Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2021/3612

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2022:39
Datum uitspraak: 15-04-2022
Datum publicatie: 03-05-2022
Zaaknummer(s): a2021/3612
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Tussen klager en zijn inmiddels ex-partner deden zich spanningen voor rondom de geboorte van hun zoon. Verweerster was als verloskundige betrokken bij het gezin. Klager verwijt de verloskundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door voor te stellen dat hij een time-out moest nemen en door het vermelden van volgens vader subjectieve waarnemingen in het dossier. Klachten ongegrond. Verloskundige heeft signaleringsfunctie wat betreft (mogelijk) huiselijk geweld binnen het gezin. De verloskundige dient signalen serieus te nemen en hierover in gesprek te gaan met betrokkenen. Niet gebleken is dat verweerster daarbij bevooroordeeld te werk is gegaan. Zij heeft gezocht naar de beste (tijdelijke) oplossing voor de net geboren baby en de net bevallen moeder. Ook is niet gebleken van onzorgvuldige dossiervorming.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 5 november 2021 binnengekomen klacht van:

A,

wonende te B,

klager,

tegen

C,

verloskundige,

(destijds) werkzaam te D,

verweerster,

gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam te Utrecht.

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met de bijlagen;
  • het verweerschrift;
  • het proces-verbaal van het op 24 febuari 2022 gehouden vooronderzoek, met aangehechte stukken.

Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.

2.         Waar gaat de zaak over?

2.1.      Klager is vader van een zoon, geboren in juni 2020. Verweerster is als verloskundige werkzaam in de praktijk waar de moeder onder controle was. Zij is op 30 juni 2020 op huisbezoek geweest en op 2 juli 2020 langs geweest voor een reguliere controle. Op 4 juli 2020 nam de kraamzorg telefonisch contact op met de verloskundigenpraktijk en maakte melding van spanningen in het gezin. In het dossier van de moeder (de zwangerschapskaart) is hierover de volgende notitite gemaakt:

“Krz (=kraamzorg, RTG) belt: maakt zich zorgen in het gezin. Hangen veel spanningen de afgelopen dagen. Kwam vanochtend binnen tijdens een ruzie, heeft beiden aangehoord. De spanningen zijn af en aan veel aanwezig geweest afgelopen week, maar in het begin afgedaan tgv hormonale schommelingen/ vermoeidheid. Als ik vraag naar fysiek geweld schijnt (de moeder, RTG) wel iets gezegd te hebben over een duw in haar rug vannacht. (Klager, RTG) ontkent dit. Beiden wel veel liefde voor de baby. Klinkt niet als acuut gevaar nu. Indien dat verandert ons bellen of politie bij zwaar geweld. Ik (de collega van verweerster, RTG) ben nu bij bevalling, morgen staat visite gepland met (verweerster, RTG). Gaan dit bespreken, samen met krz. (De moeder) en (Klager) zijn op de hoogte dat dit aan ons gemeld is. (…)”

2.2.      Op 5 juli 2020 is verweerster weer op huisbezoek geweest bij het gezin van klager. Zij heeft van dit bezoek de volgende notitie in het dossier gemaakt:

“Kort na binnenkomst onderwerp spanningen in relatie aangekaart. (Moeder, RTG) liep in de zws bij ggd psycholoog. Wilde graag aan zichzelf werken en relatie beter begrijpen, Met hoge verwachtingen van haarzelf e.d. In zws als veel spanningen en ruzies. Meerdere geweldsituaties voor gedaan vanuit (moeder, RTG), gisteren verder geescaleerd en toen in wederzijds geweld. Wat ik begrijp: (Klager, RTG) geduwd als reactie op (moeders, RTG) duw, (moeder, RTG) is gevallen tegen stoel, (klager, RTG) in (moeders, RTG) gezicht gespuugd. Nu denk ik ongezond om samen te zijn in huis en goed om onafhankelijke partij in te schakelen en zo samen naar de toekomst te kijken. Daar staat (klager, RTG) nu sinds kort ook voor open. Time out valt in verkeerde keelgat bij (klager, RTG) ondanks mijn uitgebreide uitleg. Ziet dit als een vooropgezet plan van (moeder, RTG) en dat zij uiteindelijk voor de baby alleen gaat zorgen. Gevoel dat ik nu haar kant kies. Zijn in zws samen gaan wonen, kennen elkaar sinds feb 2019 en toen in okt zwanger geworden licht (moeder, RTG) later nog toe. (Klager, RTG) heeft het gevoel dat ik hem nu uit huis zet. Zeker niet mijn insteek, maar ik wil veilige situatie voor hele gezin en we komen er nu niet samen uit door te verhitte gesprekken tussen hun waardoor ik niet kan inschatten of dit weer gaat gebeuren. Ouders (klager, RTG) komen hem halen en zien na een tijdje praten ook in dat er nu te veel spanning is. (Moeder, RTG) erg emotioneel en (klager, RTG) erg gefrustreerd/boos over situatie. Hij probeert alles te doen wat (moeder, RTG) wilde in zws al praten over relatie, maar toen afgehouden door (klager, RTG).

