Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORARL:2022:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/385261 / KL RK 21-41 C/05/385263 / KL RK 21-42

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2022:21
Datum uitspraak: 11-04-2022
Datum publicatie: 20-06-2022
Zaaknummer(s):
  • C/05/385261 / KL RK 21-41
  • C/05/385263 / KL RK 21-42
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De enkele omstandigheid dat iemand ernstig ziek is en enkele weken voor zijn overlijden een testament laat opstellen, vormt onvoldoende grond om aan te nemen dat erflater onvoldoende wilsbekwaam zou zijn en/of dat de notaris voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater eerst een arts had(den) moeten raadplegen.Zo ook voor wat betreft de beoordeling van de vatbaarheid voor oneigenlijke beïnvloeding door derden. Deze komt in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris. Daarbij is het bovendien niet ongebruikelijk dat een notaris, zeker in geval van huwelijkse voorwaarden en/of spiegelbeeldig testament zoals hier aan de orde, met beide partners tegelijk spreekt.De kamer is om deze redenen van oordeel dat de omstandigheid dat de notaris niet met erflater alleen heeft gesproken, in dit geval geen grond vormt voor een tuchtrechtelijk verwijt.Klacht beide onderdelen ongegrond.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/385261 / KL RK 21 - 41 en C/05/385263 / KL RK 21 - 42

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

1 [K.],

2 [Kk.],

3 [Kkk.],

[…] wonende te […],

tegen

1.

[N.],

notaris te […],

gemachtigde: […],

2.

[Nn.]

kandidaat-notaris te […],

gemachtigde: mr. L.H. Rammeloo.

Partijen worden hierna respectievelijk klagers, de notaris en de kandidaat-notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

  • de klacht, met bijlagen, van 5 maart 2021
  • het verweer van de notaris van 11 mei 2021.

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 11 februari 2022 behandeld, waarbij zijn verschenen klagers sub 1) en 3) enerzijds en anderzijds de notaris, de kandidaat-notaris en hun gemachtigde. De gemachtigde van de notaris en de kandidaat-notaris heeft een pleitnotitie overgelegd.

2. De feiten

2.1 Klagers zijn de kinderen van [E.]. In 2013 heeft [E.] een testament opgesteld.

2.2 [E.] woonde sinds 2002 samen met [F.].

2.3 In juni 2019 heeft [E.] een afspraak gemaakt voor een gesprek op het notariskantoor.

2.4 Op 27 juni 2019 heeft [E.] samen met [F.] een gesprek van een uur gehad met de kandidaat-notaris. Daarbij hebben zij de kandidaat-notaris verteld dat zij trouwplannen hadden en hem gevraagd om huwelijkse voorwaarden op te stellen. Ook is gesproken over de wijziging van het testament van [E.] en over het testament van [F.].

2.5 Op 3 juli 2019 zijn [E.] en [F.] in het huwelijk getreden.

2.6 Op 9 juli 2019 zijn de concept huwelijkse voorwaarden en de concepten voor de testamenten aan [E.] en [F.] gestuurd, per post en per e-mail.

2.7 Op 11 juli 2019 heeft de notaris [E.] in het ziekenhuis bezocht - waarbij ook [F.] aanwezig was - en het testament van [E.] en de akte huwelijkse voorwaarden gepasseerd.

2.8 Op 31 juli 2019 is [E.] (hierna: erflater) overleden.

3. De klacht en het verweer

3.1 Klagers maken bezwaar tegen de wijze waarop het testament van erflater tot stand is gekomen en over het advies van de (kandidaat-)notaris rondom het huwelijk en de daarbij opgemaakte huwelijkse voorwaarden. Klagers hebben hun klacht in een viertal hierna te bespreken klachtonderdelen toegelicht.

3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. De beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de (kandidaat-)notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

Gezamenlijke beoordeling notaris en kandidaat-notaris

4.3 De notaris en de kandidaat-notaris hebben gezamenlijk aan deze zaak gewerkt en hebben gezamenlijk verweer gevoerd tegen de klacht die tegen hen gezamenlijk is ingediend. De kamer maakt daarom bij de beoordeling van deze klacht slechts onderscheid tussen de notaris en de kandidaat-notaris voor zover de door hen verrichte werkzaamheden daar aanleiding toe geven.

