Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORDHA:2021:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 21-12 21-13

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2021:20
Datum uitspraak: 22-09-2021
Datum publicatie: 12-11-2021
Zaaknummer(s):
  • 21-12
  • 21-13
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De notaris [C] meent dat de klachten tegen haar luiden als volgt: zij is de opsteller van het testament waarbij de erfgenamen zijn benadeeld, zij heeft een testament opgesteld met een niet wettelijk legaat en zij heeft haar zorgplicht verzaakt, omdat moeder zou zijn mishandeld.De klacht tegen notaris [D] ziet op het verzaken van de zorgplicht naar moeder met indicaties van ouderenmishandeling, het geen melding doen bij politie of andere instantie van huwelijksdwang en laksheid dan wel geen medewerking verlenen aan onderzoek naar testamentfraude.  

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 22 september 2021 inzake de klacht onder nummer 21-12 en 21-13 van:

Klagers,

hierna ook tezamen noemen: klagers,

tegen

Notaris [naam],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: notaris [C],

en

Notaris [naam],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: notaris [D],

hierna tezamen te noemen: de notarissen.

1. Het procesverloop

1.1 De Kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 9 april 2021.

1.2 Notaris [C] heeft een verweerschrift, met bijlagen, ingediend.

1.3 Notaris [D] heeft een verweerschrift ingediend.

1.4 Aanvullende brieven van klagers, ingekomen op 23 mei 2021 en 29 juni 2021.

1.5 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2021. Daarbij waren aanwezig klagers via videoverbinding, en de beide notarissen. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt met daaraan de door klagers overgelegde pleitnotities gehecht.

2. De feiten

2.1 De moeder van klagers, mevrouw [E] (hierna te noemen: moeder) is nog in leven.

2.2       Moeder was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met de heer [F] (hierna te noemen: erflater). Erflater is vooroverleden. Klagers zijn de kinderen van moeder en erflater. Uit een eerder huwelijk van erflater zijn twee kinderen geboren.

2.3       De nalatenschap van erflater is afgewikkeld door de voorganger van notaris [C], mr. [G]. Op 10 juni 1992 is een verdelingsakte gepasseerd. Erflater had een vruchtgebruik testament gemaakt. Aan moeder zijn alle van de nalatenschap deel uitmakende goederen toebedeeld, met uitzondering van een aantal goederen die staan vermeld op een lijst.

2.4       De heer [J] (hierna te noemen: [J]) woonde bij moeder in huis. Hij was kostganger en huurder.

2.5       Moeder heeft op 16 augustus 2013 voor notaris [C] een testament gemaakt. Aan [J] heeft zij, vrij van rechten en kosten, al haar persoonlijke roerende zaken (met uitzondering van een aantal goederen) gelegateerd. Verder heeft zij, vrij van rechten en kosten, voor een periode van twee jaar het gebruik en bewoning van het woonhuis gelegateerd. Beide legaten komen te vervallen als [J] ten tijde van het overlijden van moeder niet meer bij haar inwonend is.

Klagers en stiefzoon [I] zijn ieder voor 1/3e gedeelte benoemd tot erfgenamen.

2.6       Op 29 december 2017 heeft moeder voor notaris [C] een aanvullend testament gemaakt. Moeder heeft klagers benoemd tot enig erfgenamen, ieder voor ½ gedeelte. De executeursbenoeming is komen te vervallen.

2.7       In het voorjaar van 2020 hebben klagers het notariskantoor verzocht om hen een grosse van de akte van verdeling van de nalatenschap van erflater toe te sturen.

2.8       In juli 2020 heeft moeder een gesprek gevoerd met notaris [D].

2.9       In december 2020 hebben klagers tezamen met moeder een bespreking gehad met notaris [D].

2.10     Op 30 december 2020 hebben klagers aangifte gedaan tegen [J] wegens psychische mishandeling en huiselijk geweld.

3. De klacht

3.1 In 2020 blijkt aan klagers dat moeder jarenlang gechanteerd, psychisch mishandeld, opgelicht, afgedreigd, gedrogeerd, medisch mishandeld en financieel zwaar opgelicht is door [J].