(Klager, RTG) geeft aan dat ik er nu voor zorg (met krz) dat situatie escaleert en dat ik het niet bij het juiste eind heb. Voelt zich niet gehoord door mij. Niet mijn insteek om een kant te kiezen want daar ben ik niet voor, maar nu time out zie ik als eninge oplossing.Wil dossier hebben per mail om te zien wat ik heb opgeschreven. Ik geef aan dat ik dit wettelijk gezien niet zomaar kan geven, maar dat ik kan uitzoeken wat mogelijk is, dat doe ik alleen niet vandaag meer. (Moeder, RTG) geeft toestemming voor dossierinzage. (Klager, RTG) gaat klacht indienen tegen mij over gang van zaken. (we kunnen dit dossier op termijn naar (moeder, RTG) mailen en dan kan zij kiezen of ze het naar (klager, RTG) wil mailen) (…) Morgen neemt kz contact met ons op. Is er ook als (klager, RTG) komt. Dan verder bepalen wanneer wij komen (…)”

2.3.      Klager heeft de volgende dag met instemming van de moeder een kopie gekregen van het dossier tot op dat moment.

2.4.      Tussen klager en de moeder, inmiddels zijn ex-partner, lopen gerechtelijke procedures over het gezag over en de omgang met de zoon, die door de moeder mee naar E is genomen. Tevens is Veilig Thuis betrokken (geweest) bij het gezin. De moeder heeft in de gerechtelijke procedures het destijds opgemaakte verloskundigendossier (zwangerschapskaart) overgelegd. Hieraan is later een notitie van klager toegevoegd.

3. De klacht

Klager verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot de time-out en wat betreft het vermelden van haar subjectieve waarnemingen in het dossier.

4. Het verweer

Verweerster heeft de klacht bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.         Wat is het oordeel van het college?

5.1.      Het college is van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor die beslissing acht het college het volgende van belang.

Handelen met betrekking tot time out

5.2.      Volgens klager heeft verweerster onzorgvuldig gehandeld door hem een time out te geven (verzoek aan vader tijdelijk en kortdurend de woning te verlaten) in plaats van op te treden tegen de moeder, aangezien het volgens hem overduidelijk was dat hij het slachtoffer was in deze zaak. Verweerster maakt hiermee de aanname dat alleen mannen de geweldstarters zijn en is in haar beoordelingsvermogen niet objectief en adequaat (maar juist bevooroordeeld). Als hij het huis wordt uitgezet, wordt hij gestraft voor het geweld dat door de moeder is begonnen. Hij vermoedt dat sprake is van een vooropgezte plan (van de moeder) en dat de situatie met deze beslissing alleen maar escaleert.

