ECLI:NL:TADRAMS:2025:237 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2025:237
Datum uitspraak: 22-12-2025
Datum publicatie: 30-12-2025
Zaaknummer(s): 25-785/A/NH
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerster klager heeft opgelicht en misbruik heeft gemaakt van zijn kwetsbare positie. Verweerster heeft op zorgvuldige wijze met klager gecommuniceerd over de aanpak van de zaak, heeft hem steeds uitleg gegeven over de door hem te ondertekenen stukken en heeft de zaak behandeld zoals mocht worden verwacht. Kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 22 december 2025
in de zaak 25-785/A/NH

naar aanleiding van de klacht van:


klager

over:

verweerster


De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland (hierna: de deken) van 12 november 2025 met kenmerk mb/mm/25-216/2488097, digitaal door de raad ontvangen op dezelfde datum, van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 7 en van de nagekomen e-mail met bijlagen van verweerster van 20 november 2025.

1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Op 26 mei 2023 is klager slachtoffer geworden van een verkeersongeval. Klager heeft zich tot verweerster gewend voor rechtsbijstand in de met het ongeval samenhangende letselschadezaak.
1.2 Op 17 juli 2023 heeft tussen klager en verweerster een intakegesprek plaatsgevonden. Verweerster heeft een opdrachtbevestigingsformulier, een medische machtiging en een financiële machtiging opgesteld, die ter plekke door klager voor akkoord zijn ondertekend.
1.3 Bij brief van 18 juli 2023 heeft verweerster de opdracht aan klager bevestigd en stukken ter onderbouwing van zijn schadevordering bij hem opgevraagd. Ook heeft verweerster toen aan veronderstelde wederpartij, te weten de SVI-verzekeraar, een aansprakelijkstelling gestuurd. De door verweerster voor klager ingediende toevoegingsaanvraag is gehonoreerd. Klager heeft een eigen bijdrage van € 159,00 voldaan.
1.4 Op 18 augustus 2023 heeft verweerster van de SVI-verzekeraar het bericht ontvangen dat de WAM-verzekeraar van de veroorzaker van het ongeval aansprakelijkheid had erkend. Op 21 augustus 2023 heeft verweerster de medische en financiële machtiging hierop aangepast en aan klager toegestuurd. Klager heeft deze machtigingen ondertekend. Verweerster heeft op 24 augustus 2023 een aansprakelijkstelling gestuurd aan de wederpartij.
1.5 Op 1 september 2023 heeft de wederpartij de aansprakelijkheid namens haar verzekerde erkend en aan klager een voorschot onder algemene titel van € 1.500,00 betaalbaar gesteld.
1.6 In samenspraak met klager is een concept-schadestaat opgesteld, die sloot op een bedrag van € 9.056,089.
1.7 Verweerster heeft aan klager een plan van aanpak voorgelegd en heeft hem geadviseerd om tot een pragmatische regeling met de wederpartij te komen, mits de medisch adviseur hiertegen geen bezwaren had. Klager heeft hiermee ingestemd. De medisch adviseur heeft een medisch advies uitgebracht. Verweerster heeft het medisch advies op 9 oktober 2024 aan klager voorgelegd en aan klager bericht dat zij conform de afgesproken aanpak een concept regelingsvoorstel zou opstellen. Klager heeft zich akkoord verklaard met verzending van het medisch advies en het regelingsvoorstel aan de wederpartij. Verweerster heeft dit akkoord bij e-mail van 12 november 2024 aan klager bevestigd.
1.8 Op 12 november 2024 heeft verweerster een eerste regelingsvoorstel aan de wederpartij toegestuurd.
1.9 Na een deels afwijzende reactie van de wederpartij heeft verweerster met klager besproken onder welke voorwaarden hij de zaak zou willen regelen. Bij e-mail van 9 januari 2025 heeft verweerster de afgesproken randvoorwaarden voor een aangepast regelingsvoorstel aan klager bevestigd. Bij e-mail van eveneens 9 januari 2025 heeft verweerster een aangepast regelingsvoorstel aan de wederpartij toegestuurd.
1.10 Bij e-mail van 22 januari 2025 heeft de wederpartij zich akkoord verklaard met het door verweerster geformuleerde voorstel van 9 januari 2025. Verweerster heeft de vaststellingsovereenkomst aan klager toegestuurd. Klager heeft geweigerd tot ondertekening over te gaan omdat hij ontevreden was over de hoogte van de schadevergoeding.
1.11 Verweerster heeft aan klager telefonisch en per e-mail uitleg gegeven over de wijze waarop de in de vaststellingsovereenkomst genoemde bedragen tot stand zijn gekomen. Ook heeft verweerster aan klager uitgelegd hoe het komt dat de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten hoger is dan de letselschadevergoeding. Verweerster heeft bij e-mail van 6 maart 2025 aan klager verschillende opties gegeven voor wat betreft de voortzetting van de zaak. Bij e-mail van 6 maart 2025 heeft klager verweerster laten weten dat hij geen keuze wenst te maken en dat hij zich bedreigd voelt.
1.12 Medio maart 2025 heeft klager zich voor een second opinion gewend tot mr. A, LSA-advocaat. Na bestudering van het dossier heeft mr. A klager geadviseerd om tot ondertekening van de vaststellingsovereenkomst over te gaan. Klager bleef echter van mening dat de schadevergoeding te laag was.
1.13 Klager heeft een klacht ingediend bij de klachtenfunctionaris van verweersters kantoor. De klachtenfunctionaris heeft bij brief van 1 mei 2025 op de klacht gereageerd.
1.14 Op 16 april 2025 heeft klager over verweerster een klacht ingediend bij de deken.
1.15 Verweerster heeft telefonisch contact gezocht met de wederpartij om te beproeven of de wederpartij bereid was de schadevergoeding te verhogen. De wederpartij heeft daarop aangegeven om bij wijze van laatste aanbod bereid te zijn tot verhoging van de letselschadevergoeding van een bedrag van € 6.900,00 tot een bedrag van € 7.500,00. Dit laatste aanbod is overgebracht aan klager, die bij e-mail van 2 mei 2025 heeft laten weten dat hij nog altijd ontevreden was. Klager heeft bij de deken aangegeven de interne klachtprocedure bij verweersters kantoor niet te willen voortzetten en dat hij zijn klacht behandeld wenst te zien door de deken.
1.16 Verweerster heeft de behandeling van de zaak wegens de ontstane vertrouwensbreuk neergelegd, de nota voor de eigen bijdrage gecrediteerd en de eigen bijdrage van € 159,00 aan klager gerestitueerd.