3.2 De chantage was mogelijk vanwege opgelegde schaamte en druk door [J]. [J] was veroordeeld voor pedofilie. Dit alles heeft vanaf 2007, in toenemende mate vanaf 2010, tot oktober 2020 geduurd.

3.3 Moeder heeft in 2013 haar testament aangepast met opvallende legaten aan [J] te weten:

- al haar roerende zaken, inclusief antiquiteiten, boekerijen etc.

- al haar bankafschriften;

- een periode van twee jaar vrije bewoning na overlijden;

- twee specifieke legaten van twee objecten aan klagers.

3.4       Klagers verwijten notaris [C] dat zij een testament heeft opgesteld op een wijze waardoor derden zijn benadeeld.

3.5       Klagers verwijten notaris [C] dat zij een testament heeft opgesteld met een niet wettelijk legaat wat betreft de roerende zaken.

3.6       Het legaat aan [J] van alle bankafschriften was een sterke indicatie voor mogelijke financiële ouderenmishandeling. Dit legaat was niet geldig, omdat klagers als erfgenamen recht hadden op inzage op grond van de wet.

3.7       Notaris [C] heeft een paar keer [J] als “partner” aangeduid, terwijl hij enkel kostganger en huurder was. Op deze manier heeft zij meegewerkt aan financiële oplichting en testamentfraude.

3.8       Er zijn duidelijke aanwijzingen dat [J] in 2013 samen met moeder en notaris [C] heeft overlegd over het opstellen van een testament. [J] heeft toen in een document de suggestie gedaan om de clausule van de “langstlevende te handhaven” te herzien. [J] moet daarvoor kennis hebben gehad van het testament van erflater. [J] heeft moeder de instructie gegeven om een clausule op te nemen in haar testament voor alleen bewoning na haar overlijden. Moeder heeft inmiddels bevestigd dat [J] zich actief heeft bemoeid met het opstellen van het testament in 2013.

3.9       Notaris [D] wordt verweten dat hij geen melding heeft gedaan bij de politie of andere instantie wegens huwelijksdwang. Klagers hebben notaris [D] in juli 2020 gewaarschuwd dat [J] vermoedelijk moeder zou dwingen tot het tekenen van een samenlevingsovereenkomst. Notaris [D] heeft klagers bevestigd dat hij kennis had genomen van de inhoud van hun bericht. De notaris wist in december 2020 van de zorgwekkende situatie en heeft nagelaten nader onderzoek te doen.

3.10     Notaris [D] heeft tot nu toe geen antwoord gegeven op procesvragen (en niet inhoudelijk). Klagers zijn door andere notarissen geadviseerd dat zij wel procesvragen mogen stellen.

3.11     Notaris [D] heeft in september 2020 een gesprek gehad met moeder. Hij is als notaris tekort geschoten in zijn ambtsuitoefening. Van een notaris mag worden verwacht dat hij alert en integer handelt. Hij heeft geen melding gedaan bij de politie, de huisarts van moeder of haar zorgverlener.

3.12     Ook wordt notaris [D] verweten dat hij laks heeft gereageerd en geen medewerking heeft verleend aan een onderzoek naar testamentfraude. Klagers hebben driemaal om de afgifte van een grosse van de akte van verdeling van de nalatenschap van vader en een afschrift van het testament van hem verzocht. Pas na inschakeling van een advocaat werd de grosse afgegeven. Uit de grosse bleek dat het legaat aan [J] niet mogelijk was, omdat alle roerende zaken al eigendom van de kinderen waren. Moeder had hierover het vruchtgebruik. Dat gold ook voor de twee specifieke legaten aan klagers.

3.13     Een gedegen cliëntenonderzoek naar de status van [J] heeft niet plaatsgevonden.

3.14     De beide notarissen wordt verweten dat zij hun zorgplicht hebben geschonden jegens moeder terwijl er indicaties waren voor ouderenmishandeling. In juli 2020 hebben klagers notaris [D] geïnformeerd dat moeder onder zware persoonlijke druk stond en door een geriater was onderzocht.

