Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3177

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2022:5
Datum uitspraak: 17-01-2022
Datum publicatie: 21-01-2022
Zaaknummer(s): A2021/3177
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klager verwijt verweerder, bedrijfsarts, het conflict met zijn werkgever te hebben verergerd, door niet eenduidig met klager en de werkgever te communiceren over de (on)mogelijkheid van klager om een telefonisch contact met de werkgever te hebben. Klager is na het niet deelnemen aan het telefoongesprek op staande voet ontslagen door de werkgever. Verweerder voert verweer.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 10 juni 2021 binnengekomen klacht van:

A,

wonende te B,

k l a g e r,

tegen

C,

bedrijfsarts,

werkzaam te D

v e r w e e r d e r,

gemachtigde: mr. I.F. Schouwink, advocaat te Breda.

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

  • het klaagschrift;
  • het verweerschrift met de bijlagen;
  • de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek;
  • het proces-verbaal van het op 13 september 2021 gehouden vooronderzoek;
  • de e-mails van klager van 14 september 2021 met de bijlagen;
  • de e-mail van verweerder van 1 december 2021.

De klacht is op 17 december 2021 op een openbare zitting behandeld. Partijen waren aanwezig. Verweerder werd bijgestaan door mr. Schouwink voornoemd.

2.         De feiten
2.1       Ten tijde van het handelen waarop de klacht betrekking heeft was verweerder als bedrijfsarts werkzaam voor een arbodienst gevestigd in D. Klager (thans .. jaar oud) werkte destijds als docent aan een hogeschool welke hogeschool een overeenkomst had gesloten met verweerders werkgever. Sinds 1 juni 2021 is verweerder niet meer voor deze arbodienst werkzaam.

2.2.      Op maandag 3 mei 2021 heeft verweerder zich ziek gemeld bij zijn werkgever. Verweerder kreeg die ochtend een e-mailbericht van de werkgever van klager met het verzoek een spoedconsult bij klager te verrichten met als vraagstelling of klager in staat is een telefoongesprek met zijn werkgever te voeren.

2.3       Verweerder belde kort daarop, op maandag 3 mei 2021 om 09.37 uur, naar klager, maar kreeg diens voicemail en liet daarop een bericht achter. Om 09.40 uur belde hij nogmaals en kreeg toen de echtgenote van klager aan de telefoon, die verklaarde dat klager die nacht slecht had geslapen, dat hij op dat moment nog sliep en dat hij die middag een afspraak had bij de huisarts vanwege zijn klachten. In het dossier van verweerder is hierover het volgende opgenomen:

`vrouw aan de telefoon> betrokkene ligt in bed> hele nacht niet geslapen.

hoofdpijn niet lekker> komt door het werk.

vanmiddag een afspraak bij de huisarts.

betrokkene wordt beschuldigd/ getreiterd gedreigd.

speelt al meerdere weken. >aan hand geopereerd> (rechts in verband).

mag niet auto rijden.

trigger finger> hiervoor operatie

aansluitend therapie.

vrouw geeft aan dat hij uitgenodigd is voor een gesprek. betrokkene kan daar niet naar toe.

betrokkene eerder tel contact gehad > verliep niet goed.

oorzaak van huidige situatie> werkgerelateerde.

schriftelijk vragen aan werkgever gesteld > geen antwoord.

conclusie er is een conflict> betrokkene voelt zich niet gehoord

  • is geschorst
  • mail afgesloten.’

2.4       In de middag van 3 mei 2021, om 16.20 uur, hadden verweerder en klager telefonisch contact met elkaar. Over dit telefonische contact is, voor zover hier van belang, het volgende opgetekend in het dossier van verweerder:

‘werkgever twijfelt aan de ziekmelding> is betrokkene wel geopereerd

afgelopen weekend geknakt.

conflict diagnose> niet geheel duidelijk klokkenluiders melding

medische diagnose status na tigger finger operatie.

met tigger finger niet in staat auto te rijden. zelf naar de E komen niet goed haalbaar.

werk vanuit huis zou wel haalbaar zijn echter nu overspanningsklachten> HA tegen burn-out aan.

betrokkene nu reces > geen contact> is aan werkgever en betrokkene, ik snap standpunt maar niet aan mij.

verharding standpunten> geen antwoord krijgen op vragen > voor betrokkene nog niet duidelijk wat er precies aan de hand is.

