Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORSHE:2021:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/83

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2021:24
Datum uitspraak: 16-08-2021
Datum publicatie: 23-09-2021
Zaaknummer(s): SHE/2020/83
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: De klacht van klager valt (kort gezegd) uiteen in de volgende twee klachtonderdelen. 1. De notaris heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van moeder. 2. De notaris weigert met een onterecht beroep op zijn geheimhoudingsplicht om informatie te verstrekken over de gang van zaken bij het opstellen en passeren van de volmacht. Klachtonderdeel 1 wordt ongegrond verklaard. Klachtonderdeel 2 wordt gegrond verklaard. De kamer heeft daartoe overwogen dat onder de geheimhoudingsplicht alleen valt wat de notaris als zodanig is toevertrouwd en waarvan de cliënt erop mocht vertrouwen dat het verborgen blijft voor anderen. De notaris heeft niet weersproken dat de vragen die hem door klager zijn gesteld, (grotendeels) de gang van zaken rond de totstandkoming van de volmacht betroffen. De notaris had klager, die daarbij een redelijk belang had, uitleg moeten geven over de gang van zaken rondom het opstellen en passeren van de volmacht, meer in het bijzonder over hoe zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van moeder heeft plaatsgevonden. Indien de notaris meende dat bepaalde zaken tóch onder zijn geheimhoudingsplicht vielen, had hij daarover in zijn correspondentie met klager uitleg moeten geven, hetgeen de notaris heeft nagelaten. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd

Klachtnummer : SHE/2020/38

Datum uitspraak: 16 juli 2020

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de plaatsvervangend voorzitter (hierna: de voorzitter) van de kamer voor het notariaat

in het ressort ‘s-Hertogenbosch naar aanleiding van de klacht van:

[klager] , wonend in [woonplaats], (klager)

tegen

[de toegevoegd notaris] ( de notaris),

gevestigd in [plaatsnaam] .

De procedure

1.1.        Bij ongedateerd bericht met bijlagen heeft klager, [naam klager], een klacht ingediend tegen de

notaris, [naam notaris].

1.2.      Bij bericht van 6 juli 2020 heeft [de notaris] een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.

Door klager aangevoerde feiten en omstandigheden

2.1.      Klager heeft op 17 december 2019 en 7 januari 2020 aan de notaris informatie gevraagd over een volmacht die de notaris tot stand heeft gebracht. Het betrof een volmacht van zijn moeder [naam moeder] aan alleen zijn zus. Die volmacht kwam kennelijk in de plaats van een eerdere volmacht, waarin ook hijzelf nog als gevolmachtigde was opgenomen.

2.2.      Zijn zus woont bij moeder [naam moeder] en beschouwt zich als haar mantelzorger.

2.3.      Nadat moeder begin 2019 een delier had gekregen heeft zijn zus verzoeken om zelf te koken of een maaltijdservice te regelen, een tillift te installeren, en om een hulp in de huishouding in te  schakelen, aan de kant geschoven. Deze zus van klager draagt financieel nauwelijks bij in de  huishouding. Zijn zus heeft diverse pogingen gedaan om het huis voor een paar euro op haar naam te  krijgen. De verstandhouding is zo verslechterd dat zijn zus alle contacten tussen moeder en klager is  gaan dwarsbomen. Het verzoek van klager om moeder op dementie te laten testen hielp daarbij ook  niet. Al begin 2019 wist moeder zich belangrijke zaken over de familie niet te herinneren.

2.4.      In december 2019 is moeder opgenomen in het ziekenhuis [naam ziekenhuis] in [plaatsnaam] met klachten van ondervoeding en vochttekort. Zijn zus bleef daar slapen en week niet van moeders zijde. Klager [naam klager] werd via familie op de hoogte gehouden. Zijn zus heeft verhinderd dat moeder op een dementie afdeling werd opgenomen en heeft haar weer mee naar huis genomen.

2.5.      Over de notaris bij wie de eerdere volmacht was verleden was moeder al jaren tevreden.

2.6.      Volgens klager kan moeder nooit alleen naar [plaatsnaam] zijn gegaan. De hele (schoon)familie is verbaasd over deze stap en het kan niet anders of moeder is er emotioneel toe gedwongen door zijn zus. Zijn zus heeft nu ook het contact met alle andere leden van de (schoon)familie onmogelijk gemaakt. Als gevolg van de beperking door de volmacht krijgt klager nu ook geen informatie meer van de huisarts en van [naam zorgaanbieder].