3.15     De functie van notaris verplicht om ook de belangen van derden die mogelijkerwijs betrokken zijn te beschermen.

4. Het verweer van notaris [C]

4.1       Notaris [C] voert aan dat dit een bijzondere situatie betreft, aangezien moeder nog leeft en de klachten gaan over door haar opgestelde testamenten. Het is niet bekend of de testamenten inmiddels zijn herroepen.

4.2       De notaris meent dat de klachten tegen haar luiden als volgt: zij is de opsteller van het testament waarbij de erfgenamen zijn benadeeld, zij heeft een testament opgesteld met een niet wettelijk legaat en zij heeft haar zorgplicht verzaakt, omdat moeder zou zijn mishandeld.

4.3       Moeder wilde haar kinderen juist niet onterven. Zij vond het belangrijk dat [J] (die zij haar partner noemde) niet op straat zou komen te staan als zij zou komen te overlijden. Daarnaast wilde moeder dat klagers na haar overlijden niet meteen het huis zouden leeghalen, zodat [J] bijvoorbeeld geen stoel meer had op om te zitten. Hier vreesde zij daadwerkelijk voor.

De behoefte van moeder om een testament op te stellen was niet het voorkomen van financieel nadeel voor haar kinderen (zij erfden toch wel genoeg), maar bescherming bieden aan [J].

4.4       Moeder wist wat zij deed. Zij wilde expliciet in haar testament opgenomen hebben dat zij jarenlang door haar huisgenoot was gesteund en zij was hem daar erkentelijk voor. Zij noemde haar huisgenoot onder meer haar chauffeur, haar juridisch adviseur, haar reisgenoot en zij had als intelligente vrouw aanspraak op niveau. Klagers woonden niet bij haar in de buurt en zij vertelde dat klagers druk waren met hun eigen werk en gezin en er niet veel contact was.

4.5       Voor het opstellen van het testament zijn er meerdere besprekingen geweest. Eenmaal is [J] bij de bespreking aanwezig geweest op uitdrukkelijk verzoek van moeder. Bij de andere bespreking(en) en bij het passeren van het testament op 16 augustus 2013 en ook die in 2017 was alleen moeder aanwezig en bleef [J] in de wachtkamer achter.

4.6       Er is geen overleg geweest tussen moeder, [J] en notaris [C] over de inhoud van het testament. De notaris heeft alleen besprekingen gevoerd over de inhoud met moeder. De concepten zijn naar het huisadres van moeder gestuurd.

4.7       Klagers verwijten notaris [C] dat zij heeft meegewerkt aan financiële oplichting. Dit is een ongefundeerde aanname. Een grove beschuldiging die niet met feiten is onderbouwd. Moeder ontving graag financieel advies van [J].

4.8       Tijdens de bespreking in 2017 over het aanvullend testament gaf moeder aan dat zij geen executeur meer wilde opnemen. “Die jongens moesten het zelf maar uitzoeken” was haar mening.

4.9       Dat klagers het legaat roerende zaken “niet wettelijk” achten is onjuist. De roerende zaken op de lijst zijn voor de helft in vruchtgebruik bij moeder. Bij haar overlijden komen zij toe aan de erfgenamen. De andere helft op de lijst was de eigendom van moeder. De overige roerende zaken, huisraad, meubels etc. zijn op grond van de verdelingsakte in eigendom van moeder gekomen. Bovendien waren er in de loop der tijd spullen aangeschaft die gezamenlijke eigendom waren geworden van moeder en [J], omdat zij die gezamenlijk hadden betaald. Moeder wilde voorkomen dat er ruzie zou komen tussen [J] en klagers. [J] kon naar eigen inzicht roerende zaken aan klagers afgeven. Moeder was dus gerechtigd een en ander te legateren.

Welbewust wenste moeder dat bij haar overlijden de bankafschriften in het bezit zouden blijven van [J] om te voorkomen dat klagers het hele huis zouden doorzoeken voor het achterhalen van gegevens. Daarbij deed [J] al jaren de financiële administratie van moeder. De link naar financiële ouderenmishandeling deelt de notaris niet.

4.10     Moeder heeft het testament opgesteld ter bescherming van [J] en niet om het haar kinderen zo fiscaal aantrekkelijk mogelijk te maken.

