Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORSHE:2022:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/9

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2022:25
Datum uitspraak: 27-06-2022
Datum publicatie: 05-07-2022
Zaaknummer(s): SHE/2022/9
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen:
  • Klacht niet-ontvankelijk
  • Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notaris in de kern dat hij de verklaring van erfrecht in de nalatenschap van de neef niet voortvarend opmaakt. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris echter voldoende toegelicht en onderbouwd dat de opdracht complex en tijdrovend is. De notaris had (en heeft) tijd nodig om de voor het opmaken van de verklaring van erfrecht benodigde informatie te verkrijgen, die te verifiëren en te verwerken. Naar het oordeel van de kamer is onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris dat onvoldoende voortvarendheid heeft aangepakt. Daar komt bij dat de notaris zijn werkzaamheden per augustus 2021 heeft opgeschort, omdat klager één declaratie van maart 2021 en de latere declaratie van 28 juni 2021 onbetaald heeft gelaten en hij geen voorschot heeft voldaan. Klager heeft niet weersproken dat de notaris hem meerdere malen herinneringen heeft gestuurd en dat hij de notaris herhaaldelijk heeft toegezegd de openstaande declaraties te zullen voldoen. De kamer is van oordeel dat de notaris zijn werkzaamheden in augustus 2021 in redelijkheid mocht opschorten. De klacht wordt op dit punt ongegrond verklaard.Voor zover de klacht betrekking heeft op het ontbreken van urenregistraties bij twee declaraties wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard.

Klachtnummer    : SHE/2022/9

Datum uitspraak : 27 juni 2022

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:


[klager] (hierna: klager),

wonende in [woonplaats],

tegen

[de notaris] (hierna:de notaris),

gevestigd in [vestigingsplaats].

1.         De procedure

1.1.      Bij e-mails van 3, 6 en 13 februari 2022 aan de kamer voor het notariaat (de kamer) heeft klager een klacht geformuleerd tegen de notaris.

1.2.      Bij brief van 14 februari 2022 heeft de kamer een kopie van de klacht aan de notaris gezonden en hem verzocht om zijn standpunt binnen drie weken kenbaar te maken.

1.3.      De notaris heeft bij brief van 10 maart 2022 een verweerschrift (met 3 bijlagen) ingediend. Dit verweerschrift is op 14 maart 2022 door de kamer ontvangen.

1.4.      Bij brief van 21 april 2022 heeft de notaris de bijlagen 4 en 5 ingediend.

1.5.      Bij brief van 22 april 2022 heeft klager nadere stukken (bijlagen 4 – 14) ingediend.

1.6.      Bij brief van 28 april 2022 heeft klager bijlage 15 ingediend.

1.7.      De klacht is behandeld tijdens de openbare zitting van de kamer van 16 mei 2022, waarbij klager en de notaris zijn verschenen. Partijen hebben hun visie op de klacht over en weer toegelicht. Klager heeft dat mede aan de hand van pleitnotities gedaan die hij aan de kamer heeft overhandigd. Aan partijen is meegedeeld dat de uitspraakdatum is bepaald op 18 juli 2022.

1.8.      Ten slotte is op 17 juni 2022 aan partijen bericht dat de uitspraakdatum nader is bepaald op 27 juni 2022.

2.         De feiten

De klacht gaat over een op te maken verklaring van erfrecht. Voor de beoordeling van de klacht acht de kamer de volgende feiten van belang.

2.1.      In 2003 is de tante van klager, mevrouw [naam tante] (hierna: tante), overleden. Zij heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt. In haar testament is naast een executeursbenoeming een tweetrapsmaking opgenomen. Bepaald is dat wat de zoon van tante, de heer [naam] (zijnde de neef van klager, hierna: de neef) uit de nalatenschap van tante bij zijn overlijden over heeft, naar de verwachters gaat.

2.2.      De neef had een geestelijke beperking. Klager was zijn curator.

2.3.      Toen de neef is overleden heeft hij op grond van het versterferfrecht familieleden aan vaderszijde en moederszijde als erfgenamen achtergelaten. Hetgeen de neef bij zijn overlijden over had van de nalatenschap van tante komt aan de verwachters toe.