C: medisch: trigger finger beperking inzet hand.

conflict> mediation, samen gesprek aangaan niet zinvol meer.

advies:

wel instaat contact te hebben echter spreek een tijdstip af.

daarnaast sprake van een conflict> dit verder oppakken in een gesprek met een 3e onafhankelijke partij, bijvoorbeeld een mediator.

brief: tel contact is mogelijk maar aangaande het conflict het advies om hiervoor mediation in te schakelen, en op deze manier het conflict op te gaan lossen.’ 

2.5       Nog diezelfde dag, maandag 3 mei 2021, heeft verweerder per mail een brief naar de werkgever van klager verzonden. In deze brief staat, voor zover hier relevant, vermeld:

Vanuit de werkgever is mij de vraag gesteld of er telefonisch contact met betrokkene mogelijk is. Dit is vanuit medisch perspectief haalbaar. Maak hiervoor bijvoorbeeld een afspraak zodat er op een vooraf aangegeven tijdstip telefonisch contact kan zijn.

Echter aangaande het arbeidsconflict is het mijn advies om een, voor beide partijen, onafhankelijke mediator in te schakelen.

Deze zou als onafhankelijke 3e partij als gespreksleider ingeschakeld kunnen worden.

2.6       Over het tijdstip van verzending van deze brief/mail verschillen partijen van mening. Volgens verweerder is de brief verzonden om 17:09 uur, zijnde na zijn telefoongesprek met klager. Volgens klager is de brief verzonden om 15:09 uur, derhalve zijnde voordat het telefoongesprek tussen klager en verweerder had plaatsgevonden.

2.7       Op maandag 3 mei 2021 om 17.55 uur is klager door de decaan van de faculteit van de hogeschool waar hij dan werkzaam is, per mail verzocht de volgende ochtend, dinsdag 4 mei 2021 om 11.00 uur, deel te nemen aan een telefonisch overleg met drie collega’s van klager. Klager heeft niet deelgenomen aan dit gesprek en is de volgende dag door zijn werkgever op staande voet ontslagen.

3.         De klacht en het standpunt van klager

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder:

NaN. het conflict van klager met zijn werkgever heeft verergerd door niet eenduidig met klager, zijn echtgenote en zijn werkgever te hebben gecommuniceerd over de vraag of klager in staat was deel te nemen aan een telefoongesprek met zijn werkgever. Volgens klager had verweerder in het telefoongesprek met hem gezegd dat hij nog niet aan een telefoongesprek over het arbeidsconflict kon deelnemen, maar heeft hij later aan de werkgever van klager meegedeeld dat klager hiertoe wel in staat is.

NaN. de werkgever van klager op de hoogte heeft gesteld van de vraag of klager in staat is deel te nemen aan een telefoongesprek nog voordat verweerder klager zelf had gesproken.

4.         Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.         De beoordeling

Klachtonderdeel 1

5.1.      Op de vraag of telefonisch contact tussen werkgever en werknemer op dit moment mogelijk is, heeft verweerder aan de werkgever van klager op 3 mei 2021 geantwoord dat telefonisch contact “vanuit medisch perspectief haalbaar is”, mits dit gebeurt op een vooraf afgesproken tijdstip. Verweerder heeft daaraan toegevoegd: “Echter, aangaande het arbeidsconflict adviseer ik om een, voor beide partijen onafhankelijke mediator in te schakelen.”

5.2.      Het college leest dit aldus dat verweerder aan de hogeschool heeft laten weten dat telefonisch contact tussen werkgever en werknemer op dit moment mogelijk is, mits dit contact plaatsvindt op een vooraf afgesproken moment en geen betrekking heeft op het arbeidsconflict. Communicatie over het arbeidsconflict zou via een onafhankelijke mediator moeten verlopen. Ter zitting heeft verweerder laten weten dat hij dit inderdaad zo heeft bedoeld.

5.3       Hoewel verweerder zijn advies wellicht nog wat duidelijker had kunnen verwoorden jegens de werkgever van klager en dit ook nog wat duidelijker had kunnen optekenen in zijn dossier, is het college van oordeel dat de kern van deze boodschap wel is terug te vinden in zowel het dossier van verweerder als in zijn brief aan de hogeschool. Verweerder heeft met dit advies ook gehandeld conform de Richtlijn Conflicten in de Werksituatie (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde 2019).