4.11     Moeder zelf gebruikte het woord “partner”, niet notaris [C].

4.12     De legaten aan [J] zijn voorwaardelijk gemaakt. De notaris heeft vernomen dat [J] inmiddels elders woont. De legaten sorteren derhalve geen effect meer.

4.13     Klagers hebben een ongedateerd A-4tje ondertekend door [J] overgelegd waarin hij een verzoek doet aan moeder een regeling te treffen voor het geval zij eerder zou komen te overlijden en waarin hij een vraag stelt over de vorderingen die de kinderen hebben uit de nalatenschap van erflater. Moeder heeft meerdere malen aangegeven dat zij het prettig vond dat [J] haar hielp met juridische en andere zaken. Zij wilde [J] beschermen.

4.14     Als notaris heeft zij een geheimhoudingsplicht. Indien moeder het gewild had dan had zij aan haar zaken kunnen toevertrouwen. Notaris [C] heeft nooit ook maar de geringste indruk gehad dat moeder onder druk of dwang van [J] handelde ten aanzien van het testament.

5. Het verweer van notaris [D]

5.1       De klacht tegen notaris [D] ziet op het verzaken van de zorgplicht naar moeder met indicaties van ouderenmishandeling, het geen melding doen bij politie of andere instantie van huwelijksdwang en laksheid dan wel geen medewerking verlenen aan onderzoek naar testamentfraude.

5.2       Tot het gesprek op 3 juli 2020 heeft notaris [D] nimmer contact gehad met moeder. Hij was niet op de hoogte van haar familieomstandigheden. De familie was cliënt bij notaris [C] en haar voorganger.

5.3       Moeder had het gesprek aangevraagd, omdat zij ervan kennis had genomen dat klagers bij de kantonrechter onderbewindstelling van haar vermogen en instelling van mentorschap hadden aangevraagd. Zij wilde advies wat zij daarmee moest.

Moeder gaf aan dat zij na terugkomst van vakantie naar Indonesië verward was, maar dat kwam door de vermoeiende reis. Zij was begin januari 2020 onderzocht door een geriater die beginnende Alzheimer constateerde. [J] was bij het gesprek aanwezig. [J] heeft zich na zijn inleidende schets van de situatie afzijdig gehouden van het gesprek. Moeder kwam als zeer weldenkend en welsprekend over. Zij gaf zonder aarzelen gericht antwoord op de vragen. Zij keek notaris [D] recht aan en zocht geen enkele keer oogcontact met [J]. Moeder gaf notaris [D] geen enkele aanleiding om aan te nemen dat zij niet wilsbekwaam was en/of dat zij onder invloed van [J] handelde.

5.4       Bij brief van 27 juli 2020 stelden klagers het notariskantoor op de hoogte dat er bij hun moeder Alzheimer was geconstateerd en dat klagers bewind en mentorschap hadden aangevraagd bij de kantonrechter en dat moeder sterk onder invloed van [J] stond en dat er sprake was van jarenlang financieel misbruik door hem.

5.5       Op 24 augustus 2020 vond er een tweede gesprek plaats. Notaris [D] had wetenschap van de brief van 27 juli 2020. Hij lette daarom meer op de non-verbale communicatie tussen moeder en [J]. Moeder en [J] wilden advies over de positie van [J] bij leven en bij overlijden van moeder. De huurovereenkomst, de algehele volmacht, het testament en huwelijksvoorwaarden c.q. partnerschapsvoorwaarden zijn in dit oriënterende gesprek aan de orde gekomen.

Moeder liet zich geen woorden in de mond leggen. Zij was zeer stellig. De mogelijkheid van een huwelijk of geregistreerd partnerschap was voor haar geen optie. Van huwelijksdwang was daarom geen sprake.

Moeder heeft notaris [D] in dat gesprek een kopie van de beschikking van de kantonrechter van 4 augustus 2020 laten zien, waarin stond dat het verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap was afgewezen, omdat “De betrokkene maakte tijdens de mondelinge behandeling van de verzoeken een zeer heldere indruk op de kantonrechter”.

Blijkbaar had de kantonrechter dezelfde indruk als notaris [D].