2.4.      In juli 2019 heeft klager het kantoor van de notaris opdracht gegeven om een verklaring van erfrecht op te maken in de nalatenschap van de neef en zo nodig ook een verklaring van erfrecht op te maken in de nalatenschap van tante. Tussen partijen staat ter discussie of het nodig is om een verklaring van erfrecht op te maken in de nalatenschap van tante en of er op dat punt dus een opdracht tot stand is gekomen.

Bij de nalatenschappen van tante en de neef zijn - als gevolg van plaatsvervulling - inmiddels meer dan honderd personen als erfgenaam betrokken.

2.5.      In eerste instantie heeft een bij de notaris in dienst zijnde kandidaat-notaris, mevrouw mr. [naam kandidaat-notaris] (hierna: de kandidaat-notaris), de behandeling van het dossier op zich genomen.

2.6.      Per 1 maart 2021 is de kandidaat-notaris uit dienst getreden en heeft de notaris de behandeling van het dossier overgenomen.

2.7.      De notaris heeft klager en zijn fiscalisten uitgenodigd voor een bespreking. Die bespreking heeft op 8 maart 2021 plaatsgevonden.

2.8.      Bij e-mail van 18 maart 2021 heeft de notaris aan klager te kennen gegeven dat er aan de modelbrieven voor de erfgenamen wordt gewerkt en dat hij verwacht klager daarvan in de loop van de week concepten te kunnen toezenden. Verder heeft de notaris vragen gesteld over een erfgename die in de Verenigde Staten van Amerika woont. In de e-mail staat ook het volgende vermeld:

“Ik sluit overigens zeker niet uit dat wij in de loop van de behandeling van dit dossier nog wel meer of nadere informatie en documentatie bij u en/of bij de betrokkenen zullen moeten opvragen of overleg met elkaar zullen moeten hebben. Daarvoor vraag ik uw begrip. Het is simpelweg uiterst omvangrijk. Als u overigens van mening zou zijn dat het dossier niet goed wordt behandeld op mijn kantoor en daarin geen vertrouwen heeft, zal ik de werkzaamheden staken. Dan bent u na betaling van de tot nu bestede tijd en kosten vrij om een andere notaris hierbij te betrekken.

In de bijlagen ontvangt u de declaraties voor verrichte werkzaamheden. Inmiddels zijn er door mij behoorlijk wat kosten voor de nalatenschappen voorgeschoten (E 736) en is ook veel tijd besteed aan het in kaart brengen van de beschikbare gegevens en onderlinge familieverhoudingen (qua vererving). Ik schat dit zeer voorzichtig op 12 minuten per betrokken persoon. Daarop zijn de bijgaande declaraties gebaseerd. Na ontvangst van betaling zullen de werkzaamheden worden vervolgd.

Als u wenst dat wij met de behandeling verder gaan, laat ik u weten dat wij de nog te verrichten werkzaamheden zullen kunnen uitvoeren tegen een uurtarief van E 290,40 inclusief BTW, te vermeerderen met een opslag van 6% wegens kantoorkosten, exclusief eventuele leges en verschotten. De vervolgwerkzaamheden zijn op voorschotbasis te voldoen en u zult voor de erven één keer per twee maanden een declaratie gaan ontvangen. Voor de vervolgwerkzaamheden verzoek ik u per nalatenschap een eerste voorschot te voldoen van E 2.000 (…).”

Bij de e-mail heeft de notaris twee declaraties gevoegd:

- de declaratie van 11 maart 2021 ten bedrage van € 2.830,68, die ziet op de door de kandidaat-notaris verrichte werkzaamheden;

- de declaratie van 18 maart 2021 ten bedrage van € 2.830,68, die ziet op de door de kandidaat-notaris verrichte werkzaamheden.