De kamer komt bij bedoelde beoordeling al met al tot de conclusie dat de notaris en de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt van de wijze waarop zij deze zaak behandeld hebben. Ter toelichting dient het volgende.

4.4 Norm

Het vertrekpunt van deze beoordeling wordt gevormd door het beginsel dat een natuurlijk persoon bij testament een uiterste wilsbeschikking kan maken. Het is de taak van de notaris en in voorkomend geval van de kandidaat-notaris om daarbij desgevraagd behulpzaam te zijn. Het is in dat kader ook de taak van hen de wilsbekwaamheid van de betrokkene te beoordelen.

4.4.1 Volgens vaste rechtspraak komt het daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris dan wel kandidaat-notaris , die daarbij een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt. Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid biedt hiervoor een handreiking.

4.5 Toetsing

4.5.1 Klachtonderdeel 1) De (kandidaat-)notaris heeft erflater niet alleen gesproken

Klagers stellen zich op het standpunt dat de notaris en de kandidaat-notaris

erflater, die ernstig ziek was en onder druk van [F.] stond, alleen had behoren te spreken over zijn wensen zowel voor wat betreft het testament als voor wat betreft de huwelijkse voorwaarden.

De kamer overweegt dat ook bij de beoordeling van de vraag of de wil van erflater wellicht oneigenlijk door al dan niet aanwezige derden wordt beïnvloed, het in eerste instantie aankomt op de eigen waarneming van de notaris of van de kandidaat-notaris Daarbij is het bovendien niet ongebruikelijk dat een notaris of kandidaat-notaris, zeker in geval van huwelijkse voorwaarden en/of spiegelbeeldig testament zoals hier aan de orde, met beide partners tegelijk spreekt.

Het was dus in de gesprekken die de notaris en de kandidaat-notaris in deze zaak gevoerd hebben aan hen om na te gaan of de wilsvorming van erflater werd beïnvloed door de aanwezigheid van zijn aanstaande echtgenote - met wie erflater sinds 2002 samenwoonde. Naar het oordeel van de kamer hebben de notaris en de kandidaat-notaris de wilsbekwaamheid van erflater voldoende zorgvuldig beoordeeld en zijn zij daarbij voldoende alert geweest op oneigenlijke beïnvloeding daarvan door [F.]. Dit volgt zowel uit hetgeen de notaris en de kandidaat-notaris hierover bij de rechter-commissaris van de rechtbank Noord-Holland in het voorlopig getuigenverhoor van 16 februari 2021 hebben verklaard, als uit hetgeen zij ter zitting van de kamer hierover - op zich zelf beschouwd onweersproken - hebben opgemerkt.

Zo heeft de kandidaat-notaris over het eerste gesprek met erflater op 27 juni 2019 ter zitting verklaard dat [F.] bij het hele gesprek dat ongeveer een uur duurde, aanwezig is geweest, maar dat zij geen inhoudelijke opmerkingen heeft gemaakt over het testament van erflater. Omdat erflater op eigen initiatief vertelde wat hij wilde en daar duidelijk en beslist in was, vond de kandidaat-notaris het niet nodig erflater buiten aanwezigheid van [F.] te spreken.

Het tweede gesprek met erflater heeft de notaris gevoerd op 11 juli 2019; erflater lag toen al in het ziekenhuis. [F.] is ook bij dit gesprek aanwezig geweest en ook bij het passeren van de akten. De notaris heeft hierover ter zitting verklaard dat hij erflater heeft gevraagd of hij het concept had gezien en dat heeft erflater bevestigd. Dit bleek ook uit de antwoorden van erflater op de controlevragen van de notaris, onder meer over de beoogde erfrechtelijke positie van de kinderen en van de langstlevende. Erflater heeft zonder twijfel of verwarring consistent geantwoord. Erflater gaf naast inhoudelijk adequate antwoorden ook verder blijk van helderheid, bijvoorbeeld door zich bij de notaris te verontschuldigen voor het feit dat hij hem naar het ziekenhuis liet komen. Erflater was wel ziek, maar hoopte op herstel, zo liet hij de notaris weten. Hij maakte naast hetgeen zakelijk te bespreken was ook grappige en gewiekste opmerkingen. Het gesprek duurde al met al ongeveer een half uur.