De beide gesprekken waren adviserend van aard en hebben niet geleid tot een concrete opdracht om  overeenkomsten/akten op te stellen.

5.6       Klagers zijn al enige tijd bezig met het opbouwen van een zaak tegen [J]. Daarvan werd notaris [D] in het gesprek op 11 december 2020 op de hoogte gebracht. Dat de notaris niet eerder op de hoogte was van dit onderzoek, kan hem niet worden aangerekend.

5.7       Bij besprekingen pleegt de notaris het “Stappenplan bij financieel misbruik ouderen” en het “Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid” van de KNB te volgen . Dat is ook in dit geval gebeurd.

5.8       Dat de notaris geen melding heeft gedaan van ouderenmisbruik of huwelijksdwang is logisch, want er was geen enkele aanleiding voor.

5.9       Wat betreft het verzoek tot afgifte van de grossen. Het eerste verzoek tot afgifte ontving het kantoor bij brief van 4 september 2020 (ontvangen op 7 september 2020). Op 11 september 2020 is er telefonisch contact geweest over een indicatie van de termijn van afgifte. De notaris diende de waarneming aan te vragen. Dit wilde hij combineren aangezien er geen urgentie was.

Daarnaast waren de oude akten moeilijk te kopiëren en het verzoek was om alle bijlagen bij de akte aan de grosse te hechten.

Bij e-mailbericht van 18 september 2020 kwam een tweede verzoek en op 24 september 2020 een derde. De grossen zijn op 2 oktober verzonden (binnen vier weken na het eerste verzoek).

5.10     In het gesprek op 11 december 2020 wilden klagers de inhoud van het testament van moeder bespreken. Notaris [D] heeft toen meteen aangegeven dat dat niet mogelijk was vanwege de geheimhoudingsplicht.

5.11     In het gesprek van 11 december 2020 met moeder en klager [Klager 1] is notaris [D] verzocht na te gaan hoe de contacten waren verlopen inzake het testament van 2013. Op dit punt is notaris [D] tekortgeschoten in de informatievoorziening. In verband met de decemberdrukte en afwezigheid van notaris [C] heeft notaris [D] niet kunnen antwoorden. Inmiddels heeft hij het archiefdossier kunnen bestuderen. Op geen enkele wijze blijkt van inmenging van [J]. Er zitten alleen aantekeningen van contact tussen notaris [C] en moeder in het dossier. Er is niet per e-mail gecorrespondeerd. Het concept was naar het huisadres van moeder gestuurd.

6. De beoordeling van de klacht

6.1       Ter beoordeling van de Kamer staat of de notarissen hebben gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat behoorlijk notarissen niet betaamt.

6.2       Voor zover de klacht ziet op het handelen van notaris [C] overweegt de Kamer als volgt. Klagers verwijten notaris [C] dat zij een testament heeft opgesteld, waarbij klagers benadeeld zijn. De Kamer acht het verweer van notaris [C] steekhoudend. Aannemelijk is dat de reden voor het opstellen van het testament was om te zorgen dat [J] na het overlijden van moeder in het huis kon blijven wonen. Het belang van klagers was daaraan ondergeschikt. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

6.3       Klagers verwijten notaris [C] dat zij een testament heeft opgesteld met een niet wettelijk legaat. Wat betreft het legaat van de bankafschriften heeft de notaris aangevoerd dat dit in de praktijk wel vaker gebeurt. Moeder wilde [J] beschermen tegen klagers, opdat zij niet meteen na haar overlijden het huis zouden doorzoeken en allerlei bankgegevens zouden meenemen. Dat klagers zelf het recht hebben als erfgenamen om de bankafschriften op te vragen bij de betreffende bank staat daar los van. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