2.7.      Klager verwijst naar twee uitspraken in notamail, die hij met de klacht meestuurt.

De klacht

3.         De klacht houdt in:

- dat de notaris onzorgvuldig gehandeld heeft door geen kritische vragen aan moeder te stellen, zoals  ‘Bent u voor vervoer afhankelijk van degene aan wie u de volmacht geeft’, ‘mag ik uw huisarts  spreken betreffende uw gezondheid’, ‘waarom maakt uw dochter de afspraak en niet u’, waarom wilt u  na een zo kort periode de volmacht veranderen’, ‘wat heeft uw zoon gedaan dat dit noodzakelijk is’,  ‘kan ik u even alleen spreken’, waarom mag dit niet’

- dat de notaris hem, klager, geen informatie verstrekt heeft over de gang van zaken bij het opstellen  en passeren van de akte; hij heeft zich verscholen achter zijn geheimhoudingsverplichting.

Verweer van de notaris

4.         De notaris bestrijdt de klacht en voert daarvoor aan

- dat het kantoor op 29 augustus 2019 via een adviseur van [moeder] opdracht kreeg de volmacht te wijzigen; de adviseur had met [moeder] een uitgebreid gesprek gehad over haar wensen

- dat hij na inhoudelijk beoordeling een concept akte heeft gemaakt en die heeft toegestuurd aan [moeder] persoonlijk

- dat hij bij een afspraak op 17 september 2020 uitgebreid met [moeder], destijds 72 jaar oud,  heeft gesproken en daarbij de vigerende beroepsethiek in acht heeft genomen; mevrouw was in haar  uitspraken helder en consistent en beantwoordde zijn vragen correct; hij heeft naar de beweegreden  voor de wijziging gevraagd en gevraagd of mevrouw uit vrije wil handelde; dit alles blijkt uit zijn  aantekeningen; hij had geen reden te twijfelen aan haar wilsbekwaamheid; er waren geen signalen dat  zij niet wilsbekwaam was; mevrouw heeft ondertekend

- dat hij zich afvraagt hoe de klager bepaalde (onjuiste) conclusies meent te kunnen trekken omtrent de  totstandkoming van de akte

- dat de akte niet is getekend in [plaatsnaam], zoals klager stelt, maar in [plaatsnaam]

- dat het delier van begin 2019 en de ziekenhuisopname van december 2019 dateren van (ver) voor en  na zijn contact met [moeder]

- dat de periode na het delier lang genoeg was voor herstel en dat dementie nog geen wilsonbekwaamheid meebrengt

- dat de gevallen in de twee uitspraken die met de klacht zijn meegestuurd, anders waren dan dit  geval.

De beoordeling

5.         Op grond van het bepaalde bij artikel 99, lid 11, Wet op het notarisambt (Wna) kan de voorzitter na een summier onderzoek, zo nodig na de klager en de betrokken notaris te hebben gehoord, de klacht terstond bij met redenen omklede beslissing afwijzen indien hij van oordeel is dat deze kennelijk niet ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond is, of van onvoldoende gewicht.

6.         Het geval van kennelijke ongegrondheid doet zich hier voor.

7.         Wat het eerste deel van de klacht betreft: de enige van de genoemde feiten die op wilsbekwaamheid van invloed zouden kúnnen zijn, zijn het delier van begin 2019 en de situatie bij en na de opname in december 2019. Klager heeft echter niets aangedragen wat denkbaar maakt dat de notaris in september 2019 - maanden verwijderd van zowel het ene als het andere evenement -   had moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid van [moeder]. Het lijdt daarom geen redelijke twijfel of de klacht zou door de kamer ongegrond verklaard worden.

8.         Wat het tweede deel van de klacht betreft: wat heeft geleid tot de opstelling en het verlijden van de akte tot volmacht verlening valt onder de geheimhoudingsplicht van artikel 22 van de Wet op het notarisambt omdat het hoort tot al hetgeen waarvan de notaris uit hoofde van zijn werkzaamheid als notaris kennis neemt. Ook hieraan is geen redelijke twijfel mogelijk.

9.         De voorzitter beslist daarom als volgt.

De beslissing

De voorzitter:

wijst de klacht terstond af omdat deze kennelijk ongegrond is.

Deze beslissing is op 16 juli 2020 gegeven door mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend voorzitter.

Tegen deze beslissing van de voorzitter tot afwijzing van de klacht kan de klager binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk verzet doen bij deze kamer voor het notariaat (Postadres: Postbus 70584, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch). De klager dient gemotiveerd aan te geven met welke overweging(en) van de voorzitter hij/zij zich niet kan verenigen. Hij/zij kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord (artikel 99, lid 15, Wna). Als het verzet aan de kamer voor het notariaat wordt voorgelegd, zal de voorzitter die de beslissing heeft gegeven een plaatsvervanger aanwijzen om hem bij de behandeling van het verzet te vervangen.

Klachtnummer    : SHE/2020/52 (daarvoor SHE/2020/38)

Datum uitspraak : 21 december 2020

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 16 juli 2020 naar aanleiding van de klacht van:

[klager] (hierna: klager),

wonende in [woonplaats],

tegen

[de toegevoegd notaris] ( hierna: de notaris),

gevestigd in [plaatsnaam].