De kamer is om deze redenen van oordeel dat de omstandigheid dat de notaris en de kandidaat-notaris niet met erflater alleen hebben gesproken, in dit geval geen grond vormt voor een tuchtrechtelijk verwijt. Dit klachtonderdeel moet dan ook ongegrond verklaard worden.

4.5.2 Klachtonderdeel 2) De indicatoren van het Stappenplan zijn buiten toepassing gelaten

Klagers wijzen in dit verband op het feit dat erflater ernstig en terminaal ziek was en medicatie gebruikte waardoor hij zijn wil niet kon bepalen. Klagers noemen in dit verband met name de observatie van de verpleegkundige, die op 10 juli 2019 om 01:55 uur noteerde “Sinds vanavond opnieuw koorts, dhr. is ook wat suffig”. Klagers stellen zich daarom op het standpunt dat de (kandidaat-)notaris, alvorens (in het ziekenhuis) met erflater te spreken, een arts had moeten raadplegen.

De kamer overweegt op dit punt als volgt. De enkele omstandigheid dat iemand ernstig ziek is en enkele weken voor zijn overlijden een testament laat opstellen, vormt onvoldoende grond om aan te nemen dat erflater onvoldoende wilsbekwaam zou zijn en/of dat de notaris en/of de kandidaat-notaris voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater eerst een arts had(den) moeten raadplegen.

Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat klager op 10 en 11 juli 2019 op bepaalde momenten (waaronder ’s nachts om 01:55 uur) verminderd aanspreekbaar was. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat goede en slechte momenten elkaar in het verloop van een ziekteproces kunnen afwisselen.

Tegen de achtergrond van het voorgaande valt het de notaris dus niet te verwijten dat hij, afgaande op de mededeling van [F.] dat erflater aanspreekbaar was, zelf met hem in gesprek is gegaan en zich zelf een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van erflater. Zowel de notaris als de kandidaat-notaris zijn daarbij blijkens hetgeen zij onbetwist ter zitting en ook in het eerder genoemde voorlopig getuigenverhoor verklaard hebben voldoende zorgvuldig te werk gegaan. Onder de gegeven omstandigheden waren de kandidaat-notaris en de notaris naar het oordeel van de kamer niet gehouden de wilsbekwaamheid van klager door een arts te laten beoordelen. Dit klachtonderdeel treft daarom geen doel.

4.5.3 Klachtonderdeel 3) Onvoldoende onderzoek naar de wil van erflater

Klagers stellen zich op het standpunt dat de (kandidaat-)notaris onvoldoende heeft onderzocht of het testament van 11 juli 2019 wel overeenkomstig de wil van erflater is opgesteld.

Bespreking van dit klachtonderdeel heeft, gelet op de bespreking van klachtonderdelen 1) en 2) geen zelfstandige betekenis en blijft hier daarom beperkt tot de vaststelling dat ook dit klachtonderdeel geen doel treft.

4.5.4 Klachtonderdeel 4) (kandidaat-)notaris heeft onzorgvuldig gehandeld.

Klagers hebben ter onderbouwing van dit klachtonderdeel geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd dan hierboven reeds besproken. Van dergelijke omstandigheden is ook verder niet gebleken. Dit klachtonderdeel wordt daarom ongegrond verklaard bij gebrek aan feitelijke grondslag.

4.6 Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:

- verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. D.T. Boks, voorzitter, mr. G.J. Meijer, mr. M.R.H. Goossens,  mr. J.A.H. Bruggemann en mr. A.J.H.M. Janssen, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 11 april 2022.

De secretaris

 

De voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.