ECLI:NL:TACAKN:2025:73 Accountantskamer Zwolle 25/831 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2025:73
Datum uitspraak: 01-12-2025
Datum publicatie: 02-12-2025
Zaaknummer(s): 25/831 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen:
  • Klacht gegrond met tijdelijke doorhaling
  • Klacht gegrond met tijdelijke doorhaling in het AFM-register
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht na een kantoorhertoetsing; tijdelijke doorhaling twaalf maanden. Het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene voldoet in opzet en werking nog altijd niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, was onvoldoende.

UITSPRAAK van 1 december 2025 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 26 februari 2025 ontvangen klacht met nummer 25/831 Wtra AK van

de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants

gevestigd te Amsterdam

K L A A G S T E R

advocaat: mr. I.C.E. Oosthoek-Spierings en mr. A. El Allaoui te Den Haag

t e g e n

Y1

voorheen accountant-administratieconsulent

gevestigd in [plaats1]

B E T R O K K E N E

1. De procedure

1.1. De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met bijlagen
  • het verweerschrift met bijlagen
  • de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klaagster.

1.2. De klacht is behandeld op de openbare zitting van 26 september 2025. Voor klaagster is [A] verschenen, bijgestaan door mr. El Allaoui en mr. R. den Boer. Betrokkene is in persoon verschenen.

2. De uitspraak samengevat

Waarover gaat deze zaak?

2.1. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, was volgens klaagster onvoldoende.

De beslissing van de Accountantskamer.

2.2. De klacht is geheel gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van 12 maanden.

3. De feiten

3.1. Betrokkene was sinds 1991 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Zijn inschrijving is op eigen verzoek doorgehaald per 1 januari 2025. Betrokkene is verbonden aan [accountantskantoor1] in [plaats1] (voorheen: [accountantskantoor1]). Betrokkene was de enige accountant binnen het kantoor.

3.2. Op 21 juli 2022 heeft een reguliere kantoortoetsing plaatsgevonden van het kantoor van betrokkene. Deze toetsing heeft geleid tot het oordeel van de Raad van Toezicht van klaagster (hierna: de Raad) van 28 oktober 2022 dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet. Betrokkene is in de gelegenheid gesteld om een verbeterplan op te stellen. Uit het eindoordeel dat met de brief is meegestuurd volgt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing in beginsel voor 28 oktober 2023 moet zijn verbeterd aan de hand van het nog op te stellen en goed te keuren verbeterplan.

3.3. De Raad heeft het verbeterplan van betrokkene op 10 januari 2023 goedgekeurd.

3.4. Op 23 november 2023 heeft een hertoetsing plaatsgevonden. Het concept-toetsingsverslag is ter reactie aan betrokkene voorgelegd. Betrokkene heeft op 29 december 2023 schriftelijk gereageerd. Die reactie gaf de toetsers geen aanleiding om het toetsingsverslag aan te passen, waarna het op 10 januari 2024 definitief is vastgesteld.

3.5. De Raad heeft op 28 februari 2024 het eindoordeel uitgebracht dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet. Daarom heeft de Raad het voornemen bekendgemaakt een tuchtklacht tegen betrokkene in te dienen. Betrokkene heeft in zijn brief van 22 maart 2024 gereageerd op dit voornemen.

4. De klacht

4.1. Betrokkene heeft volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klaagster verwijt betrokkene, samengevat, het volgende:

1. Betrokkene heeft de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en van de wijze waarop hij heeft gewaarborgd dat NVKS-opdrachten conform de toepasselijke wet- en regelgeving zijn uitgevoerd, niet zichtbaar besproken met een accountant van buiten de organisatie en onvoldoende schriftelijk vastgelegd.

2. De werking van het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor van betrokkene voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen.

5. De beoordeling

5.1. De Accountantskamer toetst het handelen of nalaten van betrokkene aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden (NV COS).

5.2. De NVKS geven kleinere accountantseenheden de mogelijkheid om rekening te houden met hun aard en omvang bij het invullen van de eisen en een daarop afgestemd kwaliteitssysteem in te richten (het verlicht regime kleine accountantseenheden, zie artikel 27 lid 2 NVKS). [Accountantskantoor1] was ten tijde van belang zo’n kleine accountantseenheid, omdat betrokkene de enige eindverantwoordelijke accountant is die daar werkzaam is en het kantoor niet meer dan vijf medewerkers heeft. Onder het verlicht regime is de accountantseenheid niet verplicht een kwaliteitsbepaler aan te stellen en rust de verantwoordelijkheid voor het stelsel van kwaliteitsbeheersing op de eindverantwoordelijke accountant. Waar in het hiernavolgende wordt gesproken over kwaliteitssysteem wordt gedoeld op het kwaliteitssysteem met inachtneming van de vereenvoudigingen zoals hierboven genoemd.

