Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZREIN:2022:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2022/3818

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2022:50
Datum uitspraak: 30-08-2022
Datum publicatie: 30-08-2022
Zaaknummer(s): E2022/3818
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Huisarts. Horen getuigen. Herzieningsverzoek.CTG heeft herzieningsverzoek huisarts toegewezen, omdat door de huisarts meegebrachte getuige niet is gehoord. Verwijzing naar RTG voor nieuwe behandeling en horen getuige.Zitting gepland. Aangekondigd ter zitting gelegenheid om de door partijen meegebrachte getuigen te horen.Ter zitting is gemachtigde van huisarts zonder getuige verschenen. Gemachtigde: niet duidelijk of getuige zou worden gehoord, college had getuige moeten oproepen en getuige had tijdens mondeling vooronderzoek moeten worden gehoord.College: zitting bij uitstek de gelegenheid om getuige te horen. Het had de huisarts duidelijk moeten zijn dat getuige zou worden gehoord. Dat huisarts heeft afgezien van (laten) horen getuige ter zitting komt voor haar rekening en risico. Het college handhaaft de oorspronkelijke beslissing van het CTG van 15 januari 2021.

Uitspraak: 30 augustus 2022

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing, na verwijzing door het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, op de klacht van:

[A]

wonende te [B]

klaagster

tegen:

[C]

huisarts

werkzaam te [D]

verweerster, hierna ook: de huisarts

gemachtigde mr. M.A. Feeburg te Utrecht

1. De processtukken

Het college heeft kennisgenomen van:

  • De stukken in eerste aanleg:

het klaagschrift

het verweerschrift

het aanvullend verweerschrift

de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek

de correspondentie met betrekking tot de zitting

de brief van de gemachtigde van de huisarts van 4 december 2019

het e-mailbericht van klaagster van 26 november 2020

het e-mailbericht van klaagster van 6 december 2020

het proces-verbaal mondeling vooronderzoek

de beslissing in eerste aanleg

het proces-verbaal van de eerste aanleg

  • De stukken van de procedures bij het centraal tuchtcollege:

het beroepschrift

            de volmacht

            het verweerschrift

            de correspondentie met betrekking tot de zitting

            de gegevens uit het BIG-register

            de beslissing in beroep

            het proces-verbaal van de procedure in beroep

            de klacht met bijbehorende correspondentie

            het herzieningsverzoek

            het advies van de rapporteur

            de aanvulling van het herzieningsverzoek

            de beslissing op het herzieningsverzoek

            het proces-verbaal van de zitting waarop het herzieningsverzoek is behandeld.

2.         De procedure in eerste aanleg en beroep

2.1       Op 30 augustus 2019 heeft klaagster bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam een klacht ingediend tegen de huisarts. Bij beslissing van 24 januari 2020 (ECLI:NL:TGZRAMS:2020:18) heeft dat regionaal tuchtcollege de klacht gegrond verklaard en de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd.

2.2       De huisarts is van deze beslissing tijdig in beroep gegaan. Bij beslissing van 15 januari 2021 (ECLI:NL:TGZCTG:2021:9) heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg het beroep verworpen.

2.3       De huisarts heeft vervolgens bij het centraal tuchtcollege een verzoek tot herziening ingediend.

3.         De beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 10 januari 2022 (ECLI:NL:TGZCTG:2022:15)

3.1       Op 10 januari 2022 heeft het centraal tuchtcollege geoordeeld dat de huisarts een haar toekomend fundamenteel recht niet heeft kunnen uitoefenen, namelijk het doen horen van een getuige die uit de eerste hand kan verklaren over de behandeling van een patiënte waarover is geklaagd. Vervolgens heeft het centraal tuchtcollege het verzoek tot herziening van de beslissing van het centraal tuchtcollege van 15 januari 2021 toegewezen.

3.2       Onder 5.3 van de beslissing heeft het centraal tuchtcollege onder het kopje “Wat betekent dit en hoe nu verder?” als volgt geoordeeld (alle citaten zijn inclusief taal- en typefouten):

“Omdat het herzieningsverzoek wordt toegewezen, beveelt het Centraal Tuchtcollege de opschorting van de uitvoering van de beslissing en verwijst de zaak ingevolge artikel 29 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG naar het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven.