2.9.      Bij e-mail van 25 maart 2021 heeft de notaris het volgende aan klager te kennen gegeven:

“De urenspecificatie is als volgt:

er is uitgegaan van 80 betrokken personen aan de verwerking van wier gegevens 12 minuten per persoon is besteed. Die kosten zijn voor de helft toegerekend aan de nalatenschap van [de neef] en voor de andere helft aan de nalatenschap van zijn moeder.

Dat geldt ook voor de verschotten die tot nu toe aan diverse gemeenten voor leges zijn betaald; vandaar dat achter de declaraties dezelfde bijlagen zijn gevoegd. Deze zijn eveneens bij helfte toegerekend aan beide nalatenschappen.

De concept brieven heeft u gisteren ontvangen.”

2.10.    Van de twee declaraties van maart 2021 heeft klager er één voldaan. Klager heeft de in de e-mail van de notaris van 18 maart 2021 genoemde voorschotten in de nalatenschappen van tante en de neef niet betaald.

2.11.    In mei/juni 2021 heeft klager een andere notaris, mr. [A], benaderd voor het opmaken van (een) verklaring(en) van erfrecht in de nalatenschap(pen) van (tante en) de neef. Op 22 juni 2021 heeft klager de notaris telefonisch verzocht om alle beschikbare gegevens van de erfgenamen aan mr. [A] te verstrekken.

2.12.    Bij declaratie van 28 juni 2021 ten bedrage van € 10.681,49 heeft de notaris de door hem en een medewerker verrichte werkzaamheden in rekening gebracht. Deze declaratie heeft klager niet voldaan.

2.13.    In juli 2021 heeft klager een klacht ingediend bij de notaris.

2.14.    Op 10 augustus 2021 hebben de notaris, klager en een nicht van klager met elkaar gesproken. Naar aanleiding van dat gesprek heeft de notaris bij e-mail van 11 augustus 2021 onder andere het volgende aan klager te kennen gegeven:

“Zoals op 10 augustus met u en uw nicht (…) besproken geef ik u hieronder puntsgewijs een weergave van de thans nog openstaande actiepunten in de nalatenschappen van [tante] en haar zoon (…).

1.            Vooralsnog is onbekend/onduidelijk of van mevrouw (…) (geëmigreerd naar de USA) mogelijk nog één of meer afstammelingen in leven zijn. Zo ja, dan zouden deze moeten worden benaderd als mogelijke erfgenamen van [tante] en haar zoon. Zo niet, dan kan deze tak verder buiten beschouwing worden gelaten. Wij bespraken dat het bij gebreke aan gegevens in de familie gewenst is om het onderzoek naar mogelijke afstammelingen van haar uit handen te geven. Daartoe stel ik voor dat wordt ingeschakeld het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG), gevestigd in Den Haag. In de bijlage treft u een opgave van de met het onderzoek door CBG gemoeide kosten. Wilt u mij laten weten of u ermee akkoord gaat dat het CBG hiervoor wordt ingeschakeld? Zo ja, dan zal ik de vraag inleiden bij het CBG en kan Stichting [naam tante] rechtstreeks opdracht verlenen tot het doen van het onderzoek.

2.            Voor het overige verzoek ik u om verklaringen van erfrecht te vertrekken van de volgende personen, die allen zijn overleden na [de neef]. Wilt u de verklaringen van erfrecht bij de familieleden opvragen en vervolgens toesturen? Het gaat derhalve om notariële verklaringen van erfrecht. Dit betreft de volgende overleden personen:

- De heer (…)

De heer (…)

- Mevrouw (…)

- De heer (…)

3.            U liet weten dat [naam], geboren op (…) op 5- of 6-jarige leeftijd zou zijn overleden., Dit kan ik tot heden niet staven aan de hand van de gegevens van de burgerlijke stand. Mogelijk is het overlijden van hun zoon wel aangetekend in het trouwboekje van zijn ouders. Zoudt u navraag kunnen doen of dat trouwboekje zich bij één van de leden van de familie bevindt?

