ECLI:NL:TADRSGR:2025:57 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-615/DH/DH

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2025:57
Datum uitspraak: 24-03-2025
Datum publicatie: 02-04-2025
Zaaknummer(s): 24-615/DH/DH
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Jegens wederpartij in acht te nemen zorg
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Verweerster heeft opgetreden als advocaat van de vereffenaar van de nalatenschap van de moeder van klaagster. Zij was in die hoedanigheid niet verplicht om aan klager verantwoording af te leggen over haar kosten. Evenmin is het aan verweerster om te verantwoorden dat haar kosten in rekening zijn gebracht bij de nalatenschap. De klacht is in alle onderdelen ongegrond. Zie ook 24-604, de samenhangende klachtzaak tegen de vereffenaar.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 24 maart 2025 in de zaak 24-615/DH/DH
naar aanleiding van de klacht van:

klager
gemachtigde: K.B. Blijleven

over

verweerster
gemachtigde: mr. E.C.E. Schnackers

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 24 oktober 2023 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster en haar voormalig kantoorgenoot mr. P.
1.2 De deken heeft onderzoek gedaan naar beide klachten, hoewel verweerster inmiddels kantoor houdt in een andere arrondissement dan mr. P. Bij beslissing van 6 juni 2024 heeft de voorzitter van het hof van discipline de raad van discipline in Den Haag aangewezen om (ook) de klacht tegen verweerster te behandelen.
1.3 Op 14 augustus 2024 heeft de raad de klachtdossiers met kenmerken K223a 2023 ia/jh (mr. P) en K223b 2023 ia/jh (verweerster) van de deken ontvangen.
1.4 De klacht tegen verweerster is behandeld op de zitting van de raad van 10 februari 2025. Daarbij waren klager en verweerster, beiden bijgestaan door hun gemachtigden aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijsten genoemde bijlagen. Ook heeft de raad kennisgenomen van de brief van 6 september 2024, met bijlagen, van klager

2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossiers en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Aan deze klacht ligt een geschil rondom een nalatenschap ten grondslag. Erflaters zijn de ouders van klager. Klagers vader is op 8 maart 2003 overleden. Klagers moeder is op 30 maart 2020 overleden. Erfgenamen zijn klager en vijf broers en zussen. Klagers moeder had klager en één van zijn zussen onterfd.
2.3 Mr. P (hierna: de vereffenaar) is op 9 oktober 2020 door de rechtbank tot vereffenaar van de nalatenschap van moeder benoemd. Verweerster was op dat moment kantoorgenoot van de vereffenaar en verrichtte ook werkzaamheden in het dossier.
2.4 De vereffenaar heeft overbedelingsvorderingen vastgesteld en deze als schulden van de nalatenschap van moeder in de door hem opgestelde boedelbeschrijving en crediteurenlijst opgenomen. Een en ander heeft vanaf 10 april 2021 bij de rechtbankgriffie ter inzage gelegen.
2.5 Op 30 september 2021 heeft de vereffenaar de uitdelingslijst en de rekening en verantwoording ter inzage gelegd. Volgens een overzicht van die datum bedroeg het vereffenaarsloon op dat moment € 30.979,- en de griffierechten € 253,-.
2.6 Klager heeft verzet ingesteld tegen de uitdelingslijst en de rekening en verantwoording. De vereffenaar heeft verweerster gevraagd om op te treden als advocaat van de nalatenschap in de verzetprocedure. Verweerster was op dat moment al niet meer verbonden aan het kantoor van de vereffenaar.
2.7 De kantonrechter heeft het verzet mondeling behandeld. Tijdens de zitting bij de kantonrechter waren verweerster en de vereffenaar aanwezig.
2.8 In de beslissing van 15 maart 2022 heeft de kantonrechter het verzet (voorwaardelijk) ongegrond verklaard.
2.9 Klager heeft vervolgens een inhoudelijke procedure aanhangig gemaakt ter vaststelling van de in het verzet naar voren gebrachte geschilpunten (artikel 4:233 lid 2 BW). In die procedure heeft verweerster ook opgetreden als advocaat van de nalatenschap, op verzoek van de vereffenaar.
2.10 Op 4 april 2023 is de inhoudelijke procedure mondeling behandeld door de rechtbank. Bij de zittingen waren verweerster en de vereffenaar aanwezig. Klager was ook aanwezig, net als drie zussen en een broer. Klager, zijn broer en zijn zussen werden ieder bijgestaan door een eigen advocaat. Tijdens die zitting is een regeling getroffen. De regeling houdt in dat, zakelijk weergegeven, een aantal vorderingen waaronder het vereffenaarsloon, worden voldaan en dat het restant van de nalatenschap gelijkelijk wordt verdeeld onder klager en zijn vijf broers en zussen. Over het vereffenaarsloon is bepaald dat het gaat om alle kosten die de vereffenaar voor zijn werkzaamheden in de nalatenschap van moeder heeft gemaakt en zal moeten maken en dat deze volledig worden betaald.
2.11 De vereffenaarskosten die bij de nalatenschap in rekening zijn gebracht bedragen € 58.579,-. Dit bedrag bestaat uit € 37.730,22 aan vereffenaarsloon en € 19.332,57 aan advocaatkosten (€ 14.146,- exclusief btw en kosten advocaat loon en € 2.215,91 aan griffierechten en verschotten). Daarnaast gaat het om € 1.061,78 in verband met de aangifte erfbelasting en om € 455,- aan voorgeschoten begrafeniskosten.

