ECLI:NL:TADRARL:2025:265 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-607/AL/OV
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2025:265 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-12-2025 |
| Datum publicatie: | 03-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | 25-607/AL/OV |
| Onderwerp: | Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Tijdverloop tussen gewraakte gedraging en indienen van de klacht |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft haar klacht te laat ingediend. Klacht niet-ontvankelijk. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 2 december 2025
in de zaak 25-607/AL/OV
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
gemachtigde: [H.]
over
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter)
heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken
van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van
9 september 2025 met kenmerk 2395099. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de
e-mail met bijlage van klaagster van 22 september 2025.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster was eigenaar van [B], handelend onder de naam [T], een online parfumerie. In 2017 is klaagster een samenwerking aangegaan met [C] B.V. (hierna: [C]) en [V] B.V. (hierna: [V]).
1.2 [C] en [V] hebben op 13 mei 2029 bij de rechtbank Noord-Nederland verzocht om klaagster in staat van faillissement te verklaren. Klaagster is bijgestaan door mr. Z., voormalig kantoorgenoot van verweerder.
1.3 De rechtbank heeft klaagster in een vonnis van 3 juli 2019 failliet verklaard.
1.4 Op 15 december 2024 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over
verweerder.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld in een faillissementszaak. Naar de mening van klaagster is er sprake
geweest van beroepsfouten waardoor er een onterecht en ongegrond privé-faillissement
is uitgesproken.
3 VERWEER
3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Verweerder heeft (onder
meer) betoogd dat klaagster haar klacht te laat heeft ingediend en daarom niet-ontvankelijk
moet worden verklaard.
4 BEOORDELING
4.1 Een klacht over een advocaat moet worden ingediend binnen drie jaar nadat
de klager op de hoogte was of redelijkerwijs kon zijn van de feiten waarover wordt
geklaagd (artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet). Het moet gaan om kennis die de
klager uit objectieve bronnen heeft verkregen. Als deze driejaarstermijn is verlopen
zonder dat klager een klacht heeft ingediend, vervalt het recht om te klagen. Dit
is anders als klager pas na de driejaarstermijn over informatie beschikt (en ook daar
niet eerder over kon beschikken), die gaat over de gevolgen van het handelen of nalaten
waar de klacht over gaat. In dat geval vervalt het recht om te klagen één jaar nadat
klager van de informatie kennis heeft genomen (artikel 46g lid 2 Advocatenwet).
4.2 Het gestelde handelen waarover klaagster klaagt, zouden hebben plaatsgevonden in de periode rond het uitspreken van het faillissement van klaagster op 3 juli 2019. Uit de klacht volgt dat klaagster in die periode ook wist van dat handelen van klaagster. De hierboven genoemde termijn is dus medio 2019 aangevangen. Klaagster heeft deze klacht echter pas op 15 december 2024 bij de deken ingediend en daarmee ruim buiten de genoemde termijn van drie jaar.
4.3 Klaagster heeft nog aangevoerd dat zij pas na juli 2022 volledig inzicht heeft gekregen in de omvang van de schade en de rol van verweerder hierin. Ook zou er in 2024 nieuwe informatie aan het licht zijn gekomen. De voorzitter is hierover van oordeel dat dit geen omstandigheden zijn op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht.
4.4 Op grond van het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat klaagster haar
klacht te laat bij de deken heeft ingediend. Klaagster wordt dan ook niet-ontvankelijk
verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht komt de voorzitter dan ook
niet meer toe.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet, niet-ontvankelijk.
Aldus beslist door mr. G.F. van den berg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan
door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden d.d. 2 december 2025