Dit college zal de zaak opnieuw behandelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 31 en 32 van het Tuchtrechtbesluit BIG. De meegebrachte getuige zal dan alsnog worden gehoord. Het Regionaal Tuchtcollege zal dan beslissen of de beslissing van het Centraal Tuchtcollege waarvan herziening is verzocht, wordt gehandhaafd of wordt vernietigd. (…)”.

De naam van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Eindhoven is inmiddels gewijzigd in Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Hertogenbosch.

4. De gang van zaken na de verwijzing

4.1       De (vaste) voorzitter van dit Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (hierna ook: het college) heeft op grond van artikel 66 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: wet BIG) het vooronderzoek in deze zaak toegewezen aan een secretaris van het regionaal tuchtcollege, waarna de zaak door deze en een andere secretaris is behandeld. Na ontvangst van de stukken van het centraal tuchtcollege hebben zij het vooronderzoek gedaan en besloten dat de klacht op een openbare zitting van dit college diende te worden behandeld. Het verzoek van de huisarts om in een mondeling vooronderzoek een getuige te horen werd gemotiveerd afgewezen.

4.2       Bij brief van 30 juni 2022 is de huisarts door het college uitgenodigd voor de zitting van 21 juli 2022. Bij brief, binnengekomen op 4 juli 2022, heeft de huisarts een wrakingsverzoek ingediend. Dit verzoek betrof de leden van de zaakscombinatie die de zaak op 21 juli 2022 zouden behandelen. In het kader van dit wrakingsverzoek heeft het college kennis genomen van:

-           de brief van de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van 21 februari 2022;

-           de brief van de (vaste) voorzitter van het college van 1 maart 2022.

Voorafgaand aan de behandeling van het wrakingsverzoek heeft een lid van de zaakscombinatie zich teruggetrokken, omdat zij verweerster bleek te kennen.

4.3       Op 20 juli 2022 heeft de wrakingskamer van dit college beslist dat de huisarts

niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot wraking ten aanzien van het lid dat zich heeft teruggetrokken. Wat betreft de overige leden van de zaakscombinatie is het verzoek tot wraking afgewezen.

4.4       Bij e-mail van 19 januari 2022, herhaald op 1 juli 2022, heeft klaagster het college bericht dat ook zij ter zitting een getuige wenst te laten horen. Het college heeft kennisgenomen van de e-mailwisseling naar aanleiding van het verzoek van 19 januari 2022.

4.5       De klacht is ter openbare zitting van 21 juli 2022 behandeld. Klaagster was aanwezig, evenals de gemachtigde van de huisarts. De huisarts zelf was afwezig omdat zij, zo heeft haar gemachtigde ter zitting medegedeeld, die ochtend klachten had en positief op COVID-19 had getest. De gemachtigde van de huisarts heeft geen getuige meegebracht. Klaagster heeft wél een getuige meegebracht. Die is ter zitting gehoord.

5.         De overwegingen van het college

5.1       Het college heeft op de zitting van 21 juli 2022 aan partijen medegedeeld dat zij in de gelegenheid (zouden) worden gesteld de door hen meegebrachte getuigen te laten horen. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de huisarts geantwoord dat de getuige van de huisarts  - de praktijkverpleegkundige die betrokken was bij de zorgvraag van de patiënte waarop de klacht betrekking heeft - niet is verschenen omdat zij niet door het college is uitgenodigd. Daarom was het voor haar nog maar de vraag of zij, na zich reeds driemaal tevergeefs als getuige te hebben aangemeld, deze keer wel zou worden gehoord. Bovendien had zij in het mondeling vooronderzoek en in de beslotenheid daarvan moeten worden gehoord, zoals is bepaald in artikel 31 lid 2 van het Tuchtrechtbesluit BIG, jo. artikel 66 lid 2 Wet BIG, jo. artikel 68 Wet BIG. De huisarts meent dat haar deze mogelijkheid ten onrechte is ontnomen. Bij het verhoor van de getuige tijdens het vooronderzoek zou zijn gebleken dat klaagster in haar klacht kennelijk niet-ontvankelijk was, waarna een behandeling ter zitting niet meer aan de orde zou zijn geweest, aldus de gemachtigde van de huisarts.