5.4       Het college is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verweerder het conflict van klager met zijn werkgever heeft verergerd door gebruik te maken van niet-eenduidige communicatie. Verweerder heeft zowel aan klager als aan diens werkgever laten weten dat klager nog niet aan een telefoongesprek met zijn werkgever over het arbeidsconflict kon deelnemen, maar de werkgever heeft er (kennelijk) voor gekozen het advies van verweerder niet op te volgen. Dat is evenwel niet aan verweerder toe te rekenen. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Klachtonderdeel 2

5.5       Over het tijdstip van verzending van de brief van verweerder aan de hogeschool op 3 mei 2021 verschillen partijen van mening. Volgens verweerder is de brief verzonden om 17:09 uur, zijnde na zijn telefoongesprek met klager. Volgens klager is de brief verzonden om 15:09 uur, derhalve voordat het telefoongesprek tussen klager en verweerder had plaatsgevonden. In dat laatste geval zou verweerder een terugkoppeling van een gesprek met klager aan diens werkgever hebben gegeven, terwijl hij klager zelf nog helemaal niet had gesproken.

5.6       Ter onderbouwing van zijn stelling dat de mail om 17.09 is verstuurd heeft verweerder verschillende stukken overlegd. Zo blijkt uit de screenshot van de ‘E-mail log’ die verweerder als productie 3 bij zijn verweerschrift heeft overgelegd dat hij zijn brief per mail om 17:09:51 uur naar de werkgever van klager heeft verzonden. Dit is het tijdstip waarop verweerder steeds heeft gezegd zijn terugkoppeling aan de werkgever van klager te hebben gezonden en dit is een tijdstip dat is gelegen na het telefonische contact tussen verweerder en klager van die dag. Dit geeft derhalve steun aan verweerders lezing.

5.7       Klager heeft ter onderbouwing van zijn stelling een uitdraai van de ontvangst van de betreffende e-mail overgelegd waarop is vermeld dat hij deze op 3 mei 2021 om 15.09 heeft ontvangen. Dit ondersteunt derhalve klagers stelling. Toch kan het college daaraan geen doorslaggevende betekenis toekennen en het betrekt daarbij het volgende.
Klager heeft op 14 september 2021 een e-mail aan het college gezonden en onder die e-mail zijn nog verschillende eerdere e-mails vermeld. Zo wordt een e-mail vermeld die klager op 13 september 2021 om (volgens deze uitdraai) 16.08 naar het college heeft gezonden en het antwoord van het college hierop op dezelfde dag om (volgens deze uitdraai) 16.01. Kortom: het antwoord zou eerder verzonden zijn dan de mail waarop gereageerd wordt. Dat is uiteraard niet mogelijk. Het college kan de achtergrond hiervan niet vaststellen maar het heeft er alle schijn van dat de tijdsaanduiding in de computer van klager niet juist wordt weergegeven, dat er een systeemfout zit in de computer van klager dan wel dat er een andere technische oorzaak is voor een onjuiste tijdsaanduiding. Dat er in de computer van verweerder (die onweersproken onderdeel uitmaakt van een netwerk van computers) een dergelijke systeemfout zit, is niet gesteld en acht het college - mede gezien de overige door verweerder overgelegde stukken - ook anderszins niet aannemelijk.

5.8       Gelet op het vorenstaande acht het college hetgeen verweerder aanvoert over het tijdstip van verzending van zijn brief aan de hogeschool op 3 mei 2021, aannemelijk geworden. Dat betekent dat verweerder de brief na het gesprek met klager heeft verzonden en zodoende niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ook dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

 
Conclusie

5.9       De conclusie van het voorgaande is dat de klacht (in al haar onderdelen) ongegrond is. Verweerder kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.

6. De beslissing

Het college verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door:

A. van Maanen, voorzitter,
R.L. Kloots, J. Dogger en E.G. van der Jagt, leden-arts,
E. Pans, lid-jurist,

A.M. Kerstens, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2022 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.

secretaris                                                                                           voorzitter