6.4       Wat betreft het legaat van de roerende zaken. De Kamer volgt notaris [C] in haar verweer dat moeder voor de helft vruchtgebruiker was van de roerende goederen op de lijst. Indien moeder zou overlijden komen die goederen toe aan klagers. De andere helft op de lijst was al in eigendom van moeder. De overige roerende zaken, huisraad, meubels etc. zijn op grond van de verdelingsakte in eigendom van moeder gekomen. Wel had het voor notaris [C] toen moeder in 2017 bij het herroepen van haar testament de executeursbenoeming heeft geschrapt, aanleiding moeten zijn in combinatie met het legaat van de bankafschriften om nader onderzoek te doen naar relevante achtergronden. Niet gebleken is dat de notaris dat heeft gedaan. Zij heeft geen aantekeningen kunnen overleggen waaruit blijkt dat zij moeder heeft voorgelicht en/of gewaarschuwd. Dit is evenwel niet de essentie van de klacht. Nu vast is komen te staan dat [J] niet meer inwonend is bij moeder en de legaten voorwaardelijk waren, sorteren zij geen effect meer. Het belang van klagers bij dit klachtonderdeel is daarom komen te vervallen. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

6.4       Verder verwijten klagers notaris [C] dat zij haar zorgplicht heeft geschonden. Vast is komen te staan dat notaris [C] moeder een aantal keren heeft gesproken. [J] was, op de eerste keer na, daar niet bij aanwezig. Moeder kon tegen notaris [C] zonder druk of dwang vrijuit spreken. Moeder was stellig in wat haar wensen waren. Vanwege de geheimhoudingsplicht kan de notaris niet ingaan op wat er toen is besproken. De Kamer heeft, gehoord de duidelijke toelichting van de notaris over de contacten met moeder, niet kunnen vaststellen dat de notaris niet de zorg heeft betracht die redelijkerwijs van haar verlangd mocht worden. Het klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Wel is ter zitting vast komen te staan dat de notaris geen aantekeningen heeft gemaakt van de besprekingen die zij met moeder heeft gehad. Het ware beter geweest als zij dat wel had gedaan.

 6.5       Klagers verwijten notaris [D] dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden, omdat er indicaties waren van ouderenmishandeling. Voldoende aannemelijk is dat notaris [D] een tweetal Stappenplannen, als genoemd in 5.7, heeft gehanteerd bij de gesprekken met moeder. Notaris [D] heeft aangevoerd dat moeder zeer duidelijk was wat zij wilde en dit goed kon verwoorden. Niet is gebleken dat zij onder invloed of druk van [J] stond. Aangezien de notaris geen twijfels had, hoefde hij geen nader onderzoek te doen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

6.6       Het klachtonderdeel dat notaris [D] geen melding heeft gedaan bij politie of andere instanties vanwege huwelijksdwang is ook ongegrond. De notaris heeft aangevoerd dat moeder heel stellig was dat zij geen huwelijk of geregistreerd partnerschap wenste. Het is dan niet aan de notaris om naar derden actie te ondernemen, te meer nu het niet is gekomen tot het opstellen en passeren van een akte of overeenkomst.

6.7       Notaris [D] wordt laksheid dan wel onvoldoende medewerking verlenen aan onderzoek naar testamentfraude verweten. Vast is komen te staan dat klagers pas na inschakeling van een advocaat de beschikking kregen over de grossen. Ook heeft notaris [D] pas tijdens deze procedure antwoord gegeven op de vragen van klagers hoe de contacten waren verlopen bij de totstandkoming van het testament van moeder in 2013. Notaris [D] heeft erkend dat hij wat dit betreft niet de “snelheidsprijs” verdiend heeft.

Nu niet is komen vast te staan dat de verzoeken tot het afgeven van de grossen al in het voorjaar telefonisch zijn gedaan, en niet gebleken is dat onnodig veel tijd verlopen is tussen het verzoek en de daadwerkelijke afgifte, acht de Kamer dit klachtonderdeel in zoverre ongegrond.

Met betrekking tot het niet tijdig verstrekken van de in december 2020 gevraagde en kennelijk toegezegde informatie, ten aanzien waarvan de notaris erkent te kort te zijn geschoten, oordeelt de Kamer dat dit te kort schieten – waarvoor de notaris overigens excuus heeft aangeboden – niet van zodanig aard is dat sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar gedrag. Het klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

BESLISSING

De Kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht op alle onderdelen tegen notaris [C] ongegrond;

verklaart de klacht op alle onderdelen tegen notaris [D] ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.F.L. Geerdes voorzitter, R.R. Roukema en J.T.A. van der Stok, en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 22 september 2021.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.