ECLI:NL:TADRAMS:2025:234 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2025:234
Datum uitspraak: 22-12-2025
Datum publicatie: 30-12-2025
Zaaknummer(s): 25-447/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 22 december 2025
in de zaak 25-447/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 8 september 2025 op de klacht van:

klager

over:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 24 februari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 7 juli 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2471124/JS/BF van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 8 september 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op dezelfde datum verzonden aan partijen.
1.4 Op 9 september 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 10 november 2025. Daarbij waren namens klager de heer en mevrouw Schellingerhout-Ellens en de heer P. Schellingerhout aanwezig, als ook verweerder.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager nagezonden stukken van 9 oktober 2025.

2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
2.2 De klacht is ten onrechte teruggebracht tot een kwestie van declareren, terwijl de klacht ziet op de rechtsgeldigheid van de procesvertegenwoordiging en daarmee het recht op een eerlijk proces.
2.3 Het is onjuist dat verweerder de heer N bijstaat, zoals onder 1.1. is opgenomen. De cliënt van verweerder was M.F. Stam Holding B.V.
2.4 Het is onjuist dat de voorzitter oordeelt dat klager geen rechtstreeks belang heeft bij de vraag wie de cliënt is van verweerder.
2.5 Er is geen sprake van ne bis in idem. De eerdere klacht betrof declaraties, de huidige klacht ziet op misleiding en oneigenlijke vertegenwoordiging.
2.6 De voorzitter heeft onder de punten 1.1. en 1.2 het verweer van verweerder overgenomen zonder bewijs.
2.7 De onder 1.4 en 1.5 genoemde producties 3 en 6 worden verdraaid en in het voordeel van verweerder uitgelegd.
2.8 Tegen de overige vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Zij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond bevonden.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.J. Roos, voorzitter, mrs. F.J.J. Baars en M. Kemmers, leden, bijgestaan door mr. E.E. Wouters als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2025.


Griffier Voorzitter

Verzonden op: 22 december 2025