ECLI:NL:TGZRAMS:2024:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7042

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2024:235
Datum uitspraak: 08-11-2024
Datum publicatie: 08-11-2024
Zaaknummer(s): A2024/7042
Onderwerp: Niet of te laat verwijzen
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen vier zorgverleners kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een klacht ingediend tegen drie neurochirurgen en een neuroloog die betrokken waren bij de herbeoordeling van de resultaten van neurologisch onderzoek en een eerder gemaakte MRI (in het kader van een second opinion). De zorgverleners hebben de eerdere diagnose bevestigd en klaagster vervolgens terugverwezen naar het ziekenhuis waar zij aanvankelijk is gezien. Klaagster verwijt de zorgverleners onder andere dat zij haar - tegen haar wens in - niet hebben overgenomen als patiënt. Het college overweegt dat het uitvoeren van de second opinion niet betekent dat klaagster recht had op overname van de behandeling. Medisch gezien was er geen reden voor overname. De omstandigheid dat hier sprake is van een zeldzame tumor, maakt dit niet anders.

A2024/7042
Beslissing van 8 november 2024

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 8 november 2024 op de klacht van:


A,
wonende te B,

klaagster,

tegen


C,
neuroloog,

werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de neuroloog,

gemachtigde: mr. I, werkzaam te D.


1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klaagster had een zwelling in haar hals, waarvoor de huisarts haar heeft verwezen naar een 
neuroloog in het E in F. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In 
verband met verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster – 
op haar verzoek – voor een second opinion (tweede mening) naar het G verwezen. De neuroloog heeft 
klaagster onderzocht, waarna de tumorwerkgroep de bevindingen en de eerdere MRI heeft besproken. 
Het advies luidde:
“Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. Klaagster werd voor verdere behandeling terugverwezen 
naar E. De neuroloog heeft het advies met klaagster besproken.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. 
Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met de bijlagen, inclusief DVD, ontvangen op 19 maart 2024;
-  het verweerschrift met de bijlage.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klaagster, geboren in 1962, is op 30 december 2013 bij haar huisarts op consult 
geweest. De huisarts voelde een zwelling in de hals en heeft een echo gemaakt. In verband met een 
afwijking op de echo is klaagster naar een neuroloog in het E verwezen. Deze neuroloog heeft 
klaagster neurologisch onderzocht en er is een eerste MRI gemaakt (3 januari 2014). Bij de 
beoordeling van de MRI werd gedacht aan een schwannoom (een zeldzame, meestal goedaardige 
zenuwtumor). In zijn brief van 6 maart 2014 geeft die neuroloog aan dat de casus van klaagster is 
besproken in het neuro-oncologisch overleg in het E, mede met neurochirurgische inbreng vanuit het 
H, en dat toen een wait-and-scan- beleid is afgesproken.

3.2   Op 6 maart 2014 is een second opinion gevraagd bij het G. Op 21 maart 2014 heeft de neuroloog 
(verweerster) bij klaagster neurologisch onderzoek verricht. De MRI die in het E was gemaakt, werd 
herbeoordeeld door een aan het G verbonden radioloog. Vervolgens zijn op 1 april 2014 in het 
multidisciplinair overleg (hierna: MDO) van de tumorwerkgroep Neuro-oncologie de resultaten van het 
neurologisch onderzoek en de eerder gemaakte MRI beoordeeld en besproken. De werkgroep heeft de 
diagnose van het E bevestigd en geadviseerd: “Asymptomatische laesie passend bij schwannoom. 
Vervolgen. Bij groei of klachten resectie.”
De neuroloog was als lid van de tumorwerkgroep ook bij 
dit overleg betrokken.

3.3   De neuroloog heeft de bevindingen van de werkgroep telefonisch met klaagster besproken en de 
verwijzend neuroloog van het E schriftelijk op de hoogte gebracht.

3.4   Klaagster werd voor behandeling terugverwezen naar het E waar een zogenoemd wait-and-scan 
beleid is uitgevoerd. Door groei van het schwannoom moest klaagster in een later stadium operaties 
ondergaan.

4. De klacht en de reactie van de neuroloog
4.1  Klaagster verwijt de neuroloog dat zij:
a    klaagster – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het E en dat het G 
haar niet als patiënt heeft overgenomen;
b    dat zij bij de terugverwijzing ten onrechte geen advies heeft gegeven over het risicoprofiel 
of hoe deze tumor klinisch-radiologisch te vervolgen. Zo is niet aangeven, bij welke kenmerken 
behandeling zou moeten starten, welke diagnostiek het meest geschikt is om groei van een 
vermoedelijk schwannoom bij een primair wait-and-scan beleid vroeg en accuraat te diagnosticeren, 
en het belang van vroege detectie. De neuroloog had bijvoorbeeld moeten aangeven hoeveel toename in 
groei van de tumor een risicofactor zou zijn.

