Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TACAKN:2022:41 Accountantskamer Zwolle 22/1583 Wtra PE

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2022:41
Datum uitspraak: 09-12-2022
Datum publicatie: 09-12-2022
Zaaknummer(s): 22/1583 Wtra PE
Onderwerp:
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregelen van waarschuwing en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de verplichte training heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio te reflecteren op het onderwerp.

ACCOUNTANTSKAMER

UITSPRAAK van 9 december 2022 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 7 september 2022 ontvangen klacht met nummer 22/1583 Wtra PE van

KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN ACCOUNTANTS (NBA)

kantoorhoudende te Amsterdam

K L A A G S T E R

gemachtigde: mr. [A]

t e g e n

Y

accountant-administratieconsulent

wonende te [plaats1]

B E T R O K K E N E

1.             De procedure

1.1.        De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met bijlagen

1.2.        De klacht is behandeld op de openbare zitting van 21 oktober 2022. Voor klaagster zijn mr. [A] en [B] verschenen. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder kennisgeving niet verschenen op de zitting en heeft zich evenmin laten vertegenwoordigen. 

2.             De feiten

2.1.        Betrokkene is sinds [datum] ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Betrokkene staat ingeschreven als accountant in business.

2.2.        Klaagster heeft het onderwerp Fraude(risicofactoren) aangewezen als een verplicht onderwerp voor de permanente educatie (PE) van haar leden. In het najaar van 2018 heeft klaagster aan haar leden meegedeeld dat het voor alle accountants verplicht is om in 2019 een training over dit onderwerp te volgen, voor zover zij die in 2017 niet al hadden voltooid. Eén van de voorwaarden daarbij is dat de cursus tenminste zes uur is.

2.3.        Klaagster heeft betrokkene bij brief van 12 februari 2021 erover geïnformeerd dat zij niet heeft kunnen vaststellen of betrokkene in 2019 aan de verplichte training Fraude(risiciofactoren) heeft deelgenomen. Klaagster heeft betrokkene verzocht haar hierover te informeren.

2.4.        Bij brief van 13 april 2021 heeft klaagster voorgesteld – ervan uitgaande dat betrokkene de verplichte training niet heeft gevolgd – dat betrokkene het verplichte PE-onderwerp alsnog inhaalt door in 2021 aandacht te besteden aan het onderwerp Fraude(risicofactoren) en hiervan verslag te doen in het PE-portfolio. Klaagster stelt betrokkene in het vooruitzicht dat zij een klacht zal indienen bij de Accountantskamer als betrokkene niet voor 31 december 2021 deze PE-activiteit heeft voltooid. Op 17 november 2021 heeft klaagster hierover een herinnering aan betrokkene gestuurd.

2.5.        Klaagster heeft per brief van 16 maart 2022 aangekondigd dat zij een tuchtklacht tegen betrokkene zal indienen. Betrokkene wordt uitgenodigd zijn zienswijze te geven.

2.6.        Betrokkene heeft bij e-mail van 31 maart 2022 gereageerd op de brief van klaagster van 16 maart 2022. Hij heeft aangegeven dat het onderwerp Fraude(risicofactoren) binnen de organisatie waar hij werkzaam is een regelmatig onderwerp van gesprek is. Ook heeft hij een intern seminar van business school University Groningen over fraude bijgewoond.

2.7.        Bij e-mail van 1 april 2022 heeft klaagster betrokkene gevraagd of de cursus die betrokkene gevolgd heeft een geaccrediteerde cursus is; als dat het geval is, ontvangt klaagster graag een bewijs van deelname. Coulancehalve wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld om alsnog in de komende drie maanden invulling te geven aan het verplichte PE-onderwerp Fraude(risicofactoren) door dit als leerdoel op te nemen in zijn PE-portfolio 2022.

2.8.        Bij e-mail van 1 april 2022 heeft betrokkene klaagster bericht dat de NBA hem per direct mag uitschrijven uit het accountantsregister.

2.9.        Bij e-mail van 1 april 2022 heeft klaagster betrokkene bericht dat hij om uitgeschreven te worden een ondertekend uitschrijfverzoek kan indienen bij de ledenadministratie van de NBA.

3.             De klacht

3.1.        Betrokkene heeft volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klaagster verwijt betrokkene dat hij geen PE-activiteiten heeft verricht in het kader van het verplichte PE-onderwerp Fraude(risicofacturen) in het jaar 2019.