5.3. De Accountantskamer bespreekt hierna eerst klachtonderdeel 2.

Klachtonderdeel 2: De werking van het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor van betrokkene voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen.

5.4. De toetsers hebben tijdens de hertoetsing vier samenstellingsdossiers geselecteerd. Deze vier dossiers zijn onvoldoende bevonden, op de volgende onderdelen:

• Inzicht in de entiteit;

• Uitvoering, evaluatie en oordeelsvorming (in twee getoetste dossiers);

• Rapportering, communicatie en documentatie; en

• Opdrachtaanvaarding en continuering.

Daaruit blijkt volgens klaagster dat de werking van het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor van betrokkene nog altijd niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Daarnaast heeft betrokkene niet (geheel) opvolging gegeven aan diverse onderdelen van het verbeterplan.

5.5. De Accountantskamer overweegt als volgt. De klacht is onderbouwd met onder meer de (definitieve) recapitulatie van de hertoetsing, met daarbij de door de toetsers doorlopen/ingevulde werkprogramma’s. Betrokkene heeft in zijn verweerschrift naar voren gebracht dat hij het ‘grotendeels’ eens is met de bevindingen van de toetsers, al zijn ze volgens betrokkene kritischer en diepgaander te werk gegaan dan bij de eerste kantoortoetsing. Het verweerschrift maakt niet duidelijk in welke (beperkte) mate betrokkene het niet eens zou zijn met de bevindingen. Dat maakt ook dat de klacht, waarin de bevindingen van de toetsers grotendeels zijn overgenomen, inhoudelijk niet is weersproken. De Accountantskamer trekt daaruit de conclusie dat klaagster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werking van het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor van betrokkene nog altijd niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer ziet geen noodzaak om de specifieke tekortkomingen in deze uitspraak afzonderlijk aan de orde te stellen, gelet op het gebrek aan tegenspraak, maar wijst nog wel op het volgende.

5.6. Onderdeel van de klacht is dat in twee van de vier getoetste dossiers de schriftelijke bevestiging ten aanzien van de samenstellingsopdracht niet verwijst naar NV NOCLAR. Standaard 4410 die hierop van toepassing is, vermeldt in paragraaf 24 de elementen die in de opdrachtbevestiging behoren te worden vermeld en een verwijzing naar NV NOCLAR hoort daar niet bij. Wel dient op grond van Standaard 4410.24 in de opdrachtbevestiging onder meer de verantwoordelijkheid van het management te worden opgenomen ten aanzien van de in deze paragraaf opgesomde aangelegenheden. Dat valt zonder toelichting, die ontbreekt, niet samen met een verwijzing naar NV NOCLAR. De klacht is op dit onderdeel daarom ongegrond.

5.7. Klaagster heeft ook gesteld dat in één getoetst dossier ten aanzien van de post omzet/marge een aansluiting ontbreekt tussen kassasystemen, de Exceloverzichten, de kolommenbalans en de omzet/marge volgens de jaarrekening en de verwachte marge. Naar het oordeel van de Accountantskamer wordt deze aansluiting in de regelgeving niet in die vorm vereist. Wel dient volgens Standaard 4410.38 aanhef en sub b de opdrachtdocumentatie een aansluiting van de samengestelde historische informatie te bevatten op de onderliggende vastleggingen, documenten, uitleg en overige informatie die door het management is verschaft. In Standaard A59 t/m A61 is dit verder uitgewerkt. Klaagster heeft niet toegelicht en onderbouwd dat met de volgens de klacht ontbrekende aansluiting niet is voldaan aan Standaard 4410.38. Ook op dit punt is de klacht ongegrond.

Klachtonderdeel 1: Betrokkene heeft de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en van de wijze waarop hij heeft gewaarborgd dat NVKS-opdrachten conform de toepasselijke wet- en regelgeving zijn uitgevoerd niet zichtbaar besproken met een accountant van buiten de organisatie en onvoldoende schriftelijk vastgelegd.

