Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TACAKN:2022:26 Accountantskamer Zwolle 21/1997 Wtra AK 21/1998 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2022:26
Datum uitspraak: 08-07-2022
Datum publicatie: 08-07-2022
Zaaknummer(s):
  • 21/1997 Wtra AK
  • 21/1998 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen:
  • Klacht gegrond met berisping
  • Klacht gegrond met tijdelijke doorhaling
Inhoudsindicatie: Klacht gedeeltelijk gegrond, berisping en tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand. De NBA heeft een aanvullende kantoortoetsing gehouden bij het accountantskantoor waar betrokkenen werkzaam zijn. Betrokkenen hebben tegenover de toetser onjuiste verklaringen afgelegd met betrekking tot een voor de toetsing geselecteerd dossier en hebben geweigerd om de toetser inzage te geven in een beoordelingsdossier. Eén betrokkene heeft daarnaast wijzigingen aangebracht in een reeds afgesloten dossier nadat dat dossier voor toetsing was geselecteerd. Als een opdrachtdossier eenmaal is afgesloten, mogen daarin in beginsel geen administratieve werkzaamheden meer worden verricht. Ook niet als de termijn van twee maanden na afgifte van de verklaring nog niet is verstreken.

ACCOUNTANTSKAMER

UITSPRAAK van 8 juli 2022 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 22 november 2021 ontvangen klacht met nummers 21/1997 en 21/1998 Wtra AK van

KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN ACCOUNTANTS (NBA)

gevestigd te Amsterdam

K L A A G S T E R

gemachtigde: mr. [A]

t e g e n

1. Y1 RB

accountant-administratieconsulent

2. Y2

registeraccountant

beiden kantoorhoudende te [plaats1]

B E T R O K K E N E N

advocaat: mr. F.T. Serraris te Amsterdam

1.             De procedure

1.1.        De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met bijlagen
  • het verweerschrift met bijlagen
  • de op de zitting door partijen overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.        De klacht is behandeld op de openbare zitting van 11 april 2022. Klaagster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A], [B] AA en mr. [C]. Betrokkenen zijn ook verschenen, bijgestaan door hun advocaat.  

2.             De feiten

2.1.        Betrokkene 1 is sinds 2008 en betrokkene 2 sinds 1987 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Betrokkenen zijn verbonden aan accountantskantoor [accountantskantoor1] te [plaats1] (hierna: het accountantskantoor).

2.2.        In 2014 heeft een eerste reguliere toetsing van het accountantskantoor in het kader van de Verordening op de Kwaliteitsbeoordelingen (hierna: Vo. Kwb) plaatsgevonden. Omdat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing verbetering behoefde en in opzet en/of werking op belangrijke onderdelen niet voldeed aan het bepaalde in de Wet op het accountantsberoep (Wab), is het accountantskantoor in de gelegenheid gesteld om een verbeterplan in te dienen. Het door het accountantskantoor ingediende verbeterplan is door de Raad voor Toezicht van de NBA (hierna: de Raad) goedgekeurd.

2.3.        Bij de hertoetsing in 2017 is het toetsteam tot het eindoordeel “voldoet niet” gekomen. De Raad heeft met het accountantskantoor afgesproken dat er geen tuchtklacht zou worden ingediend, maar dat er een vervroegde reguliere toetsing zou plaatsvinden.

2.4.        In 2019 heeft een vervroegde reguliere toetsing plaatsgevonden. Het eindoordeel luidde “voldoet op belangrijke onderdelen niet”. De Raad heeft na een gesprek met het accountantskantoor besloten dat het eindoordeel zou worden aangehouden en dat er in 2020 een aanvullende toetsing zou plaatsvinden.

2.5.        De aanvullende toetsing heeft op 30 juni 2020 plaatsgevonden. Tijdens deze toetsingsdag zijn er vier samensteldossiers getoetst (drie voldoende en één onvoldoende). De teamleider van het toetsteam wilde daarnaast een beoordelingsopdracht van betrokkene 2 toetsen. Omdat betrokkene 2 verklaarde dat die beoordelingsopdracht nog niet gereed was, is afgesproken dat het accountantskantoor nog een keer zou worden bezocht om een beoordelingsopdracht te toetsen.