4.            Tijdens onze bespreking hebben u en uw nicht (…) de nalatenschap van [de neef] beneficiair aanvaard, zulks om het mogelijk te maken dat de procedure voor benoeming van een vereffenaar via de rechtbank in gang zal kunnen worden gezet. De verklaringen van beneficiaire aanvaarding zal ik toesturen naar de rechtbank ter verwerking. De nalatenschap van [de neef] dient vervolgens beneficiair te worden afgewikkeld. Daarbij kunt u gebruik maken van de bij deze email gevoegde richtlijnen, zoals die worden gehanteerd door de rechtbank.

5.            Als vereffenaar zal gaan optreden de Stichting [naam tante]. Wij hadden met elkaar overleg over de samenstelling van het bestuur van de stichting. Het bestuur dient volgens het testament van [tante] uit ten minste drie personen te bestaan. In de bijlage gaat een weergave van de bestuurders zoals ingeschreven op 10 augustus 2021. U liet me weten dat daarin wijziging zal optreden. Wilt u mij laten weten wat de nieuwe samenstelling van het bestuur zal zijn en of u zelf de registratie van de bestuurders verzorgt in het handelsregister of dat u wil dat ik dat voor u verzorg?

 6.           Ik bevestig u dat u liet weten de thans nog openstaande rekeningen te zullen voldoen, opdat de werkzaamheden in de beide nalatenschappen zullen worden hervat en niet langer zullen zijn opgeschort.

Ten slotte bespraken wij dat met u en uw voornoemde nicht een volgende bespreking zal kunnen plaatsvinden op mijn kantoor op 2 september 2021 om 14:30 uur.”

2.15.    In augustus 2021 heeft de notaris zijn werkzaamheden ten aanzien van de op te maken verklaring(en) van erfrecht opgeschort, totdat alle openstaande declaraties (een declaratie van maart 2021 van € 2.830,68 en de declaratie van 28 juni 2021 van € 10.681,49) zijn voldaan.

2.16.    Bij e-mail van 30 augustus 2021 heeft de notaris onder andere het volgende aan klager te kennen gegeven:

“De openstaande facturen zijn nog steeds niet voldaan ondanks de vele herinneringen en hernieuwde opschorting van werkzaamheden. Ook de zeer uitvoerige gesprekken met u en toelichting en uitleg mijnerzijds, waarin al uw onderstaande vragen reeds aan de orde zijn gekomen, hebben niet tot betaling geleid, ondanks uw toezeggingen daartoe.”

2.17.    In september 2021 heeft de notaris een declaratie aan klager verzonden die betrekking heeft op de op te starten procedure tot benoeming van een vereffenaar. Deze declaratie heeft klager voldaan.

2.18.    Begin 2022 heeft klager een klacht over de declaratie(s) van de notaris voorgelegd aan de Geschillencommissie Notariaat. Ten tijde van de mondelinge behandeling van de onderhavige tuchtklacht had de Geschillencommissie Notariaat nog geen uitspraak gedaan.

2.19.    De verklaringen van erfrecht in de nalatenschappen van tante en de neef zijn tot op heden niet opgemaakt.

3.         De klacht

3.1.      Tijdens de mondelinge behandeling heeft klager desgevraagd verduidelijkt dat zijn klacht (kort gezegd) uiteenvalt in de volgende vier klachtonderdelen.

1. Klager verwijt de notaris dat hij de verklaring van erfrecht in de nalatenschap van de neef niet voortvarend opmaakt. Klager heeft het kantoor van de notaris daartoe in juli 2019 opdracht gegeven en de verklaring van erfrecht is nog steeds niet opgemaakt.

2. De kandidaat-notaris en de notaris hebben steeds - en zelfs meerdere keren dezelfde - gegevens opgevraagd bij klager.

3. Ondanks toezeggingen daartoe heeft klager nog steeds geen overzicht ontvangen met de gegevens van alle erfgenamen.

4. Bij de door de notaris in maart 2021 verzonden declaraties ontbreekt een urenregistratie.

3.2.      De notaris heeft verweer gevoerd tegen de klacht. Voor zover dit verweer van belang is voor de beoordeling, zal dit hierna worden besproken.