4.             De beoordeling

4.1.        De Accountantskamer toetst de klacht aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en de Nadere voorschriften permanente educatie (NVPE). De NVPE zijn inmiddels vervangen door de Nadere voorschriften permanente educatie 2019, maar de oude NVPE blijven van toepassing op openbaar accountants (tot 1 januari 2020) en accountants in business (tot 1 januari 2021)[1].

4.2.        Het bestuur van klaagster kan voor een bepaalde groep accountants een kennisgebied of onderwerp vaststellen ten aanzien waarvan PE-activiteiten moeten worden verricht[2]. De accountant moet de door hem verrichte PE-activiteiten over een kalenderjaar uiterlijk 31 maart van het daaropvolgende kalenderjaar registreren[3].

4.3.        In een bericht van 8 november 2018 heeft klaagster aan haar leden meegedeeld dat het in 2019 voor alle accountants verplicht is de training Frauderisicofactoren te hebben gevolgd, voor zover zij die training niet al in 2017 hebben gevolgd. De omvang van deze verplichting bedraagt tenminste zes uur.

4.4.        Betrokkene heeft geen verzoek tot vrijstelling of ontheffing van de PE-activiteit ingediend.

4.5.        De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene geen bewijs heeft overgelegd van het bijwonen van een intern seminar van business school University Groningen over fraude. Betrokkene heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij de verplichte training Fraude(risic)factoren heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio te reflecteren op het onderwerp fraude(risicofactoren). Betrokkene heeft hiermee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De klacht is daarom gegrond. Voor zover betrokkene wenst te worden doorgehaald of te worden ontheven van zijn PE-verplichting,  dient hij daartoe zelf actie te ondernemen richting de NBA.

5.             De maatregel

5.1.        Omdat de klacht gegrond is, kan een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd. De maatregelen van waarschuwing en geldboete zijn passend en geboden.

5.2.        De Accountantskamer heeft bij de beslissing tot het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van de fouten van betrokkene. Een van de essentiële vereisten voor een goede beroepsuitoefening is het voortdurend op peil houden van de deskundigheid, met name op het aandachtsgebied dat klaagster heeft aangewezen. Betrokkene heeft aan dit vereiste niet voldaan en heeft daarvoor ook geen goede reden aangedragen.

5.3.        Bij de beslissing tot het mede opleggen van de geldboete en het bepalen van de hoogte ervan heeft de Accountskamer rekening gehouden met het feit dat collega-accountants, die zich wel aan hun PE-verplichtingen hebben gehouden, studiekosten hebben moeten maken (het besteden van arbeidsuren daaronder begrepen). Betrokkene heeft deze studiekosten ten onrechte niet gemaakt. Het verschil in positie van betrokkene ten opzichte van de hiervoor genoemde collega-accountants schat de Accountantskamer, als het gaat om de economische waardering van dat verschil, op € 70 per PE-uur. Het bedrag van de geldboete mag ten hoogste zijn het bedrag van de derde categorie, bedoeld in (het destijds geldende) artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.[4] De omvang van de cursus zou tenminste zes uur moeten zijn geweest. Daarom zal de geldboete worden vastgesteld op een bedrag van € 420 (= 6 x € 70).

6.             De beslissing

De Accountantskamer:

  • verkaart de klacht gegrond
  • legt aan betrokkene op de maatregelen van

- waarschuwing;

en

- geldboete van € 420,00 (vierhonderdentwintig euro), die binnen een maand na het door de voorzitter van de Accountantskamer uitvaardigen van een last tot ten uitvoerlegging dient te worden betaald door overmaking van voormeld bedrag op IBAN NL 58 INGB 0705 0032 21 (BIC/SWIFT-code: INGBNL2A) ten name van het FIN-Financieel Dienstencentrum te Den Haag onder vermelding van het zaaknummer 22/1583 Wtra PE;

  • verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregelen in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.

Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. S.P. Pompe (rechterlijk lid) en E.M. van der Velden AA (accountantslid), in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 9 december 2022.

_________                                                                                                                       __________

secretaris                                                                                                                           voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.

[1] Artikel 9 NVPE 2019

[2] Artikel 3 lid 1 van de NVPE

[3] Artikel 4 lid 1 van de NVPE

[4] Artikel 5 lid 1 Wtra