5.3.      Verweerster meent dat zij beide partijen in de gelegenheid heeft gesteld om hun verhaal te doen, om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de situatie. Ze is daarin objectief gebleven en heeft beide versies gerapporteerd in het dossier. In verband met de oplopende spanningen tussen het koppel achtte verweerster het niet wenselijk dat het koppel en de baby met zijn drieën in het appartement zouden blijven. Omdat de moeder net bevallen was en nog borstvoeding gaf (en geen familie in de buurt had wonen), zag verweerster als enige oplossing (en niet om partij te kiezen) dat klager de woning op dat moment voor korte tijd zou verlaten. De ouders van klager hebben hem kort daarop mee naar hun huis genomen. Klager was het niet met het advies van verweerster eens. Een dag later heeft hij tegen een collega van verweerster verteld dat hij tijdens het gesprek onvoldoende ruimte had gehad en dat hij als hij meer ruimte had gehad, zelf met dezelfde oplossing was gekomen. Verweerster betreurt het dat klager dit zo heeft ervaren, maar meent dat haar daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

5.4.      Het college overweegt dat een verloskundige een (vroeg)signaleringsfunctie heeft van (mogelijk) huiselijk geweld in gezinnen (zie onder meer de Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld (verder: de Meldcode) van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen, KNOV. De verloskundige dient volgens de Meldcode eventuele signalen (zoals in dit geval signalen van de kraamverzorgende over spanningen tussen de vader en de moeder) serieus te nemen en hierover het gesprek aan te gaan met de betrokkenen. Anders dan klager stelt, is naar het oordeel van het college niet gebleken dat verweerster bij de bespreking van de mogelijke oplossingen op korte termijn bevooroordeeld te werk is gegaan. Hoe het gesprek precies is verlopen kan thans niet meer exact worden vastgesteld, maar in de aantekening staat niet dat vader het huis zou moeten verlaten omdat hij aangemerkt wordt als starter van de ruzies. Integendeel. Ook het gestelde aandeel van de moeder is beschreven. Verweerster heeft wel besproken dat het beter was als zij niet in dezelfde ruimte zouden blijven én dat het gelet op de omstandigheden medisch gezien niet verantwoord was de net bevallen moeder met de baby ergens anders te laten logeren. Met dit voorstel is geen ‘schuldige’ aangewezen. Wie de starter van het geweld was, was voor de beslissing wie van beiden op dat moment beter het huis kon verlaten, ook niet relevant. De (medische) situatie van de moeder en het belang van moeder en kind bij zoveel mogelijk rust direct na de bevalling is leidend geweest. Dit vindt bevestiging in de erkenning van klager tegenover een collega van verweerster een dag later, inhoudende dat hij tot dezelfde conclusie was gekomen, als hij maar wat meer tijd had gehad. Ook het college acht de beslissing van verweerster logisch en juist, haar valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken voor deze oplossing. Dat dit in de hectiek van het moment op klager anders is overgekomen, doet daar niet aan af, net zo min als dat hij het als een straf heeft ervaren.  

Onzorgvuldige dossiervorming met betrekking tot subjectieve waarnemingen.

5.5.      Volgens klager heeft verweester onvoldoende duidelijk in het dossier genoteerd wanneer sprake was van een beschrijving van haar subjectieve waarnemingen. Het is niet duidelijk geworden op welke subjectieve waarnemingen klager daarbij precies doelt. In de bewuste aantekeningen staat naar het oordeel van het college alleen, en voldoende duidelijk beschreven wat er volgens klager en de moeder was gebeurd. In de aantekening worden (terecht) geen uitspraken gedaan over de juistheid daarvan. Er wordt enkel geconstateerd dat er op dat moment te veel spanningen zijn en dat hiervoor een (korte termijn) oplossing noodzakelijk is. Zoals hiervoor ook is overwogen, had de voorgestelde (korte termijn) oplossing niets te maken met het aanwijzen van een ‘schuldige’, maar met het (terug)brengen van rust. Verweerster heeft dan ook terecht besloten om de foto’s van de blauwe plekken van klager niet toe voegen aan de zwangerschapskaart, omdat dat geen toegevoegde waarde had.

5.6. Het voorgaande leidt tot de beslissing dat verweerstermet betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.

6. De beslissing

verklaart de klacht kennelijk ongegrond;

bepaalt dat deze beslissing (geanonimiseerd) zal worden aangeboden aan het tijdschrift ‘De Verloskundige’ van beroepsvereniging de KNOV, met verzoek tot plaatsing.

Aldus beslist en in het openbaar uitgesprokenop 15 april 2022 door:

A.M.J.G. van Amsterdam, voorzitter,

M.H.P. Klerkx en M.A.E. van de Westerlo, leden-beroepsgenoten,

bijgestaan door C. Neve, secretaris.