2.6.        Op 29 juli 2020 heeft een tweede bezoek aan het accountantskantoor plaatsgevonden. Tijdens dit bezoek is gebleken dat de voor toetsing geselecteerde beoordelingsopdracht van betrokkene 2 al op 15 mei 2020 was afgerond door het afgeven van een beoordelingsverklaring en dat het dossier op 10 juni 2020 was gesloten. Ook is toen gebleken dat betrokkene 2 dit beoordelingsdossier, na de aankondiging dat het zou worden getoetst, heeft heropend en gemuteerd.

2.7.        De teamleider heeft dezelfde dag ook verzocht om inzage in het dossier van een beoordelingsopdracht van betrokkene 1. Betrokkene 1 heeft tegen de teamleider gezegd dat dit dossier nog onderhanden was en dat hij daarin nog geen beoordelingsverklaring had afgegeven. Toen de teamleider desondanks om inzage in dat dossier vroeg hebben zowel betrokkene 1 als betrokkene 2 de toegang tot dit dossier geweigerd. De toetsing is daarna gestaakt.

2.8.        De teamleider heeft daarna geconstateerd dat in het desbetreffende beoordelingsdossier van betrokkene 1 op 29 juli 2020 al wel een beoordelingsverklaring was afgegeven, omdat uit het Handelsregister bleek dat de jaarrekening van het bedrijf reeds op 29 april 2020 was vastgesteld en op 30 april 2020 was gedeponeerd. Nadat betrokkenen daarmee waren geconfronteerd hebben zij erkend dat die beoordelingsopdracht op 29 juli 2020 al gereed was.  

2.9.        Op 4 augustus 2020 is het concepttoetsingsverslag aan betrokkenen toegezonden. Betrokkenen hebben op 31 augustus 2020 en 11 september 2020 op dat verslag gereageerd.

2.10.      Op 22 september 2020 is het definitieve toetsingsverslag aan het accountantskantoor verzonden. Ook is op deze datum het formulier “Klachtwaardig handelen” opgemaakt door de teamleider van het toetsteam.

2.11.      Op 8 januari 2021 heeft de Raad meegedeeld dat het eindoordeel van de aanvullende toetsing is: “voldoet niet”. 

2.12.      Op 14 januari 2021 heeft het bestuur van NBA aangekondigd dat een tuchtklacht tegen betrokkenen zou worden ingediend.

3.             De klacht

3.1.        Betrokkenen hebben volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels. Klaagster verwijt betrokkenen het volgende:

a. betrokkenen hebben onjuiste verklaringen afgelegd; 

b. betrokkenen hebben geweigerd om inzage te gegeven in een beoordelingsdossier;

c. betrokkene 2 heeft wijzigingen aangebracht in een reeds afgesloten beoordelingsdossier nadat dat dossier voor toetsing was geselecteerd.

4.             De beoordeling

4.1.        Het handelen en/of nalaten waarop de klacht betrekking heeft moet worden getoetst aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden (NV COS) en aan de Vo. Kwb.

Klachtonderdeel a: afleggen van onjuiste verklaringen

4.2.        Klaagster heeft in dit verband naar voren gebracht dat betrokkene 2 op 30 juni 2020 heeft verklaard dat zijn beoordelingsopdracht in het door de toetser geselecteerde dossier op dat moment nog niet gereed was, terwijl later is gebleken  dat die beoordelingsopdracht al op 15 mei 2020 was afgerond. Daarnaast hebben betrokkenen op 29 juli 2020 verklaard dat er nog geen beoordelingsverklaring was afgegeven in het beoordelingsdossier van betrokkene 1 dat de toetser wenste in te zien.

4.3.        Betrokkene 2 heeft naar voren gebracht dat hij op 30 juni 2020 wel wist dat er een beoordelingsverklaring was afgegeven in het geselecteerde beoordelingsdossier, maar dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het dossier nog niet was afgesloten omdat de zestigdagentermijn nog niet was verstreken. Daarom heeft betrokkene 2 tegen de teamleider gezegd dat zijn beoordelingsdossier op korte termijn gereed zou zijn. Betrokkene 2 kwam er pas later achter dat hij het dossier vroegtijdig had gesloten.

