelijk, en naar het oordeel van
de raad begrijpelijk, afgeleid dat klaagster haar bijstand niet (meer) wenste in de
re-integratiekwestie. Verweerster heeft daarop aan klaagster laten weten dat zij voor
die zaak ook geen toevoeging had aangevraagd (zie 2.26).
5.14 De raad stelt op grond van het voorgaande vast dat verweerster klaagster
summier heeft geadviseerd over haar re-integratie. Verweerster had goede redenen om
nog niet met de werkgever in contact te treden en heeft dat ook uitgelegd aan klaagster.
Van een nadere interventie van verweerster is het niet gekomen omdat klaagster te
kennen gaf dat zij bijstand van een andere advocaat wenste. Gelet op dit alles treft
het verwijt dat verweersters bijstand onvoldoende was geen doel. De klacht is ook
in zoverre ongegrond.
De e-mail van 26 september 2023 (zie 2.13)
5.15 Met deze e-mail heeft verweerster klaagster erop gewezen dat zij te vaak
contact opnam met haar (kantoor). Verweerster heeft uitgelegd dat zij zelf haar agenda
bepaalt en haar werkzaamheden prioriteert en dat klaagster dus wat geduld moet hebben.
Het staat een advocaat vrij om dit te doen. Hoewel uit de e-mail de ergernis van verweerster
over het gedrag van klaagster spreekt, zijn de toon en inhoud van het bericht naar
het oordeel van de raad niet onbetamelijk.
Slotsom
5.16 De raad zal de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mrs. D.G.M. van den Hoogen,
A.N. Kampherbeek, D.M.de Knijff en M.M. van Wijk, leden, bijgestaan door mr. A. Tijs
als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 24 maart 2025