1.          De procedure

1.1.       Bij e-mailbericht van 10 juni 2020 (met bijlagen) aan de kamer voor het notariaat (hierna: de kamer), heeft klager een brief toegezonden, waarin hij klachten heeft geformuleerd tegen de notaris.

1.2.       De notaris heeft bij brief van 6 juli 2020 een verweerschrift ingediend. Dit verweerschrift is op 7 juli 2020 door de kamer ontvangen.

1.3.       Bij beslissing van 16 juli 2020 heeft mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend voorzitter van de kamer (hierna: de voorzitter), op de klacht beslist. Naar zijn oordeel is de klacht kennelijk ongegrond. Om die reden heeft hij de klacht direct afgewezen.

1.4.       Bij ongedateerde brief heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Deze brief is op 30 juli 2020 door de kamer ontvangen.

1.5.       Het verzet is mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van de kamer van 19 oktober 2020. Klager en de notaris zijn niet bij de mondelinge behandeling aanwezig geweest.  

2.          De feiten

2.1.       Op 12 december 2018 heeft notaris mr. [X], gevestigd in [vestigingsplaats], een akte gepasseerd, waarbij de moeder van klager, mevrouw [naam] (hierna: moeder), een (algehele) volmacht heeft gegeven aan klager en zijn zus, mevrouw [naam] (hierna: de zus).

2.2.       Op 17 september 2019 heeft de notaris een akte gepasseerd, waarbij moeder de eerdere volmacht uit 2018 heeft gewijzigd. Bij de laatste volmacht heeft moeder aan alleen de zus een (algehele) volmacht verleend. 

2.3.       Op 4 december 2019 heeft klager bij de notaris informatie opgevraagd over de totstandkoming van de volmacht van 17 september 2019 (hierna: de volmacht).

2.4.       Bij brief van 17 december 2019 heeft de notaris onder meer het volgende aan klager geantwoord:

“Zoals u zult begrijpen mag ik u overeenkomstig mijn geheimhoudingsplicht geen inlichtingen geven over de inhoud en details van het dossier.

In elk dossier dient aan de vigerende richtlijnen te worden voldaan.

Overigens mag ik, gelet op vorenstaande geheimhoudingsplicht, u slechts in kennis stellen van de herroeping indien mijn cliënt mij hiertoe uitdrukkelijk opdracht verstrekt.”

2.5.       Bij e-mailbericht van 7 januari 2020 heeft klager aan de notaris te kennen gegeven dat de notaris ten onrechte een beroep doet op zijn geheimhoudingsplicht.

3.          De klacht

3.1.       Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bij beslissing van 16 juli 2020 heeft de voorzitter de klacht als volgt geformuleerd:

1)      De notaris heeft geen kritische vragen aan moeder gesteld, zoals ‘Bent u voor vervoer afhankelijk van degene aan wie u de volmacht geeft’, ‘mag ik uw huisarts spreken betreffende uw gezondheid’, ‘waarom maakt uw dochter de afspraak en niet u’, waarom wilt u na zo’n korte periode de volmacht veranderen’, ‘wat heeft uw zoon gedaan dat dit noodzakelijk is’, ‘kan ik u even alleen spreken’, waarom mag dit niet?’

2)      De notaris heeft klager geen informatie verstrekt over de gang van zaken bij het opstellen  en passeren van de volmacht; hij heeft zich ten onrechte verscholen achter zijn geheimhoudingsverplichting.

3.2.      De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen deze klacht. Voor zover dat relevant is voor de beoordeling, zal dat verweer hierna worden besproken. 

4.          De beoordeling

4.1.       Op grond van artikel 99 lid 15 Wet op het notarisambt (Wna) kan een klager tegen de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk verzet doen bij de kamer. De kamer constateert dat het verzetschrift is ontvangen op 30 juli 2020, zodat het verzet tijdig is gedaan.  Klager is dan ook ontvankelijk in het verzet.

4.2.       Vervolgens is de vraag aan de orde of de beslissing van de voorzitter op goede gronden is gegeven. Naar aanleiding van het eerste klachtonderdeel heeft de voorzitter (onder meer) overwogen dat de enige door klager aangehaalde omstandigheden, die van invloed zouden kunnen zijn op de wilsbekwaamheid van moeder, de volgende zijn:

- het delier van begin 2019; en

- de situatie bij en na de opname van moeder in het ziekenhuis in december 2019.

Naar het oordeel van de voorzitter heeft klager echter niets aangedragen wat denkbaar maakt dat de notaris in september 2019 - maanden verwijderd van zowel het delier als de opname - had moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid van moeder. De voorzitter heeft daarom geoordeeld dat het geen redelijke twijfel lijdt of de klacht zou door de kamer ongegrond worden verklaard.

Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft de voorzitter overwogen dat wat heeft geleid tot de opstelling en het verlijden van de volmacht valt onder de geheimhoudingsplicht van artikel 22 Wna,  omdat het hoort tot al hetgeen waarvan de notaris uit hoofde van zijn werkzaamheid als  notaris kennis neemt. Ook hieraan is naar het oordeel van de voorzitter geen redelijke twijfel mogelijk.

De voorzitter heeft beide klachtonderdelen direct afgewezen.

4.3.       In zijn verzetschrift heeft klager gemotiveerd toegelicht dat hij het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. Klager heeft daarbij aangegeven welke punten volgens hem (nader) aan de orde (hadden) moeten komen bij de behandeling van zijn klacht.

4.4.       Gelet op het klaagschrift en het verzetschrift is de kamer van oordeel dat de voorzitter niet op alle punten uit het klaagschrift kenbaar een beslissing heeft genomen. Reeds hierom kan de beslissing van de voorzitter niet in stand blijven. Het verzet zal dan ook gegrond worden verklaard.

4.5.       Overeenkomstig het bepaalde in artikel 99 lid 20 Wna zal de kamer de zaak in verdere behandeling nemen. Klager en de notaris zullen bij brief over die verdere behandeling worden geïnformeerd.

5.          De beslissing

De kamer:

5.1.       verklaart het verzet gegrond;

5.2.       bepaalt dat de zaak in verdere behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.F.J. Aalderink, plaatsvervangend voorzitter,  mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend rechterlijk lid en mr. S. Lettinga, plaatsvervangend notarislid.

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2020 door mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter.

mr. A.R. Jansen-Castelein, secretaris                            mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter

buiten staat

Klachtnummer    : SHE/2020/ 83 (daarvoor SHE/2020/38 respectievelijk SHE/2020/52 )

Datum uitspraak : 16 augustus 2021

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van:

[klager] (hierna: klager),

wonende in [woonplaats],

tegen

[de toegevoegd notaris] (hierna: de notaris),

thans werkzaam in [plaatsnaam].

1.          De procedure

1.1.       Bij e-mailbericht van 10 juni 2020 (met bijlagen) aan de kamer voor het notariaat (hierna: de kamer) heeft klager een brief toegezonden, waarin hij een klacht heeft geformuleerd tegen de notaris.

1.2.       De notaris heeft bij brief van 6 juli 2020 een verweerschrift ingediend.

1.3.       Bij beslissing van 16 juli 2020 heeft mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend voorzitter van de kamer (hierna: de voorzitter), op de klacht beslist. Naar zijn oordeel is de klacht kennelijk ongegrond. Om die reden heeft hij de klacht direct afgewezen.

1.4.       Bij ongedateerde brief heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Deze brief is op 30 juli 2020 door de kamer ontvangen.

1.5.       Het verzet is mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van de kamer van 19 oktober 2020. Klager en de notaris zijn niet bij de mondelinge behandeling aanwezig geweest.

1.6.       Bij beslissing van 21 december 2020 heeft de kamer het verzet van klager gegrond verklaard en bepaald dat de zaak in verdere behandeling zal worden genomen.

1.7.       De klacht is uiteindelijk behandeld tijdens de openbare zitting van de kamer van 21 juni 2021, waarbij klager en de notaris zijn verschenen. Partijen hebben hun visie op de klacht over en weer toegelicht.

2.          De feiten

2.1.       Op 12 december 2018 heeft notaris mr. [X], gevestigd in [vestigingsplaats], een akte gepasseerd, waarbij de moeder van klager, mevrouw [naam] (hierna: moeder), een (algehele) volmacht heeft gegeven aan klager en zijn zus, mevrouw [naam] (hierna: de zus). In de akte staat vermeld dat de zus zelfstandig bevoegd is om moeder te vertegenwoordigen ten aanzien van haar bankzaken en dat klager en de zus voor het overige slechts samen bevoegd zijn om moeder te vertegenwoordigen.

2.2.       Op 17 september 2019 heeft de notaris een akte gepasseerd, waarbij moeder de eerdere volmacht uit 2018 heeft gewijzigd. Bij deze laatste akte heeft moeder aan alleen de zus een (algehele) volmacht verleend.

2.3.       Op 4 december 2019 heeft klager bij de notaris informatie opgevraagd over de totstandkoming van de volmacht van 17 september 2019 (hierna ook: de volmacht).

2.4.       Bij brief van 17 december 2019 heeft de notaris onder meer het volgende aan klager geantwoord:

“Zoals u zult begrijpen mag ik u overeenkomstig mijn geheimhoudingsplicht geen inlichtingen geven over de inhoud en details van het dossier.

In elk dossier dient aan de vigerende richtlijnen te worden voldaan.

Overigens mag ik, gelet op vorenstaande geheimhoudingsplicht, u slechts in kennis stellen van de herroeping indien mijn cliënt mij hiertoe uitdrukkelijk opdracht verstrekt.”