Daarnaast hebben betrokkenen uitgelegd dat betrokkene 1 zich op 29 juli 2020 overvallen voelde toen de teamleider hem zichtbaar geagiteerd vroeg of hij al een beoordelingsverklaring had afgegeven in zijn beoordelingsdossier. Betrokkene 1 heeft toen verklaard dat dit niet zo was. Volgens betrokkenen was dat ten aanzien van het ‘afgerond zijn’ van het dossier feitelijk juist. Er was al wel een verklaring bij de geconsolideerde jaarrekening afgegeven, maar nog niet bij de jaarrekeningen van twee individuele dochterbedrijven. Daarbij kwam nog dat in het dossier waarin betrokkene 1 al wel een beoordelingsverklaring had verstrekt zich omstandigheden voordeden die gevolgen zouden kunnen hebben voor de instandlating van de verklaring. Betrokkene 2 heeft uit loyaliteit richting betrokkene 1 aan de toetser bevestigd dat dit dossier niet voor toetsing beschikbaar was.

4.4.        De Accountantskamer overweegt dat betrokkenen hebben erkend dat zij onjuiste verklaringen hebben afgelegd over de beoordelingsdossiers die de teamleider in verband met de kantoortoetsing wilde toetsen dan wel wenste in te zien. Daardoor hebben zij niet eerlijk en oprecht gehandeld, wat in strijd is met het fundamentele beginsel van integriteit. De door betrokkenen geschetste omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel. Vast staat immers dat betrokkenen hebben verklaard dat de beoordelingsdossiers nog niet gereed waren, terwijl in beide dossiers al een beoordelingsverklaring was gegeven. Het klachtonderdeel is gegrond.

Klachtonderdeel b: weigering inzage in dossier

4.5.        Met betrekking tot dit klachtonderdeel heeft klaagster naar voren gebracht dat betrokkenen hebben geweigerd om de teamleider toegang te geven tot het dossier van de beoordelingsopdracht van betrokkene 1.

4.6.        De Accountantskamer stelt vast dat betrokkenen dit klachtonderdeel niet hebben weersproken. Doordat betrokkenen de teamleider geen toegang hebben gegeven tot het beoordelingsdossier van betrokkene 1, hebben zij het toetsingsproces gefrusteerd. Ook dat is in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. Het klachtonderdeel is gegrond.  

Klachtonderdeel c: wijzigingen aanbrengen in een beoordelingsdossier nadat dat dossier voor toetsing was geselecteerd

4.7.        Dit klachtonderdeel is alleen gericht tegen betrokkene 2. Klaagster heeft aangevoerd dat betrokkene 2 wijzigingen heeft aangebracht in één van de te toetsen dossiers, nadat de beoordelingsverklaring was afgegeven, het dossier was afgesloten en nadat bekend was gemaakt dat dit dossier voor de toetsing was geselecteerd. Deze wijzigingen heeft betrokkene 2 niet aan de teamleider gemeld. Daarbij betreffen deze wijzigingen volgens klaagster ook significante aangelegenheden.

4.8.        Betrokkene 2 heeft naar voren gebracht dat hij met de beste bedoelingen het dossier heeft heropend en wijzigingen heeft aangebracht. Betrokkene 2 wilde alleen het toetsingsproces bespoedigen. Daarbij heeft hij erop toegezien dat hij deze aanvullingen deed binnen de zestigdagentermijn en dat alle stappen waren gelogd. Betrokkene 2 verkeerde daarbij in de veronderstelling dat het dossier nog niet gesloten was, omdat de zestigdagentermijn nog niet was verstreken. Daarnaast heeft betrokkene 2 aangevoerd dat hij geen aanvullende beoordelingswerkzaamheden heeft verricht, maar uitsluitend al bestaande beoordelingsdocumentatie op een meer logische dan wel inzichtelijke wijze binnen het dossier heeft vastgelegd. Volgens betrokkene 2 volgt uit het feit dat hij alles heeft gelogd, dat hij het toetsingsproces niet heeft willen frustreren.

4.9.        De Accountantskamer stelt voorop dat de assurance-informatie van een opdrachtdossier waarin een beoordelingsverklaring is afgegeven volledig dient te zijn op het moment waarop deze verklaring wordt afgegeven. Volgens artikel 12 lid 2 onder j NVKS moet de verantwoordelijke accountant het definitieve opdrachtdossier uiterlijk twee maanden na datering en ondertekening van de beoordelingsverklaring afsluiten. Tot het moment van afsluiting mogen nog  administratieve werkzaamheden worden verricht in het opdrachtdossier. De mogelijkheid om tot twee maanden na afgifte van de verklaring stukken aan een dossier te kunnen toevoegen, ziet alleen op het administratief ordenen van een opdrachtdossier. Wanneer een opdrachtdossier eenmaal is afgesloten, mogen daarin in beginsel geen administratieve werkzaamheden meer worden verricht. Ook niet als de termijn van twee maanden na afgifte van de verklaring nog niet is verstreken. Een afgesloten dossier komt volgens artikel 25 lid 1 onder e NVKS na aflsuiten onder beheer van de kwaliteitsmanager.