4.         De beoordeling

Reikwijdte van het tuchtrecht

4.1.      Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

4.2.      De kamer zal hierna de verschillende klachtonderdelen beoordelen, te beginnen met klachtonderdeel 4.

Klachtonderdeel 4 (ontbreken urenregistraties)

4.3.      Klager verwijt de notaris dat bij de in maart 2021 verzonden twee declaraties van elk € 2.830,68 (gedateerd 11 respectievelijk 18 maart 2021) een urenregistratie ontbreekt.

4.4.      De notaris voert hiertegen aan dat sprake is van een declaratiegeschil en dat dit geschil inmiddels ook door klager aanhangig is gemaakt bij de Geschillencommissie Notariaat. Volgens de notaris is klager daarom niet-ontvankelijk in dit klachtonderdeel.

Verder voert de notaris inhoudelijk verweer. Voor zover dit inhoudelijk verweer van belang is voor de beoordeling, zal dit hierna worden besproken.

4.5.      De kamer overweegt het volgende. De tuchtrechter is niet bevoegd om over een declaratiegeschil te oordelen. Klager dient zich daarvoor tot de algemene klacht- en geschillencommissie voor het notariaat te wenden. De kamer verwijst in dit verband naar artikel 55 lid 2 Wna in samenhang met artikel 5 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling en artikel 2 van het Reglement Geschillencommissie Notariaat (onder meer gepubliceerd op de website van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie). Vast staat dat klager inmiddels een declaratiegeschil bij de Geschillencommissie Notariaat aanhangig heeft gemaakt. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in klachtonderdeel 4.

Klachtonderdeel 1 (voortvarendheid)

4.6.      Volgens klager wordt de verklaring van erfrecht in de nalatenschap van de neef niet voortvarend opgemaakt. Klager heeft het kantoor van de notaris daartoe in juli 2019 opdracht gegeven. De kandidaat-notaris heeft toen aangegeven dat het 1 à 1,5 jaar zou duren, voordat de opdracht kon worden afgerond, maar de verklaring van erfrecht is nog steeds niet opgemaakt, terwijl klager heel veel gegevens van betrokken erfgenamen heeft aangeleverd.

4.7.      De notaris voert hiertegen het volgende aan. Aan zijn kantoor is niet alleen opdracht gegeven om een verklaring van erfrecht in de nalatenschap van de neef op te maken, maar ook een verklaring van erfrecht in de nalatenschap van tante. Het opmaken van deze verklaringen van erfrecht is ingewikkeld, aangezien:

- de nalatenschappen van tante en de neef (vanwege de in het testament van tante opgenomen tweetrapsmaking) met elkaar zijn verweven;

- er bij de afwikkeling van tantes nalatenschap een stichting is betrokken, waarvan een tijd lang slechts klagers echtgenote en zoon de bestuurders waren;

- er in de nalatenschap van de neef geen executeur is; en

- de nalatenschap van de neef deels beneficiair is aanvaard.

Bovendien is het opmaken van de verklaringen van erfrecht erg complex en tijdrovend gebleken door het aantal erfgenamen (meer dan 74) op het moment van overlijden van de neef - soms woonachtig in het buitenland - en het aantal erfgenamen dat tussentijds is overleden. In eerste instantie heeft de kandidaat-notaris goed werk verricht in het erfgenamenonderzoek. Vanaf 1 maart 2021 behandelt de notaris het dossier zelf en heeft hij één van zijn medewerkers, de heer [naam medewerker] (hierna: de medewerker) exclusief de taak gegeven om belanghebbenden en erfgenamen in de nalatenschappen te inventariseren, in dit verband te corresponderen met gemeentes en de verkregen informatie te rubriceren.

Ten aanzien van erfgenamen die zijn komen te overlijden dient een vervolgonderzoek naar hun erfgenamen plaats te vinden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris te kennen gegeven dat het aantal te onderzoeken personen inmiddels is opgelopen tot 118.

