Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRZWO:2022:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3823

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2022:102
Datum uitspraak: 15-07-2022
Datum publicatie: 18-07-2022
Zaaknummer(s): Z2022/3823
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Beklaagde heeft toetsing/beoordeling in kader van Ziektewet voldoende inzichtelijk gemaakt en situatie klager voldoende onderzocht.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG ZWOLLE

Beslissing in raadkamer d.d. 15 juli 2022 naar aanleiding van de op 19 januari 2022 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
 

A , te B,

k l a g e r

-tegen-

C , verzekeringsarts, werkzaam te D,

gemachtigde: mr. I. Veldhuizen,

b e k l a a g d e

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het klaagschrift met de bijlagen;

- het verweerschrift met de bijlagen.

Partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om gehoord te worden in het kader van het vooronderzoek.

2. DE FEITEN

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager, geboren in 1975, viel op 15 mei 2020 uit voor zijn werk als orderpicker bij een supermarkt via E (hierna: de werkgever), die een zogenoemde eigen risicodrager is.

De primaire verzekeringsarts zag klager op 7 juni 2021 en concludeerde dat klager arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk, maar benutbare mogelijkheden had voor passende werkzaamheden. Het dossier werd overgedragen aan de arbeidsdeskundige om functies te duiden. De arbeidsdeskundige kon onvoldoende functies duiden om meer dan 65% van het maatmaninkomen te verdienen. De ziektewetuitkering bij de werkgever werd in het tweede ziektejaar voortgezet. Klager heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt.

Beklaagde bestudeerde in de bezwaarprocedure het dossier van klager en de beschikbare medische gegevens.

Beklaagde stelde op 9 december 2021 zijn medische rapportage in bezwaar op, die onderdeel uitmaakt van de stukken.  

3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager verwijt beklaagde -zakelijk weergegeven- dat:
1. beklaagde de arbeidsongeschiktheid van klager niet zorgvuldig en correct heeft bekeken;

2.  klager daardoor niet volledig arbeidsongeschiktheid werd geacht, terwijl klager naar zijn mening meer dan 75% afgekeurd zou moeten worden. 

4. HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

Beklaagde voert -zakelijk weergegeven- aan dat hij met zijn handelen binnen een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Voor zover nodig zal hieronder nader ingegaan worden op het verweer.

5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Het eerste klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Beklaagde werd gevraagd om te beoordelen of de primaire verzekeringsarts de ziekte/beperkingen van klager juist had vastgesteld en of er medische argumenten waren om af te wijken van het oordeel van de primaire verzekeringsarts. Beklaagde heeft klager gesproken op een hoorzitting, gebruik gemaakt van de relevante medische gegevens uit de behandelend sector en op basis daarvan een inschatting gemaakt van de (beperkte) belastbaarheid van klager. Een lichamelijk onderzoek is niet uitgevoerd. Dat heeft beklaagde ook onderbouwd. Die onderbouwing kan het college goed volgen. Beklaagde achtte een lichamelijk onderzoek niet zinvol, gegeven de bekende informatie vanuit de behandelende sector en de pijnpresentatie ten tijde van de zitting, en de te verwachten pijnbelasting voor klager. Beklaagde moet bij zijn beoordeling wel uitgaan van objectieve medische gegevens. In het rapport staat veel medische informatie opgenomen en klager heeft bijvoorbeeld niet aangegeven dat daarin dingen ontbreken of dat er nog meer (nieuwe) medische informatie was. Uit de medische gegevens blijkt niet – zoals klager zelf wel vindt – dat hij helemaal niet belastbaar is. Het advies van de behandelaar is dat klager meer moet gaan wandelen terwijl klager het grootste deel van de dag liggend doorbrengt. Klager ervaart misschien dat hij niets kan, maar dat blijkt niet uit de medische informatie. Beklaagde moest in het kader van Ziektewetbeoordeling het primair oordeel beoordelen. Die beoordeling van het primaire oordeel heeft beklaagde in zijn rapportage voldoende inzichtelijk gemaakt. De rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Beklaagde heeft gehandeld binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.

5.3

Het tweede klachtonderdeel is ook kennelijk ongegrond.

Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld en vervolgens het dossier doorgestuurd naar de arbeidsdeskundige die functies gaat duiden. Dat uit het onderzoek van de arbeidsdeskundige een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 75% volgt, kan beklaagde niet worden verweten.  

5.4

Gelet op het voorgaande dient als volgt te worden beslist.

6.    DE BESLISSING

Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
 

Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J. Buitenhuis en H.A.M. Veneman, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
 

a.         Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
 

b.         Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.         Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle/Groningen. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.