2.5.       Bij e-mail van 7 januari 2020 heeft klager aan de notaris te kennen gegeven dat in dit geval ten onrechte een beroep wordt gedaan op de geheimhoudingsplicht van de notaris.

3.          De klacht

3.1.       Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht valt (kort gezegd) uiteen in de volgende twee klachtonderdelen.

1.       De notaris heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van moeder.

2.       De notaris weigert met een onterecht beroep op zijn geheimhoudingsplicht om informatie te verstrekken over de gang van zaken bij het opstellen en passeren van de volmacht.

3.2.       Verder heeft klager verzocht om nietigverklaring van de volmacht.

3.3.       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen deze klacht. Voor zover dat relevant is voor de beoordeling, zal dat verweer hierna worden besproken.

4.          De beoordeling

Reikwijdte van het tuchtrecht

4.1.       Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

Ontvankelijkheid

4.2.       Bij de beoordeling van de vraag of de klacht ontvankelijk is, stelt de kamer voorop dat op grond van artikel 99 lid 1 Wna ieder die daarbij enig redelijk belang heeft een klacht kan indienen. Het begrip ‘enig redelijk belang’ moet ruim worden opgevat. De wetsgeschiedenis vermeldt hierover:

“(…) Dit belang kan volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of bestaan uit een belang bij de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Naast de cliënt van de notaris, de KNB en het Bureau kan hierbij, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, worden gedacht aan belangenorganisaties, het openbaar ministerie en instanties die zijn belast met taken die raken aan werkzaamheden van de notaris, zoals gemeenten, de belastingdienst of het kadaster. Er geldt dan ook een ruim belanghebbendenbegrip: een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd; ter ondersteuning van de corrigerende functie van het tuchtrecht en het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep. (…)” (Kamerstukken II, 2009-2010, 32 250, nr. 3, p. 26-27).

4.3.       De klacht gaat over de handelwijze van de notaris in verband met de volmacht. Door deze volmacht van 17 september 2019 is de eerder op 12 december 2018 verleende volmacht aan klager en de zus gewijzigd. Klager heeft derhalve een redelijk belang.

4.4.       Voor zover klager de kamer verzoekt om de volmacht nietig te verklaren, overweegt de kamer dat de Wna niet in deze mogelijkheid voorziet. Klager zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in dit verzoek.

Klachtonderdeel 1 (wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming)

4.5.       De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder en of hij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze - zonder beïnvloeding van derden - aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Deze vraag moet mede worden bezien in het licht van het feit dat het notariaat het, getuige de vermelding op de website van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, als zijn plicht beschouwt om financiële uitbuiting van ouderen te voorkomen en terug te dringen.

4.6.       De kamer stelt voorop dat het in deze tuchtprocedure niet gaat over de vraag óf moeder ten tijde van het passeren van de volmacht wilsbekwaam was, maar om de vraag of de notaris in de gegeven omstandigheden voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder. Bij de beoordeling van deze vraag stelt de kamer voorop dat als uitgangspunt geldt dat een ieder aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd rechtshandelingen kan verrichten, zoals het maken van een volmacht. Een notaris moet in beginsel zijn/haar ministerie (dienst) verlenen en moet op verzoek van de betrokken cliënt doen wat nodig is om bijvoorbeeld een volmacht in een akte vast te leggen. Zoals bij elke akte rust daarbij op een notaris een zwaarwegende zorgplicht om te onderzoeken of is voldaan aan de in de wet gestelde vereisten voor het intreden van de rechtsgevolgen die worden beoogd met de rechtshandelingen die in de akte zijn opgenomen. In dat kader moet een notaris onder meer nagaan of de betrokken cliënt in staat is zich een op een rechtsgevolg gerichte wil te vormen in de zin van het bepaalde bij artikel 3:33 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat de inhoud en de gevolgen van een te ondertekenen akte daarmee in overeenstemming zijn.

4.7.       Een notaris moet bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de betrokken cliënt primair uitgaan van zijn/haar eigen waarneming als niet bekend is, en er ook geen aanwijzingen zijn, dat de cliënt lijdt aan een ziekte die de wilsbekwaamheid kan beïnvloeden. Daarbij heeft een notaris een zekere mate van beoordelingsvrijheid. Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid van de cliënt en/of als aanleiding bestaat om te vermoeden dat mogelijk sprake is van beïnvloeding door derden, is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening (hierna: het Stappenplan) biedt hiervoor een handreiking. In het Stappenplan staan indicatoren vermeld die aanleiding kunnen vormen voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Indien een notaris - ook al heeft hij/zij kennis van het bestaan van één of meerdere indicatoren - geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de cliënt, behoeft het Stappenplan niet te worden gevolgd. Daarbij zal het in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die een notaris met de cliënt voert, als de wijze waarop de cliënt zich daarbij presenteert.

