ECLI:NL:TADRAMS:2025:210 Raad van Discipline Amsterdam 25-693/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2025:210 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2025 |
| Datum publicatie: | 25-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | 25-693/A/A |
| Onderwerp: | Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: De advocaat privé |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing; klacht over privégedragingen van verweerder. Aangezien verweerder zijn posts op X heeft geplaatst met een account van zijn advocatenkantoor is er sprake van voldoende aanknopingspunten en een dusdanige verwevenheid met de praktijkuitoefening van verweerder als advocaat om de verweten gedragingen te toetsen aan het tuchtrecht voor advocaten en dus aan de maatstaven zoals genoemd in artikel 46 Advocatenwet. Hoewel verweerder zich in stevige bewoordingen over klaagster heeft uitgelaten op X, heeft verweerder op onderbouwde wijze toegelicht binnen welke context dit is gebeurd en benadrukt dat zijn uitlatingen een reactie zijn op langdurige en aanhoudende berichten van klaagster, die in haar berichten eveneens stevige bewoordingen gebruikt. Weliswaar was beter geweest als verweerder zich zoveel mogelijk had onthouden van reacties op X, maar hiermee zijn de grenzen van het toelaatbare niet overschreden. De klacht is kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van
17 november 2025
in de zaak 25-693/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 9 oktober 2025 met kenmerk 2507328/EvR/AP/JN, door de raad ontvangen op 9 oktober 2025, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 4.1.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster is zelfstandig rechtbankverslaggever en wenst zich verder te ontwikkelen
als onderzoeksjournalist. Vanuit die rol doet zij verslag van maatschappelijke en
juridische onderwerpen en uit zij zich, onder meer via haar X-account @f(…)spolitiek,
met regelmaat kritisch over misstanden die in haar ogen in Nederland bestaan.
1.2 De posts van klaagster hebben geleid tot een escalerende discussie tussen
klaagster en verweerder op X. Daarbij maakt verweerder gebruik van een account van
zijn advocatenkantoor. Verweerder heeft over klaagster - onder meer - de volgende
uitlatingen gedaan:
“Ik denk dat we moeten afstappen van ‘ziek’. Het wordt een te makkelijk excuus.
Ja, ze heeft psychische problemen, maar ze is ook gewoon diep kwaadaardig.”
“Als iemand zegt dat [klaagster] een psychiatrische patiënte is die gedwongen opgenomen
is en van meerdere strafbare feiten verdacht wordt ze heel boos want psychiatriseren
en criminaliseren mag absoluut niet. (…)”
1.3 Op 29 juni 2025 heeft klaagster aangifte van belediging tegen verweerder
gedaan; deze aangifte is inmiddels geseponeerd.
1.4 Bij e-mail van 2 juli 2025 met als onderwerp ‘sommatie’ heeft klaagster verweerder
een verzoek gedaan tot verwijdering van de lasterlijke content, het staken van stigmatiserende
uitingen en een waarschuwing gegeven voorafgaand aan juridische stappen.
1.5 Hierop heeft verweerder op X gereageerd dat hij hier niet op in zal gaan.
Hij schrijft in dat verband:
“Hoe in de war moet iemand (met een gedwongen opname achter de kiezen) zijn om eerst
in weerwil van de wens van de nabestaanden (…) op X een 'sommatie' te plaatsen en
vervolgens nog een sommatie te plaatsen en serieus te denken dat ik daar op in zal
gaan?”
1.6 Op 19 juli 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt
verweerder het volgende:
a) verweerder heeft herhaaldelijk stigmatiserende en beschadigende opmerkingen
over klaagster via de sociale media verspreid;
b) verweerder heeft door deze handelwijze actief bijgedragen aan een lastercampagne
die gericht is op het publiekelijk in diskrediet brengen van klaagster;
c) verweerder heeft bijgedragen aan publieke verdachtmakingen die hebben geleid
tot sociale uitsluiting en negatieve gevolgen voor de geestelijke gezondheid van klaagster;
d) verweerder heeft twijfel over klaagsters integriteit gezaaid zonder wederhoor
of juridische onderbouwing.
