Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2022:142 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/699796 / DW RK 21/129 LvB/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2022:142
Datum uitspraak: 06-09-2022
Datum publicatie: 08-09-2022
Zaaknummer(s): C/13/699796 / DW RK 21/129 LvB/WdJ
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klager stelt niet op de hoogte van de zitting en het vonnis te zijn gesteld en beklaagt zich over de kosten. Klacht ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 6 september 2022 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/699796 / DW RK 21/129 LvB/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klager,

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 25 maart 2021, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op

30 april 2021, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 juni 2022 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 6 september 2022.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           Op 10 december 2020 is klager gedagvaard om op 14 januari 2021 ter terechtzitting bij de kantonrechter te [  ]te verschijnen met betrekking tot een vordering van [  ].

-           Op 14 december 2020 heeft klager de oorspronkelijke vordering voldaan.

-           Bij verstekvonnis van de kantonrechter te [  ] van 28 januari 2021 is klager onder meer veroordeeld tot het voldoen van de vordering van [  ].

-           Bij exploot van 22 februari 2021 is het vonnis van 28 januari 2021 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.

-           Bij e-mail van 8 maart 2021 heeft de gemachtigde van klager zich beklaagd bij de gerechtsdeurwaarder over de hoogte van de kosten.

-           Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 15 maart 2021 gereageerd.

3. De klacht

Klager beklaagt zich samengevat over het volgende. Klager heeft een tandartsrekening te laat betaald. Inmiddels bleek er al een uitspraak van een rechter te zijn, waar klager niets van af weet. Klager heeft geen werk, geen inkomen en geen woonadres. De gerechtsdeurwaarder weet dit allemaal maar wil klager bewust kapot maken.

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Op grond van artikel 34 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2 De gerechtsdeurwaarder heeft gesteld dat van de gemachtigde van klager een bijzondere machtiging zou moeten worden verlangd, nu het er op lijkt dat de gemachtigde op eigen initiatief een klacht heeft ingediend. De kamer stelt vast dat het klachtenformulier met twee handtekeningen is ondertekend en gaat er vanuit dat dit de handtekeningen van klager en zijn gemachtigde zijn. Er is dan ook geen machtiging vereist. Overigens heeft de gemachtigde van klager inmiddels laten weten niet langer de belangen van klager te behartigen.

5.3 Klager heeft gesteld dat hij niet op de hoogte was van de dagvaarding en het vonnis van de kantonrechter. Vastgesteld moet echter worden dat de dagvaarding op 10 december 2020 en het vonnis van 28 januari 2021 op 22 februari 2021 aan klager zijn betekend op de in artikel 47 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze, door achterlating van de exploten in een gesloten envelop op het adres van klager zoals dit destijds in de Basisregistratie Personen stond geregistreerd.

Dat klager niet op de hoogte zou kunnen zijn geweest van de terechtzitting en het vonnis kan dan ook niet worden volgehouden.

5.4 De gerechtsdeurwaarder heeft bij de dagvaarding het bedrag gespecificeerd dat betaald zou moeten worden ter voorkoming van de procedure. Klager heeft echter slechts de hoofdsom van € 128,28 voldaan op 14 december 2020, reden waarom de procedure is voortgezet, zoals was aangekondigd. De kamer overweegt dat het uitgangspunt zou moeten zijn dat de gerechtsdeurwaarder de rechtbank op de eerstdienende dag dient te informeren indien een gedeelte van de vordering is betaald. Dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de hoogte van het griffierecht, maar ook anderszins geldt dat de rechtbank op de juiste gronden moet kunnen oordelen. Dit heeft de gerechtsdeurwaarder niet gedaan. Klager is hierdoor in dit geval echter niet benadeeld. Daarbij speelt ook een rol dat de gerechtsdeurwaarder klager, voordat hij het vonnis aan klager heeft betekend, in de gelegenheid heeft gesteld de vordering te voldoen zonder de bijkomende kosten van betekening en bevel.

5.5 De stelling van klager dat hij geen inkomen heeft waardoor hij de vordering niet kan voldoen, leidt niet tot het oordeel dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door klager te confronteren met het bestaan van de vordering en het vonnis van de kantonrechter. Gesteld, noch gebleken is dat de kosten van de gerechtsdeurwaarder niet in overeenstemming zijn met het Besluit Tarieven Ambtshandelingen Gerechtsdeurwaarders.

5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. L. van Berkum, plaatsvervangend-voorzitter,

mr. L. Voetelink en M.J.C. van Leeuwen, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2022, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.