De notaris heeft klager er meerdere keren op gewezen dat hij zijn werkzaamheden zou opschorten als de openstaande declaraties voor reeds verrichte werkzaamheden niet werden voldaan. Nadat de notaris zijn werkzaamheden ook al eerder daadwerkelijk had opgeschort, maar klager een aantal keren had toegezegd de openstaande declaraties te betalen, heeft de notaris zijn werkzaamheden in eerste instantie toch weer opgepakt. Aangezien één declaratie van maart 2021 en de declaratie van 28 juni 2021 onbetaald bleven, heeft de notaris zijn werkzaamheden in augustus 2021 opnieuw opgeschort en houdt hij de werkzaamheden vooralsnog ook opgeschort. 

4.8.      De kamer overweegt het volgende. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of aan de notaris opdracht is gegeven om alleen een verklaring van erfrecht in de nalatenschap van de neef op te maken of ook een verklaring van erfrecht in de nalatenschap van tante. Los van deze discussie is tussen partijen niet in geschil dat beide nalatenschappen met elkaar zijn verweven, een groot deel van de erfgenamen in beide nalatenschappen elkaar overlapt en er in beide nalatenschappen heel veel erfgenamen zijn. Ook als ervan wordt uitgegaan dat, zoals klager stelt, de opdracht aan de notaris inhield dat alleen een verklaring van erfrecht in de nalatenschap van de neef moest worden opgemaakt, heeft de notaris voldoende toegelicht en onderbouwd dat die opdracht complex en tijdrovend is. De notaris had (en heeft) tijd nodig om de voor het opmaken van de verklaring van erfrecht benodigde informatie te verkrijgen, die te verifiëren en te verwerken. Naar het oordeel van de kamer is onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris dat onvoldoende voortvarendheid heeft aangepakt.

4.9.      Daar komt bij dat de notaris zijn werkzaamheden per augustus 2021 heeft opgeschort. Onder verwijzing naar de toelichting van artikel 10 lid 2 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 mag een notaris zijn werkzaamheden opschorten, indien een cliënt weigert om een, gezien de omstandigheden, redelijke vergoeding voor de gevraagde dienst te betalen. Hieronder valt ook een voorschotnota. De notaris heeft klager al bij e-mail van 18 maart 2021 gewaarschuwd dat pas na ontvangst van betaling van de declaraties van maart 2021 de werkzaamheden zouden worden vervolgd en dat de gewenste vervolgwerkzaamheden op voorschotbasis moesten worden voldaan. Voor de vervolgwerkzaamheden heeft de notaris klager verzocht om per nalatenschap een eerste voorschot te voldoen van € 2.000,--.

Vast staat dat klager één declaratie van maart 2021 en de latere declaratie van 28 juni 2021 onbetaald heeft gelaten en dat hij geen voorschot heeft voldaan. Klager heeft niet weersproken dat de notaris hem meerdere malen herinneringen heeft gestuurd en dat hij de notaris herhaaldelijk heeft toegezegd de openstaande declaraties te zullen voldoen. Gelet op deze en de in overweging 4.8. genoemde omstandigheden is de kamer van oordeel dat de notaris zijn werkzaamheden in augustus 2021 in redelijkheid mocht opschorten.

4.10.    Op grond van het voorgaande is de kamer van oordeel dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klachtonderdeel 1 zal daarom ongegrond worden verklaard.

Klachtonderdeel 2 (steeds dezelfde gegevens opvragen bij klager)

4.11.    Klager verwijt de notaris dat de kandidaat-notaris en de notaris steeds gegevens van erfgenamen hebben opgevraagd bij klager, soms zelfs meerdere malen dezelfde gegevens.

4.12.    De notaris voert hiertegen aan dat de gegevens van erfgenamen en familieleden in eerste instantie worden opgevraagd bij de opdrachtgever, in dit geval klager. Dat klager daar aanstoot aan neemt, kan de notaris niet worden verweten. Klager kent veel familieleden bij roepnaam en hij beschikt niet altijd over alle volledige namen. Als op het kantoor van de notaris de volledige namen zijn onderzocht, zijn die niet altijd te koppelen aan de door klager opgegeven roepnamen, waardoor verificatie bij klager nodig is.