4.8.       Klager brengt naar voren dat de zus bij moeder inwoont en haar mantelzorger is. Moeder is, zowel fysiek als emotioneel, afhankelijk van de zus. Begin 2019 heeft moeder een delier gekregen, mede vanwege een tekort aan vocht en voeding. Zij wist zich in die tijd al geen belangrijke zaken meer te herinneren over de familie. Eind maart 2019 was moeder verward op haar verjaardag. In december 2019 is moeder in het ziekenhuis opgenomen met klachten van ondervoeding en vochttekort. Het ziekenhuis wilde moeder laten overplaatsen naar een dementieafdeling, maar daar heeft de zus een stokje voor gestoken. Zij heeft moeder weer mee naar huis genomen.

Verder stelt klager dat de volmacht niet is opgemaakt door de notaris die de eerdere volmacht van 12 december 2018 had gepasseerd, terwijl moeder over die notaris al jaren tevreden was. Volgens klager heeft moeder niet zelf de afspraak met de notaris gemaakt en kan moeder op 17 september 2019 ook niet alleen naar de notaris zijn gegaan.

Deze omstandigheden hadden voor de notaris aanleiding moeten zijn om de wilsbekwaamheid van moeder nader te beoordelen.  

4.9.       De notaris voert aan dat zijn kantoor op 29 augustus 2019 via een adviseur van moeder de opdracht heeft gekregen om de volmacht van 12 december 2018 te wijzigen. Deze onafhankelijke adviseur op het gebied van familierecht stuurt vaker opdrachten door en heeft uitgebreid met moeder gesproken over haar wensen. De notaris heeft vervolgens een concept-akte opgemaakt en per post aan moeder toegezonden. Op 17 september 2019 heeft de notaris naar eigen zeggen veel tijd uitgetrokken om de volmacht met moeder te bespreken en heeft hij daarbij de vigerende beroepsethiek in acht genomen, voordat hij tot het passeren van de volmacht is overgegaan. Bij deze afspraak, die door de adviseur is ingepland, was de zus niet aanwezig. Hoe moeder naar het notariskantoor is gekomen, weet de notaris niet. Moeder beantwoordde controlevragen van de notaris foutloos. Ze was helder en consistent in haar uitspraken en in het beantwoorden van de kritische vragen van de notaris. Door de notaris is gevraagd naar de beweegredenen voor de wijziging van de volmacht en of moeder uit vrije wil handelde. De notaris had naar eigen zeggen geen reden om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van moeder, die toen tweeënzeventig jaar was. De door klager gestelde omstandigheden - inhoudende dat moeder begin 2019 een delier heeft gehad en in december 2019 is opgenomen in het ziekenhuis - dateren van (ver) voor en na het contact van de notaris met moeder. Voor zover er al sprake zou zijn van dementie hoeft dit niet automatisch te betekenen dat moeder wilsonbekwaam zou zijn.

4.10.      De kamer overweegt het volgende. Vast staat dat moeder in 2019 niet onder curatele stond en dat haar vermogen niet onder bewind gesteld was, zodat zij in beginsel wilsbekwaam mocht worden geacht. Wel waren er enkele indicatoren, genoemd in het Stappenplan, aanwezig. Zo moest de volmacht van 12 december 2018 - die door een notaris van een ander notariskantoor was gepasseerd -binnen een jaar (ten gunste van de zus) worden gewijzigd en woonde de zus bij moeder. De notaris is bij het opmaken van de concept-volmacht afgegaan op informatie van een adviseur en hij heeft moeder voor het eerst gesproken tijdens de passeerafspraak. Toch heeft de kamer onvoldoende reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de notaris, die zegt dat hij moeder wilsbekwaam achtte. De notaris was er naar eigen zeggen van op de hoogte dat de zus bij moeder woonde, maar hij heeft verklaard dat hij tijdens een lange afspraak met alleen moeder de volmacht uitgebreid met haar heeft besproken en daarna heeft gepasseerd. Volgens de notaris heeft hij geen moment getwijfeld aan haar wilsbekwaamheid. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris te kennen gegeven dat uit zijn op 17 september 2019 gemaakte aantekeningen blijkt dat hij met moeder heeft gesproken over de redenen van het wijzigen van de volmacht en het veranderen van notaris. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris voldoende naar voren gebracht om aan te nemen dat hij bijzondere zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder en het verlijden van moeders volmacht en dat de aanwezige indicatoren geen aanleiding vormden voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid.