3 VERWEER
3.1 Verweerder voert aan dat klaagster hem al maanden betrekt bij allerlei zaken
die voornamelijk in het hoofd van klaagster spelen. Klaagster is al eerder gedwongen
opgenomen geweest en spreekt daar zelf regelmatig over als ook over het feit dat zij
ondanks advies van familie en professionals zorg mijdt. Klaagster is onlangs aangehouden
en heeft een dag op het bureau doorgebracht. Zij heeft inmiddels drie stopgesprekken
achter de rug. Er loopt een strafzaak tegen klaagster. Naast verweerder valt klaagster
ook vele anderen lastig op een wijze die zelfs voor een leek duidt op mentale problemen.
Klaagster dient tegen alles en iedereen kansloze klachten en aangiftes in. Bovendien
verspreidt klaagster de meest waanzinnige complotten over ‘kindermisbruik’ en andere
zaken en noemt klaagster iedereen die haar tegenspreekt ‘psychopaat’ en beschuldigt
hen van ‘femicide’. Ook verspreidt klaagster al maanden verweerders foto op haar socials.
TikTok, Instagram en Twitter hebben haar erop gewezen dat klaagster het auteursrecht
(en portretrecht) schendt en de content meerdere malen verwijderd. Desalniettemin
blijft klaagster de foto opnieuw plaatsen en beroept zich daarbij op ‘maatschappelijk
belang’ danwel haar niet bestaande positie als ‘journalist’, terwijl zij wegens ernstig
wangedrag geschorst is door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Verweerder
werpt tegen deze achtergrond de klacht verre van hem. Het gedrag van klaagster is
zo verontrustend en haar uitingen zijn zo lasterlijk dat zij iedere reactie daarop
aan zichzelf heeft te wijten. Temeer nu ze na drie stopgesprekken van geen ophouden
weet.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Een advocaat moet zich onthouden van handelingen waardoor het vertrouwen
in de advocatuur als zodanig wordt geschaad, en dient zich te allen tijde te onthouden
van een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Dergelijk handelen
is immers in strijd met de in artikel 46 van de Advocatenwet omschreven normen. Uitgangspunt
is dat een advocaat moet handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam
en redelijk handelend beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.
4.2 De klacht van klaagster ziet op privégedragingen van verweerder. De voorzitter
overweegt dat ook wanneer een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid, bijvoorbeeld
in privé, het advocatentuchtrecht voor hem kan blijven gelden. Als hij zich in die
andere hoedanigheid gedraagt op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur
wordt geschaad, zal in het algemeen sprake zijn van handelen of nalaten in strijd
met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. De advocaat zal in dat geval een tuchtrechtelijk
verwijt gemaakt kunnen worden. Privégedragingen van een advocaat kunnen alleen dan
tuchtrechtelijk van belang zijn, indien er voldoende verband bestaat met de praktijkuitoefening,
of als de gedraging voor een advocaat in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut
ongeoorloofd moet worden geacht en het vertrouwen in de advocatuur ondermijnt.
Ontvankelijkheid
4.3 In het onderhavige geval gaat het om een escalerende discussie tussen klaagster
en verweerder op X. Aangezien verweerder zijn posts op X heeft geplaatst met een account
van zijn advocatenkantoor is er naar het oordeel van de voorzitter sprake van voldoende
aanknopingspunten en een dusdanige verwevenheid met de praktijkuitoefening van verweerder
als advocaat om de verweten gedragingen te toetsen aan het tuchtrecht voor advocaten
en dus aan de maatstaven zoals genoemd in artikel 46 Advocatenwet (rov. 4.1).
4.4 De voorzitter ziet aanleiding voor een gezamenlijke beoordeling van de klachtonderdelen
die in de kern allemaal betrekking hebben op de uitlatingen van verweerder op X. Hoewel
verweerder zich naar het oordeel van de voorzitter in stevige bewoordingen over klaagster
heeft uitgelaten op X, heeft verweerder op onderbouwde wijze toegelicht binnen welke
context dit is gebeurd en benadrukt dat zijn uitlatingen een reactie zijn op langdurige
en aanhoudende berichten van klaagster, die in haar berichten eveneens stevige bewoordingen
gebruikt. De voorzitter is dan ook van oordeel dat het weliswaar beter was geweest
als verweerder zich zoveel mogelijk had onthouden van reacties op X, maar dat hiermee
niet de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. Dit leidt de voorzitter tot
de slotsom dat geen van de klachtonderdelen doelt treft en de klacht, met toepassing
van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond zullen worden
verklaard.
BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet,
kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.D. Arnold, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 17 november 2025