4.10.      Betrokkene 2 heeft op 15 mei 2020 een beoordelingsverklaring afgegeven en hij heeft het dossier op 10 juni 2020 afgesloten. Daarmee was de beoordelingsopdracht voltooid en mocht hij in beginsel geen wijzigingen meer aanbrengen of stukken toevoegen aan het voor toetsing geselecteerde dossier. Omdat betrokkene 2 dat wel heeft gedaan, heeft hij niet integer gehandeld. Daarbij is ook in aanmerking genomen dat hij deze wijzigingen of toevoegingen niet zelf aan de teamleider heeft gemeld. Dat deze wijzigingen allemaal waren gelogd en dat betrokkene 2, naar zijn zeggen, het dossier alleen heeft willen ordenen, leidt niet tot een ander oordeel. Deze werkzaamheden had betrokkene 2 moeten uitvoeren voordat hij het dossier afsloot. Voorts had betrokkene 2 voorafgaand aan het bezoek van het toetsteam op 29 juli 2020  uit zichzelf aan de teamleider moeten melden dat hij het dossier had heropend en wijzigingen had aangebracht. Dat de aangebrachte wijzigingen significante aangelegenheden betreffen, is door klaagster onvoldoende onderbouwd. Uit het door klaagster overgelegde mutatie-overzicht blijkt dat er veel wijzigingen zijn aangebracht, maar daaruit kan niet goed worden afgeleid welke wijzigingen of toevoegingen er zijn gemaakt. Het klachtonderdeel is gedeeltelijk gegrond.

4.11.      De klachtonderdelen a en b zullen gegrond worden verklaard en het klachtonderdeel c zal gedeeltelijk gegrond worden verklaard.

5.             De maatregel

5.1.        Omdat de klacht (gedeeltelijk) gegrond is, kan een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd.

5.2.        Voor betrokkene 1 is de maatregel van berisping passend en geboden. Daarbij is in aanmerking genomen dat hij het fundamentele beginsel van integriteit heeft geschonden door in het kader van een kantoortoetsing onjuiste verklaringen af te leggen en inzage in een dossier te weigeren.

5.3.        Voor betrokkene 2 is de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand passend en geboden. Daarbij is in aanmerking genomen dat hij het fundamentele beginsel van integriteit heeft geschonden door in het kader van een kantoortoetsing onjuiste verklaringen af te leggen, inzage in een dossier te weigeren en wijzigingen aan te brengen in een dossier nadat dat dossier voor toetsing was geselecteerd. Ook is meegewogen dat betrokkene de kwaliteitsbepaler is binnen het accountantskantoor, wat meebrengt dat hij verantwoordelijk is voor een correcte medewerking aan de kantoortoetsing.

5.4.        De omstandigheid dat klaagster bijna anderhalf jaar na de kantoortoetsing een klacht tegen betrokkenen heeft ingediend, leidt niet tot een lichtere maatregel, zoals door betrokkenen is bepleit. De klacht is tijdig ingediend en klaagster heeft betrokkenen al bij brieven van 14 januari 2021 bericht dat zij een klacht tegen hen zou indienen.

6.             De beslissing

De Accountantskamer:

  • verklaart de klachtonderdelen a en b (gericht tegen beide betrokkenen) gegrond;
  • verklaart het klachtonderdeel c (alleen gericht tegen betrokkene 2) gedeeltelijk gegrond;
  • legt aan betrokkene 1 op de maatregel van berisping;
  • legt aan betrokkene 2 op de maatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder d. Wtra, te weten die van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van één maand, welke maatregelingaat op de tweede dag volgend op de dag waarop deze beslissing onherroepelijk is geworden én de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd en eindigt na ommekomst van de vermelde termijn;
  • verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregelen in de registers, voor zover betrokkenen daarin zijn of waren ingeschreven;

Aldus beslist door mr. A.A.J. Lemain, voorzitter, mr. E.W. Akkerman en mr. J.N. Bartels (rechterlijke leden) en drs. J. Hetebrij RA en A.M.H. Homminga AA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. E.N.M. van de Beld, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2022.