4.11.      De kamer gaat daarom uit van de hiervoor door de notaris omschreven feiten en omstandigheden, op basis waarvan de kamer van oordeel is dat de notaris in de gegeven situatie voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van moeder. Dat de notaris tot een andere conclusie had moeten komen, is niet gebleken. Ook de door klager aangehaalde omstandigheden sluiten niet uit dat moeder haar wil kon bepalen. Zo heeft klager ter zitting verklaard dat moeder op 17 september 2019 “misschien een helder moment” bij de notaris heeft gehad. Naar het oordeel van de kamer kon en mocht de notaris concluderen dat moeder wilsbekwaam was om haar eerdere volmacht te wijzigen.

4.12.      In verband met de vraag of de notaris (ook) voldoende alert is geweest op de mogelijkheid van beïnvloeding van moeder door de zus, overweegt de kamer dat het tot de kernverantwoordelijkheid van een notaris behoort om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van degene die een akte tekent. Een notaris dient dan ook al het nodige te doen om zich ervan te vergewissen dat de betrokkene bij het vormen en uiten van zijn of haar wil niet op ongewenste wijze is beïnvloed door (de aanwezigheid van) een derde. Een notaris heeft de vrijheid om te bepalen op welke wijze hij/zij uitvoering geeft aan deze verantwoordelijkheid.

4.13.      In aanvulling op hetgeen hiervoor in 4.8. staat vermeld, stelt klager dat de zus diverse pogingen heeft ondernomen om de woning van moeder voor een paar euro op haar naam te krijgen. Verder heeft de zus alle contacten tussen moeder en klager gedwarsboomd. Zo heeft de zus de telefoon van moeder afgepakt, is de zus altijd aanwezig bij afspraken, bejegent de zus moeder onheus en snoert ze haar de mond. Volgens klager heeft de zus moeder emotioneel gedwongen de eerdere volmacht van 12 december 2018 te wijzigen. Het feit dat moeder de eerdere volmacht aan klager en de zus wilde wijzigen en vervolgens een algemene volmacht wilde geven aan alleen de zus, had voor de notaris aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek naar de onafhankelijke wilsvorming van moeder.

4.14.      De notaris voert hiertegen aan dat hij op grond van de hiervoor onder 4.9. omschreven omstandigheden geen enkele reden had om in september 2019 te twijfelen aan de onafhankelijke wilsvorming van moeder.

4.15.      Mede gelet op het hiervoor in 4.10. en 4.11. overwogene is de kamer van oordeel dat de notaris voldoende zorgvuldig te werk is gegaan bij de totstandkoming van de volmacht van moeder. Bij dit oordeel neemt de kamer met name het volgende in aanmerking.

-          De notaris heeft voorafgaand aan het passeren van de volmacht een concept van de volmacht per post (gericht) aan moeder toegezonden.

-          De notaris heeft alleen moeder gesproken tijdens de (passeer)afspraak op 17 september 2019. De zus is hierbij niet aanwezig geweest.

-          Wat er ook zij van de door klager gestelde ongezonde relatie tussen moeder en de zus en de door klager onder 4.13. genoemde omstandigheden, gesteld noch gebleken is dat de notaris hiermee (met uitzondering van het bestaan van de eerdere volmacht) bekend was.

Onder deze omstandigheden heeft de notaris naar het oordeel van de kamer een voldoende zorgvuldige invulling gegeven aan zijn taak om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van moeder.

4.16.      Op grond van het voorgaande zal klachtonderdeel 1 ongegrond worden verklaard.

Klachtonderdeel 2 (geheimhoudingsplicht)

4.17.      Klager verwijt de notaris dat hij met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht weigert om informatie te verstrekken over de gang van zaken bij het opmaken en passeren van de volmacht. Op 4 december 2019 heeft klager bij de notaris informatie opgevraagd over de totstandkoming van de volmacht. Zo wil klager weten hoe moeder bij de notaris is gekomen, of de notaris moeder onder vier ogen heeft gesproken en of de zus aanwezig was bij het passeren of op de gang heeft gezeten. Nadat de notaris met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht aan klager liet weten hierover geen mededelingen te doen, heeft klager op 7 januari 2020 aan de notaris te kennen gegeven dat hij het daar niet mee eens was.

4.18.      De notaris heeft in deze klachtprocedure (bij antwoord en tijdens de mondelinge behandeling) voor het eerst antwoord gegeven op de door klager gestelde vragen.

4.19.      De kamer overweegt als volgt. Het is vaste rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam dat in zijn algemeenheid de geheimhoudingsplicht van een notaris zich niet uitstrekt tot de wijze waarop een notaris te werk gaat. Voor een notaris is het zeer wel mogelijk om de gang van zaken die geleid heeft tot het tot stand komen van een akte (in dit geval een akte van volmacht) en de wijze waarop hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van een cliënt uiteen te zetten, zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden (zie hof Amsterdam 24 augustus 2006, ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ8646 en hof Amsterdam 3 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:8). Deze regel geldt niet alleen voor de notaris jegens wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor de notaris aan wie - zoals hier - door iemand die daarbij een redelijk belang heeft vragen worden gesteld over de gang van zaken rond het tot stand komen van een akte. Zou dit anders zijn, dan zou een persoon die het bedoelde redelijke belang heeft, gedwongen zijn een klacht in te dienen om de notaris tot spreken te bewegen. Het is aan de notaris om zich als hij dat nodig acht te beroepen op zijn geheimhoudingsplicht en - zo dat nodig en mogelijk is - uit te leggen dat zijn geheimhoudingsplicht hem belet de gestelde vragen te beantwoorden (zie hof Amsterdam 28 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1164).