4.2   De neuroloog heeft verklaard dat er geen landelijke richtlijn is voor de behandeling en 
opvolging van schwannomen. Wanneer er geen aan het schwannoom gerelateerde klachten zijn, wordt 
veelal een afwachtend beleid gevoerd met periodieke MRI-scans ter beoordeling van de groeisnelheid. 
Het behandelplan van het E was vergelijkbaar met wat het G zou hebben aangehouden. De neuroloog kan 
zich niet herinneren of klaagster uitdrukkelijk om overname van de behandeling door het G heeft 
verzocht. Er was echter geen reden aan te nemen dat het E de noodzakelijke zorg niet kon verlenen. 
De neuroloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1   De vraag is of de neuroloog de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De 
norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende neuroloog. Bij de beoordeling wordt 
rekening gehouden met de voor de beroepsgroep geldende beroepsnormen en andere professionele 
standaarden.

5.2   Het college oordeelt dat de neuroloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De 
rol van de neuroloog bij het uitvoeren van de second opinion was het geven van een gedegen eigen 
mening over de bevindingen van het neurologisch onderzoek en voorhanden (MRI-)diagnostiek. Uit 
oogpunt van zorgvuldigheid ter onderbouwing van haar eigen oordeel heeft de neuroloog de MRI laten 
herbeoordelen door een radioloog verbonden aan het G en de bevindingen besproken in het MDO, 
waarbij onder meer neurochirurgen waren betrokken.

Klachtonderdeel a) geen overname van de behandeling door het G
5.3   Volgens de KNMG-richtlijn ‘Niet aangaan of beëindigen van de behandelovereenkomst’ mag een 
zorginstelling op organisatorische gronden weigeren een behandelovereenkomst aan te gaan. Het 
college volgt de neuroloog in haar verweer dat het G onvoldoende capaciteit heeft om alle patiënten 
die voor een second opinion worden verwezen zelf vervolgzorg te bieden. Alleen als de noodzakelijke 
zorg in het E niet geboden zou kunnen worden of op expliciet verzoek van de verwijzer, had het G de 
behandeling van klaagster over moeten nemen.

5.4   Het college kan niet vaststellen of klaagster de neuroloog heeft gevraagd om het G de 
behandeling over te laten nemen, omdat dit niet in het medisch dossier is genoteerd. Maar zoals uit 
het hiervoor overwogene volgt, betekent het uitvoeren van de second opinion niet dat klaagster 
recht had op overname van de behandeling. De neuroloog mocht bepalen dat E de behandeling zou 
continueren. Medisch gezien was er geen reden voor overname. In dit kader wordt opgemerkt dat in 
het neuro-oncologisch overleg van het E, met neurochirurgische inbreng vanuit het H, een wait-and-scan beleid was bepaald en dat het G dit beleid bij de second opinion heeft onderschreven. Het bewaken van het ruggemerg in de zin van neurologische achteruitgang en radiologische groei behoort tot het reguliere werk van neurologen. 
De neuroloog mocht erop vertrouwen dat in het E adequate zorg kon worden verleend, eens te meer, 
omdat de zorg in het E is ingebed in een multidisciplinair neuro-oncologisch overleg met het H. Een 
wait-and-scan beleid hoeft niet in een academisch ziekenhuis plaats te vinden. De omstandigheid dat 
hier sprake is van een zeldzame tumor, maakt dit niet anders.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel b) geen risicoprofiel en advies over klinisch-radiologisch vervolgen
5.5   Voor de behandeling en het opvolgen van schwannomen bestaat geen landelijke richtlijn. Bij 
goedaardige tumoren moet worden ingegrepen wanneer de tumor substantieel groeit of wanneer de 
gezondheidstoestand van de patient verslechtert. Er zijn geen objectieve normen om dit op voorhand 
verder te bepalen.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Slotsom
5.6  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 8 november 2024 door M.M. van ‘t Nedereind, voorzitter,
M.P. Sombroek-van Doorm, lid-jurist, J.A. Carpay, E.J. van Lindert en H. van Santbrink, 
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door Y.M.C. Bouman, secretaris.