3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende.
a) Verweerster heeft geweigerd om na het bereiken van de schikking op 4 april 2023 inzage te geven in haar kosten. Klager heeft er via zijn advocaat drie maal, maar tevergeefs, om gevraagd.
b) Klager begrijpt niet dat de vereffenaar kosten van een andere advocaat – verweerster – in rekening heeft gebracht bij de nalatenschap.
3.2 De stellingen die klager aan de klachten ten grondslag heeft gelegd worden hierna, voor zover van belang, besproken.

4 VERWEER
4.1 Verweerster heeft tegen de klacht gemotiveerd verweer gevoerd.
4.2 Verweerster gaat ervan uit dat klager erover klaagt dat hij geen specificaties heeft ontvangen van haar facturen. Verweerster wijst erop dat niet klager maar de vereffenaar haar cliënt was en dat specificaties van haar werkzaamheden vallen onder haar jegens haar cliënt in acht te nemen beroepsgeheim. Van hoogst uitzonderlijke omstandigheden die mee kunnen brengen dat deze vertrouwelijkheid doorbroken moet worden, is geen sprake. Verweerster wijst erop dat haar kosten als vereffenaarskosten ten laste zijn gebracht van de nalatenschap en dat het is gegaan zoals het hoort.
4.3 Het verweer zal hierna, voor zover van belang, verder worden besproken.

5 BEOORDELING
Maatstaf
5.1 In de kwestie rondom de nalatenschappen van de ouders van klager gold verweerster als de advocaat van de vereffenaar en de nalatenschap. Haar rol was niet de behartiging van de belangen van klager (en zijn broers en zussen).
5.2 De raad zal daarom bij de beoordeling van de klacht als uitgangspunt nemen dat een advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem goeddunkt. Die vrijheid is niet onbeperkt, maar kan onder meer worden begrensd indien de advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van andere betrokkenen onnodig of onevenredig schaadt zonder dat daarmee een redelijk doel wordt gediend.

Klachtonderdeel a)
5.3 Verweerster trad op als advocaat in opdracht van de vereffenaar. In deze hoedanigheid is verweerster in relatie tot klager (en zijn broers en zussen) niet gehouden om te verantwoorden dat zij de opdracht van de vereffenaar heeft aanvaard. Evenmin is zij in relatie tot klager verplicht om verantwoording af te leggen over haar kosten. Dat zij niet heeft voldaan aan het verzoek van klager om een kostenspecificatie te verstrekken is dus niet onzorgvuldig of onbetamelijk. Klachtonderdeel a is ongegrond.
Klachtonderdeel b)
5.4 De raad begrijpt klachtonderdeel b aldus dat klager verweerster verwijt dat de kosten die zij in opdracht van de vereffenaar heeft gemaakt ten onrechte in rekening zijn gebracht bij de nalatenschap. De advocaatkosten zijn in deze kwestie echter een onderdeel van de vereffenaarskosten en daarmee in de eerste plaats een aangelegenheid tussen de vereffenaar en de kantonrechter. De vereffenaarskosten zijn bovendien als onderdeel van de schikking van 4 april 2023 in rekening gebracht bij de nalatenschap. Het is niet aan verweerster om een en ander jegens de erfgenamen te verantwoorden. Dat zij dat in relatie tot klager niet heeft gedaan is dus niet onbetamelijk. Klachtonderdeel b is ook ongegrond.

BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mrs. D.G.M. van den Hoogen, A.N. Kampherbeek, D.M. de Knijff en M.M. van Wijk, leden, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025.

Griffier Voorzitter

Verzonden op: 24 maart 2025