2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:
Verweerster heeft klager opgelicht en heeft misbruik gemaakt van zijn kwetsbare positie.
2.2 Toelichting
Klager moest een aantal documenten ondertekenen, terwijl hij niet wist wat de inhoud en de gevolgen waren van deze documenten. Klager bevond zich in een kwetsbare positie en dat was verweerster ook bekend: hij was dakloos, was betrokken bij een andere gerechtelijke procedure (waarin hij werd bijgestaan door een andere advocaat), had last van verschillende aandoeningen en beheerste de Nederlandse taal niet goed. Verweerster heeft misbruik gemaakt van die kwetsbare positie van klager. De met verweersters bijstand samenhangende kosten overtreffen de letselschadevergoeding. Verweerster heeft de zaak gedurende twee jaar onnodig lang gerekt om zo haar honorarium op te drijven.

3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft verweer gevoerd tegen de klacht. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING
4.1 Toetsingskader
Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
4.2 Oplichting en misbruik van klagers kwetsbare positie
Verweerster heeft klagers verwijten, dat zij hem heeft opgelicht en misbruik heeft gemaakt van zijn kwetsbare positie, uitdrukkelijk en gemotiveerd weersproken. Voor de juistheid van deze ernstige verwijten aan het adres van verweerster heeft de voorzitter in de overgelegde stukken geen enkel aanknopingspunt gevonden. Uit de overgelegde stukken blijkt juist dat verweerster op zorgvuldige wijze met klager heeft gecommuniceerd over de aanpak van de zaak, dat zij hem steeds uitleg heeft gegeven over de door hem te ondertekenen stukken en dat zij de zaak heeft behandeld zoals mocht worden verwacht.
4.3 Klager heeft ter onderbouwing van de klacht gesteld dat verweerster de zaak onnodig lang heeft gerekt om zodoende haar honorarium op te drijven. De voorzitter is van oordeel dat klager dit verwijt onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden heeft onderbouwd. Dat verweerster bij de behandeling van klagers zaak onvoldoende voortvarendheid heeft betracht is de voorzitter niet gebleken. Dossiers in letselschadezaken kennen vaak een lange looptijd en de behandeling van klagers zaak heeft niet langer geduurd dan gebruikelijk. Voorts is het in letselschadeschadezaken niet ongebruikelijk dat de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten de letselschadevergoeding overstijgt. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als er veel tijd gemoeid is met het begroten van de schade terwijl het uiteindelijk te vorderen schadebedrag beperkt blijkt te zijn. Uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerster veel tijd heeft besteed aan de communicatie met klager. Dat ook in klagers dossier de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten de letselschadevergoeding overstijgt vormt naar het oordeel van de voorzitter dan ook geen aanknopingspunt voor de juistheid van klagers verwijt dat verweerster heeft geprobeerd om haar honorarium op te drijven.
4.4 De voorzitter is op grond van de overgelegde stukken van oordeel dat klager, mede in het licht van het gemotiveerde verweer van verweerster, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd op welke wijze verweerster klager zou hebben opgelicht en misbruik zou hebben gemaakt van zijn kwetsbare positie. Omdat de klacht feitelijke grondslag mist zal de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht met toepassing van artikel 46j Advocatenwet kennelijk ongegrond.


Aldus beslist door mr. K.M. van Hassel, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.


Griffier Voorzitter

Verzonden op: 22 december 2025