4.13.    De kamer overweegt het volgende. Voor zover de kandidaat-notaris en/of de notaris meerdere malen dezelfde gegevens hebben opgevraagd bij klager acht de kamer deze handelwijze - mede gelet op de door de notaris gegeven toelichting - van onvoldoende gewicht om de notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klachtonderdeel 2 zal daarom ongegrond worden verklaard.

Klachtonderdeel 3 (overzicht gegevens erfgenamen)

4.14.    Klager verwijt de notaris dat hij ondanks toezeggingen daartoe nog steeds geen overzicht met de gegevens van alle erfgenamen aan klager heeft verstrekt. De kandidaat-notaris heeft voor het eerst in september 2020 toegezegd het door haar gemaakte overzicht met de gegevens van de erfgenamen naar klager te mailen, zodra zij de ontbrekende gegevens van een aantal erfgenamen zou hebben verwerkt. In oktober 2020 heeft klager met de kandidaat-notaris afgesproken dat zij het overzicht ook naar klagers fiscalisten zou sturen in verband met de door hen te verzorgen aangifte erfbelasting. 

Nadat klager de kandidaat-notaris regelmatig had verzocht om het overzicht te mailen, heeft de kandidaat-notaris in december 2020 laten weten dat zij het overzicht vanwege de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) niet aan klager mocht verstrekken. Tijdens de bespreking op 8 maart 2021 heeft de notaris toegezegd zijn overzicht met de gegevens van de erfgenamen naar klager te mailen. Na twee weken heeft klager een herinnering gemaild naar de notaris. Medio 2021 heeft klager een andere notaris, mr. [A], benaderd voor het opmaken van een verklaring van erfrecht. Op advies van mr. [A] heeft klager de notaris gevraagd om alle gegevens van de erfgenamen (inclusief stukken van gemeentes) aan mr. [A] ter hand te stellen. De notaris is met het verzoek van klager akkoord gegaan onder de voorwaarde dat klager de twee declaraties van maart 2021 zou voldoen. Op 28 juni 2021 heeft de notaris nog een declaratie aan klager gezonden ten bedrage van € 10.681,49. Op 15 juli 2021 heeft de notaris aan klager te kennen gegeven dat hij het beloofde overzicht vanwege de AVG niet kan geven.

4.15.    De notaris voert hiertegen aan dat hij op grond van de AVG de gegevens van de erfgenamen van tante en de neef pas na hun toestemming aan klager mag verstrekken. Tot een aanschrijving van de erfgenamen is het echter (nog) niet gekomen, omdat de notaris per augustus 2021 zijn werkzaamheden heeft opgeschort. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris toegezegd dat hij bereid is om de gegevens aan een andere notaris te verstrekken, zodra de openstaande declaraties van maart 2021 en 28 juni 2021 zijn voldaan.

4.16.    De kamer komt niet toe aan de beantwoording van de vraag of het in strijd is met de AVG om zonder toestemming van de betrokken erfgenamen een overzicht met hun gegevens aan klager te verstrekken. Zoals in r.o. 4.9. al is overwogen, is de kamer immers van oordeel dat de notaris zijn werkzaamheden in redelijkheid mocht opschorten en opgeschort mag houden, totdat klager de openstaande declaraties van maart 2021 en 28 juni 2021 heeft voldaan. Dit brengt ook met zich dat de notaris de tot nu toe door hem onderzochte en in een overzicht verwerkte gegevens van de betrokken erfgenamen reeds hierom onder zich mag houden. Klachtonderdeel 3 zal dus ongegrond worden verklaard.

5.         De beslissing

De kamer:

5.1.      verklaart klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk;

5.2.      verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. T. Zuidema, plaatsvervangend rechterlijk lid en mr. P.G. Heeringa, plaatsvervangend notarieel lid.

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2022 door mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.