5.8. De toetsers hebben vastgesteld dat binnen het accountantskantoor van betrokkene de kwaliteitsevaluatie niet zichtbaar is besproken met een accountant van buiten de organisatie en dat sprake is van een "zeer beperkte vastlegging" van de evaluatie van het kwaliteitssysteem. Dat was wel een verbeteractie volgens het verbeterplan, waaraan betrokkene dus onvoldoende opvolging heeft gegeven.

5.9. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij op 16 december 2022 heeft gesproken met zijn waarnemer voor de jaarlijkse evaluatie. De eerste kantoortoetsing had kort daarvoor nog plaatsgevonden en betrokkene had op 5 december 2022 een verbeterplan ingediend. Daarom was volgens betrokkene een toetsing van een dossier niet nodig. De waarnemer onderschreef die visie. Hiermee heeft betrokkene, zo erkent hij, onbedoeld niet voldaan aan de formele eisen uit de NVKS.

5.10. De Accountantskamer overweegt het volgende. De accountantspraktijk van betrokkene viel onder het verlicht regime. Artikel 27 lid 2 van de NKVS verlangt van de accountant dat hij jaarlijks namens de accountantseenheid 1) een evaluatie uitvoert van de kwaliteitsambitie en van de wijze waarop hij heeft gewaarborgd dat NVKS-opdrachten conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving zijn uitgevoerd, 2) deze evaluatie bespreekt met een accountant van buiten de accountantseenheid die beschikt over deskundigheid en ervaring met betrekking tot kwaliteitsbeheersing; en 3) de evaluatie en de uitkomsten van de bespreking vastlegt. Aan die eisen heeft betrokkene niet voldaan. Het gekozen moment van evaluatie – kort na het bekendworden van de resultaten van de eerste kantoortoetsing en het inleveren van het verbeterplan – maakt dat het toen niet uitvoeren en vastleggen van een uitgebreidere evaluatie (met dossierreview, conform het verbeterplan) minder zwaar weegt, maar dit neemt niet weg dat de klacht ook op dit onderdeel gegrond is.

6. De maatregel

6.1. De klacht is grotendeels gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.

6.2. De kantoortoetsing en de hertoetsing zijn negatief voor betrokkene uitgevallen en betrokkene heeft de bevindingen van klaagster grotendeels erkend.Betrokkene heeft dus in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld.

6.3. Betrokkene heeft aangevoerd dat zijn gezondheidsproblemen, maar ook de hoge werk- en regeldruk van het beroep debet zijn aan de negatieve uitkomst van de kantoortoetsingen. Dat zijn geen omstandigheden die de Accountantskamer in het voordeel van betrokkene laat meewegen. Indien de gezondheid van betrokkene eraan in de weg stond in alle opzichten te voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, dan had betrokkene een of meer maatregelen moeten nemen, bijvoorbeeld het overdragen van dossiers aan een andere accountant of het inschakelen van een andere accountant. Betrokkene was openbaar accountant. Die titel komt met bepaalde verantwoordelijkheden, gelet op het grote belang dat het publiek stelt en ook mag stellen aan de werkzaamheden van een accountant als vertrouwenspersoon voor het maatschappelijk verkeer. Daar hoort bij dat het kwaliteitssysteem in opzet en werking voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

6.4. Betrokkene heeft zich inmiddels laten uitschrijven als accountant. Hij heeft toegelicht dat hij zich voortaan alleen richt op zijn fiscale (advies)werkzaamheden en dat hij de motivatie voor zijn uitschrijving met klaagster had willen bespreken. Daarmee heeft betrokkene naar het oordeel van de Accountantskamer laten zien dat hij zich de vastgestelde tekortkomingen in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem aanrekent en dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Dat weegt de Accountantskamer in het voordeel van betrokkene mee.

7. De beslissing

De Accountantskamer:

  • verklaart de klacht gegrond zoals hiervoor vermeld;
  • legt aan betrokkene op de maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van twaalf maanden (als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub d van de Wtra), welke maatregelingaat op de tweede dag volgend op de dag waarop deze beslissing onherroepelijk is geworden én de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd en eindigt na ommekomst van de vermelde termijn;
  • verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.

Aldus beslist door mr. J.W. Frieling, voorzitter, mr. C.H. de Haan en mr. A.M. van Amsterdam (rechterlijke leden) en B.J.G. van den Bragt RA AA en C.M. Verdiesen AA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 1 december 2025.

_________ __________

secretaris voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.