5.2       Het college stelt vast dat de (vaste) voorzitter van het college na de verwijzing een vooronderzoek heeft gelast. Daarmee is voldaan aan artikel 31 lid 1 Tuchtrechtbesluit BIG. Dit vooronderzoek heeft ook daadwerkelijk plaatsgehad. Het college, dat wil dus zeggen het college dat de zaak inhoudelijk behandelt (de zaakscombinatie), is niet betrokken geweest bij het vooronderzoek en heeft ook geen invloed gehad op de in het vooronderzoek genomen beslissingen. Het college verwijst naar en neemt over hetgeen de wrakingskamer in de beslissing van 20 juli 2022 onder 4.4 heeft geoordeeld.

5.3       Het college heeft, conform het hiervoor onder 3.2 door het centraal tuchtcollege geschetste kader voor de procedure na verwijzing, partijen de gelegenheid geboden de door hen meegebrachte getuigen ter zitting van 21 juli 2022 te laten horen. Door dit op zitting te doen, wordt voldaan aan de opdracht van het centraal tuchtcollege. Het gaat er immers om dat de schending van een fundamenteel rechtsbeginsel - het eerder niet horen van een meegebrachte getuige - ongedaan wordt gemaakt. Het college is van oordeel dat de openbare zitting daarvoor bij uitstek de juiste gelegenheid is. Als de getuige van de huisarts ter zitting was verschenen, hadden alle leden van het college alsmede partijen en hun gemachtigde de getuige vragen kunnen stellen. Op die wijze had het getuigenverhoor transparant kunnen plaatsvinden. Een dergelijke manier van horen draagt bij aan de openbaarheid van de tuchtrechtspraak, ook een fundamenteel rechtsbeginsel.  

5.4       De huisarts heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt, terwijl het voor haar voldoende duidelijk had moeten zijn dat de praktijkverpleegkundige daadwerkelijk door het college ter zitting als getuige zou worden gehoord. Juist om deze getuige te (doen) horen is de zaak naar dit college verwezen. Bovendien blijkt uit de brief van 21 februari 2022 van de secretarissen en de brief van 1 maart 2022 van de (vaste) voorzitter van het college, telkens aan de gemachtigde van de huisarts gericht, dat het de bedoeling was om de getuige op zitting te horen. Ten slotte is de gemachtigde van de huisarts in de brief van 30 juni 2022, waarbij de huisarts voor de zitting werd uitgenodigd, expliciet medegedeeld dat partijen getuigen voor de zitting kunnen uitnodigen. De huisarts (en haar gemachtigde) wensten de getuige te laten horen en dienden dan ook zelf de getuige voor de zitting uit te nodigen. Zij waren daarvan ook uitdrukkelijk op de hoogte gesteld. Het was dus niet aan het college om de getuige voor de zitting op te roepen.

5.5       Dat de huisarts heeft afgezien van getuigenverhoor, dient voor haar rekening en risico te blijven. Aan de zijde van de huisarts zijn geen feiten naar voren gekomen die maken dat de beslissing van het centraal tuchtcollege van 15 januari 2021 niet kan worden gehandhaafd.

5.6       Aan de zijde van klaagster is ter zitting van 21 juli 2022 één getuige gehoord. De verklaring van deze getuige heeft geen feiten naar voren gebracht op grond waarvan de beslissing van het centraal tuchtcollege van 15 januari 2021 niet kan worden gehandhaafd.

5.7       De slotsom is dat deze beslissing wordt gehandhaafd.

6.         De beslissing

Het college:

  • handhaaft de beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 15 januari 2021.

Aldus beslist door M.J.H.A. Venner-Lijten, voorzitter, C.M.H.M. van Lent, lid-jurist,

M.A.M.U. Vermeulen, M. van Mesdag en M.C.E. van den Heuvel, leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van N.A.M. Sinjorgo, secretaris, en uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 30 augustus 2022 in aanwezigheid van de secretaris.