4.20.      Het is de vraag of en in hoeverre de notaris zich gelet op deze ratio jegens klager, de zoon van moeder, zijn eigen cliënte, zou kunnen beroepen op geheimhouding. De ratio van de geheimhoudingsplicht is immers de vertrouwensrelatie tussen een notaris en zijn cliënt die het mogelijk moet maken dat de cliënt zich vrij voelt om jegens de notaris openheid van zaken te geven zonder de vrees dat deze daarvan aan anderen mededeling doet. Onder de geheimhoudingsplicht valt alleen wat de notaris als zodanig is toevertrouwd en waarvan de cliënt erop mocht vertrouwen dat het verborgen blijft voor anderen. De notaris heeft niet weersproken dat de vragen die hem op 4 december 2019 door klager zijn gesteld, (grotendeels) de gang van zaken rond de totstandkoming van de volmacht betroffen. De notaris had, gelet op het voorgaande, uitleg moeten geven over de gang van zaken rondom het opstellen en passeren van de volmacht, meer in het bijzonder over hoe zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van moeder heeft plaatsgevonden. Indien de notaris meende dat bepaalde zaken tóch onder zijn geheimhoudingsplicht vielen, had hij daarover in zijn correspondentie met klager uitleg moeten geven, hetgeen de notaris heeft nagelaten. Blijkens de overgelegde brief van de notaris van 17 december 2019 aan klager heeft de notaris met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geen enkele mededeling gedaan over de gang van zaken die heeft geleid tot het tot stand komen van de volmacht. Ook nadat klager kenbaar had gemaakt dat hij het niet eens was met het door de notaris gedane beroep op de geheimhoudingsplicht, heeft de notaris - zonder enige uitleg daarover -  geen mededelingen aan klager gedaan.

De kamer acht dit handelen onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klachtonderdeel 2 zal daarom gegrond worden verklaard.

Conclusie en maatregel

4.21.      Naar het oordeel van de kamer dient aan de notaris, die een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft, voor het gegrond te verklaren klachtonderdeel 2 een maatregel te worden opgelegd. De kamer acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

Proceskosten

4.22.      Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, moet de notaris op grond van het bepaalde bij artikel 99 lid 5 Wna het door klager betaalde griffierecht van € 50,00 aan hem vergoeden.

4.23.      De kamer ziet aanleiding om de notaris, gelet op het bepaalde bij artikel 103b lid 1 onder a Wna en de Tijdelijke richtlijn kostenveroordelingen kamers voor het notariaat, te veroordelen in de kosten die klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, forfaitair vastgesteld op een bedrag van € 50,00.

De notaris moet deze kosten en het genoemde griffierecht binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager vergoeden. Klager dient daarvoor tijdig zijn rekeningnummer door te geven aan de notaris.

4.24.      Nu de klacht gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en aan de notaris een maatregel wordt opgelegd, ziet de kamer - gelet op het bepaalde bij 103b lid 1 onder b Wna en de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat - aanleiding om de notaris te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak door de kamer zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 3.500,00. De notaris dient deze kosten na het onherroepelijk worden van deze beslissing te voldoen aan het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR), waarbij de in artikel 103b lid 3 Wna bepaalde termijn en de wijze waarop de kosten moeten worden voldaan door het LDCR per brief aan de notaris zullen worden meegedeeld.

5.          De beslissing

De kamer:

5.1.       verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het verzoek om nietigverklaring van de volmacht.

5.2.       verklaart klachtonderdeel 2 gegrond;

5.3.       verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

5.4.       legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op;

5.5.       veroordeelt de notaris tot betaling aan klager van een bedrag van:

-          € 50,00 in verband met het genoemde griffierecht;

-          € 50,00 in verband met de genoemde kosten van klager,

en bepaalt dat het totaalbedrag moet worden betaald op de wijze en binnen de termijn die hiervoor onder 4.23. is omschreven;

5.6.       veroordeelt de notaris tot betaling aan de kamer van een bedrag van € 3.500,00 in verband met de genoemde kosten van behandeling van de zaak en bepaalt dat dit bedrag moet worden betaald op de wijze en binnen de termijn die hiervoor onder 4.24. is omschreven.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend rechterlijk lid en mr. Y.M.R. van der Voort, plaatsvervangend notarislid.

Uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2021 door mr. P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.